Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

Bewezen liefde

Kerkdienst zondag 14 juni 2026, 9.30 uur
De Regenboog te Nijverdal

Lezingen: Psalm 103 & Romeinen 5:6-11

 

“Maar God bewijst ons zijn liefde, doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaren waren” (Romeinen 5:8)

“Wij leven in een cancelcultuur”. Het is misschien wat pessimistisch om zo deze preek te beginnen. Ik weet ook niet of ik de uitspraak voor mijn rekening wil nemen: ‘Wij leven in een cancelcultuur’. Misschien valt dat best nog wel mee – wie zal het zeggen. In een ‘cancelcultuur’ worden mensen onbarmhartig afgerekend op hun fouten. Als iemand een grote of kleine misstap begaat – een verkeerde uitspraak, een fout berichtje op social media, grensoverschrijdend gedrag vertoont - dan wordt dat breed uitgemeten. Het blijft aan je kleven als een zwarte inktvlek op een witte blouse. Er blijft een luchtje aan zitten dat je niet meer uit je neus krijgt. Als het gaat om een bekend persoon kan het zover gaan dat hij zijn carrière moet beëindigen. Je mag niet meer die geliefde televisiepresentator blijven. Je kunt als beroemde zanger niet meer optreden voor een miljoenenpubliek. Je nummers worden geboycot op de radio. En zelfs als je van ernstige misdrijven wordt vrijgesproken door de rechter, kom je niet makkelijk meer op je oude niveau terug. Want ‘waar rook is, moet vuur geweest zijn’, nietwaar? We kennen de voorbeelden – ik hoef ze niet met name te noemen. We hebben er zo onze mening over, als we het erover hebben bij de koffie of op een buurtfeestje.

Ernstiger wordt het als jijzelf of als één van je dierbaren ‘gecanceld’ wordt. Als je kind of kleinkind wordt buitengesloten in de klas. En dan niet om wat hij of zij doet of zegt, maar gewoon om wie ze is – misschien een beetje anders dan de rest. In de jongerenwereld komt dat helaas al te vaak voor. Pestgedrag. Uitsluiting. Fysiek of via social media. In dat geval raakt het je diep als ouder of grootouder, maar sta je er vaak machteloos tegenover.
Juist vanwege deze ‘cancelcultuur’ schreef theoloog Alain Verheij een boek met de titel ‘De prijs van vergeving’. Hij schreef het boek, omdat hij, zoals hij schrijft ‘Op sociale media het publieke gesprek de afgelopen jaren met de dag genadelozer heeft zien worden’. Mensen rekenen keihard af met anderen. Juist vanwege de opkomst van het world wide web. ‘Het internet vergeet niets. Een fout die we tien jaar geleden maakten, is nog steeds via zoekmachines naar boven te halen. Dat doen anderen graag voor ons’.
Tegen die stroom in doet Alain Verheij een krachtig pleidooi voor vergeving, genade, barmhartigheid. Dat we een ander niet cancelen, maar een tweede kans gunnen. Juist als volgelingen van Jezus Christus, juist als christenen, zou dat onze levenshouding moeten zijn.

Vergeving, genade, een tweede kans - dat zijn stuk voor stuk woorden die in de Bijbel een zeer belangrijke rol spelen. Alain Verheij bespreekt in zijn boek veel Bijbelse verhalen, waarin niet wraakzucht en haat, maar vergeving en genade het laatste woord hebben. Ezau verzoent zich met zijn bedriegende broer Jacob. Jozef vergeeft zijn broers die hem als slaaf hadden verkocht. David doodt als hij de kans krijgt zijn grote vijand Saul niet, maar laat het bij het afsnijden van een stukje van diens mantel. Ook in het evangelie spelen genade en vergeving een hoofdrol. Jezus cancelt de tollenaar Zacheüs niet, maar gaat bij hem eten. Jezus veroordeelt de overspelige vrouw niet, maar schrijft met zijn vinger in het zand. Zelfs aan het kruis bidt Hij of God zijn beulen wil vergeven. Hij schenkt die ene moordenaar toegang tot het paradijs. In het Onze Vader heeft Jezus de grootste bede gewijd aan vergeving: ‘Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’. Dan blijkt al dat ONZE vergeving voor anderen direct te linken is aan Gods vergeving voor óns. Wij worden geroepen vergevingsgezind te zijn, omdat de HERE God dat is. ‘Liefdevol en genadig is de HEER. Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw. Niet eindeloos blijft Hij twisten, niet eeuwig duurt zijn toorn. Hij straft ons niet naar onze zonden. Hij vergeldt ons niet naar onze schuld’, zingt Psalm 103. Dát loflied loopt als een rode draad door de Bijbel heen. De HEER doet niet aan cancelen. Hij staat niet achter een cancelcultuur.
Ook in de brief aan de Romeinen is dát het goede nieuws dat Paulus brengt. Die hele lange best wel moeilijke brief is daarom in twee woorden samen te vatten – Bewezen liefde.

Dat dit uitgerekend in de brief aan de Romeinen staat is al opzienbarend. Paulus schrijft zijn brief aan de christelijke gemeente in Rome, de hoofdstad van het Romeinse Rijk. Op het moment dat Paulus de brief schrijft, is hij zelf nog nooit in Rome geweest. Hij wil er graag heen. Hoe dan ook en koste wat kost. Na alle vermoeiende zendingsreizen die hij al heeft afgelegd, heeft hij één doel voor ogen: Hij moet en zal naar Rome. Al weet hij dat hij juist in Rome het grootste gevaar loopt. Rome is het hol van de leeuw. Zowel Joden als christenen hebben het juist daar zwaar te verduren. Zowel Joden als christenen zijn bij tijd en wijle de stad uit verdreven. Als er één cultuur ‘cancelcultuur’ genoemd moet worden, is het wel de Romeinse. Daar geldt het recht van de sterkste. En de keizer is de sterkste. En wie niet naar de pijpen van de keizer danst wordt genadeloos afgestraft of zelfs afgeslacht. En toch wil Paulus naar Rome. Want Rome is het episch centrum van de toenmalige wereld. Juist daar wil hij tegenover het Romeinse Imperium het tegengeluid van het Koninkrijk van God laten horen.
In de Romeinenbrief bereidt hij zijn bezoek voor. Hij schrijft een soort ‘introductiebrief’. ‘Wie ben ik en wat kunnen jullie van mij verwachten?’. Dat beschrijft hij echt als een alternatief voor de Romeinse cultuur. De woorden die hij gebruikt passen bij die cultuur. In plaats van de roemruchte Pax Romana verkondigt Paulus de Pax Christi, de vrede van Christus. De romeinen beloven redding van chaos en wanorde. In plaats daarvan redt Jezus van zonde en schuld. De keizer wordt als kurios, als heer, aanbeden en als Gods zoon op aarde vereerd. Paulus brengt het evangelie van Jezus de Kurios, de HEER der heren, die de dood overwon. De God van Paulus is de tegenpool van de Romeinse goden. Die HEER is radicaal anders. Juist vanwege ‘bewezen liefde’.
Ja, liefde. Het is een veelgebruikt, maar ook vaak misbruikt woord. Liefde blijft een vaag begrip als het blijft bij mooie woorden. Liefde moet niet blijven bij een heel apart gevoel vanbinnen. Echte liefde moet blijken. Als Paulus schrijft over liefde, heeft hij het altijd over de daadwerkelijke liefde van God. Liefde die zichzelf bewijst. Wat zeg ik? Die zich bewezen HEEFT. Want liefde koppelt Paulus altijd weer aan die ene centrale gebeurtenis in de wereldgeschiedenis: de dood van Jezus aan het kruis. Op Golgotha heeft God zijn liefde bewezen. In het kleine gedeelte, de paar Bijbelteksten die wij gelezen hebben uit de Romeinenbrief, zegt Paulus heeft het wel een keer of vier, vijf. Christus is gestorven. Hij gaf zijn leven. Hij vergoot zijn bloed. En direct daarbij klinkt het (ook een keer of vier): ‘voor ons’. De dood van Christus is niet het gruwelijk einde van een veroordeelde misdadiger. Jezus is niet het zoveelste slachtoffer van de Romeinse dictatuur. Hij heeft zijn leven gegeven ‘voor ons’. Daarmee heeft Hij ons gered. Daarmee heeft Hij ons vrijgesproken. Daardoor heeft God zich met ons verzoend. Dat gebeurde buiten ons, zonder ons, maar vóór ons. Voordat wij ervan hoorden of wisten, zelfs voordat wij bestonden, heeft Christus ons bevrijd. Op Goede Vrijdag maakte God in één keer een definitief einde aan de cancelcultuur. Sindsdien staat Gods deur open voor ieder mens. Uit genade alleen. Onverdiend. Want, zo schrijft Paulus, toen Jezus stierf, waren wij nog zwak – niet in staat onszelf te redden. Waren wij nog zondig – we konden niet voldoen aan wat God van ons vroeg. Wij waren nog ‘goddeloos’. We brachten onze Schepper niet de eer die Hem toekomt. Wij waren vijanden van God. We waren Zijn liefde niet waard. Maar juist voor ons, zwakke, zondige, goddeloze, vijandige mensen is Christus gestorven. Juist voor ons doet Hij de poort van Zijn genade open. Zodat niemand ooit voor een dichte deur komt te staan.

En, aldus Paulus, dat is volstrekt uniek. Dat kom je in de normale mensenwereld niet tegen. Dat is voor al die Romeinen een volstrekt unieke boodschap. Dat de HEER der heren, niet genadeloos toeslaat en afstraft. De Koning der koningen heerst niet met het zwaard. De Keizer van het hemels Koninkrijk dient niet zichzelf. Integendeel: Hij geeft zichzelf. Dat is al uniek in de normale mensenwereld. Natuurlijk, gelukkig zijn er mensen die zich inzetten voor anderen. Die zich geven voor hun medemens. Natuurlijk zijn er dappere mannen en vrouwen die zelfs hun leven geven voor een goede zaak. We kennen zelf de aangrijpende voorbeelden uit onze eigen geschiedenis. Verzetshelden die hun leven gaven voor onze vrijheid. Orgaandonors, die hun organen afstaan voor een medemens. Mantelzorgers, die zich belangeloos geven voor hun geliefden. Maar de HERE God ging nog een stapje verder. Jezus gaf zijn leven niet voor geliefden, maar juist voor slechte mensen. Zijn grenzeloze liefde bewees zich als pure genade. Vergeving. Vrijspraak van oordeel.

En? Als de HEER onze God zo vergevingsgezind is, zouden wij dat dan niet zijn? Alain Verheij houdt in zijn boek dus een warm pleidooi voor vergevingsgezindheid. Als de HEER liefdevol en genadig is, moeten wij het ook zijn. Daarin moeten christenen vooropgaan. Met alle haken en ogen die eraan zitten. Want het woord vergeving is makkelijk gezegd maar soms moeilijk gedaan. Als het gaat om ernstig kwaad dat jou of jouw geliefden is aangedaan. Vergeving kan niet goedkoop zijn. Ze kan heel veel van je kosten. Er gaat misschien heel veel tijd en energie overheen voor je kunt vergeven. En soms kun je dat als mens niet opbrengen. Vergeven heeft een prijs, die een mens soms zijn leven lang niet kan betalen. Paulus zou dat direct begrijpen. Want ook Gods vergeving had een hoge prijs. Jezus vergoot als wijn zijn kostbaar bloed. Zijn dierbaar lichaam werd als brood gebroken. Vergeving is niet menselijk. Het is bovenmenselijk. Vergeving moet trouwens uiteindelijk ook van twee kanten komen. Wanneer de dader zich van geen kwaad bewust blijft, hangt vergeving in de lucht. Daarom vraagt Gods vergeving om ons geloof. Geloof dat je zonder God niet leven kunt. Geloof dat je zonder Gods liefde reddeloos verloren bent. Gods uitgestoken hand vraagt om ons vertrouwen. Anders wórd je niet gecanceld - dan cancel jij jezelf.

De HERE God houdt van ons als een vader of een moeder. ‘Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen, ontfermt zich de HEER over wie Hem vrezen’. Ouderliefde komt het dichtst in de buurt van de goddelijke liefde. De vader wacht op zijn verloren zoon. Dat kun je niet begrijpen. Daar mag je uit leven.