Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART


 

Verder kijken...
Kerkdienst op Pinksteren 

20 mei 2018 te Kudelstaart

Geluidsopname van deze dienst

Schriftlezingen: Joël 3:1-5 en Handelingen 2: 1-21

"Aan het einde der tijden, zegt God, zal ik over alle mensen mijn Geest uitgieten.... zodat zij zullen profeteren" (Handelingen 2:17-18)

 

 

Een verrekijker is een handig ding. Ik heb er zelf ooit één gekregen van mijn vrouw op mijn verjaardag. Een echte goede verrekijker. Je kunt dingen die veraf zijn een heel stuk dichterbij halen. Als we op vakantie gaan, gaat de verrekijker mee. Ik gebruik hem dan vooral om vogels te kijken. Voor mij mogen vogels niet ‘koekoek één zang’ blijven. Ik wil weten of er een mus of een vink voorbij fladdert. Met een verrekijker kan ik dat zien. Ik probeer het vogeltje in het gezichtsveld van mijn verrekijker te vangen. Het beste kun je dan wachten tot het beestje ergens neerstrijkt op de tak van een boom. Of in het gras. Ja, hebbes! Even goed kijken: bruin vogeltje, rode borst, hoog op de pootjes… Dat moet een roodborstje zijn! Als het vogeltje interessant genoeg is, pak ik heel voorzichtig mijn fotocamera, ik zoom in en…. Hè bah, vliegt-ie net weg…

Met een verrekijker kun je een stuk verder kijken dan je neus lang is. Ja, verder dan je ogen reiken. Het verruimt je blikveld.

Maar stel nou eens voor dat er een kijker bestaat waarmee je nóg verder kunt kijken. Dus een ‘verder – kijker’. Ik bedoel: verder kijken dan het oog kan zien. Verder kijken dan deze zichtbare werkelijkheid om ons heen. Kijken achter de schermen van het leven. Voorbij aan de horizon van ons beperkte menselijke begrip. Verder ook dan de ondoordringbare barrière van onze tijd – de toekomst in kijken.

Als ik me niet vergis is daar in onze wereld behoefte aan. Er zijn genoeg mogelijkheden om alles om ons heen grondig te bekijken. De wetenschap kijkt – letterlijk en figuurlijk – zijn ogen uit. Alles wat groeit, bloeit en beweegt wordt bestudeerd met microscopen, telescopen en verrekijkers. We hebben zo al ontzettend veel prachtige dingen ontdekt. Dat gaat nog steeds door. Nieuwe ontdekkingen, nieuwe uitvindingen ook. Als je rondkijkt op deze wereld kun je niet anders dan verbaasd en verwonderd staan. Maar dan komen ook de vragen naar boven: Is er een oorsprong, een doel, een plan? Waar kom ik vandaan en waar ga ik naar toe? Is er meer tussen hemel en aarde? Is er iets naast, boven of achter het aardse leven? Is er leven ná dit leven? Dat kan geen ‘verrekijker’ je vertellen. Dan heb je een ‘verder-kijker’ nodig.

Een ‘verder-kijker’- iemand die ‘verder kijkt’. Zo zou je een profeet kunnen noemen. Jeremia, Jesaja, Jona zijn profeten. Ook Joël is zo’n verder-kijker, zo’n profeet. Hun zicht is ruimer, helderder dan die van een gewoon mens. Een profeet kan zien wat er zich achter de horizon bevindt. Hij mag een blik achter de schermen werpen. Bij wijze van spreken in Gods keuken. Dat geeft hij of zij door aan ons. Profeteren is verder kijken. Die ‘blikverruiming’ zuigen profeten – als het goed is – niet uit hun duim. Die visie ontvangen profeten van God Zelf. De HEER Zelf laat hen dingen zien die een ander niet zien kan. Bijvoorbeeld door dromen of visioenen. Dromen ontvang je als je slaapt. Visioenen krijg je in wakende toestand.

Nu nemen wij dromen en visioenen in onze westerse wereld niet al te serieus. Wij zeggen al snel: dromen zijn bedrog. Op dromen kun je niet vertrouwen. Laat staan er je leven op bouwen. Als je droomt, geeft dat hooguit iets weer van je innerlijke gemoedstoestand. In je dromen verwerk je het onverwerkt verleden. Een droomtherapeut kan je dan misschien uit de droom helpen.

Zoete dromen brengen ons in spookjesachtige sferen. Je komt als je je ogen sluit terecht in ‘Droomland’. Met Paul de Leeuw of André Hazes zwijmelen we weg: ‘Droomland, droomland,  oh ik verlang zo naar droomland. Daar is steeds vree dus ga met mij mee. Samen naar 't heerlijke droomland’. Ja, ja, ‘ga met mij mee’ – maar hoe kom ik er? En áls ik er geweest ben, kom ik van een koude kermis thuis. De werkelijkheid is helaas geen droomland.

Ook van visioenen moeten we in onze westerse wereld niet veel hebben. Mensen die zeggen dat ze in een visioen een boodschap hebben doorgekregen bekijken we met een gezonde dosis wantrouwen. In het ergste geval sturen we hen naar een psychiater. Zeker als die visioenen gaan over het einde der tijden zijn we uiterst sceptisch. De glazen bol, waar je de toekomst in ziet, bestaat toch niet? Toekomst kijken blijft koffiedik kijken.

Ook het woord ‘profeet’ staat er slecht voor. Hier in de kerk kunnen we het nog verdragen – profeten komen nu eenmaal in onze Bijbel voor. Maar moderne ‘profeten’? Als we iemand een ‘onheilsprofeet’ noemen, is dat geen compliment. Zelfs de ‘weerprofeten’ zitten er vaak lelijk naast.

Toch heeft Pinksteren alles te maken met dromen dromen, visioenen zien en profeteren. We hebben het Pinksterverhaal gelezen uit Handelingen 2. Een wonderlijk verhaal. Er gebeuren enkele opvallende verschijnselen in Jeruzalem. Op de vroege morgen van het Joodse wekenfeest, 50 dagen na Pesach. De stad Jeruzalem zit vol met pelgrims, die vanuit allerlei landen en volken naar de stad zijn gekomen. Plotseling zijn er vreemde dingen te horen en te zien. Het geluid als van een geweldige windvlaag klinkt in de straten. Het lokt mensen uit hun huizen. We gaan met die mensen op zoek naar de plek waar het geluid vandaan komt. Uiteindelijk komen we terecht in een bovenwoning, een zaal op de verdieping van een huis. Daar is de oorsprong van die geweldige windvlaag, die in onze oren klinkt. Als we onze hoofden om het hoekje van dat bovenvertrek steken, zien we iets wonderlijks. Er is een grote groep mensen bij elkaar. Pakweg 120 mensen. Een bonte verzameling van mannen en vrouwen, ouderen en jongeren, arme slaven en rijke heren. Alles broederlijk, zusterlijk bij elkaar. Boven de hoofden van deze 120 mannen en vrouwen is vuur te zien. Vuurtongen, vuurvlammen. Als waren die 120 mensen 120 kaarsjes met 120 vlammetjes. Uit de monden van deze vurige mannen en vrouwen horen we warme woorden. Ze spreken ons aan. We verstaan hun spreken. Luid en duidelijk. In onze eigen taal. Onze moerstaal. Wat ze zeggen? Je kunt het beter zingen noemen. Het gaat over Gods grote daden. Ze loven God om wat Hij doet. Het spreekt ons aan. Het grijpt ons aan. Het raakt. Het lijkt direct uit de hemel te komen.

Niet iedereen geeft zich eraan over. Er zijn er al snel een paar die spottend hun schouders ophalen: ‘Ze zullen wel dronken zijn’. Dan staat Petrus op. De meest uitgesproken volgeling van Jezus van Nazareth neemt het woord. Hij legt uit dat hij niet dronken is. Daar is het veel te vroeg voor. Een Jood gebruikt zijn ontbijt in die tijd niet voor een uur of tien. Dus op het derde uur na zonsopkomst, een uur of 9 in de ochtend, is de drank nog in de kan en de wijsheid in de man. Dronken zijn ze dus niet, die 120 mannen en vrouwen. Maar wat is dit dan wel?

Om dat te verklaren haalt Petrus de profeet Joël erbij. Joël, de verder-kijker. Joël die van Godswege een visioen mocht zien en een droom mocht dromen. Joël ziet in die droom veel meer ‘verder – kijkers’. Heel veel profeten, die net als hij droomgezichten krijgen en visoenen zien. In de laatste dagen zullen er veel van die profeten komen. Ieder gewoon mens, ja alle mensen, alle ‘vlees’ kan de Geest van God ontvangen. Je hoeft er geen bijzonder mens voor te zijn om ‘verder te kijken’. De Geest wordt uitgegoten op iedereen. Zonder onderscheid. Alle verschillen vallen weg. Man of vrouw, oud of jong, slaaf of slavin – het maakt niet uit. Met Gods Geest zullen ze allemaal verder kunnen kijken dan de harde werkelijkheid.

Petrus ziet die woorden van Joël werkelijkheid worden. Op Pinksteren. In Jeruzalem. In dat zaaltje achteraf. Op 120 gewone mensen wordt de Geest uitgegoten. Mannen, vrouwen, ouderen, jongeren, slaven en slavinnen. Ze dromen Gods dromen. Ze zien Gods visioenen. Ze worden allemaal profeten, ‘verder kijkers’. Ze ontvangen iets uit de hemel, van Gods Geest. Als druppels regen valt het op hen neer.

Juist in onze tijd is er ook grote behoefte aan zulke profeten. Er wordt juist vandaag de dag zoveel informatie over je uitgestort. Maar wat is er nu écht tussen al het ‘fakenews’? Wat komt werkelijk ‘uit de hemel’? Waar kun je echt mee leven en uiteindelijk ook mee sterven? Er is behoefte aan verder – kijkers. Mensen met Gods visie. Mensen met hemelse visioenen. Mensen die de droom van Gods Koninkrijk ontvangen en doorgeven. Die vanuit Gods standpunt naar het leven en naar de toekomst kijken. God is de bron, de zin, het doel. De Enige die weet hoe het verder moet. Hij is de HEER, die hemel en aarde geschapen heeft. Hij die trouw blijft en niet loslaat wat Zijn hand begon.

Het grote nieuws van Pinksteren is dat gewone mensen verder kunnen kijken. De HEER stuurt ons uit de hemel Zijn dromen en visioenen. Dromen die geen bedrog zijn. Hoopgevende visioenen. De Geest giet Gods woorden rechtstreeks in ONS hart. Je hoeft er niet bijzonder voor te zijn. Man, vrouw, oud, jong, arm of rijk. Het kan ons allemaal overkomen. Dat je plotseling anders tegen de wereld aankijkt. Dat je je eigen leven met andere ogen bekijkt. Je ziet meer, beter, verder. Een nieuwe kijk met nieuwe ogen. Je wordt door de Geest een ‘verder-kijker’. De Heilige Geest opent ons de ogen voor Gods toekomst. Gods Koninkrijk zal komen. Hij laat ons kijken over de grens van leven en dood. Hij toont ons een open hemel boven het graf. Door de dood en opstanding van Jezus Christus is er toekomst achter de horizon.

Die ‘blikverruiming’ mogen wij ook weer doorgeven aan anderen. Juist aan mensen die moedeloos en hopeloos zijn geraakt. Die het niet meer zien zitten. Die er geen gat meer in zien. We mogen hun vertellen wat de Heilige Geest ons heeft laten zien. We mogen er vrijmoedig over spreken, dat Gods Rijk aan zal breken.

Ik, jij, man of vrouw, jong of oud, ieder mens kan een profeet worden. Als je je openstelt voor de Geest van God ga je verder kijken. De Heilige Geest maakt jou en mij tot een ‘verder kijker’. Je kijkt verder met Gods ogen.