Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART

 

VOL = VOL
Kerstnachtdienst - 24 december 2018
Schriftlezing: Lucas 2:1-20

klik hier voor de geluidsopname

“Ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad” (Lucas 2:7).

 

“Nederland is vol!”. Henk, de man van Ingrid, gooit de krant op de grond en springt op uit zijn stoel. “Er komen er steeds meer bij. En dat moet maar eens afgelopen zijn. We zitten vol en vol is vol”. Ingrid steekt voorzichtig haar hoofd door een kier van de kamerdeur. “Gaat het een beetje, Henk?”, vraagt ze, “Ben je misschien in de stemming voor een beetje goed nieuws? Onze dochter is er en ze heeft je wat te vertellen”. 

Dochter Karin van achtentwintig stapt de kamer binnen.
“Ben je daar eindelijk ?”, zegt pa Henk, “We zien je haast nooit meer, sinds je getrouwd bent!”.
“Zeg ouwe mopperpot. Wees blij, dat ik er nu ben. Ik heb je namelijk een nieuwtje te vertellen, pa. Hou je vast! Je wordt over een maand of zes opa! Maar ja, ik weet niet of jij dat zo mooi vindt, want vol is vol, niet waar?”.
Vader Henk, aanstaand opa, zet grote ogen op, kan eerst niets uitbrengen en stamelt: ‘Maar… Zó bedoel ik dat nou ook weer niet!’.

Nee, zo bedoelen we dat nu ook weer niet. Nederland is vol. Dat betekent: Vol voor BEPAALDE mensen. Vol voor vluchtelingen, gelukzoekers, vreemdelingen. “DAAR is geen plaats voor. Daar zijn er al veel te veel van! En vol is vol”.

 

Bethlehem is  vol. Er is geen plaats meer. Alle gastverblijven, herbergen en bedandbreakfastadressen moeten "nee" verkopen aan Jozef en Maria. “Wij zitten vol. Boordevol. Er kan geen mens meer bij”.  Hoewel .... geen mens?

Stel je eens voor ...

Hoe zal het gegaan zijn in de eerste kerstnacht ? Ik weet het niet. De evangelist Lucas is er maar heel kort over. Dus is veel van wat ik denk pure fantasie. Stel je voor: Maria en Jozef komen in Bethlehem aan. Hij: een eenvoudige timmerman. Zij: Hoogzwanger. Het kind kan elk moment geboren worden. Dat kun je wel zien. Plek zoeken voor de nacht. Maar alle deuren sluiten voor hun neus. “We zitten vol”. “Geen plaats”. Zelfs de openbare slaapgelegenheid, het nachtverblijf van de stad Betlehem is helemaal bezet. Geen plaats? Maar dan maak je toch plaats voor een zwangere vrouw! Een beetje goed fatsoen kan geen kwaad. Waar is die beroemde oosterse gastvrijheid gebleven? Een vreemdeling, die bij je aanklopt, geef je in elk geval een stoel. Je zet hem op zijn minst een maaltijd voor. En als het even kan geef je hem een bed. Desnoods je eigen bed en ga je zelf op de grond slapen. Je kunt iemand in de nacht toch niet op straat laten rondzwerven?

Maar deze avond geeft heel Betlehem niet thuis. Merkwaardig. Waarom?  Dat kun je wel raden!  Vanwege de overlast natuurlijk. Een hoogzwangere vrouw! “Dat belooft niet veel goeds”, bromt de herbergier in zijn baard. “Zoals de waard is, vertrouw ik mijn gasten, maar dit vertrouw ik niet. Die staat natuurlijk  op het punt om te bevallen! Mij niet gezien - juist met alle drukte kan ik DIT er nu even niet bij hebben. Stel je voor, dat ze vannacht bevalt in mijn herberg - dan kan ik mijn nachtrust wel op mijn buik schrijven. Gastvrijheid is mooi - maar: Er zijn grenzen. Vol is vol".

Betlehem zit vol. Voor bepaalde mensen. Mensen, die teveel vragen en te weinig opleveren. Vol voor asielzoekers, zoals Jozef en Maria. In een stal kunnen ze terecht. Met een kribbe en wat stro moeten ze zich maar zien te redden. Niet in de beschaafde mensenwereld. Meer “bij de beesten af”. Daar is nog wel plaats.

Stel nu eens voor, dat God vanavond voor de deur staat. Dat Hij bij ons aanklopt. Of een engel. In lichtgevende witte kleding. Zo'n engel, die aan de herders verscheen. Een engel klopt aan je deur.

Of een koning: Koning Herodes of keizer Augustus. Koning Willem Alexander met koningin Maxima. Of een celebrity, een popstar of beroemde voetballer…

Geen vraag natuurlijk: Alle deuren zwaaien open. Die zijn altijd welkom. Die vinden nooit een dichte deur. Er is plaats genoeg voor hoogwaardigheidsbekleders en BN-ers. Met een goedgevulde portemonnee. Dan is er geen sprake van vol is vol. Daar maak je plaats voor... Het zal je echt geen windeieren leggen.

Maar ja, zo’n gewone man met zo’n gewone vrouw en een ongeboren kind. Laat die maar in de kou staan! Zij moeten maar genoegen nemen met een beestenboeltje. Er zijn grenzen.

En toch is dit Kind een Koningskind. In dit Kind klopt de Allerhoogste God aan de deur. De Koning der wereld staat bij ons op de stoep. Dat zou je overigens niet zeggen. Er is niets koninklijks te zien. Niets goddelijks. In die tijd deden er wel meer verhalen de ronde over "godenzonen". Kinderen van goden en godinnen op aarde geboren. Maar dat was dan ook meteen goed te merken ! Dat zag je direct, als je in de wieg keek. Je zag het aan de goddelijke glans. Je merkte het aan de wonderlijke kracht van zo’n  goddelijke baby. Je zag op zijn minst een stralenkransje om zijn kleine hoofdje. 

Maar bij Jezus is dat anders. Hij is Zoon van God. Maar zo gewoon. Je ziet het er niet aan af. Je ziet niets bijzonders aan Hem. Maria wikkelt hem in een doek, maar dat is niet ingewikkeld. Dat deed elke goede moeder in die dagen. Zoals wij een baby een luier omdoen. Zo simpel, zo gewoon gaat dat met dit “goddelijk” Kind.  Deze “Zoon van God” - je kunt het niet zien. Je zou het niet zeggen. 

God komt “gewoon”. Maar weten ze veel in Bethlehem? Geen wonder, dat Hij genoegen moet nemen met een kribbe. Tussen de beesten. Omdat tussen de mensen, in de herberg geen plaats is. En later is zelfs in de stal geen plaats meer. Moet Jezus met Jozef en Maria vluchten naar het buitenland. Dan zijn ze helemaal asiel zoekers geworden. En als het Kind een man geworden is, wordt Hij opgejaagd en afgemat. Dan heeft Hij geen plaats om Zijn hoofd neer te leggen. Weer later is de wereld te klein en moet Hij maar helemaal verdwijnen: Weg met Hem! Kruisig Hem! Er is geen plaats voor Hem op de wereld. Zijn wieg is een kribbe. Zijn troon wordt een kruis.

Want de wereld is vol. Vol van oorlog, geweld, haat, discriminatie en racisme, moord en doodslag, uitbuiting, eigenbelang en ellebogenwerk. Er is geen plaats voor de HEER. Deuren worden dicht gedaan, als Hij komt. 

En wij zijn vol - vol van verdriet of vol van de lol. We eten ons vol. We gieten ons vol. Onze agenda's staan vol. Onze dagen zijn vol. Onze tijd is vol. Ons hart is vol. Vol van van alles en nog wat. Vol van onszelf.

En God staat voor de deur. Hij klopt aan. En wat zeggen wij: “Sorry, HEER, het spijt ons. Geen plaats in mijn herberg. Ik zit vol!”.

Maar de HEER zoekt verder. Hij blijft aankloppen. Hij zoekt een leeg plekje. 

Hebben wij echt geen plaats? Is vol werkelijk vol? Of MAKEN wij plaats? Dat is lastig. Ruimte inleveren. Een plaatsje vrijmaken.

God staat aan onze deur en Hij klopt aan. Hij klopt aan de deur van ons leven en vraagt ruimte. “Heb jij plaats in jouw herberg? Wil jij wat plaats maken in je volle portemonnee voor Mijn arme kinderen? Wil jij wat inleveren van jouw rijkdom? Wil jij wat ruimte maken in je ongetwijfeld overvolle agenda om naar Mijn woorden te luisteren en te doen wat Ik je vraag? Wil jij je even leeg maken van alles om in stilte Mij te bedanken voor het goede in je leven? Wil jij je volle hart leeg maken voor Mij?”.

Wij zeggen misschien: “HEER, ik heb niet meer dan een kribbe in een stal. Mijn leven is eigenlijk een beestenbende. Een zwijnenstal ... een goed plekje heb ik U niet te bieden”.

Het wonder van kerst is: Dat Jezus niet veel plaats nodig heeft. Dat Hij genoegen neemt met het kleine donker plekje achteraf, dat wij Hem aanbieden. Hij komt tot ons, zoals wij zijn. Daar is Hij juist voor geboren. Daar heeft Hij voor geleefd. Daar is Hij voor gestorven. Hij wil de lege plek in ons leven vullen. En ons leven wordt vol van Zijn liefde. ZO vol, dat het overstroomt, want vol is vol.