Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

 

Schoon schip maken
Morgendienst 22 december 2019 - 4e Adventszondag
Het Centrum Nijverdal

geluidsopname kerkomroep

Schriftlezingen: 2 Koningen 22:1-13 en 23:1-3; Marcus 1:1-8

 

Koning Josia ontbood de oudsten van Juda en Jeruzalem. Met alle inwoners van Juda en Jeruzalem, de priesters en de profeten, kortom, de hele bevolking, van hoog tot laag, begaf hij zich naar de tempel van de HEER. Daar las hij hun de hele tekst voor van het verbondsboek dat in de tempel was gevonden. Staande op het podium bekrachtigde hij ten overstaan van de HEER het verbond. Hij zwoer dat hij de HEER zou volgen en zich geheel en al zou houden aan zijn geboden, voorschriften en bepalingen, om zo het verbond dat in deze boekrol was vastgelegd met hart en ziel na te leven. Heel het volk sloot zich hierbij aan (2 Koningen 23:1-3)

De uitdrukking ‘schoon schip maken’ komt – vanzelfsprekend – uit de scheepvaart. Als je de lading uit een schip haalt, moet je ook echt alles eruit halen wat erin zit. Er mag niets achter blijven. Je moet grondig reinigen. Anders komt er later graan tussen de suiker of bedorven vlees tussen het fruit. Schoon schip maken is dus radicale, grote schoonmaak. Letterlijk, maar ook figuurlijk. Je maakt ‘schoon schip’ als je resoluut breekt met kwalijke gewoontes of met verkeerde vrienden. Je besluit je leven te veranderen, het roer om te gooien, over een andere boeg. Je vaart met een schoon schip verder over de levenszee. 

Schoon schip maken kan soms hard nodig zijn in je persoonlijk leven. Het is ook van belang op grotere schaal. Voor een samenleving. Een volk, een land, een maatschappij moet soms schoon schip maken. In de economie, de politiek of op het gebied van duurzaamheid. We zitten middenin zo’n ‘schoon schip proces’. Het oude moet uit de weg geruimd om plaats te maken voor het nieuwe. Ook voor een kerk is het soms hard nodig. Als protestanten denken we dan aan de reformatie die met Maarten Luther begon. Het vastspijkeren van 95 stellingen op de deur van de slotkapel in Wittenberg was het begin van een grote schoonmaak. Oude ballast moest overboord om het ‘schip der kerk’ weer schoon te krijgen.

Ook in de Bijbel lezen we van zulke reformaties. Vanmorgen gaat het om de hervorming van koning Josia. Het speelt zich lang geleden, in de 7 e eeuw voor Christus af. In en rond de stad Jeruzalem en de provincie Juda. Historisch bekeken is deze tijd een belangrijk omslagpunt. Het Assyrische wereldrijk verliest – na meer dan een eeuw - zijn macht. Andere machten als het oude Egypte en het snel aan invloed winnende Babel komen op. Wat dat betreft lijkt het op onze tijd. De Verenigde Staten zijn niet meer zo oppermachtig als pakweg 20 jaar geleden. Het China van Ping en ook het Rusland van Putin zijn geduchte tegenspelers. Amerika, Rusland, China heetten toen: Assyrië, Egypte en Babylonië. Met daar middenin een koninkrijkje als het onze. Het koninkrijkje van Juda met haar hoofdstad Jeruzalem. Een kleine, onbeduidende speler op dat wereldtoneel. Maar – wie weet – wat niet is, kan nog komen. In dit Joodse koninkrijk ziet men de kans schoon. Het machtsvacuüm dat Assyrië achterlaat kan opgevuld worden. Wij kunnen een graantje mee pikken van de buit. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Meer vrijheid, meer zelfbeschikking. Meer invloed, meer handel, meer welvaart. Een nieuwe tijd gloort. We hebben de wind in de zeilen. Maar welke kant vaart ons scheepje op?

Op de Judese troon komt de jonge koning Josia te zitten. Volgens de Bijbeltekst werd hij al op 8-jarige leeftijd op die troon gezet. De eerste jaren zal hij dus wel weinig in de melk te brokken hebben. Hij regeert totaal 31 jaar. Hij sneuvelt uiteindelijk in een slag met (daar heb je het al) de Egyptenaren. Dan weet Juda weer wat haar plaats is: een klein onbeduidend uithoekje. Het gouden tijdperk van Josia is na ruim 30 jaar voorbij. Het was kort, maar krachtig.

De Bijbel is zeer positief over deze Josia. Hij wordt gezet in het illustere rijtje van goede koningen. Koningen ‘die doen wat goed is in de ogen van de HEER’. Josia doet het goed in Gods ogen. Dat wordt een paar keer gezegd. Een koning in de lijn van koningen als David, Salomo, Hizkia en Joas. Josia hoort bij de top vijf. Misschien wel top 3. Maar de Bijbel zou de Bijbel niet zijn, als dat zou liggen aan zijn politieke of militaire prestaties. Die prestaties waren er zeker. Hij zorgde voor eenheid onder het volk. Hij zorgde voor gebiedsuitbreiding. Zijn invloed reikt tot ver over de grens van het Judese stamgebied. Hij zet Jeruzalem weer op de kaart. Voor zolang het duurt.

Maar de Bijbel meet de waarde van een koning, ja van ieder van ons, met een andere meetlat. De Bijbel meet met Gods maat. Josia wordt geprezen omdat hij met hart en ziel de HEER gehoorzaamt. Omdat hij in Gods wegen wil gaan. Omdat hij zich wil houden aan het grote gebod van de liefde: ‘God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf’.

Aanleiding voor Josia’s hervorming is een oude boekrol. Tijdens de restauratie van de tempel doet men een spectaculaire ontdekking. Ergens in een donker hoekje, onder het stof ligt een boekrol. Die blijkt Gods regels te bevatten. Per ongeluk in de vergetelheid geraakt? Bewust afgedankt? Wie zal het zeggen. De boekrol wordt onder het stof vandaan gehaald. De rol bevat regels en wetten uit de Thora, de boeken van Mozes. Het was waarschijnlijk een deel van het boek dat wij nu kennen als Deuteronomium.

De koning roept iedereen naar het plein van de tempel. ‘Komt allen tezamen’. Hij leest eigenmondig de woorden voor.

Concentratie! Schoon schip. Zoals eenmaal Luther met zijn kerkhervorming. Alle overbodige ballast moet het schip uit – alleen Gods Woord moet aan boord blijven. Sola scriptura – alleen Gods Woord houdt eeuwig stand. Als een kompas op de levensreis.

Josia laat alle aanwezigen bij de tempel plechtig beloven dat ze dáárvoor gaan. De HEER, de HEER alleen. Hij is God – en anders geen. Ze leggen met zijn allen belijdenis af van hun geloof. Ze sluiten opnieuw een verbond met God. ‘Hier staan we voor. Hier gaan we voor’.

Zoals dat voor ons ook goed zou zijn. Om zo nu en dan weer eens op te staan. Voor de HEER. Je concentreren op wat Hij spreekt. Op wat écht nodig is. De HEER alleen – Hem liefhebben, voor Hem gaan. Dat beloven. Daarvoor ‘staan’, daarvoor ‘gaan’.      

Dan blijft het niet bij woorden. Dan volgen de daden. Josia gaat schoon schip maken. De rotzooi die zijn voorgangers hebben achtergelaten gaat hij uit de weg ruimen. Afgoderij het land uit. Baäls en Astartes, de gewijde palen en offerplaatsen. Weg ermee! Denk nou niet: wat intolerant. De afgoderij van toen is niet te vergelijken met een andere religie of levensbeschouwing in onze tijd. Wij respecteren – terecht – ieders overtuiging. We gaan niet met de botte bijl andersdenkenden te lijf. Ons criterium is dat iedereen zich houdt aan onze grondwet. Vrijheid van meningsuiting. Vrijheid van godsdienst. Daar ligt voor ons de grens van de tolerantie. Maar afgoderij in de tijd van Josia was geen onschuldige levensvisie. De goden van Kanaän waren natuurgoden. Goden van donder en bliksem, macht en geweld. Voor hen geldt het recht van de sterkste. In deze religies werden kinderen – letterlijk – opgeofferd aan de goden. Vrouwen en mannen verkochten hun lichamen in de tempels voor de vruchtbaarheid. Er was geen mededogen met wie arm, klein of onaanzienlijk was. En dat is nu precies, waar de HEER, de Eeuwige, de God van Abraham, Izaäk en Jacob het voor opneemt. De wees, de weduwe en de vreemdeling. De nederige slaaf en de rechteloze vrouw. Dat lees je in Zijn wetten, in Zijn Thora. Als je die tenminste wilt lezen en ter harte nemen. Josia gaat er voor.

De tijd van Josia is de onze niet. Een koning die oproept om Gods Woord ter harte te nemen? Dat zou bij ons niet gepikt worden. In de komende kersttoespraak moet onze koning weer goed uitkijken, dat hij het niet te christelijk maakt. In onze winkels mogen de kerstman en zijn rendieren vrij rondlopen, maar over het Kind van Bethlehem moet je zwijgen. Ik las ergens dat één van de fatsoensregels voor het bijwonen van een kerstdiner is dat je niet gaat praten over religie. “Als iemand er wel over begint, zeg je gewoon dat we het er beter niet over kunnen hebben. Het is nu kerstmis”, raadt de expert ons aan. Als je het gezellig wilt houden, moet je zwijgen over je geloof. En zeker: ongezellig moet je het niet maken. Maar echt gezellig wordt het pas met echte vreugde. Echte vreugde krijg je pas als je schoon schip maakt in je leven. Ruimte vrij maken voor het Kind. Dat is de bedoeling van Advent. Maak plaats, ruim op, bereid de weg voor de HEER. De boodschap van Johannes de Doper is Adventsboodschap: ‘Maak de weg van de HEER gereed, maak recht zijn paden’. Ruim baan voor de Koning. Want Hij is nabij. Hij komt eraan!’. Zet alles aan de kant. Zet alles recht. Concentreer je op het nodige. Maak schoon schip om de HEER te ontmoeten.

Bedenk dus maar eens: Wat zijn voor u, voor jou de ‘afgoden’ die het schip uit moeten? Wat staat er jou in de weg van liefde tot God en de naaste? Wat brengt jou er toe om alleen aan je eigen genoegens te denken? Die afgoden zijn in onze decembermaand alle dingen die ons afhouden van de échte kerstboodschap. Alle randverschijnselen die ongemerkt naar het middelpunt sluipen. Die al onze aandacht opslokken, als we niet uitkijken. We zijn druk met alle voorbereidingen voor een sfeervol kerstfeest. We lopen het gevaar dat we door de kerstbomen de kribbe niet meer zien. We spoeden ons van kerstbijeenkomst naar kerstdiner. We nemen het risico, dat we de stal voorbij lopen. We zijn bezig om het vooral gezellig en smakelijk te maken. Niks mis mee. Maar zonder het Kind gaat het met de kerst mis. Het echte kerstfeest is te vinden in de stal. Bij de geboren koning: Immanuel – God met ons. Als God met ons is, ons nabij, kan al het andere ons schip wel uit. We maken schoon schip om vervuld te worden met grote blijdschap.