Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART

WOORD OM OP TE BOUWEN

Kerkdienst op 30 juli 2017 te Kudelstaart 
Schriftlezing: Jeremia 7:1-15 en Matteüs 7:21-27

Beluister deze dienst


‘Vertrouw niet op die bedrieglijke leus: Dit is de tempel van de HEER! Dit is de tempel van de HEER! Dit is de tempel van de HEER!' (Jeremia 7:4)

Woorden kunnen maken en breken. Woorden kunnen helen en kapot maken. Ze kunnen kracht geven en moedeloos maken. Op sommige woorden kun je bouwen. Andere woorden zijn als een flinterdun laagje ijs, waar je onherroepelijk doorheen zakt. 

Dagelijks komen er heel wat woorden op je af. Bemoedigende, vertroostende. Of kwetsende en pijnlijke. In verschillende vormen worden duizenden woorden op je afgevuurd. Gewoon van mond tot oor, maar ook via boeken, kranten of tijdschriften. Woorden die je netvlies raken. Tegenwoordig komt een stortvloed van woorden vanaf het beeldscherm van je computer, tablet of smartphone je leven binnen. Websites, appjes, mailtjes, chatjes. Zoveel woorden dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Je kunt niet alle woorden checken op hun betrouwbaarheid. Je moet filteren: dit geloof ik wel. Dat vertrouw ik niet. Hier ben ik het mee eens. Daar ga ik niet in mee. Maar wie kan mij vertellen of ik het goed zie? Of het woorden zijn waarop ik verder kan bouwen?

Van die verwarring wordt handig gebruik gemaakt. De reclame belooft ons gouden bergen. Een goede pakkende kreet moet je verleiden om je portemonnee te trekken. Even Apeldoorn bellen… en voor je het weet trap je erin. Dan sta je met iets in je handen en verzucht je: ‘Was ik nu toch maar naar … gegaan!’. Woorden kunnen je lokken, lonken en verleiden. 
De kracht van reclame zit vaak in de herhaling: als je maar vaak genoeg hoort hoe leuk het is bij Macdonalds ga je er uiteindelijk toch maar een keer langs met de kleinkinderen – ik spreek uit ervaring. 
Ook politici maken grif gebruik van pakkende woorden. Trump heeft genoeg aan de 160 leestekens van een twitterbericht om de hele wereld in rep en roer te brengen. Putin organiseert en regisseert zijn eigen vragenuurtjes op de Russische televisie. Met de bedoeling dat het miljoenenpubliek gaat denken: ‘Zó erg is die man nu ook weer niet’. In ons eigen landje dreunen de woorden van Wilders nog na: ‘Minder, minder, minder…’. Een uitgekiende, drie keer herhaalde yell die je niet snel vergeet.
Ook in Jeruzalem hebben ze een dergelijke kreet. Ook met drievoudige herhaling. Drie maal scheepsrecht. In het beroemde boek Alice in Wonderland spreekt de boze koningin: ‘Als ik drie keer iets zeg in mijn koninkrijk, is het echt waar’. Het is de gouden regel uit de retorica: als je iets goed door wilt laten dringen bij je toehoorders, moet je het drie keer herhalen. 

Zo gonst in Jeruzalem de kreet ‘Dit is de tempel van de HEER’ – en dan drie keer. Wie deze kreet bedacht heeft is niet bekend. Hoe en waarom deze kreet bedacht is, ligt voor de hand. In bange dagen doet zo iets kort en krachtigs het goed. Het zijn barre onzekere tijden in en rond Jeruzalem. Het is het begin van de regeerperiode van koning Jojakim. Dat is in het jaar 609 voor Christus. Echt wat je noemt een soort rampjaar voor het koninkrijk Juda. Drie jaren daarvoor – in 612 voor Christus - is Ninevé gevallen. Toen dat nieuws de mensen bereikte, moet het verwelkomd als het bericht van pas geleden: Mosul is gevallen. Mosul is toevallig het vroegere Ninevé. IS heeft de stad Mosul na hevige strijd moeten verlaten. Het is een grote nederlaag voor die barbaarse terreurorganisatie. Zoals het in 612 een grote nederlaag was voor de barbaarse Assyriërs. Het Assyrische wereldrijk had meer dan 100 jaar een wreed schrikbewind gevoerd in het Midden-Oosten. Maar het is voorbij! De tirannie is verdreven. In de tempel van Jeruzalem is toen vast wel een soort dankdienst gehouden. Met een prachtige preek. In die preek werd op ontroerende wijze teruggeblikt op de afgelopen jaren van Assyrische dictatuur. ‘Hoeveel ellende hebben de Assyriërs niet veroorzaakt! Hoeveel bloed hebben ze laten vloeien! Hoeveel verwoesting hebben ze aangericht! Onze broeders en zusters van het tienstammenrijk Israël zijn door de Assyriërs van de kaart geveegd. Maar: ons, hier in Juda, ons hebben ze niet klein gekregen. Wij hebben ons met hand en tand verdedigd. En wij hebben gewonnen – met Gods hulp. Want kijk: Ninevé is verwoest, maar onze stad Jeruzalem is er nog. Ninevé’s goden moesten het veld ruimen, maar ONZE God is nog springlevend. Ninevé’s prachtige tempels zijn tot puinhoop gemaakt, maar de tempel van onze God staat ongeschonden te blinken in de zon’. En toen is misschien ook wel die drievoudige leus bedacht: ‘Dit is de tempel van de HEER’ – en dat drie keer…
Maar de euforie van het jaar 612 was helaas van korte duur. In 609 volgt de ontnuchtering van dat rampjaar. In het machtsvacuüm dat de Assyriërs achterlaten ontbrandt de strijd om de wereldmacht tussen Egypte in het zuiden en Babyloniërs in het Noorden. Farao Neko van Egypte trekt met zijn leger op. Koning Josia wil zich ook mengen in de strijd, rukt op naar Megiddo maar sneuvelt daar. In plaats van Assyriërs krijgen nu de Egyptenaren een politieke vinger in de pap. Ze benoemen een zoon van Josia tot koning. Maar als deze Joachaz niet precies doet wat de Farao wil, zetten ze hem na drie maanden al weer af. Nu komt Jojakim op de troon als stroman van Egypte. 

Barre, onzekere tijden in Jeruzalem. Het lijkt wel als twee druppels water op ónze onzekere tijd. Ook nu strijden de wereldmachten om de heerschappij. Amerika, China, Rusland willen aan de touwtjes trekken. Daarbij liggen andere ongrijpbare vijanden op de loer. De bedreiging van ons leefmilieu door klimaatverandering. De onzichtbare cyberoorlog om de macht op het Internet. De terroristische dreiging die voortduurt – ook al is Mosul gevallen. In tijden van onzekerheid zoeken mensen naar houvast. ‘Wat is zeker? Waar kan ik van op aan? Op wie, op wat kan ik werkelijk bouwen? Wie spreekt de waarheid? Of is het de leugen die regeert?’. 
In Jeruzalem rondom de tempel gonst nog die kreet: ‘Ninevé is gevallen. De vijand is verslagen. We hebben hem overleefd. Onze stad Jeruzalem bleek onoverwinnelijk. Onze tempel staat als een huis. We hebben God aan onze kant. God on our side. Hij blijft bij ons. Door dik en dun. Hij zal niet toelaten dat onze stad wankelt. Het kan niet anders. ‘Dit is de tempel van de HEER’ – en het verzamelde volk schreeuwt – drie keer…


Maar dan verschijnt die spelbreker, de profeet: Jeremia. Een echte boodschapper van God kan helaas geen zoete broodjes bakken. Hij moet de waarheid spreken en niets dan de waarheid. Gods waarheid. Jeremia stelt zich op bij één van de poorten op het tempelplein. Pelgrims en priesters lopen langs hem heen. Als Jeremia zijn stem verheft, staan ze stil. De profeet heeft een tegendraadse boodschap. Hij stelt het geloof in de tempel aan de kaak. De tempel is geen waarborg voor zekerheid. Met alleen maar de tempel ben je niet veilig. De tempel is geen onneembare vesting. De tempel is geen doel, maar middel. De tempel wil mensen dichterbij God brengen. Bij de HEER én bij Zijn Woord. Bij Gods geboden. In de tempel moet je leren wat gerechtigheid is. In de tempel zou je moeten leren hoe je je leven moet inrichten naar Gods bedoeling. Als je naar de tempel komt, terwijl je Gods Woord links laat liggen, kun je beter thuis blijven. Als je je niet wilt houden aan de Tien Geboden, heb je God niet aan je kant. Dan is je leven nergens veilig. Als je kwetsbare mensen als weduwen, wezen en vreemdelingen uitbuit, ben je in de tempel van de HEER aan het verkeerde adres. Dan maak je Gods heilige tempel tot een rovershol. 
En laten wij voor ‘tempel’ dan maar voor het gemak ‘kerk’ invullen. Buitenstaanders hoor je nog wel eens zeggen: ‘Die mensen van de kerk zitten zondags vroom te zingen en te bidden, maar op maandag kun je ze beter niet tegenkomen’. Misschien is dat wat overdreven gezegd. Misschien zoekt men spijkers op laag water of een stok om de hond te slaan. Maar laat het alsjeblieft van mij en jou in elk geval niet gezegd kunnen worden. De woorden die wij hier in de kerk horen moeten vrucht dragen. Vrucht van de Geest. De liefde allermeest. Onze bijeenkomsten op zondagmorgen zouden ons tot betere mensen moeten maken. Anders kunnen we deze Spil beter afbreken. Wij moeten naar de kerk gaan met het verlangen dat klinkt in het kinderlied van straks: ‘Ik wil meer en meer gaan lijken op Jezus’. Of zoals Jezus het zegt in de Bergrede: ‘Heer, Heer, zeggen tegen Mij is niet genoeg. Je kunt je woorden wel tweemaal of driemaal vroom herhalen. Uiteindelijk gaat het om ‘handelen naar de wil van mijn Vader’ – dat is de bedoeling. Als je dus alleen bij Jezus komt om mooie, bemoedigende woorden te horen, ben je als de man die zijn huis op drijfzand bouwt. Je moet horen én doen – dan bouw je op de rots. 
Dus is de boodschap van Jeremia ook voor ons glashelder. De HEER onze God houdt eeuwig stand. Hij geeft ons leven een stevig fundament. Het geeft je vaste grond onder je voeten. Hij geeft je hoop voor de toekomst. Maar naar Zijn Woorden horen is niet voldoende. Je moet je leven erop bouwen. Dus zeg ik, luid en duidelijk, kort en krachtig, nog één keer: DOEN!