Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART

WONDER BOVEN WONDER

Kerkdienst op 29 oktober 2017 te Kudelstaart 
Schriftlezing: Psalm 32 en Marcus 2:1-13

Geluidsopname van deze dienst

‘Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: Vriend, uw zonden worden u vergeven' (Marcus 2:5)

Als je het verhaal van de genezing van de verlamde man hoort, gaat je aandacht waarschijnlijk in de eerste plaats uit naar het wonder van de genezing. Als wij er op dat moment met de neus bovenop hadden gestaan, zouden we – met alle andere omstanders – versteld hebben gestaan over zo’n spectaculaire gebeurtenis. ‘Moet je zien: een verlamde man kan weer lopen! Zoiets hebben we nog nooit meegemaakt’. We zouden misschien ook onze ogen niet willen geloven. We zouden wellicht kritisch, sceptisch de schouders hebben opgehaald: ‘Och, ’t zal wel een trucje zijn, zo’n Mind Fuck grapje…’     
Maar als je het goed bekijkt, beschrijft het verhaal niet één, niet twee, maar minstens drie wonderen. Drie wonderlijke dingen gebeuren in Kafarnaüm bij het meer van Galilea.

 
Het eerste wonder zou je het wonder van de vriendschap kunnen noemen.
Misschien ken je het kleine gedichtje van Toon Hermans. ‘Je hebt iemand nodig, stil en oprecht, die als het erop aankomt met je bidt en voor je vecht, pas als je iemand hebt, die met je lacht en met je grient, kun je zeggen: Ik heb een vriend’. Iedereen erkent de eenvoudige waarheid van dit rijmpje. Een goede vriend, een hartsvriendin. Een metgezel door dik en dun. Zo maar één of zeker ook die ene: jouw echtgenoot, jouw levenspartner, waarmee je in lief en leed verbonden bent. Iemand waarmee je samen kunt kletsen, samen leuke dingen doen. En vooral: elkaar tot steun zijn bij moeilijkheden of ziekte.
Want ja, hoe gaat dat, als je ziek bent. Chronisch ziek, ongeneselijk ziek. Of als je moet leven met een lichamelijke of verstandelijke beperking. Als je nou, zoals de man uit het verhaal, verlamd bent? Niet kunnen rennen. Niet met alles kunnen meedoen. Niet uit de voeten kunnen. Afhankelijk. Overgeleverd aan de helpende handen van anderen. Hulpbehoevend. Aangewezen op zorginstanties met alle rompslomp van dien. Niet voor een tijdje, maar: chronisch. Levenslang. Dan kan het zo maar gebeuren - helaas – dat de mensen om je heen afhaken. Dat je – heel geleidelijk aan - steeds minder bezoek krijgt. ‘Altijd maar naar zo’n verlamde toe gaan, terwijl hij nooit eens terug kan komen’, dat houden niet veel mensen vol. Dus niet van de ene op de andere dag, maar na verloop van tijd, zo langzamerhand, verslapt de aandacht. Het kringetje wordt kleiner. In de nood leer je je vrienden kennen. Echte vrienden blijven over. Die ene vriendschap blijft bestaan. Die ene vriend, stil en oprecht, die met je bidt en voor jou vecht. Dát is een wonder. Het wonder van de vriendschap.
Het eerste wonder in Kafarnaüm is dus al gebeurd nog voordat Jezus komt. Deze verlamde man heeft niet één, niet twee, niet drie, maar zelfs vier vrienden. Vier vrienden helpen hem overal bij. Hun vriendschap maakt hen vindingrijk. Het zijn slimme jongens, handige Harry’s. In een tijd zonder rolstoelen, laat staan scootmobielen hebben ze iets bedacht. Simpel maar doeltreffend. Een soort draagbaar met touwen aan de vier hoeken. Daarmee kunnen zij hun verlamde vriend overal mee naar toenemen. “Laten we het zo maar eens proberen”, zeggen ze tegen hun zieke vriend. “Dan kom jij ook nog eens ergens”. Als Jezus in Kafarnaüm is, gaan ze met hem naar Jezus toe. Door de drukte bij de deur laten ze zich niet afschrikken. ‘Als het niet kan, zoals het moet, moet het maar zoals het kan’. Een oosters huis heeft vaak een plat dak. Langs de muur gaat er een trap omhoog. Je ziet ze sjouwen. Dat valt niet mee. In de subtropische hitte met die zware last… Dan komen ze op het dak. Zo’n dak is gemaakt van takken en twijgen. Daaroverheen wordt een soort klei gedaan. Dat liet men drogen. Eventueel kwamen daarop tichelstenen, een soort lichte tegels. In zo’n dak kun je makkelijk even een opening maken. Nou ja, ‘even’, ‘makkelijk’: Het kost best heel wat moeite, maar het is mogelijk! Voor een echte goede vriend heb je die moeite over. ‘Zo, daar ga je dan. Hopla! Aan de vier touwen naar beneden - voor de voeten van Jezus’.
Het eerste wonder is geschied! Het wonder van de vriendschap. Jezus ziet het gebeuren. Hij ziet de verlamde in het draagbed naar beneden komen tot voor Zijn voeten. En als Hij naar boven kijkt ziet hij vier bezwete koppen en vier paar vieze knuisten. Hij ziet – zo staat er opvallend genoeg – ‘Hij ziet HUN geloof’. Jezus ZIET geloof. Want geloof kun je zien. Geloof wordt zichtbaar in vriendschap. Geloof komt tot uiting in liefde. Geloof schrikt niet terug voor wat bloed, zweet en tranen. Geloof durft vieze handen te maken. Geloof bloeit op in het wonder van de vriendschap. 
Daarna gebeurt het tweede wonder. Dat is het wonder van vergeving. Voordat Jezus de verlamde man weer laat lopen, zegt Hij tegen hem: ‘Uw zonden worden u vergeven’. Eigenlijk is dat een vreemde opmerking. Moet je nagaan! Daar ligt de verlamde aan de voeten van Jezus en Jezus zegt: ‘Wat je verkeerd hebt gedaan, word je vergeven’. Alsof de verlamde daarvoor gekomen is! Alsof zijn vier vrienden hem daarvoor hierheen hebben gebracht! Alsof ze daarvoor al die moeite hebben gedaan! Jezus trekt zich daar niets van aan. First things first. Eerst het belangrijkste. Jezus deelt vergeving uit. Namens God. Hij zegt tegen de zieke aan zijn voeten: ‘De HEER vergeeft jou alle schuld en blijft met jou verbonden. Al lig jij hier nog verlamd aan mijn voeten, ook JIJ mag er in Gods Naam zijn. Je bent een geliefd kind van de Vader. Je bent een schaap van Gods kudde’. Jezus verricht het wonder van de vergeving. Namens God. Als Gods Zoon. Later vertrouwt Jezus dit wonder ook aan zijn leerlingen toe. Hij roept ons op onze schuldenaars te vergeven en zo het wonder te verrichten, dat Hij Zelf verricht heeft. Het wonder van vergeving.  
Pas daarna gebeurt ook nog het derde wonder. Het wonder van de genezing. Eigenlijk hoeven we het daar niet lang over te hebben. Iedereen zal het met me eens zijn: Dat DAT een wonder is. Iemand, die niet kan lopen, kan plotseling zijn twee benen weer gebruiken. Hoe kan dat? Dat kan niet! Maar blijkbaar kan Jezus dat! Jezus kan het wonder van genezing verrichten. Wel een wonder dat misverstanden oproept. Zoveel vragen. ‘Gebeuren er nu nog wel zulke wonderen? Kan iemand nog steeds op wonderbaarlijke wijze genezen? Bij een gebedsgenezer bijvoorbeeld? Kunnen zulke wonderen vandaag nog plaats vinden?’. Ik ken heel wat mensen, die zeggen dat het kan. Ik ken mensen die het zelf hebben meegemaakt. Ze getuigen ervan. Het zal dus zeker zo zijn. De wonderen zijn de wereld niet uit. Maar soms, te vaak kan het blijkbaar ook niet. Dan blijf je zitten met je ziekte, je pijn, je verdriet. Dan gaat je gemis, je eenzaamheid, je depressie niet over. Hoe vaak en vurig je ook bidt. Hoe zit dat dan? Heb je dan toch niet genoeg geloof? Wordt er niet vurig genoeg gebeden? Is je vertrouwen op God niet groot genoeg? Zieken, die dat te horen krijgen, krijgen een onbarmhartige trap ná…
Zo kunnen wij ons blindstaren op het derde wonder. Het wonder van genezing. Bedenk dan  dat we het woordje ‘wonder’ ook voor vergeving en voor vriendschap kunnen gebruiken. Laten wij ons richten op de wonderen, die ook WIJ in Gods Naam kunnen verrichten. Namens God kunnen we wonderbaarlijk veel doen voor onze hulpbehoevende medemens. 
Tegenwoordig is er heel wat meer mogelijk dan die vier vrienden met hun simpele draagmat uit het verhaal. Gelukkig hebben we tegenwoordig veel meer middelen om mensen te revalideren en te mobiliseren. Gelukkig kunnen door God gezegende mensenhanden wonderen verrichten. Medische wonderen, waarbij je verbaasd staat over wat er allemaal mogelijk is. Het wonder krijgt zo gestalte op een moderne manier. Geloof komt ook nu in actie, maakt vindingrijk, bloeit op in het wonder van de vriendschap.
Maar ook aan het wonder van vergeving kunnen wij allemaal meehelpen. Wat de vier vrienden doen met de verlamde man kunnen wij ook. Zij brengen hem naar Jezus toe. Dat kunnen wij allemaal. Met de draagbaar van ons gebed. Bidden is: Iemand naar Jezus toebrengen. Bidden voor een ander, die het moeilijk heeft, die pijn heeft, die ziek is of gehandicapt. Bidden om het wonder van de vergeving. Dat God altijd bij je blijft. Dat Hij van ons blijft houden en ons nooit alleen zal laten – hoe feilbaar, hoe zondig we ook zijn. 
De HEER is een barmhartige Vader van sterken en zwakken, gezonden en zieken, slechte en brave mensen. Ieder mens mag er zijn – met meer of minder beperkingen. ‘Gelukkig de mens…’, zingt Psalm 32… Niet: ‘Gelukkig de mens, die gezond van lijf en leden door het leven gaat’, maar: ‘Gelukkig de mens van wie de ontrouw wordt vergeven, van wie de zonden wordt bedekt. Gelukkig als de HEER je schuld niet telt’. 

Dit jaar en vooral in deze dagen herdenken we de reformatie. Op 31 oktober 1517 bevestigde Maarten Luther zijn 95 stellingen tegen de aflaat op de deur van de slotkapel in Wittemberg. ‘Aflaat’ betekent: vergeving. Je schuld wordt vergeven. Luther maakt duidelijk: Vergeving kun je niet kopen. Je hoeft er niet voor te betalen. Je hoeft er niets voor te doen. Maar je mag het ontvangen. Gratis. Uit genade. Uit Gods hand. En je mag het een ander vertellen. Genade verkondigen. Het wonder van vergeving ook aan anderen doorgeven. Zonder er iets mee te verdienen. Uit liefde. Uit pure vriendschap. Wij leven allen van het wonder van Gods vergeving. Dat wonder boven wonder is de wereld nog niet uit ...