Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

Wij leven van de Wind
Verkondiging op zondag 23 mei 2021

Eerste Pinksterdag

Het Centrum te Nijverdal

 

“Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde” (Handelingen 2:2)
 

 

 

‘Hoe sterk is de eenzame fietser, die kromgebogen over zijn stuur, tegen de wind, zichzelf een weg baant…’. Het eerste verschijnsel op Pinksteren, dat de komst van Gods Geest aankondigt is een ‘hevige windvlaag’. Als ik dat hoor, moet ik denken aan de ‘eenzame fietser’ van Boudewijn de Groot. Dan moet ik – als eenzame hobbyfietser – denken aan al die fietstochtjes, waarop ik te kampen kreeg met hevige windvlagen. Tegenwind, wel te verstaan. Elke fietser weet, dat de wind je grootste tegenstander is om vooruit te komen. Als ik dus voor mijn plezier een stuk ga fietsen, kijk ik vaak eerst even op Weeronline of Buienradar. Niet alleen om te zien of het droog blijft, maar vooral ook hoe hard en uit welke hoek de wind waait. Vervolgens stippel ik mijn route uit: als het even kan eerst tégen, dan vóór de wind weer terug naar huis. Het moet namelijk leuk blijven, niet waar?

 

 

Hevige wind – wat een kracht, welk een invloed heeft die. De afgelopen weken bleef de temperatuur in Nederland beneden normaal. Waarom? Simpelweg omdat de wind uit de verkeerde hoek blijft waaien. Dat is jammer. We hadden het liever een paar graadjes warmer gehad. De wind is voor ons een vervelende spelbederver. Veel erger is het als een hevige windvlaag dood en verderf zaait. In ons land gebeurt dat gelukkig niet vaak. In andere delen van de wereld veel vaker. Orkanen, tornado’s, wervelstormen veroorzaken grote schade en eisen talloze slachtoffers. Het zal je maar gebeuren. Je leven wordt getroffen door een hevige windvlaag. Je verliest je hebben en houden, misschien zelfs geliefden. Je blijft achter op de verwoeste puinhopen. Zie dan je leventje maar weer op te bouwen!

 

 

Dat geldt letterlijk, maar je kunt het ook figuurlijk bekijken. Een hevige windvlaag, die je leven verwoest. Wij gebruiken de wind als beeld voor alle dingen in het leven, die tegenzitten. De tegenslagen. Tijden dat je de wind tegen hebt. Je komt bijna niet meer vooruit op je levensweg. Ploeterend en zwoegend, kromgebogen over je stuur tegen de wind, baan jij jezelf een weg. Zo kan het leven verlopen. Eerst ervaar je dat misschien nog als een uitdaging. Je neemt je voor er dapper tegenaan te gaan. Je laat je niet klein krijgen. Maar na verloop van tijd raak je vermoeid. Er komt een moment dat je er niet meer tegen kunt. Altijd tegenwind – dát houdt een mens niet vol.

 

 

En hoort dat nu bij Pinksteren – zo’n hevige windvlaag? Komt Gods Geest zó in de wereld? Komt God Zelf op die manier op aarde? Om alles omver te blazen? Om ons tegen te werken als een hevige windvlaag?

 

 

Wind was voor mensen uit de oudheid iets goddelijks. De wind was als de goden, de goden als de wind. Ze konden waaien uit allerlei hoeken. Onvoorspelbaar. Niet te beïnvloeden. Grillig gaan de goden tekeer. Dus soms zit het mee, soms zit het tegen. Soms heb je wind in de rug, soms slaat de wind je met orkaankracht tegen de grond. Als nietig mensje heb je daar niets tegenin te brengen. Je bent als een pluisje in de wind. Je kunt zo maar weggeblazen worden. Als ‘dust in the wind’. Je moet het dus maar nemen zoals het komt. Hooguit krampachtig proberen de wind te vriend te houden. Zo goed mogelijk leven in harmonie met de kosmische machten om je heen.

 

 

Wij hebben dit primitieve geloof afgezworen. Voor ons is de wind een natuurverschijnsel, dat je kunt verklaren en in kaart kunt brengen. Wind is lucht, die zich verplaatst van hoge druk- naar lage drukgebied. Hoe groter het drukverschil, hoe steviger de wind waait. We kunnen de wind gebruiken voor onze windmolens en windenergie. Maar nog nooit kregen we de wind in onze vingers. De wind blijft ook voor ons een ongrijpbaar verschijnsel, waaraan we overgeleverd zijn.

 

 

Vaak ervaren wij het leven nog steeds, als de primitieve mens van lang geleden. De Coronapandemie is zo’n orkaan met ‘windkracht 10’. Bovenmenselijk. Onvoorspelbaar. Onverbiddelijk. We vroegen ons af: Wie doet ons dit aan? Is het God, die het laat stormen? Kan de HEER de storm niet stillen? Kon Jezus de wind niet laten liggen?

 

 

De geschiedenis van Pinksteren geeft hierop een antwoord. Een verrassend antwoord. Op Pinksteren gaat er namelijk een hele andere wind waaien. Er gebeurt op Pinksteren iets anders dan je op het eerste gezicht denkt. Het huis waar de leerlingen zijn wordt niet getroffen door een hevige windvlaag. Er is geen dood en verderf. Geen storm, geen orkaan. Er klinkt alleen geluid. Er is onverwacht iets te horen. Het ‘geluid’ als van een hevige windvlaag. Hevig, geweldig, machtig: jazeker. Maar er gebeurt niets ernstigs, niets verschrikkelijks, niets ergs. God komt als de wind, maar zonder brokken te maken. Zonder iets kapot te beuken. Als Gods Geest gaat waaien klinkt er  een indrukwekkend, groots, majesteitelijk geluid.

 

 

Let wel dat het op die dag niet alleen Pinksterfeest in Jeruzalem wérd. Het wás al Pinksterfeest. Het woord ‘Pinksteren’ komt van het Griekse woord ‘pentekoste’, dat VIJFTIG betekent. Op de vijftigste dag, zeven weken na Pesach vieren de Joden Pinksteren of ‘Wekenfeest’, zoals zij het noemen. Het is het feest van het nieuwe begin. Het feest van de eerstelingen van de oogst. Het eerste graan is binnen. Het eerste brood gebakken. Het wordt dankbaar naar de tempel gebracht. Pinksteren staat voor een nieuwe lente en een nieuw geluid.

 

 

Tegelijk viert het Joodse volk op Pinksterfeest nog iets anders. Pinksteren is 7 weken na Pesach. De HEER had Zijn volk uit Egypte verlost. Zeven weken ná de uittocht komt het volk veilig en wel bij de berg Horeb aan. Daar verschijnt God. De HEER komt naar de aarde om Zijn volk te ontmoeten. Het eerste, wat er van God toen te merken was, was ook een indringend geluid. Vanuit de hoogte, vanuit de hemel klonk het geschal van een bazuin, een ramshoorn. De ramshoorn is een signaalinstrument. Het kondigt iets aan. Dat nieuwe begin, die nieuwe lente, dat nieuwe geluid… De verlossing uit Egypte in de rug, het beloofde land voor ogen. Je mag opstaan! In beweging komen. Op weg gaan. Gods Woorden wijzen je de weg – dat is Pinksteren. Dat kondigt het bazuingeschal vanaf de berg.

 

 

Een ramshoorn is een blaasinstrument. Als je erop blaast komt – moeilijk gezegd – de lucht zó in beweging, dat het gaat klinken. Zoals de fluit, de klarinet en alle andere blaasinstrumenten… Zoals ook de koningin onder de muziekinstrumenten: het orgel. Aangeblazen door de hevige windvlaag van de blaasbalg, komen de orgelpijpen tot tientallen prachtige klanken…

 

 

Dat is wat er gebeurt op het Pinksterfeest in Jeruzalem. Het geluid van een geweldige windvlaag – alsof er een muziekinstrument wordt aangeblazen. Het is alsof God Zelf op de ramshoorn blaast, op de blokfluit speelt of achter het orgel gaat zitten. Er klinkt muziek – hemelse muziek, die een nieuw begin aankondigt. Nieuw begin van leven. De HEER gaat blazen, Zijn Geest gaat waaien. Er wordt geen dood en verderf gezaaid. Er is geen vernietigende orkaan, die alles en iedereen omver blaast. De Schepper blaast de levensadem in de neus van de mens. Gods scheppende kracht. ‘Zend uw adem en zij worden geschapen, zo geeft U de aarde een nieuw gelaat’.

 

 

Gods geluid klinkt in Jeruzalem, op de Pinksterdag. En het klinkt nog steeds. Bij ons. Pinksteren gebeurt telkens weer. Het wonder herhaalt zich. Hij blaast Zijn levensadem. Hij geeft Zijn levensgeest. Onverwacht gaat Gods wind waaien. Je wordt geraakt door het evangelie. Je hoort de hemelse muziek. Het spreekt je aan. Het raakt je hart. De wind begint onverwacht uit een andere hoek te waaien. Tegenwind wordt wind mee, die klinkt als muziek in je oren. We gaan zelf klinken als bazuin, als fluit. Ieder met een eigen klankkleur. Samen één groot orkest. Een prachtig veelstemmig orgel. Een veelkleurige kerk. Gewone mensen als jij en ik gaan spreken over wat God in Jezus Christus voor ons gedaan heeft. Over het nieuwe begin, aangebroken  door de dood en opstanding van onze HEER.

 

 

De bazuin schalt: ik mag met Jezus opstaan. Ik mag in Jezus’ naam opnieuw beginnen. God geeft me steeds weer nieuwe moed en krachten. Daardoor kan ik er weer tegen. Ik kan verder met Gods wind in mijn rug. Ik word met stille overmacht de goede kant op geblazen. Steeds dichter naar Jezus toe. Dus: Kom, o Heilige Geest, wij wachten op U. Vervul ons met uw kracht, Heilige Geest kom nu!