Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

 

Weer op toonhoogte komen
Morgendienst 4 augustus 2019 -
Het Centrum Nijverdal

geluidsopname kerkomroep

Schriftlezingen: Prediker 2:1-11 en Lucas 12:13-21

 

Tekst: ‘Zo vergaat het iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet rijk is bij God’ (Lucas 12:21)

In mijn boekenkast staat een boekje met de titel ‘Waarom zou ik naar de kerk gaan?’. Het is geschreven door dr. A.A. van Ruler, ooit een bekende dominee en professor in de theologie. In 21 hoofdstukjes geeft hij 21 antwoorden op de vraag, die de titel van het boek is: ‘Waarom zou ik naar de kerk gaan?’. Het boek is al bijna 50 jaar oud. Die 21 antwoorden zijn dus niet meer allemaal even up-to-date. Waarom zou ik naar de kerk gaan? ‘Om het heil te ontvangen’, ‘Om in de gemeenschap te worden ingelijfd’ of ‘om een kans op bekering te lopen’. Ongetwijfeld antwoorden, die nog steeds gelden. Je zou het alleen tegenwoordig wat anders zeggen. Andere antwoorden, die van Ruler geeft, zijn nog steeds helemaal van deze tijd. Mij spreekt nog steeds het antwoord aan: Ik ga naar de kerk ‘om weer op toonhoogte te komen’. Waarom naar de kerk? Vergelijk het met een koor. De zangers van een koor worden zo nu en dan door de dirigent stil gezet. ‘Ho, stop, wacht! Even opletten. We raken de juiste toon kwijt. We moeten weer op toonhoogte komen’. Zo krijg je elke zondag in de kerkdienst de juiste toon aangereikt. Vanuit de rijke schat van wijsheid, die God ons gaf in Zijn Woord. Het boek met de hemelse melodie – de Bijbel. Je wordt weer zuiver afgestemd op de juiste melodie. Dat is nodig, omdat de meesten van ons in de loop van de week toch telkens weer een tikkeltje VALS gaan zingen. Een toontje lager… Het is dus een buitenkansje en broodnodig om weer “op toonhoogte” te worden gebracht. In deze “koorruimte”. Je gaat op de eerste dag van de week naar de kerk om niet steeds verder af te zakken.

Afzakken en uit de toon raken: zo vergaat het mij vaak. De zaken van het geloof zakken langzamerhand of soms supersnel weg. Je blijft nooit lang de juiste toon vasthouden. Een ezel stoot zich in het gemeen niet tweemaal aan dezelfde steen, maar – helaas – mensen zijn dommer dan ezels. We vergeten snel, te snel, veel te veel. En dan niet zo maar onbelangrijke dingen. Juist de dingen van levensbelang, de meest wezenlijke zaken van het aardse bestaan, zakken telkens weer als een baksteen. Je hoort ze, je weet ze, je erkent hoe belangrijk ze zijn – en: je vergeet ze, je vervalt weer in je oude fouten, zingt het oude liedje. Op zondag word je weer even bij de les bepaald en op toonhoogte gebracht.

Neem nou de les van vanmorgen. Het is goed beschouwd niets nieuws, wat Jezus hier vertelt. Hij heeft wel eens veel radicalere toespraken gehouden met verrassend nieuwe gedachten. Hij heeft vandaag een eenvoudige boodschap. Je zou het kort kunnen samenvatten in de zin: ‘Zijn gaat voor hebben’. Wie je bent is belangrijker dan wat je hebt. Nogmaals: dat is helemaal geen nieuwe wijsheid, die Jezus hier doorgeeft. Het is algemeen bekende menselijke wijsheid. Het is belangrijker wie je bent dan wat je hebt. Je vindt het al in het boek Prediker. De Prediker komt van een koude kermis thuis, als hij het leven wil laten opgaan in hebben en houden met natje en droogje, wijntje en trijntje op zijn tijd. Al heb je dan alles, uiteindelijk heb je niets dan ijdelheid. Lucht en leegte. Tenslotte ben en blijf je een kwetsbaar, vergankelijk, mens.

Je vindt dezelfde boodschap ook bij moderne filosofen en psychologen. Zij heffen het waarschuwend vingertje tegen een oppervlakkig leven, waarin bezit het belangrijkste is. Het leven draait niet om bezit. Graaien en grijpen zijn niet onze belangrijkste bezigheid. Als je pech hebt, raak je zo maar alles kwijt. Aan het einde van je leven kun je niets meenemen, want ‘een doodshemd heeft geen zakken’.

Hebben en houden zouden dus niet in het middelpunt van onze belangstelling moeten staan. Geld en goed maken ons niet gelukkig. We weten het – maar: we handelen er veel te vaak niet naar. We zakken af.

Dat zie je op het wereldtoneel: altijd weer die neiging om economie boven alles te plaatsen. Economische groei op numero één en milieu en gerechtigheid hobbelen daar achteraan of worden er zelfs de dupe van.

Dat zie je in het bedrijfsleven: winst maken gaat boven alles. De aandeelhouders moeten tevreden gesteld worden. De koersen moeten stijgen. Tot de zeepbel kapot knapt met alle sociale gevolgen van dien…

We zien het bovenal en in de eerste plaats in ons eigen leventje. Je zou maar eens moeten uitrekenen, hoeveel tijd je in de week besteedt aan wat je hebt. Aan je spulletjes – je hele hebben en houden. Vergelijk dat met de tijd, die je besteedt aan ‘wie je bent’. Tijd voor bezinning, tijd voor je relaties, tijd voor je kinderen, voor mensen in nood, voor je omgang met God. Dat zijn toch eigenlijk de dingen, die werkelijk van waarde zijn, niet waar?

Nou heb ík makkelijk praten. En het lijkt of Jezus makkelijk praten heeft. Jezus heeft geen bedrijf, waar hij zich voor meer dan 100 % voor moet inzetten. Jezus hoeft zich niet 36 uur per week in het zweet te werken om brood op te plank te krijgen voor zichzelf en zijn gezin. Jezus hoeft zich geen zorgen te maken over een huishouding, dat Hij draaiend moet houden. Hij hoeft niet te stofzuigen, de was niet te doen, het eten niet te koken. Jezus hoeft zich niet in te zetten op de werkvloer, omdat zijn baan anders op de tocht komt te staan. Jezus hoeft niet te blokken in de klas om zijn examen te halen.

Zo kun je toch makkelijk een oordeel vellen over de foute toonhoogte van een ander? Zo kun je je toch de luxe permitteren om je bezig te houden met hogere waarden en geestelijke zaken? Met je hoofd in de wolken, je blik op oneindig en je verstand op nul?

Maar wacht even! Zo begrijpen we Jezus’ woorden verkeerd. Nergens zegt Jezus dat onze aardse beslommeringen onbelangrijk zijn. Dat het leven op aarde niets is vergeleken met het hemelse of het ‘hiernamaals’. Dat aardse zaken Hem niets interesseren en dat we ons alleen moeten bekommeren om ons hemelse heil. Integendeel! Heel aards laat Jezus verlamden weer wandelen, laat Hij doven weer horen en maakt Hij blinden ziende. Hij geneest mensen, zodat ze weer gezond en wel kunnen rondlopen op de aardbodem en zelf hun brood kunnen verdienen. Hij lenigt aardse nood en Hij leert ons bidden om dagelijks brood. Zelfs de man, die vanmorgen bij Hem aanklopt om hulp, veroordeelt Hij niet. Ja, vanmorgen komt er iemand bij Hem met een vraag over… geld. Het zogenaamde aardse slijk komt ter sprake, als deze man Jezus hulp inroept voor een erfeniskwestie. ‘Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen’. Een opmerkelijk verzoek, zou je zeggen? Toch niet, als je weet, dat die vraag in die tijd wel vaker aan ‘meesters’, aan ‘rabbi’s’ werd gesteld. Erfenissen hebben namelijk alles te maken met de wetten van de Thora. En daarvoor moet je bij de rabbijn of de Schriftgeleerde zijn. Díe kan en wil je vertellen, hoe het zit en hoe het geregeld moet worden. Erfeniskwesties kunnen trouwens bijzonder vervelend zijn. Je zult maar in financiële problemen zitten, terwijl je broer er met de erfenis vandoor gaat. Alleen het gevoel al, dat jou onrecht wordt aangedaan! Dat kan aan je knagen. Het kan je leven vergallen. Van je familie moet je het hebben! Ik hoop niet dat je uit ervaring weet, hoe triest de situatie om een erfenis uit de hand kan lopen. Dus, rabbi, Jezus: Vel een oordeel! Geef uw uitspraak! ‘U moet het maar tegen mijn broer zeggen, dat hij de erfenis met mij moet delen!’.

Als je het goed bekijkt, veroordeelt Jezus deze hulpvraag niet. Hij wijst niet met het vingertje. Wat hij doet is een vraag stellen: ‘Wie heeft mij als rechter en bemiddelaar over jullie aangesteld?’. Het antwoord mag duidelijk zijn: het is God Zelf die Jezus ‘aangesteld’ heeft. Hij is door God gezonden, maar niet om voor rechter te spelen. Niet om te oordelen. Hij is gekomen om mensen in nood te helpen – namens God. Jezus wijst dus in zijn vraag naar boven. Naar God. Hij wijst dus niet het ‘hebben’ af, maar stemt het wel af op het ‘zijn’. Hij laat de man naar Boven kijken. Hij nodigt hem uit een toontje hoger te zingen. Vergeet niet, wie je bent. Besef wie je bent voor God. Dat is belangrijker dan wat je hebt of krijgen kunt.

In de gelijkenis stelt Jezus ons vervolgens aan iemand voor, die dát vergeet. Een rijk man, die geen raad weet met al zijn rijkdom. Hij heeft veel, maar wil meer… Meer graan, grotere schuren, meer rijkdom. Van hebben komt hebzucht. Meer willen hebben. Daarmee bezig zijn – dag en nacht. Rembrandt schilderde deze rijke man op onvergelijkelijke wijze. In de nacht zien we het schijnsel van een kaars, op zijn gezicht vallen. Ingespannen tuurt hij naar een muntstukje in zijn hand. Om zich heen staan allerlei werkschriften en kasboeken opgestapeld. Hij is bijna ingebouwd in wat hij heeft. Hij zit opgesloten in wat hij heeft. We horen hem in zichzelf mompelen. Maar liefst acht keer klinkt de eerste persoon enkelvoud: ‘ik, ik, ik’. Nog vier keer klinkt het woordje ‘mijn’: ‘mijn schuren, mijn graan, mijn goederen, mijn ziel’… Hij bouwt grotere schuren voor zijn bezittingen, maar heeft niet in de gaten, dat hij daarmee zichzelf aan het inmetselen is. Bij deze rijke man draait alles om hebben en houden. Daar zoekt hij zijn houvast. Daar verwacht hij zijn geluk en levensvreugde van. Hij vergeet zijn ware aard. Hij vergeet het ‘zijn’. Hij vergeet, wie hij is. Wie hij is ‘voor God’. Hij vergeet van wie hij zijn leven heeft ontvangen. Hij vergeet aan wie hij het eenmaal weer moet teruggeven. Hij vergeet aan wie hij het eenmaal moet verantwoorden. Hij leeft voor zichzelf. Hij leeft niet voor God. Zo is hij rijk wat betreft hebben, maar arm wat betreft zijn.  

‘Zijn gaat voor hebben’. Wie je bent is belangrijker dan wat je hebt. Geen nieuwe les. Wel een wijze les, die je telkens weer moet leren. Wij, dwazen, laten zo makkelijk de juiste toon vallen. Door alle beslommeringen van het leven zakken we af. We gaan vals zingen. Het is dus maar goed, dat we naar de kerk kunnen gaan. Om weer op toonhoogte te komen. De toonhoogte van wie we zijn voor God. Rijk door zijn genade. Rijk door Zijn zegeningen. Rijk door de liefde, die Hij ons betoont. Rijk door de vergeving in Jezus’ naam.

Elke zondag wordt ons de juiste toonhoogte aangereikt. Laten we proberen om die toon weer een paar dagen vast te houden. Als het even kan tot volgende week zondag. Dan is er weer een nieuwe repetitiebijeenkomst. Om weer opnieuw op toonhoogte te komen.