Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

WE ZIJN VAN HEM

 

Aangepaste kerkdienst op 22 maart 2020 (i.v.m. Coronacrisis)
Schriftlezing: Romeinen 14:1-12

Deze kerkdienst is te beluisteren en bekijken via kerkomroep.nl


"Niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand van ons sterft voor zichzelf. Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer. Want Christus is gestorven en weer tot leven
gekomen om te heersen over de doden en de levenden" (Romeinen 14:7-9)

---------------------------------------------------

 ·       Woord van welkom

·       Zingen: Psalm 42:1

·       Stilte, Onze Hulp en groet

·       Zingen: Psalm 42:7

·       Gebed om ontferming

·       Lied: Lied 547: 1, 2, 5 en 6 Met de boom des levens

·       Gebed om verlichting met de Heilige Geest

·       Schriftlezing (door lector): Romeinen 14:1-12

·       Ontsteken van de eerste kaars met bijbehorende woorden: Elkaar vasthouden

 

Crisis! Het woord klinkt ons bekend in de oren. We zitten middenin een crisis. Coronacrisis. Met het woord ‘crisis’ brengen we onze verwarring onder woorden. De ontwrichting van het maatschappelijk leven. Het op zijn kop staan van ons eigen leven. Het is opeens allemaal anders. Het is crisis. In het voorgelezen Bijbelgedeelte, Romeinen 14, klinkt het woord ‘crisis’ heel vaak. Het klinkt door in het woord, dat in onze nieuwe Bijbelvertaling weergegeven wordt met ‘oordeel’. In de christelijke kerk van Rome is het ‘crisis’ omdat gemeenteleden een crisis, een oordeel, vellen over anderen. Letterlijk betekent het woord ‘crisis’ zo iets als ‘scheiding, ‘tweespalt’, ‘verdeeldheid’. Dat gebeurt als de één tegen de ander zegt: ‘Jij bent niet goed bezig. Jij doet het helemaal verkeerd. Jij past dus niet meer in mijn straatje. Ik wil niets meer met jou te maken hebben’. Zo krijg je de crisis van verdeeldheid. Je krijgt groepsvorming. ‘Ik’ tegenover ‘jij’. ‘Wij’ tegenover ‘zij’. ‘Welles’ tegenover ‘nietes’. In de gemeente van Rome gaat dat over vlees eten, wijn drinken en al dan niet bepaalde dagen vieren. Sommigen vinden dat het moet. Anderen vinden dat het niet mag. En voor je het weet, ligt de boel uit elkaar. Dan krijg je hete hoofden en koude harten.

Ook onze Coronacrisis drijft mensen uit elkaar. Letterlijk. Je kunt niet meer zo maar bij elkaar op bezoek. Je moet – letterlijk – afstand van elkaar houden. Geen handdruk, geen arm om je schouder. Geen kus voor je moeder in het ziekenhuis of je partner in het verpleeghuis. Gelukkig zijn we creatief om déze crisis te bestrijden. De mensen in de zorg zijn dag en nacht in touw. We kunnen zelf een kaartje, een mailtje, een appje sturen. We leggen contact via een telefoontje. We dragen elkaar goede ideeën aan. Zo doen we mee aan de bestrijding van de crisis. Zo houden we elkaar vast.

Maar niet alleen letterlijk, ook figuurlijk dreigt de crisis. De één vindt dat de ander de ernst van de situatie niet goed inziet. De één gaat er in de ogen van de ander te makkelijk mee om. Of die ander vindt dat de één alles te somber inziet en te rigoureus te werk gaat. Voor je het weet, heb je er een crisis bij: onderlinge verdeeldheid. We dreigen één voor één en ongeborgen elkaar in de kou te laten staan.

Wat Paulus de christenen in Rome voorhoudt is: ‘Wij zijn allemaal van de HEER’. We zijn als huisknechten in Zijn dienst. Hij is onze eigenaar. Hij heeft – als Schepper - ons gemaakt. Hij heeft – als Verlosser - ons gekocht. Hij heeft – als HEER – ons in dienst genomen. Hij heeft dus ook het recht om ons te beoordelen. We zijn aan Hem, Hem alleen, verantwoording schuldig. Als wij naar eer en geweten handelen, is Hij de Enige die het over ons te zeggen heeft. Dus: zoek je weg in verbondenheid met Hem. Bid Hem om wijsheid. Gebruik je verstand, je talenten, de mogelijkheden die God je geeft. Spreek daarover met elkaar. Verschil desnoods met elkaar van mening. Maar zeg aan het eind van zo’n gesprek: en toch horen we bij elkaar. Want we horen allebei bij Hem, bij die ene HEER. ‘We zijn van Hem’. Dus houden we elkaar vast.

We ontsteken ons licht aan Hét Licht,

dat ons aanstoot in de morgen.

We bidden dat wij niet uit elkaars genade vallen,

doelloos en onvindbaar zijn.

‘Licht overdek mij, vuur mij aan’.


·       Zingen: Lied 601:1

·       Ontsteken van de tweede kaars met bijbehorende woorden: Met elkaar gedenken

 

We gedenken vandaag de ‘zwarte dag’. Op 22 maart 1945, 75 jaar geleden, werd Nijverdal gebombardeerd. Bij dit en andere bombardementen verloren 85 plaatsgenoten het leven. Het bombardement werd uitgevoerd door Amerikaanse bommenwerpers. Het was gericht tegen de spoorlijn, die door de Duitsers werd gebruikt als aanvoerlijn. Bovendien was er een grote munitieopslag ingericht in de school aan de Grotestraat naast de huidige Regenboogkerk. Verder was een verbindingscentrale het doelwit. Nijverdal was zwaar getroffen in het hart. Het gehele centrum lag in puin.

Vandaag ‘gedenken’ wij. Wij denken terug aan deze ‘zwarte dag’. Er zijn ouderen onder ons die het hebben meegemaakt. Ze voelen nog de doffe dreunen, de luchtdruk van de ontploffingen. Ze ruiken nog de geur van dood en verderf. Ze zien nog steeds de verwoesting. Ze horen het hartverscheurend geschreeuw in hun oren. Zij lijden nog altijd onder het verlies van geliefden, vrienden, familieleden.

Ook de kerk werd in die dagen getroffen. Letterlijk raakte onze Regenboogkerk beschadigd. Ook toen was het, net als vandaag, niet zo maar mogelijk om bij elkaar te komen. Bombardementen en vooral ook razzia’s maakten het doorgaan van kerkdiensten riskant. Ook toen zocht men naar creatieve oplossingen. Je kon op zondag naar het veiliger Hellendoorn ter kerke. Kerkdiensten werden bijvoorbeeld ook gehouden op de deel van boerderij Hoekjen.

In de dagen na het bombardement moesten de doden begraven worden. Dominee Hijmans vertelt dat hij – samen met hulpprediker Ris - 23 begrafenissen moest leiden in een paar dagen. Zijn collega, dominee Glashouwer, zat in de gevangenis. Of die er levend uit zou komen was hoogst onzeker. Op  zondag na de zwarte dag, preekte Hijmans over deze woorden uit Romeinen 14: ‘Hetzij wij leven, hetzij wij sterven, wij zijn van de Heer’.

Gedenken betekent ook: Gods grote daden gedenken. In deze veertigdagentijd leven we toe naar Goede Vrijdag en Pasen. We gedenken hoe Jezus Christus in Gods Naam voor ons is gestorven aan het kruis. We gaan gedenken dat Hij is opgestaan op Pasen. Hij heeft ons verlost van de schuld. Hij heeft ons bevrijd van de dood. Hij kan en wil ons het eeuwig leven geven. Leven dat niet stuk te krijgen is. Leven door de dood heen. Dat wij ‘van de HEER zijn’ betekent dus dat wij ALTIJD van de HEER zijn. Gods eigendom in leven én in sterven, in tijd én eeuwigheid. In dat geloof mogen we verder kijken dan de dood. De dood is niet het einde. Voor wie gelooft is de dood de doorgang tot het leven. Die hoop verenigt ons, levenden, met onze gestorven broeders en zusters. Met allen die ons zijn voorgegaan zijn we van Hem. Altijd.

Op d’n deel bij de boerderij van Hoekjen werd op de zondag na het bombardement ook een kerkdienst gehouden. Eén van onze oudste gemeenteleden, meneer den Ouden, heeft dat bewust meegemaakt. Hij wist zelfs nog te vertellen waar de preek over ging: Psalm 27.

 

De HEER is ons licht en ons heil.

Zijn licht dooft niet,

dus waar is het duister dat mij onheil baart?’.

Zijn heil mogen wij met opgeheven hoofd verwachten.

Daarom hebben wij altijd goede moed.

Of we nu leven, of dat wij sterven:

Hij is getrouw, de bron van alle goed



·       Zingen: Psalm 27: 1 en 7

·       Ontsteken van de derde kaars met bijbehorende woorden: Elkaar bemoedigen:

 

‘Laten we vooral kalm blijven’. Vele malen klonk in de afgelopen tijd deze goede raad. Té vaak. Het klonk niet altijd vastberaden. Hoe kun je ook kalm blijven, als de toekomst onzeker is? Als je niet weet wat er te gebeuren staat. We maken met z’n allen iets mee, wat we nog nooit hebben meegemaakt. Deze Coronacrisis is zó totaal onverwacht. Het overvalt ons. Het is een onzichtbare, ongrijpbare vijand. Dus vermoed je hem op iedere hoek van de straat. Hij kan je te pakken nemen in iedereen die binnen anderhalve meter van jou zijn neus snuit. Niemand weet precies hoe sterk deze vijand is. Niemand heeft nog het juiste wapen in handen om hem te bestrijden. Wetenschappers zitten nog met de handen in het haar.

Onzichtbaar. Ongrijpbaar. Voorlopig onaantastbaar woedt het virus voort. Dus sluipt de angst binnen. Je bent bang voor je eigen gezondheid en misschien nog wel meer voor die van anderen. Je oude kwetsbare vader. Je nichtje met haar zwakke longen. Je broer met suikerziekte. Je kinderen en kleinkinderen. ‘Geef mij je angst’, zingt het liedje. Maar wie ben jij dat je mijn angst kunt wegnemen? Angst voor het verdere leven. Angst voor pijn. Angst om te sterven.

Ook in de antieke wereld, waarin de Romeinse christenen leven, was de angst reëel. Met de veel gebrekkiger gezondheidszorg en veel mindere medische kennis kon elke ziekte dodelijk zijn. Overal lag de dood op de loer. Men voelde zich omringd door duistere machten, sterker dan jezelf. Mensen zochten hun heil daarom in allerlei middeltjes. ‘Je moet geen vlees meer eten – daar krijg je wat van’, zei iemand. ‘Je moet één dag in de maand niet werken’, zei een ander. ‘Dat is een ongeluksdag’. Zo iets als ‘vrijdag de dertiende’. Maar wat doe je met zulke adviezen, als je eenmaal christen bent geworden? Is het dan allemaal onzin? Is het bijgeloof, dat je hebt meegekregen uit je oude heidense leven? Kun je dat zo maar overboord zetten? Paulus zegt: ‘Laten we elkaar er niet om veroordelen. Laten we elkaar vooral vasthouden. Laten we samen Gods grote daden gedenken. Jezus Christus heeft de dood overwonnen. Laten we daarom bedenken: ‘Wij zijn altijd van de HEER’. Hem behoren wij toe. Met Hem zijn wij verbonden. De band met God kan niets of niemand verbreken. Dood noch leven. Machten noch krachten. Die band met God bindt ons samen.

 

‘Kalm blijven?’ Dat kan alleen als de toekomst zeker is.

‘Geef mij je angst?’ Dat kan alleen iemand zeggen die de angst de baas is.

Iemand, die eeuwige armen heeft, die onder jou zijn, om je op te vangen.

Als je daarop vertrouwen kunt, verdwijnt de angst. Dan komt er ruimte voor moed en hoop.

Een licht van vreugde straalt je tegemoet.

Het licht van de HEER

die met vleugels van liefde

ook jou omringt.

 

·       Zingen: Lied 910: 1, 2, 3 en 4 Soms groet een licht van vreugde…

·       Voorbeden, dankgebed en onze Vader

·       Toelichting bij de collecte

·       Slotzang: Lied 904: 1 en 3 Beveel gerust uw wegen

·       Zegen gevolgd door gezongen Amen door gemeente.