Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART

WE ZIJN ER BIJNA....

Kerkdienst op zondag 11 november 2018
We zijn in deze dienst verbonden met Oegandese christenen

Lezingen: Micha 6:6-8 en Marcus 12:28-34

geluidsopname

“Jezus vond dat hij verstandig had geantwoord en zei tegen hem: ‘U bent niet ver van het koninkrijk van God.’ (Marcus 12:34a)

 

De uitdrukking ‘we zijn er bijna’ is er zo één als ‘het glas is half vol’. Of ‘half leeg’. Ik bedoel: ‘We zijn er bijna’ klinkt mooi. Maar we voegen er meestal aan toe ‘maar nog niet helemaal’. ‘Bijna’ is nog niet ‘helemaal’. Dus, vragen wij ons vandaag af: ‘Wat bedoelt Jezus? Wat wil Hij zijn gesprekspartner duidelijk maken? Is het glas half vol of half leeg? Is hij er bijna (nog even volhouden). Of is hij er nog niet helemaal en misschien wel NOOIT helemaal, dus helemaal NIET.

Het gesprek gaat over een bekend onderwerp. Een onderwerp dat de tongen telkens weer in beroering brengt. Het speelt een prominente rol niet alleen in gesprekken. Ook in geschriften, boeken, liederen, muziekstukken. Misschien is het ook een onderwerp, waarvan wij denken: gaat het daar nu al weer over? Dat weten we nou wel. Het gaat over: liefde.

Ja, daar gaat het in de kerk vaak over. En niet alleen in de kerk. Ook buiten de kerk. Ik denk dat je kunt zeggen, dat vrijwel ieder mens, elke wereldburger wel over liefde nadenkt. Van welke religie of levensovertuiging je ook bent. Christenen, Joden, moslims, boeddhisten, Hindoeïsten, atheïsten, gelovigen of ongelovigen. We denken er niet alleen over, we hebben het er ook met elkaar over. We hebben er mee te maken.

Dat vind ik – als gelovig mens – niet zo vreemd. De mens is door God zó geschapen, dat hij of zij niet zonder liefde kán. Het begon op de zesde dag van de schepping. De Schepper schiep niet één maar TWEE mensen. Een man en een vrouw. Een pool en een tegenpool. Een mens en een partner. Om elkaar tot hulp te zijn. Om elkaar aan te vullen. Om elkaar – daar heb je het: lief te hebben.

Vandaar dat Marlène Dietrich zong: ‘Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt‘. Vandaar dat de Beatles een grote hit hadden met ‘All you need is love’. Vandaar dat de liefde wijd en wijd bejubeld en bezongen wordt als het mooiste wat een mens kan overkomen.

Zo vallen we midden in het gesprek van Jezus met een Schriftgeleerde. Deze gesprekken verlopen meestal niet liefdevol. Integendeel. Het zijn twistgesprekken. Strijdgesprekken. De Schriftgeleerden proberen Jezus erin te laten lopen. Door Hem dingen te laten zeggen waarop ze Hem kunnen pakken. Letterlijk. Veel Schriftgeleerden zijn erop uit om Jezus uit de weg te ruimen. Niet lang ná dit gesprek wordt Jezus inderdaad gevangen genomen. De intocht in Jeruzalem heeft plaats gevonden. Palmzondag is al geweest. Dit is het begin van de Stille week, die eindigt op Goede Vrijdag en Stille Zaterdag. Bij kruis en graf.

Des te bijzonder dat dit gesprek zo goed en harmonieus verloopt. De Schriftgeleerde komt bij Jezus met een vraag, die een belangstellende vraag lijkt te zijn. Zo lijkt het in het evangelie van Marcus. In het parallelle Bijbelgedeelte in Matteüs schrijft Matteüs erbij, dat ook deze Schriftgeleerde kwade bijbedoelingen had. Hij wil met zijn vraag Jezus op de proef stellen. Testen. Uitproberen, uitlokken. Maar laten we hem – met Marcus – toch eerst even zonder vooroordeel bekijken. Zijn vraag is: ‘Wat is het eerste gebod?’. Dat is geen onfatsoenlijke vraag. Het is een vraag die in die tijd vaker werd gesteld. Je zou hooguit kunnen zeggen: het is ook geen moeilijk vraag. De Schriftgeleerde vraagt wel heel opzichtig naar de bekende weg. Wat is het eerste gebod? Wat is het belangrijkste dat God van ons vraagt? Wat is de samenvatting van al de geboden en verboden die in de Bijbel staan? Het antwoord ligt voor de hand. Het antwoord dat Jezus geeft is in één woord: liefde. In wat meer woorden: het zinnetje dat bij alle Joden toen en u tot op de dag van vandaag vóór in de mond ligt. Het is de Joodse geloofsbelijdenis. Het zogenaamde ‘sjema’. Genoemd naar het eerste Hebreeuwse woord: Sjema – ‘Luister, Israël! De HEER onze God is de enige HEER. Heb de HEER, uw God lief….’. Veel Joden spreken dat zinnetje minstens twee keer per dag uit. Hun leven lang. Bij voorkeur tot de laatste ademtocht. Het is een voorrecht om met deze woorden op de lippen te sterven. Het is er bij hen dus ingebakken. En Jezus gaat er als vanzelfsprekend in mee. Onlosmakelijk verbonden met Zijn volk, met Israël.

Ze zijn het dus eens, die twee. De Schriftgeleerde uit Jeruzalem en de Rabbi uit Nazareth. Ook als Jezus er nog een zinnetje aan toevoegt. De Schriftgeleerde vraag om één antwoord, één grootste gebod. Hij krijgt er gratis nog een tweede bij. Onlosmakelijk verbonden met het eerste. In één adem voegt Jezus het zinnetje toe: ‘U zult uw naaste liefhebben als uzelf’. Ook dat is niet nieuw. Het is ook een zinnetje uit de Bijbel, uit Leviticus 19 om precies te zijn. Jezus zet twee geboden achter elkaar: God liefhebben, je naaste liefhebben. Dat zijn één en twee. Of als je wilt: drie geboden. God liefhebben, je naaste liefhebben en jezelf liefhebben. Met dat laatste is ook niets mis. Wie zichzelf niet liefheeft, kan een ander niet liefhebben. Een ander accepteren begint met jezelf accepteren. Dat zal elke psycholoog tegenwoordig beamen. Dus kijk eens hoe modern die oude Bijbelse woorden eigenlijk zijn. En dat is - al weer – geen wonder. Want – nogmaals – op liefde is een mens gebouwd. Geen mens kan zonder liefde.

Hè, hè, eindelijk: Ze zijn het dus eens een keer roerend met elkaar eens: Jezus en de Schriftgeleerde. De Schriftgeleerde herhaalt nog een keer in eigen, iets andere woorden het antwoord dat Jezus geeft. Hij zet er een dikke streep onder. Liefhebben gaat boven alles. Daar zijn niet alleen deze twee, daar zijn wij het dus met elkaar over eens. Wij – mensen. Wij, 17 miljoen Nederlanders. Wij – 7 miljard wereldburgers. Rijk of arm, blank of zwart, gelovig of ongelovig. Nederlanders of Oegandezen. ‘Love is all’. Liefde staat boven alles. Als je geen liefde hebt voor elkaar, vallen dromen in duigen.

We zijn het eens, dus zijn we er bijna. ‘U bent niet ver van het koninkrijk van God’, zegt Jezus. U, jij, ik, wij zijn er bijna! Laten we eerst maar eens genieten van dit ‘half volle glas’. Jezus geeft de Schriftgeleerde een compliment. En daarmee ons: je hebt het begrepen. Heel goed begrepen. Dat het in de wereld niet gaat om geld, macht of welvaart bij elkaar schrapen. Het gaat om liefhebben. Ieder mens voelt diep in zijn hart de behoefte aan liefde. Ieder mens heeft ook diep in zijn hart een stemmetje dat zegt: ‘Je zult liefhebben’. Daarop kunnen we onze wereld bouwen, elkaar op aanspreken. Liefde…

We zijn niet ver van het Koninkrijk, zoals God het bedoelt. We zijn er bijna (halfvol). Maar helaas (half leeg): nog niet helemaal. Vandaag, 11 november 2018, is het honderd jaar geleden dat de eerste wereldoorlog eindigde. Eén van de meest gruwelijke oorlogen. Het begin van 100 jaar vol bloedvergieten, haat en nijd. Deze week is het 80 jaar geleden dat in Duitsland de Kristallnacht plaats vond. Begin van de Holocaust, de moord op zes miljoen Joden. En het is 30 jaar geleden dat de Berlijnse muur viel – het einde van de verschrikkingen van communistische dictatuur. We zijn er nog niet. Nog helemaal niet. Liefde is helaas vaak ver te zoeken. En toch: we zijn dichtbij. Want we weten wat ons te doen staat. ‘Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de HEER van je wil’, zegt de profeet Micha: ‘Niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God’. Liefhebben is niet moeilijk. Ieder mens kan het. Vandaag, 11 november, is het ook de gedenkdag van Sint Maarten – de man die zijn mantel deelde met een bedelaar. Vandaag weten we ons ook verbonden met de Oegandese mama Margaret Kasumba Abuoli. Zij overleed een jaar geleden. Ze was in haar dorp Nyantabooma en bron van liefde. Steun en toeverlaat voor veel mensen.

Vandaag en elke dag weten we ons verbonden met Jezus Christus, onze HEER. Die voor ons Zijn leven gaf. Die zich opofferde om ons te verzoenen met God. Uit liefde kwam Hij aan het kruis. Het is voor ons maar één stap om Hem te aanvaarden als onze HEER. Ja, we zijn er bijna. Als we Hem volgen op de weg van de liefde komen we er helemaal.

Amen.