Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

Vreugde der Wet
Verkondiging op zondag 2 oktober 2022
Israëlzondag

De Regenboog te Nijverdal

Schriftlezingen: Psalm 119:105-112 en Matteüs 11:25-30


“Kom allen bij mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan: Ik zal jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.” (Matteüs 11:28-30)

Om te beginnen moet ik wat opbiechten. Afgelopen woensdag viel er bij ons een vervelend briefje door de brievenbus. Een briefje uit Duitsland. We krijgen niet elke dag post uit Duitsland. Dus – nieuwsgierig als ik ben – maakte ik de brief direct open. Het was een officieel schrijven. Van het ‘Regierungspräsidium Karlsruhe Zentrale Bussgeldstelle’. De lettertjes – in redelijk Nederlands – maakten duidelijk waar de brief voor was. Je raadt het al: mij werd een boete opgelegd. Een boete voor een in Duitsland gepleegde verkeersovertreding. Op 8 augustus om 12 uur 58 op de snelweg tussen Würzburg en Ulm had onze auto 10 kilometer te snel gereden. 110 in plaats van de toegestane 100 kilometer per uur. Even dacht ik nog: klopt de datum wel? Maar terugdenkend moest ik toegeven: op 8 augustus waren mijn vrouw en ik op weg naar ons vakantieadres in Oostenrijk. Ook de foute gedachte ‘het zal toch vast en zeker mijn vrouw achter het stuur zijn geweest’ moest ik direct uit mijn hoofd zetten. Op een klein vaag fotootje was duidelijk te zien, dat ondergetekende tijdens het delict de bestuurder was. Eén ding viel gelukkig mee: de hoogte van de boete. Die was bij langen na niet zo als je in Nederland zou krijgen. Paragraaf 56 van de Duitse Wet op de Overtredingen legt voor een dergelijk licht vergrijp een geldboete op van: 20 euro.

Zo zijn de regels in Duitsland. Als je die regels overtreedt, krijg je een boete opgelegd. Dat is in de verkeerswet vastgelegd. Ik heb eerst even gebaald. Daarna direct betaald. Regels zijn nu eenmaal regels. Leuker kunnen ze het niet maken. Wat ik vanzelfsprekend niet heb gemaakt is een rondedansje door de kamer. Integendeel. Wetten en regels zijn vervelend. Regels zijn vaak best wel nuttig, maar zeker niet prettig. Noodzakelijk kwaad. Ze geven je geen plezier. Ze zijn geen reden tot vreugde.

Of wel? Vandaag hebben we het over ‘vreugde der wet’. Het Joodse feest dat de Joden over een paar weken vieren. In het Hebreeuws Simchat Thora. Dan wordt het weer een vrolijk boel in de sjoel. Dansende mannen en vrouwen, dansende kinderen, feest in de synagoge. Alles rondom: de Thora, als vreugdevol middelpunt. We hebben vanmorgen een klein stukje uit Psalm 119 gelezen. Gelukkig niet de hele Psalm, denk je dan. Het langste hoofdstuk, de langste Psalm uit de Bijbel. In onze Bijbelvertaling 176 verzen lang. Helemaal gewijd aan de Thora. Eén enthousiaste lofzang op Gods wet. Hoe lief heb ik uw wet. ‘Uw richtlijnen zijn mijn eeuwig bezit. Ze zijn de vreugde van mijn hart’, klinkt het in vers 111. Die vreugde van mijn hart komt op Simchat Thora tot uitbarsting in een dansende menigte. De wetsrollen worden uit de kast gehaald. Iedereen gaat vrolijk uit zijn dak. Er zijn weinig dagen vreugdevoller dan deze dag. Hoe bestaat het? Hoe kun je nu vrolijk zijn over de wet? Wie had überhaupt gedacht dat het Joodse geloof zo vrolijk kan zijn? Wellicht ben je, net als ik, opgevoed met het idee dat het geloof van Israël een soort ‘zwartekousenkerk’-geloof is. Orthodoxe Joden hebben zelfs méér zwart om hun lijf dan alleen hun kousen. Centraal in de Joodse religie staat dus die wet. Alle mogelijke regeltjes en wetten die uiteindelijk gebaseerd zijn op de eerste vijf boeken van ons oude testament. Wij kennen allemaal natuurlijk de tien geboden - daar hebben wij onze handen al vol aan. Volgens de Joden komen er niet minder dan 613 ge- en verboden rechtstreeks uit de Bijbel. Daaromheen staan weer talloze andere wetjes en regeltjes. Letterlijk staan ze in de Joodse geschriften Talmoed en Mishna als een hek rondom de tuin. Om maar te voorkomen dat je de wetten en regels overtreedt. Het Joodse geloof associëren wij ook nog eens met de verhalen uit het Nieuwe Testament. Over Farizeeën en Schriftgeleerden. Lag Jezus niet voortdurend in de clinch met deze letterknechten? Juist omdat ze – zoals Jezus ergens zegt – ‘alle voorschriften tot een zware last bundelen en die op de schouders van de mensen leggen’. 

De Wet als een ‘zware last’, als een ‘juk’. Zoals je weet is een juk een zware houten balk die op de rug van een os wordt gelegd. Of meestal op de rug van twee ossen, die door die ene balk met elkaar verbonden worden. Aan die houten balk worden de riemen en touwen vastgesjord. Daarmee moeten de beesten de kar of de ploeg trekken. Niet alleen trekdieren krijgen een juk opgelegd. Ook krijgsgevangenen van onderworpen volkeren krijgen zo’n juk op hun schouders. Slaven moeten daarmee zware lasten trekken. Een juk is een zware last. En – leuker kunnen ze het niet maken – in Joodse geschriften wordt de wet vergeleken met zo’n juk. Wie zich houdt aan de geboden maakt het zich niet makkelijk. Die neemt volgens de rabbijnen het juk van de Wet op zich. Of ‘het juk van Gods Koninkrijk’. Je krijgt de zware taak op je van gehoorzaamheid. Doen wat God van je vraagt. Met alle punten en komma’s, tittels en jota’s. Als je deel wilt uitmaken van Gods volk Israël, moet je je houden aan alle wetten en regels die daarbij horen. En dat is zwaar. Loodzwaar. Dat kan op je gaan drukken. Daar kun je zelfs onder bezwijken. Jezus bedoelt dat in Matteüs 11, als Hij spreekt tot ‘allen die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan’. Die woorden van Jezus worden bij ons vaak gebruikt voor mensen die aan het einde van hun leven zijn gekomen. Of als tekst bij de preek in een uitvaartdienst. Ik heb ze zelf ook vaak zo gebruikt. Daar is natuurlijk niks mis mee. Hoe mooi, troostrijk is het als je dan de woorden van Jezus mag horen: ‘Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven’. Wat een troost dat je bij Jezus al je lasten mag afleggen. Aan het einde van het leven. Maar ook bijvoorbeeld aan het einde van elke dag, voordat je gaat slapen. Je zorgen aan Hem overgeven. Als je dát kunt, kom je echt tot rust. Maar deze woorden van Jezus gaan in de eerste plaats over de zware last van de Wet. Hoe dát op je kan drukken. Zoals de ‘eenvoudige mensen’ van zijn tijd, waar Jezus tegen spreekt. De mensen die door de geestelijke elite met de nek werden aangekeken. Als mensen die de wet niet kennen. En hoeveel mensen zijn er niet in onze tijd, die ‘de wet niet kennen’. Mensen die bezwijken onder wet en regelgeving. Die door de bomen van de bureaucratie het bos niet meer zien. Die soms letterlijk jaren moeten boeten, omdat ze een formuliertje niet goed hebben ingevuld. Slachtoffers van de toeslagenaffaire of van andere ambtelijke molens. Maar ik denk ook aan mensen die het gevoel hebben dat ze altijd tekort schieten. Die niet mee kunnen komen met de eisen die de harde maatschappij aan hen stelt. Of zij die door strenge geloofsopvoeding het idee kregen dat de hemelse Rechter hen nooit goed genoeg vindt. Zij die zich altijd schuldig voelen tegenover God. Omdat ze nooit kunnen voldoen aan Zijn hoge eisen.

Die mensen mogen zich aangesproken weten door de woorden van Jezus. Zij krijgen de uitnodiging van de HEER om tot Hem te komen. Zij zijn in de eerste plaats de vermoeiden en belasten die Jezus bedoelt.

En wat biedt Jezus hen dan? Dat valt op het eerste gezicht tegen. Jezus zegt: ‘Neem mijn juk op je en leer van Mij’. We worden dus niet verlost van een zware last. We krijgen er ééntje bij. Het juk van Jezus. De last die Hij ons oplegt. We worden opgeroepen om Zijn leerling te worden: ‘leer van Mij’. En – vergis je niet – de eisen die Jezus stelt, de wetten en regels van Zijn Koninkrijk, zijn zeker niet minder dan de regels die aan het Joodse volk zijn opgelegd. Enkele hoofdstukken eerder heeft Matteüs de Bergrede beschreven. Hij vertelt daar hoe Jezus de wet uitlegt. Dan maakt Hij het zeker niet makkelijker. Hij vraagt ons om niet alleen onze naaste maar zelfs onze vijand lief te hebben. Hij roept ons op om niet 7 maar zeventig maal zeven maal onze schuldenaren te vergeven. Hij eist van ons niet slechts dat we in onze daden, maar ook in onze woorden, ja zelfs in ons hart, heilig zullen leven. Ga er maar aan staan! Het juk dat Jezus zijn volgelingen oplegt, lijkt veel zwaarder. Zijn last lijkt nog veel groter. Het is het juk en de last van het kruis, dat Hij ons oplegt. Het kruis van zachtmoedigheid, zelfverloochening, jezelf vernederen. Hoe kan Jezus dat juk zacht en die last licht noemen? Hoe kan Jezus’ wet ons rust geven? Hoe kunnen wij ooit komen tot ‘vreugde der wet’.

Laten we dan goed bedenken, dat het woordje ‘wet’ ons op een dwaalspoor brengt. De Joden noemen hun feest ‘simchat thora’. Vreugde over de Thora. En ‘Thora’ betekent veel meer dan ‘wet’. Het is de naam voor het eerste gedeelte van de Hebreeuwse bijbel, ons oude Testament. Het zijn niet alleen die 613 wetten en regels. Het bevat de geschiedenis van Gods trouw van begin tot eind, van einde tot begin. Op de dag van ‘Simchat Thora’ is iets bijzonders aan de hand. Elke week wordt er op sabbath in de synagoge een stukje gelezen uit de Thora. Van Genesis, via Exodus, Leviticus en Numeri tot Deuteronomium. Die Bijbelboeken zijn in de Joodse traditie verdeeld in 52 stukken. Voor elke week, elke Sabbat één stuk. Uitgerekend op Simchat Thora is de omslag. De laatste woorden van Deuteronomium worden gelezen. En de eerste woorden van Genesis. Het boek Deuteronomium eindigt met het verhaal over de dood van Mozes. Of beter: met de begrafenis van Mozes. Een heel speciale begrafenis. Het graf van Mozes is nooit op aarde teruggevonden, want – zo lezen we in Deuteronomium 34 – ‘de HEER begroef hem’. Eigenhandig ontfermt de HEER zich over zijn trouwe dienaar Mozes. Hij laat hem niet los, zelfs niet in de dood. Daarmee besluit het boek Deuteronomium. Dat is het slot van de Thora. Als deze woorden over het einde gelezen zijn, klinken daarna meteen de woorden uit Genesis 1 in de synagoge. Iemand mag voorlezen – ‘beresjit bara elohim…’. “In het begin schiep God de hemel en de aarde… God zij: Er zij licht en er was licht – de eerste dag’. Zo eindigt de Thora met levenseinde. Zo begint de Thora met levensbegin. En al die wetten en regels staan ertussen in. Als opgave voor de mens. Als oproep om die grote twee regels, samenvatting van al Gods wetten, om de grondwet van Gods Koninkrijk, te eerbiedigen. De grondwet van de liefde. ‘De HEER liefhebben boven alles en je naaste als jezelf’.

Is dat zwaar? Is dat niet loodzwaar om daaruit te leven? Jezus zegt: als je tot Mij komt en van Mij leert, zul je merken dat het juk zacht en de last licht is’. Bedenk dan even wat een juk ook weer is. Het juk werd vooral gebruikt om twee trekdieren met elkaar te verbinden. Zo kunnen ze samen de kar trekken. Dat bedoelt Jezus als Hij zegt: ‘Kom bij Mij en neem mijn juk op je’. Het juk van Jezus. Het juk verbindt jou met Jezus. Samen met Hem trek je het leven door. In het geloof dat de allerzwaarste last, het allergrootste juk, het zware kruis van Golgotha, al door Hem gedragen is. In het vertrouwen dat je daarom van het einde weer in het begin belandt. Door de dood naar het leven. Dat je met Jezus altijd weer een nieuw begin mag maken. Met een schone lei. Eenmaal, vermoeid en belast, mag je met Mozes Gods beloofde land bereiken. Daar mag je dansen en zingen, ‘vreugde der wet’ vieren, in het nieuwe Jeruzalem.