Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART

Verleidelijk!

Zondag 12 november 2017
Aangepaste kerkdienst met en door de Spilgroep van 'Ons Tweede Thuis'


De opname van deze kerkdienst



Schriftlezingen: Matteüs 4:1-11 - de verzoeking in de woestijn

Als het gaat om verleidingen moet ik iets vertellen, waar ik liever niet over praat. Ik moet jullie vertellen over mijn gebit. Ik heb geen mooi gebit. Ik heb altijd mijn tanden goed gepoetst, een paar keer per dag, maar dat heeft niet veel geholpen. Ik heb al heel wat keren pijn moeten lijden in de tandartsstoel. Telkens weer: gaatjes! In mijn mond heb ik dus heel wat vullingen zitten. Maar misschien wel het ergste zit vooraan in mijn mond. Dat is een tand die helemaal scheef staat. Wil iemand het zien? Het is deze tand, zie je wel? Die tand staat al heel lang zo scheef. Het is een verhaal van lang geleden, waar ik aan herinnerd wordt door deze scheve tand. Lang geleden, toen Hans nog een Hansje was. Ik zat in de vierde klas van de lagere school. Groep 6 van de basisschool. Ik was een mager jongetje, maar wel lang! Een lang slungeltje dus. Ik zag er niet sterk uit. Niemand was bang voor mij. Dat geeft niet, maar op een dag was het wel jammer. Het was in de winter. We waren op school. In het speelkwartier mochten we altijd naar buiten. Het schoolplein op. Een groot schoolplein met een paar hele grote prachtige kastanjebomen. Maar die waren kaal. Het was erg koud. Het vroor. Maar toch wilden wij graag naar buiten, want: het had gesneeuwd! Dus konden we buiten sneeuwballen gooien, al mocht dat niet van de meester. Wat we ook deden was glijbanen maken. Weet je hoe dat moet? Dat kun je het beste doen als er vers sneeuw gevallen is. Dan stamp je met je voeten de sneeuw plat. Als je dat met elkaar doet, gaat het best snel. Ik en mijn vriendjes gingen ermee aan de slag. Het werd een prachtige glijbaan van wel een meter of vijf lang. Eerst plat stampen met je voeten. Dan met je handen glad wrijven en dan: voorzichtig glijden maar! Met je ene voeten schuin naar voren en met je andere voet afzetten. Het ging geweldig goed. We hadden een lol! 
Maar toen kwamen er een paar jongens uit klas 6 (groep 8). Een stuk ouder dan wij, dus ook een stuk sterker. Wat doen ze? Ze pikken onze glijbaan in! Ze gaan er gewoon voor staan en laten ons er niet langs. Ik heb nog wel geprobeerd om er langs te glippen, maar ze houden ons tegen met hun sterkere armen. Dus druipen wij af. Teleurgesteld. Boos. We gingen expres naast de glijbaan staan. Niet al te dichtbij natuurlijk… En als ik zie hoe leuk die grote jongens aan het glijden zijn op ONZE glijbaan. Bah… Hoe langer ik er sta, des te BOZER ik werd. 
En toen kwam er een boze gedachte in me op. Je weet wel: zo’n stemmetje van binnen…. Zo’n verleidelijk stemmetje… Het zegt: ‘Doe het maar! Je kunt het!’ Eerst blijf ik nog staan. Maar dan klinkt het nog eens: ‘Toe nou maar… Niet zo bang zijn…’. Eén van de grote jongens op onze glijbaan neemt een aanloop, zet zijn voet schuin naar voren, begint te glijden. En dan kan ik de verleiding niet weerstaan. Ik kan geen ‘nee’ meer zeggen tegen dat stemmetje in mijn hoofd. Dus doe ik een stap naar voren en steek even mijn lange been uit…. Pats! Precies raak. De grote jongen struikelt en ligt languit op de grond.
‘Ha, net goed!’, roep ik. ‘Jullie moeten van onze glijbaan afblijven!’. Maar dan schrik ik. De grote jongen staat op, veegt de sneeuw van zijn voeten en zijn jas en komt met grote stappen op me af. Ik wil wegrennen, maar het is al te laat: Boem! Een rechtse directe precies op mijn mond… Au… Ik voel het nog… Ik kijk in mijn handschoen. Rood van het bloed… Ik doe mijn handschoen uit en voel aan mijn mond. Au, mijn tanden… Die zijn goed geraakt, zeg! Zó goed, dat er eentje helemaal scheef staat. De meester kwam aangerend. We moesten allebei meekomen, die grote jongen en ik. We moesten sorry tegen elkaar zeggen. En na schooltijd ging ik naar de tandarts. ‘O’, zei de tandarts, ‘dat ziet er niet goed uit, maar het groeit wel weer goed, hoor…’. Nu zou je naar de orthodontist gaan, maar toen niet dus…. Die tandarts heette trouwens ‘Van Daal…’. Daarom staat nu deze tand nog scheef. Ik vind het niet meer erg, hoor. Het doet geen pijn en ik kan er alles mee eten. Bovendien heb ik toen al een heel wijs lesje geleerd. Dat is dat je dat stemmetje in je hoofd niet zo maar moeten gehoorzamen. Je moet ‘nee’ kunnen zeggen tegen boze stemmetjes in je hoofd. Zeker als je op het punt staat iemand pijn te gaan doen. Iemand een klap of schop te gaan verkopen. Of iemand uit te gaan schelden. Dan moet je nee kunnen zeggen, zoals Jezus dat gedaan heeft in de woestijn. 

- Jezus zei ‘nee’ toen de duivel aan Hem vroeg: verander maar een steen in brood als je honger hebt. Jezus kon dat best. Hij had heel veel wonderlijke macht van God gekregen. Maar Hij had die macht gekregen om andere mensen te helpen en te dienen. Niet om voor zichzelf brood te maken. Dus zei Jezus ‘nee’ tegen die stem van de duivel.

- Later stond Hij op het dak van de tempel. Dat is een hoog gebouw. Die stem zei tegen Jezus: ‘Spring maar naar beneden – God zal je wel helpen’. Natuurlijk! God zal Jezus toch wel helpen? De HERE God wil ons ook helpen. Maar onszelf moedwillig in gevaar brengen? Dat wil God niet. Hij wil dat we voorzichtig met ons leven omgaan. Dus: Jezus zei weer ‘nee’ tegen die duivelse stem.

- En er kwam nog een derde keer. Dat moet het moeilijkste geweest zijn. De stem beloofde Jezus dat Hij de hele wereld kon krijgen. Alle macht in hemel en op aarde. Jezus kon president van de hele wereld worden. Hij hoefde alleen maar even voor de duivel te knielen. Als dat niet aantrekkelijk, verleidelijk is! Maar Jezus wil alleen God aanbidden. Dus zei Jezus voor de derde keer ‘nee’ tegen de duivel.

- Wat Jezus kan, kan ik niet altijd. En jij waarschijnlijk ook niet. Altijd kiezen wat God van ons vraagt? Dat is heel moeilijk. Soms is het zo aantrekkelijk, zo verleidelijk om iets verkeerds te doen. Als iemand jou iets doet, wil je hem toch graag terugpakken. Je wilt het hem betaald zetten… En dan ‘nee’ zeggen tegen dat stemmetje in mijn hoofd? Ik kon het niet. En ik kan het nog niet altijd. Maar dan voel ik maar met het puntje van mijn tong aan die scheve tand in mijn mond. En dan denk ik aan vroeger. En dan vraag ik: ‘HERE God, wilt U mij helpen om ‘nee’ te zeggen als het moet. Om de goede weg te kiezen?’
Amen