Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

TOEKOMST VOOR DE KERK!

 Kerkdienst op 3 januari 2021

Schriftlezingen: Jesaja 60:1-6 en Efeziërs 3:1-12

Deze kerkdienst is te beluisteren en bekijken via kerkomroep.nl en Youtube


“In Christus Jezus hebben wij vrijelijk toegang tot God, vol vertrouwen door ons geloof in Hem” (Efeziërs 3:12)


“Toekomst voor de kerk!” – je zult misschien denken: dat zal wel niet kloppen. Zeker dat uitroepteken zal wel niet kloppen. “Toekomst voor de kerk” - daar komt vandaag een vraagteken achter. Met 2020 achter onze rug is het maar de vraag of er toekomst voor de kerk is. 2020 was het jaar van het ‘nieuwe normaal’. De anderhalvemetersamenleving deed haar intree. De Coronacrisis is een belangrijk keerpunt. Ook in ons kerkelijk leven. We moesten kerkgebouwen sluiten. Gespreksavonden en bijbelstudiegroepen afgelasten. Vergaderingen tot een minimum beperken. Deelname aan de erediensten is slechts weggelegd voor een klein groepje, dat het aandurft om zich aan te melden. Onlineviering is de norm geworden. De meesten van jullie kijken of luisteren nu thuis mee. En als je al hier zit, dan is één van de belangrijkste elementen van de kerkdienst – het samen zingen – onmogelijk. Hoe zal dat verder gaan in 2021 en de komende jaren? Is er wel toekomst voor de kerk? Zal straks, als het vaccin succesvol zijn werk doet, het kerkelijk leven opbloeien? Is er ook voor de kerk weer licht aan het einde van de tunnel? Afgezien van de Coronacrisis speelt die vraag al jaren. We zien zeker ons soort kerk-zijn veel langer afkalven. Ledentallen lopen terug. De witte rozen, die wij in de vaas zetten om onze overleden gemeenteleden te gedenken zijn talrijk. Ze zijn zeker vele malen meer in aantal dan de pareltjes in de schaal voor pasgeboren kinderen. Wij ‘boeren’ als kerk achteruit. Kerkgebouwen worden afgebroken of omgebouwd. Pastorieën worden verkocht. Inkomsten van kerkbalans lopen terug. Langzaam, maar zeker. Statistieken wijzen uit dat dit niet nog jaren zo kan voortgaan. De vraag is zeker gerechtvaardigd: is er toekomst voor de kerk? Achter de toekomst van de kerk staat een groot vraagteken. En toch, en toch, zet ik vandaag geen vraagteken. Er komt een uitroepteken. Er is ‘Toekomst voor de kerk!’.

Dat is de boodschap die ons vandaag meegegeven wordt door de apostel Paulus. Die zou het waarschijnlijk nog een beetje scherper willen stellen. Hij zou waarschijnlijk zeggen: ‘Er is alleen maar toekomst voor de kerk!’. Alleen de kerk heeft toekomst.

Dan moet je natuurlijk wel even duidelijk hebben, wat Paulus met ‘kerk’ bedoelt. In de woorden van de tekst – Efeziërs 3 vers 12 – heeft hij het over ‘wij’. Dus: ‘wij’ zijn de kerk. De kerk is geen organisatie, geen genootschap, zeker geen gebouw. De kerk is een groep mensen, waarbij ik en jij bij mogen horen. ‘Ekklesia’ is voor Paulus daarbij één van de favoriete woorden voor kerk. ‘Eruit geroepen’ betekent dat letterlijk. Wij zijn als kerk, als gemeente, ergens uit geroepen. We zijn door de HEER geroepen. Als Abraham om op weg te gaan naar Kanaän. Als Mozes om naar Egypte te gaan. ‘Uit’ onze oude vertrouwde omgeving, ons oude zelfgerichte leventje. Eruit geroepen. Om er te zijn voor God en de naaste. Zoals Israël geroepen is om God lief te hebben boven alles en de naaste als onszelf. Zo worden ook wij geroepen. De kerk, de ware kerk, begint niet bij mensen die zo graag bij elkaar willen horen. De kerk is geen vereniging van gelijkgezinden. Zelfs geen vergadering van gelovigen, die elkaar opzoeken. De kerk, DE kerk begint bij God in de hemel. God, die ons roept.

Dat noemt Paulus: Gods mysterie, Gods geheim. Wij zouden zeggen (beetje oneerbiedig misschien): het plan voor de kerk is ontstaan in Gods brein. De kerk is onderdeel van Gods ‘masterplan’, het plan dat de Schepper heeft met Zijn wereld. Dat plan is een mysterie, omdat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn. Wie zou kunnen begrijpen hoe de HEER de wereld regeert? Maar stukje bij beetje, stapje voor stapje wordt Gods mysterie onthuld. In de loop van de geschiedenis ontvouwt Gods plan zich. Dat begint voor Paulus in Bethlehem. Op het kerstfeest. Het ‘Christus’-feest. Gods mysterie is ‘het mysterie van Christus’. In de stal van Bethlehem wordt het eerste tipje van de sluier opgelicht. ‘Epifanie’, ‘verschijning’ wordt het kerstfeest vanouds genoemd. Een woord dat in het Romeinse rijk gebruikt werd als de keizer een bezoek bracht aan een stad of provincie. Dan ‘verscheen’ de keizer aan het volk. Zo verschijnt de HEER van hemel en aarde op aarde. Hij verschijnt aan de mensenkinderen. Maar Hij verschijnt te middernacht. Dus het blijft een donker ‘mysterie’, ‘mysterieus’. God komt niet met koninklijke pracht en keizerlijke praal. Een kind in een voederbak. Het blijft verborgen in de nacht. Alleen zichtbaar voor wie ‘geroepen zijn tot het licht’. Uitgeroepen uit hun donkere dagelijks bestaan. Alleen zichtbaar voor wie aan die roepstem gehoor geeft. Zij die het bericht geloven. De herders, omdat de engel hen geroepen heeft. De wijzen, de koningen, omdat ze de roep van de ster verstaan. Geroepen door de HEER laten volken zich leiden door Gods licht en koningen door de glans van het schijnsel. Ze komen naar Bethlehem. Ze stappen de stal binnen. Ze knielen voor het Kind. Herders. Joodse herders. En wijzen uit het Oosten. Heidense koningen. Joden en heidenen – samen rondom de voederbak van Jezus.

Dat is de kerk. Daar zet Paulus zijn uitroepteken achter. Dat is de kerk, waarvoor Paulus in zijn brief helemaal uit zijn dak gaat. Daarin ziet hij het weergaloze plan van God zichtbaar worden op aarde. Dat Joden en heidenen samenkomen rondom Jezus. Dat is voor Paulus het bijzondere, het onvoorstelbaar wonderlijke, het uitzonderlijke van de kerk. Joden en heidenen eren eensgezind de koning der Joden. Voor Paulus betekent dat namelijk dat de grootste kloof is overbrugd. Het betekent dat de kerk grenzeloos is. Als Jood was Paulus opgevoed met het idee dat er een strikte scheiding is tussen Joden en heidenen. Als onderdaan van het Romeins Rijk was hem bovendien met de paplepel ingegoten, dat er een scherpe grens is tussen Romeinse staatsburgers en niet-romeinse onderdanen. Als Grieks opgevoed mens kende Paulus de grens tussen beschaafde Grieken en onbeschaafde barbaren. Maar juist Paulus wordt door God geroepen om over grenzen heen te kijken. In de kerk van Jezus Christus geven Joden en heidenen elkaar de hand. In de gemeente van Christus maakt het niet uit of je Romein, Griek of barbaar bent. Grenzen vallen weg. De kerk is grenzeloos.

Daarin is de kerk – durf ik rustig te zeggen – ook vandaag uniek. De kerk maakt onderdeel uit van Gods geniale plan met de wereld. Uit het bestaan van de kerk blijkt de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus. Juist in de kerk kun je Gods wijsheid in al haar schakeringen zien schitteren. Gods veelkleurigheid wordt zichtbaar in de veelkleurige kerk. In de kerk maakt het niet uit tot welk volk je behoort. Of in welk land of werelddeel je geboren bent. In de kerk (Gods kerk wel te verstaan!) is het dus vanzelfsprekend dat ‘black lives matter’. Er is geen onderscheid tussen mannelijk of vrouwelijk. Er zijn geen grenzen tussen domme of knappe, arme of rijke mensen. Geslacht, geaardheid, of sociale status kunnen ons niet uit elkaar drijven. Samen vormen wij één wereldwijde gemeenschap. We hebben broeders en zusters – all over the world. ‘Brexit’ uit de kerk is onmogelijk. Ondanks culturele verschillen en taalbarrières zijn we één wereldwijde gemeenschap. Daarom zijn wij hier in Nijverdal speciaal verbonden met christenen in Neubrandenburg en Nusfalau. We zijn allen door God geroepen. We vormen samen één lichaam. We delen allemaal in de ene erfenis. We hebben deel aan dezelfde belofte, hetzelfde evangelie.

Oftewel, zoals Paulus het schrijft: ‘Wij hebben in Christus Jezus vrijelijk toegang tot God’. En bij dat zinnetje zie ik de herders weer de stal binnen gaan. En de wijzen. Ze voelen zich geroepen, uitgenodigd, welkom bij het Kind. In dat kind bij God, de Vader, Zelf. Ze hebben toegang. Vrije toegang. Ze kunnen zo maar binnengaan. De deur staat open. De toegang is vrij. Ze voelen zich geroepen tot het Licht. Ze mogen dus hun donkere tunnel achter zich laten. Ze zijn van harte welkom rondom het Licht der wereld.

Zo zijn ook wij, als leden van Gods kerk, van harte welkom. In ons gebed kunnen we God opzoeken. Vrijmoedig. Zelfs quarantaine of isolatie kan ons niet hinderen tot Hem te gaan. De deur van God staat altijd voor ons open. Je mag Hem alles zeggen, alles vragen, desnoods klagen. Voor Gods aangezicht is er vrijheid van meningsuiting.

We zijn welkom – hopelijk straks ook allemaal weer van harte welkom in deze kerkzaal. We komen als geroepen naar een open hemel, die niemand kan sluiten.

Als we écht kerk willen blijven, moeten we vooral daarop blijven wijzen. Er is een open deur, een open poort, een open hemel – voor iedereen. In Christus heeft de HEER de poort van het paradijs ontsloten. De cherub, de engel met het zwaard, staat er niet meer voor. We mogen zélf binnengaan. We mogen anderen vrijmoedig uitnodigen met ons mee te gaan. Dwingen moet niet, mag niet, kan niet. Ieder mens heeft de keus. Ieder mens kan kiezen voor Gods toekomst. Want toekomst hebben we. Toekomst heeft de kerk. Licht aan het einde van de tunnel verwachten wij uiteindelijk niet van een vaccin. Hoe veelbelovend het ook is. Het ware, eeuwige licht aan het einde van de tunnel is de Ster van Bethlehem. Wij kunnen op weg gaan naar dát Licht. Wat zeg ik? Dat licht komt ons zelfs tegemoet.  Wie wandelt in dat licht van Christus gaat de toekomst tegemoet. Er is toekomst, omdat er toegang is.