Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART

 


Terugbrengen

Doopdienst 2 december 2018

In deze dienst wordt de Heilige Doop bediend aan Roan Martinus Janiek Rinkel
Lezing: Lucas 1:5-25

geluidsopname binnenkort beschikbaar



“Hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen. Als bode zal hij voor God uit gaan met de geest en de kracht van Elia om ouders met hun kinderen te verzoenen en om zondaars tot rechtvaardigheid te brengen, en zo zal hij het volk gereedmaken voor de Heer” (Lucas 1:16-17)

 

“Het is een bijzonder kind – en dat is-t-ie”. Dat is de legendarische uitdrukking voor Dik Trom. Misschien niet bij ieder bekend: Dik Trom is de hoofdpersoon uit een serie jeugdboeken van vroeger. Ik weet niet of ze nog gelezen worden. Dik Trom is een echte typisch Hollandse kwajongen die veel kattenkwaad uithaalt. Na weer zo’n gezonde kwajongensstreek verzuchten de ouders van Dik Trom: “Het is een bijzonder kind – en dat is-t-ie”.

Of jullie, Dorien en Tom, dat eenmaal ook met Roan gaan beleven, weet ik niet. Natuurlijk is Roan voor jullie een bijzonder kind. Jullie tweede kindje, broertje voor Jesse. Van harte welkom in jullie gezin en in de hele familie. Het is voor jullie weer heel bijzonder, dat nieuwe leven. Ja zelfs: een wonder. “Een Godsgeschenk, zo kostbaar”, staat er op zijn geboortekaartje. Wat er van Roan gaat worden, is onbekend. Wordt hij een braaf, lief kereltje? Of hebben jullie straks er je handen vol aan om hem onder controle te houden? Wordt hij een soort ‘Dik Trom’? We weten het niet. Wij weten dat NOOIT. Het is onbekend wat er van onze kinderen gaat worden. Als ouders hoop je er natuurlijk het beste van. Eén van de dingen die bij het dopen een rol spelen is toch ook: we wensen ons kind het allerbeste toe. We hopen en bidden dat het ons kind goed mag gaan – onder Gods zegen. ‘We bidden dat, waar jij ook gaat, Zijn Hand op jou zal zijn’, lezen we verder op het kaartje. Maar weten hoe het gaat? Wat de toekomst brengen moge? Dat blijft verborgen.

Bij Johannes is het anders. Johannes krijgt al voor de geboorte een boodschap over zijn toekomst mee. Een levensopdracht en een belofte. Als zijn vader Zacharias op hoge leeftijd uit de hemel, van de engel bericht krijgt dat Johannes op komst is, krijgt hij er meteen een toelichting bij. Een bijsluiter. Daarin staat de naam van het kind: Johannes moet hij heten. Er klinken voorschriften over hoe Zacharias en zijn vrouw Elisabeth het kind moeten behandelen. Hij mag geen wijn of sterke drank drinken. Hij moet zich volledig toewijden aan de dienst van de HEER. En er wordt van tevoren verteld wat deze Johannes zal betekenen voor anderen. Johannes krijgt voor zijn geboorte al een taak mee, een goddelijke roeping, een opdracht. Met centraal daarin de woorden: ‘Hij zal velen uit het volk van Israël tot de HEER, hun God brengen’. Kort gezegd is de levenstaak van Johannes dus samen te vatten in één werkwoord: terugbrengen. Hij zal het volk terugbrengen tot God. Het volk Israël is het volk van God. Het HOORT bij God. God heeft het gered uit Egypte, bewaard in de ballingschap, geleid door de geschiedenis. Maar het is een volk van ‘afdwalers’. Ze gaan telkens weer bij God vandaan en leven dan ‘van God los’. Ze worden ongehoorzaam, verlaten het rechte pad, slaan Gods geboden in de wind. En dat is zonde. Ze worden zondaars.

Dat kunnen we natuurlijk direct breder trekken: het geldt niet alleen voor het volk Israël. Het geldt voor alle mensen. Het geldt ook voor ons. Ook wij hebben de vervelende neiging om telkens maar weer bij God vandaan te dwalen. Eigen wegen te gaan. Niet te doen wat de HEER van ons vraagt. Alleen op onszelf gericht te zijn. Ongehoorzaam te worden aan onze opdracht: God lief te hebben en de medemens als onszelf. Zo zijn ook wij zondaars.

De taak van Johannes is: zondaars terugbrengen tot rechtvaardigheid. Het afgedwaalde volk terugbrengen bij de HEER, hun God. Dat zien we hem later ook doen. Als Johannes groot is geworden, gaat hij die opdracht uitvoeren als Johannes de Doper. Hij roept mensen op: “Kom terug! Draai om! Omkeren! Kom terug naar je Vader, terug naar je God!’. Als teken daarvan laat hij de mensen afdalen in de rivier de Jordaan. Hij doopt hen als teken van een nieuw begin. Het water symboliseert de vergeving. De zonde stroomt weg. Je wordt gewassen. Je krijgt een schone lei. Je maakt een nieuwe start met de HEER. Zo word je teruggebracht bij je God.

Dat is de levenstaak voor Johannes: mensen terugbrengen bij God. Zondaars tot rechtvaardigheid brengen. En dan staat er nog iets bij. In onze Nieuwe Bijbelvertaling staat er dan: ‘om ouders met hun kinderen te verzoenen’. De bijbelgeleerden hebben het moeilijk met die woorden. Ouders met hun kinderen verzoenen? Wordt er dan bedoeld dat er ruzie is in de families? En moet Johannes dat gaan oplossen als een soort relatietherapeut? Johannes als mediator bij gezinsconflicten? Hoe belangrijk dat ook is, ik denk dat de engel toch wat anders bedoelt. Letterlijk staat er zo iets als: Johannes zal ‘de harten van de vaders terugbrengen naar de kinderen’. Hij zal dus ‘mensen terugbrengen bij God’. Maar hij zal nog meer terug brengen. Het is zijn opdracht om de harten van vaders, van moeders, van ouders terug te brengen naar hun kinderen. ‘Je hart ergens heen brengen’. Dat is misschien een vreemde uitdrukking, maar we begrijpen vast wat ermee bedoeld wordt. ‘Ergens je hart heen brengen’. Dat is zo iets als: Je hart aan iemand geven. Vaders brengen hun hart, dat wil zeggen ze geven hun ‘aandacht’, hun zorg, hun liefde aan hun kinderen. Dat kinderen weer de liefde krijgen van hun ouders. Dat is ook een taak van Johannes de Doper. Het is een onderdeel van zijn bredere opdracht van mensen tot God terug te brengen. Want hoe krijg je kinderen bij God terug? Dan zul je bij de ouders moeten beginnen. Het begint als ouders hun hart naar hun kinderen brengen. Als zij dus hun kinderen de liefde geven en blijven geven. Ook als die kinderen andere wegen gaan. Ook als die kinderen afdwalen. En dat klinkt misschien vanzelfsprekend – Ouderliefde? Dat gaat toch vanzelf? Dat gaat toch automatisch? En gelukkig: vaak gaat het ook zo ‘automatisch’. Vaak, helaas niet altijd.

Daar kun jullie als ouders wel direct mee beginnen. Hoe klein je kinderen ook zijn. Als je – als ouders - wilt dat je kinderen bij God terecht komen, begin dat heel simpel: Geef je hart aan hen. Breng je hart telkens weer naar hen toe. Hou van ze. Geef hen de aandacht die ze nodig hebben. ‘Willen jullie samen leven voor je kind, het behoeden en leiden, het beschermen met je liefde en trouw’. Dat is één van de drie vragen die ik jullie straks ga stellen. Laat als aardse vader en moeder zien, wie de hemelse Vader is. ZO leren ze God kennen. Zo breng je hen tot God.

‘Wat een bijzonder kind, die Johannes’. Hij krijgt van Godswege een opdracht mee voor zijn leven. Nog voor zijn geboorte. Hij zal ‘Mensen bij God terug brengen. Zondaars tot rechtvaardigheid brengen. Hij mag ervoor zorgen dat ouders hun hart bij hun kinderen brengen.

Bijzonder. Maar eigenlijk is die taak van Johannes een klus waar wij allen aan kunnen werken. Als ouders die hun kind laten dopen. Als gemeente van Jezus Christus.

Vandaag denken wij er met dankbaarheid aan terug hoe 40 jaar geleden de eerste kerkdienst van onze gemeente in Kudelstaart plaats vond. 40 jaar kerkdiensten. Veertig jaar bezig zijn met die opdracht van Johannes. Mensen bij God terugbrengen. Na een week waarin je van alles beleefd hebt, mag je op zondag weer bij God terugkeren. Daar mag je luisteren naar het evangelie van Gods vergeving. Elke week opnieuw bij God terugkomen. Soms brood en wijn te ontvangen als teken en zegel van wat Jezus voor ons gedaan heeft. En als je een kindje ontvangt, mag je het op een mooie zondag ook naar God brengen. Het mag er bij horen. Verbonden met vader en moeder, verbonden met de HEER. Bij de doop hoor je de opdracht, de opdracht van Johannes: zorg ervoor dat je telkens weer je hart terug brengt naar je kinderen. Geef hem, haar liefde, aandacht, leef samen voor je kinderen. Breng hen ook telkens weer in je gebed terug bij de HEER.

Want elk kind is een bijzonder kind. Ieder kind is een geschenk uit de hemel. Ieder mens mag altijd weer naar God terugkeren.

Geef Hem toegang tot je hart. Laat de liefde van God in je wonen. Laat je hart de kribbe zijn, waarin Jezus gelegd kan worden.