Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

Slaap lekker

Preek voor zondag 31 juli 2022

Lezingen: Prediker 5:9-19 en Lucas 12:16-23

“Een arbeider slaapt goed, of hij nu veel of weinig te verteren heeft, maar wie zwelgt in rijkdom kan de slaap niet vatten” (Prediker 5:11)

‘Schat, heb je het alarm al aangezet?’
‘Nee, vergeten, sorry…’
‘Ik doe het wel…
Zo…’
‘We slapen inderdaad veel beter als het alarm aan staat’.
‘Zo is het!’
‘Welterusten’.
‘Welterusten, lieverd’.

Zo maar een gesprekje vóór het slapen gaan. Een gesprekje uit een reclameboodschap. Een televisiespot van een beveiligingsbedrijf. Ik zal de naam niet noemen. Vorig jaar werd deze reclameboodschap gekozen als winnaar van de Loden Leeuw. Het was de meest irritante televisiereclame van het jaar. Mocht je denken, dat de makers daardoor zó geschrokken zijn, dat ze zo iets nooit meer durven uitzenden? Dan heb je het helaas mis. Het beveiligingsbedrijf is nog bijna dagelijks op de TV te zien met dit soort irritante berichtjes.

Het is vanzelf heel belangrijk dat een mens lekker kan slapen. Geen kwaad woord erover als iemand daarvoor een goed advies geeft. Ook geen kwaad woord erover als iemand besluit zijn of haar huis te beveiligen met sloten, hekken of desnoods een compleet camerasysteem. Wie ooit wel eens heeft meegemaakt dat in de woning werd ingebroken, weet hoe ingrijpend dat is. Een traumatische ervaring. Je voelt je niet meer veilig op je eigen plekje. Je kunt wellicht een tijdlang zelfs niet rustig slapen. En lekker slapen – dat is erg belangrijk voor een mens.

Vanmorgen geeft de Bijbelse Prediker ons nuttig slaapadvies. Dat zou je misschien niet verwachten in de Bijbel. De Bijbel is toch niet echt een boek voor nuttige adviezen? Hooguit krijgen we gelovig en vroom advies. Ook dat kan helpen. Zelfs bij het slapen gaan. Zeg nou zelf: de gedachte dat de HEER mijn Herder is – dat geeft rust. Dat helpt als je rustig wilt slapen. Godsvertrouwen. Daarom bid je misschien voordat je gaat slapen nog altijd een avondgebed, zoals je dat als kind hebt geleerd. ‘Here, houd ook deze nacht over mij getrouw de wacht’.

Maar de Prediker preekt zo gelovig niet. Als je heel Prediker doorleest, kom je erachter dat dit boek anders is dan de andere Bijbelboeken. Prediker is niet iemand die zijn geloof belijdt. Hij vindt zichzelf geen profeet. Hij is ook geen priester. Hij introduceert zichzelf als koning te Jeruzalem, die een paar wijze levenslessen wil overbrengen. Hij vertelt ons daarbij niet veel over de God, waarin hij gelooft. Hij gelooft wel in God, maar het belangrijkste wat hij over God kan zeggen is: God is ondoorgrondelijk. Zijn bestuur gaat ons boven de pet. Zijn wijsheid is oneindig veel groter dan ons verstand. Hij zegt trouwens ook niet veel over wat die onbegrijpelijke HEER van ons verwacht. Hij geeft geen aanwijzingen over hoe wij ons leven moeten inrichten. In zijn boek komen geen 10 geboden voor. Hooguit een elfde, maar daar kom ik straks nog op terug.

Prediker maakt ons niet duidelijk hoe we de wereld kunnen verbeteren. Het is zelfs zijn vraag of je dat wel mag verwachten: een betere wereld. Prediker staat juist bekend om zijn realisme. Misschien moet je zelfs zeggen: zijn pessimisme. ‘Alles is ijdelheid. Lucht en leegte. Alles blijft bij het oude. Er is niets nieuws onder de zon. Geen mens heeft het eeuwige leven. Vroeg of laat gaan we allemaal dood. En áls je dood gaat, moet je alles achterlaten. Naakt ben je uit de moederschoot gekomen, naakt keer je terug’. Dat is de sombere grondtoon. De zware basklanken van Predikers lied. Misschien is het daarom dat heel veel mensen zich herkennen in zijn woorden. Niet alleen de gelovige Bijbelkenners. Juist de twijfelaars. Zelfs de ongelovigen. Geen boek is populairder bij buitenstaanders van het geloof dan juist het boek Prediker. Omdat het zo past bij onze menselijke ervaring. Want, of je nu gelovig bent of niet, we hebben allemaal vragen als: ‘Waar ben ik er voor? Waarom ben ik hier? Wat doe ik hier op aarde? Heeft het enig nut dat ik besta?’ Die Prediker kon nota bene nog niet eens weten dat wij mensen slechts minuscule schepseltjes zijn in een immens groot heelal van miljarden lichtjaren. Stofjes aan de weegschaal. ‘Dust in the wind, all we are is dust in the wind…’

Als je dat tot je door laat dringen: wie kan dan nog lekker slapen? Wie zou niet gillend wakker worden? ‘De arbeider!’, zegt Prediker. ‘De arbeider slaapt goed’. Slaapt ‘zoet’, staat er letterlijk. Dat klinkt een tikkeltje romantisch. Rozegeur en maneschijn… Misschien wel té rooskleurig. Na een dag hard werken op de akker keert de landarbeider huiswaarts. Moe maar voldaan nadert hij zijn huisje. De goede geur komt hem tegemoet. Zijn vrouw zet het eten op tafel. Het is vandaag niet veel. Ze hebben het niet breed, maar het is genoeg. Een stukje brood, een beetje groente, een klein stukje vlees. Verzadigd en tevreden valt de arbeider in slaap. Hij geniet een zoete rust. Misschien herken je jezelf een beetje in deze arbeider. Zou mooi zijn. Een tevreden mens. Een gelukkig mens. Helaas zijn niet alle arbeiders zo tevreden en gelukkig.

Zó gladjes verloopt het leven van een arbeider niet altijd. Het woord ‘arbeider’ kun je in deze tekst ook vertalen met ‘slaaf’. Dat klinkt al heel anders. Een slaaf krijgt te maken met uitbuiting en onrecht. Een slaaf krijgt niet altijd genoeg om van te leven. Hij moet soms met een lege maag naar bed. En dan slaap je niet ‘zoet’. Als je de eindjes aan elkaar moet knopen als bijstandsmoeder. Als je vluchteling bent of bewoner van een land met hongersnood. Daar kun je wakker van liggen.

We kunnen wel merken dat ‘koning’ Prediker zélf tot een andere sociale klasse behoort. De bedoeling van Prediker komt dan ook veel duidelijker tot uitdrukking bij de tweede persoon uit zijn vergelijking. Dat is de rijke man. Daar heeft hij meer verstand van. De rijke man, waar Prediker aan denkt, is iemand die van geld houdt. Die er niet genoeg van kan krijgen. Die verzot is op rijkdom. Altijd op meer winst belust. Het is een man die ook Jezus beschrijft in de gelijkenis uit Lucas 12: de man die altijd maar meer wil. Grotere schuren voor meer graan en meer goederen! Meer, meer, meer… Zo’n man die prima past in onze tijd. Hogere winsten, hoger rendement, hogere lonen. Groeiende economie, meer welvaart, meer luxe… In die rijke man herkennen we onze maatschappij. En onszelf misschien. Als ik zo’n vader dreig te worden die alleen op zondag het vlees snijdt. Als ik mijn relaties verwaarloos omdat ik mijn carrière voorrang geeft. Als ik zo’n kerklid ben, dat op elk verzoek om mee te werken, zegt: ‘Helaas, geen tijd. Druk, druk, druk, hè?’. Als ik zo’n echtgenoot ben die mijn partner telkens belooft: ‘Later, schat, als we met pensioen zijn. Dan gaan we leuke dingen doen’. Dat zei die rijke dwaas, waar Jezus het over had,  dus ook. Eerst meer, meer, meer, en dan, later, neem ik tijd om te rusten.

Over zo’n rijke man zegt Prediker: die slaapt niet lekker. Die vindt zijn rust niet. De rijkdom zit hem in de weg. Die houdt hem uit zijn slaap. Zelfs als hij zijn ogen sluit, tollen de zorgen nog door zijn hoofd. Prediker somt er een paar op. ‘Alles wat je hebt, kun je kwijt raken’. ‘Eén tegenslag kan alles wegvagen’ – dalende beurskoersen, uit de pan rijzende energieprijzen, nog hogere rentetarieven. Torenhoge inflatie. ‘Er kan een ander komen om wat jij hebt in te pikken’. Inbrekers, overvallers of een gewiekste cybercrimineel. ‘En als een ander het niet pikt, zijn er wel zogenaamde ‘vrienden’. De parasieten die van jouw rijkdom willen profiteren.  ‘Hoe groter iemands kapitaal, des te groter het aantal mensen dat het komt verbrassen’. En, als klap op de vuurpijl: vroeg of laat komt er een einde aan het leven. Dan kan ik niks meenemen. Heb ik daar mijn leven lang hard voor gewerkt?’. Dat soort zorgen houden de rijke man uit zijn slaap. Terwijl die arbeider tevreden ligt te snurken…

Dit liedje zingt Prediker ons voor. Een liedje in mineur. Met de grondtoon van zware klanken: waar doe ik het voor? Waar leef ik voor? Wat heeft het voor zin?

Heeft Prediker echt niet méér te zingen? Niets fraaiers? Nou, wel degelijk. Door de sombere grondtoon heen klinkt plotseling een vrolijke melodie. De blijde tonen van een opgewekt liedje. Het zingt van een andere manier van leven. Het leven van werken én slapen. Lekker werken en zoet slapen. Als je dat leven wilt, moet er elke dag een moment zijn dat je tegen jezelf zegt: ‘Nu zet ik even alles van me af. Vanaf nu geef ik voor een tijdje alles uit handen. Alles wat ik heb, al mijn ‘bezit’, al mijn geld, al mijn spullen. Ik bedenk bij mezelf: het is niet van mij. Het zijn niet mijn inspanningen. Het is niet mijn inzet die zorgt dat ik het goed heb. Het is allemaal gekregen. Uit Gods hand. Hij heeft het mij gegeven in mijn slaap. Het is uit Zijn hand. Ik mag ervan genieten’. Ja, als je dan toch een gebod zoekt in het boek Prediker, dan vind je het elfde gebod. ‘Het elfde gebod’ is volgens een oude Joodse traditie het gebod: ‘Gij zult genieten’. Wat Prediker ons aanraadt is: ‘Vergeet niet te genieten’. Daar heeft de grote Schepper aller dingen de hemel en de aarde, de bloemen en de vogels, de wolken en de luchten, de bergen en de dalen, het eten en het drinken, de vriendschap en de liefde voor geschapen. Om ervan te genieten. Je kunt zelfs zeggen: daar heeft God zelfs zijn eigen Zoon voor gegeven. Jezus zegt: ‘Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed’. Dus: Zet je in voor een betere wereld! Maak je druk voor de gerechtigheid! Strijd tegen onrecht, armoede, machtsmisbruik! Span je in voor een beter milieu! Werk mee aan een duurzame aarde! Maar vergeet vooral niet om van tijd tot tijd een paar uur per dag, een dag per week, een paar weken per jaar rust te pakken. Kijk dan om je heen naar de bloemen en de vogels. Geniet van een hapje en een drankje. Van goed gezelschap, Van vriendschap. Van de liefde. En leg je dan aan het einde van elke dag in vrede neer. Geef alles uit handen. Geef jezelf uit handen. Er is er altijd één die sluimert, noch slaapt. Die over je waakt. Hij geeft meer rust dan welk beveiligingsbedrijf ook. Meer dan ‘Very sure’. Absolutely sure. Je bent absoluut zeker in de hoede van de HEER.

Amen.