Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

Rustig slapen
Verkondiging op zaterdag 31 december 2022
Oudejaarsavond

Het Centrum te Nijverdal

Schriftlezingen: Psalm 4 en Matteüs 6:19-21

“In vrede leg ik mij neer en meteen slaap ik in…” (Psalm 4:9)

De woorden “Gaat u maar rustig slapen” stammen uit een radiotoespraak van minister-president Colijn. Een toespraak van vlak voor de tweede wereldoorlog. Ze zijn in het collectieve geheugen van veel Nederlanders blijven hangen. Ze zijn symbool voor de kortzichtige houding van de overheid in die jaren. Achteraf bekeken bleken deze goed bedoelde woorden misleidend te zijn. In plaats van wakker geschud voor het uitbreken van de oorlog, werd het volk in slaap gesust. De uitspraak werd bijna spreekwoordelijk voor een domme, slappe houding van mensen die dingen op hun beloop laten. Lijdelijke berusting tegenover een vastberaden houding van waakzaamheid.

Historici hebben later uitgezocht dat minister-president Colijn het niet precies op deze manier heeft gezegd. De woorden zijn op zijn minst uit hun verband gerukt. Bovendien was het tijdens de radiotoespraak nog geen 1940, maar 1936. In Duitsland rommelde het toen al flink, maar in Nederland was inderdaad alles nog een paar jaar rustig. Achteraf is wél gebleken dat ons land in 1940 niet klaar was voor de oorlog. Niet alleen de regering maar het hele volk was in slaap gedommeld.

‘Rustig slapen’ – dat is iets, wat de dichter van Psalm 4 ook gaat doen. Wie deze dichter is, valt niet met zekerheid te zeggen. Boven de Psalm staat het opschrift ‘van David’. Dat betekent dat deze Psalm tot het gezangboek met de titel ‘Psalmen van David’ gerekend kan worden. David heeft die liederen zeker niet allemaal zelf geschreven. Zoals de liederen uit ‘de bundel van Johannes de Heer’ ook niet allemaal door de Heer zelf gemaakt zijn. Voor het gemak noemen we de dichter maar David.

Psalm 4 is Davids avondgebed. Zijn gebed voor het slapen gaan. Aan het einde van de dag overdenkt David zijn belevenissen. Hij legt zijn problemen aan God voor. Hij spreekt zijn vertrouwen in God uit.  Stel je voor waar en wanneer David dit lied gemaakt heeft. Bijvoorbeeld in zijn jonge jaren, toen hij met zijn schapen in het open veld lag. Rondom hem het gevaar van wolf, leeuw en beer. Maar David vertrouwde op de HEER. Daarom kon hij rustig schaapjes tellen en in slaap vallen. Vol van vertrouwen klinken de laatste woorden van zijn Psalm: ‘In vrede leg ik mij neer en meteen slaap ik in, want U, HEER, laat mij wonen in een vertrouwd en veilig huis’. Bij dat ‘veilig huis’, stel ik me zo voor, keek David naar boven. Naar de sterrenhemel, die als een majestueus dak van het aardse huis, als een beschermende hemelkoepel op hem neerkeek. Het was alsof David in de nacht zijn hemelse Vader hoorde zeggen ‘Ga jij maar rustig slapen, mijn lieve kind’.

Rustig slapen. Meestal vormt dat de overgang van de ene naar de andere dag. Als je geen nachtdienst hebt of geen nachtbraker bent. Met rustig slapen sluit je de ene dag af en gaat de nieuwe dag voor je open. Vandaag sluiten we er het oude jaar mee af. We gaan straks het nieuwe jaar tegemoet. Rustig slapen zal er letterlijk misschien niet bij zijn vannacht. We blijven wakker tot het klokje twaalf heeft geslagen. Misschien zelfs tot in de kleine uurtjes. Maar als het kabaal van donderslagen, strijkers en lawinepijlen is verstomd, zoeken wij ons bedje op. Het oude jaar uit, het nieuwe jaar in.

Rustig slapen - hoe doe je dat? Kun je dat? Dat ligt er maar aan wat er in je hoofd rondspookt. Of – met de Psalm gesproken – wat er in je hart zit. Alles wat je hebt beleefd op de oude dag, in het oude jaar neem je mee in je hart. Dat kun je niet zo maar van je af zetten. Het houdt je uit de slaap. Daar lig je wakker van. Zo romantisch als het plaatje dat ik van de kleine herdersjongen, van de jonge David tekende, is het leven niet. Ook óns leven niet.

Ook ons afgelopen jaar was vol gebeurtenissen waar ons hart vol van is. In het groot: de Coronacrisis kwam ten einde. Een oorlog brak uit. Boeren kwamen in opstand. In het klein: vul zelf maar in. De goede en kwade dagen van 2022 of langer geleden. Ze tekenen je leven. Het is niet allemaal kinderspel.

David zelf kwam daar in zijn leven door schade en schande, met vallen en opstaan, achter. Zijn avondlied spreekt over de tegenslagen waarmee hij in de afgelopen tijd te kampen heeft gehad. Het zijn mensen die hem het leven zuur proberen te maken. Mensenkinderen. Machtige, invloedrijke mensen. En ze zijn met velen. Ze belagen hem. In deze Psalm gaat het niet zo zeer om vijanden met zwaarden en speren. Niet om reus Goliath met zijn knots en spies. Niet de Filistijnen of Midianieten die hem een kopje kleiner willen maken. Ook de leeuwen en beren van zijn jeugd hoeft David niet te vrezen. In deze psalm gaat het over tegenstanders die met woorden vechten. Ze maken je te schande. Verspreiden leugens en roddels over je. En dat raakt.

We zouden deze woorden in Davids leven als koning kunnen plaatsen. Toen hij de troon had bestegen. Dan is het namelijk: hoge bomen vangen veel wind. Op hooggeplaatsten barst de kritiek los. Terechte kritiek, maar vaak ook onterechte van de beste stuurlui aan de wal. Dat trof niet alleen David, dat treft ook ónze politici. Ministers, kamerleden, raadsleden, burgemeester en wethouders, de koning en de koningin. Die  krijgen heel wat te verduren. Ook in het afgelopen jaar was het weer vaak raak. Wat een minister via Twitter onder zijn of haar neus gewreven krijgt, daar lusten de honden geen brood van. ‘Gelukkig blijft het bij woorden’, zeggen we dan. ‘Gelukkig lossen wij onze meningsverschillen op met praten en niet met de botte bijl’. Maar we weten allemaal dat het gezegde ‘schelden doet geen pijn’ onzin is. Dat praatjes geen gaatjes vullen maar wel pijnlijke gaten in iemands leven kunnen slaan. Dat woorden je keihard kunnen raken. Je kapot kunnen maken. Ze kunnen blijven hangen en haken. Een kind dat constant te horen krijgt dat het niet deugt, krijgt een minderwaardigheidscomplex. Weinig dingen zijn zo venijnig en schadelijk als pestgedrag. Wat er op social media over iemand wordt uitgestort, is soms niet meer te stuiten. Het afgelopen jaar was ook een jaar gevuld met wilde verhalen en complottheorieën. Niet te vergeten al die letters, woorden en zinnen die over ons worden uitgestort door de media. Ze beïnvloeden ons. Ze brengen ons veel goeds en moois, maar ze brengen ook veel – laten we het maar noemen – verderfelijks.

Eén van die verderfelijke dingen noemt David in zijn avondgebed. Hij heeft het over ‘velen die zeggen: ‘wie maakt ons gelukkig?’. Dat is zo’n uitspraak die venijnig kan zijn. ‘Wie maakt ons gelukkig?’. ‘Wie laat ons het goede zien?’ staat er in oude vertalingen. Zo cynisch, zo sarcastisch. Zo blijft deze uitspraak tenminste haken in Davids hart. Omdat het zijn geloof aanvalt. Het kinderlijk vertrouwen van zijn jonge jaren. Zo’n uitspraak met een ondertoon. Het komt op je over als: ‘Ach, geloof jij dat nog? Geloof jij nou echt dat er iemand is die jou gelukkig maakt? Geloof jij nog in God als een goede Herder? Een hogere macht die voor jou zorgt en die jou draagt?’. En als ‘velen’ dat zeggen? Als het in de mode komt? Duizenden keren geliket op facebook of Instagram? Als het de mening van de meerderheid is in een peiling naar levensbeschouwing?

‘Wie maakt ons gelukkig?’. Het klinkt in die dagen, maar ook in onze dagen. In ons oude jaar rukte dat zinnetje weer verder op. Pas geleden werd bekend gemaakt dat inmiddels 6 op de 10 Nederlanders zich niet meer religieus noemen. Ik weet het: het wil niet zeggen dat al die mensen onverschillig zijn. De vraag ‘Wie maakt ons gelukkig?’ kan ook echt een oprechte vraag zijn. Als iemand dat aan je vraagt in een goed gesprek, is het juist heel mooi. Het geeft aanleiding om te vertellen wat jou ten diepste beweegt.

Dat doet David in zijn lied. Hij houdt vast aan zijn belijdenis. Als hij terugkijkt op de voorbije dag, op het voorbije jaar, dan ziet hij de hand van God in zijn leven. ‘Hij doet mij recht. Hij geeft mij ruimte als ik belaagd wordt. Hij luistert als ik tot Hem roep. Hij laat het licht van Zijn gelaat over ons schijnen. Hij geeft mij vreugde’.

Laten wij zo vandaag maar eens terug denken aan het afgelopen jaar. Laten we zoeken naar goede dingen, die ons gelukkig maakten. De zegeningen die we ontvingen. Eten en drinken. Levenslust en gezondheid. Liefde en vriendschap. Dagen dat je mocht genieten van het leven bij ‘natje en droogje’ op zijn tijd. Maar ook als dat er NIET was. Geen overvloed. Geen rijkdom. Geen ‘koren en most’, noemt David dat. Maar: Economische crisis. Recessie. Koopkrachtdaling. ‘Verzamel geen schatten op aarde’, zegt Jezus. Zoek het geluk niet in rijkdom. Geluk zit niet in een winnend lot uit de loterij of een vette straatprijs. Het goede koop je niet met rijkdom en overvloed. Je vindt de schat niet in je portemonnee. De ‘schat in de hemel’ is met geen geld te betalen. Zelfs als je te kampen krijgt met diepe tegenslagen, zware verliezen, groot verdriet vind je geluk bij je hemelse Vader. Hij is het die mij ‘het goede doet zien’. Hij alleen maakt mij gelukkig. Heel eenvoudig: omdat Hij er was, omdat Hij er is, omdat Hij er zal zijn. Altijd bij me. Altijd om me heen.

Als ik de oude dag afsluit en me te ruste begeef, kan ik daarom rustig slapen. Als ik het oude jaar uitga en het nieuwe tegemoet, kan ik mijzelf overgeven aan de broodnodige rust. Rustig inslapen om nieuwe kracht op te doen voor de nieuwe morgen en het nieuwe jaar. Om straks weer met frisse moed op te staan en aan de slag te gaan. Mijn handen uit de mouwen steken voor God en de naaste.

Ik kan mezelf uit handen geven, zoals de jonge David onder de open sterrenhemel. In het geloof dat Gods goede machten ons omgeven. Zoals een klein kind dat je in haar bedje legt. Na het avondgebedje gaan in no time oogjes dicht en snaveltje toe. Want de HEER houdt in de nacht over mij getrouw de wacht.