Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

PUUR TOEVAL?
Kerkdienst 17 februari 2019 
Lezingen: Ester 6 en Lucas 6:20-26
binnenkort geluidsopname


"Die nacht kon de koning niet in slaap komen…" (Ester 6:1)

Het is rood. Het komt uit de lucht vallen. Het valt precies op je hoofd. Wat is het? PUUR toeval… Waarschijnlijk had je dit – flauwe – grapje (of de gele variant ervan) wel eens gehoord. Puur toeval – dat is iets, wat precies op de juiste plaats en op de juiste tijd uit de lucht komt vallen. Dat is ook ‘toevallig’, zeggen we dan. Maar soms zijn er zoveel dingen precies op de juiste tijd op de juiste plaats, dat het haast geen toeval meer kan zijn!

Je staat vijf minuten te laat op. Je komt dus vijf minuten te laat op het station. Je mist je trein naar school. Pech, zeg! Maar later hoor je, dat er die dag helemaal geen les werd gegeven. Dát hadden ze je vergeten door te geven! Dat jij je nu juist op déze dag moest verslapen – dat kan toch haast geen toeval zijn!

En nee, het kan haast geen toeval zijn, dat koning Ahasveros de slaap niet kan vatten. Het kan haast geen toeval zijn, dat hij zich laat voorlezen uit de geschiedenisboeken van zijn Perzische koninkrijk. En laat nu uitgerekend de bladzijde opengaan, waar verteld wordt over Mordechai. Hoe deze Joodse poortwachter van het koninklijk paleis jaren geleden een aanslag op de koning heeft verijdeld. ‘Heeft die man geen beloning gehad? Is er helemaal niets gedaan om Mordechai te bedanken? Dan moet dat alsnog gebeuren! Ga kijken of er soms iemand in de hof van het paleis is!’ En laat nu uitgerekend Haman in alle vroegte het paleis zijn binnengekomen! Nota bene: Haman de grote Jodenhater, die de Joden wil uitroeien! Om te beginnen juist vandaag Mordechai! En dus wordt juist vandaag Haman de klos en Mordechai de gevierde man. Mordechai wordt in koninklijke kledij op het koninklijke paard door de stad gereden. En Haman loopt ervoor om met luider stem te roepen: ‘Dit valt een ieder ten deel aan wie de koning eer wil bewijzen’. Wat een toeval! Dat kan toch haast geen toeval meer zijn…?

De boekrol van het Bijbelboek Ester wordt door de Joden gelezen op het feest, dat zij dus in de komende maand maart zullen vieren. Op 21 maart om precies te zijn. Het zogenaamde Poerimfeest. En Poerim – betekent: Loten! In het boek wordt er namelijk door Haman geloot. Hij laat het lot beslissen over de datum van de grote vernietiging van de Joden. Wanneer zal hij de Endlösung voltrekken? Wanneer zal hij de Holocaust laten plaatsvinden? Waarom Haman daarvoor loot, wordt niet verteld. Is Haman bijgelovig? Laat hij daarom het lot beslissen? Hoe dan ook: de dobbelstenen rollen en het lot valt op de veertiende van de twaalfde maand. Dan moet het zover zijn. Toeval. Puur toeval! Het lot beslist – en dat kan vriezen en het kan dooien. Het balletje kan alle kanten op rollen. De volgende trekking van postcode- of staatsloterij kan JOUW geluk brengen! Maar voor hetzelfde geld (nou ja) ook niet.

‘Poerim’ staat in het boek Ester voor het lot van het Joodse volk. Maar wie of wat dat lot bepaalt… Is dat GOD soms? Of is het God niet? Is het puur toeval? Wie bestuurt de loten? Wie bepaalt het lot van het Joodse volk? En dus ook: wie bepaalt ons, wie bepaalt mijn levenslot?

Gek genoeg – het boek Ester geeft daar niet een luid, duidelijk, klip en klaar antwoord op. In het boek Ester komt het woordje GOD zelfs niet eens voor! ALS je God wilt ontdekken, dan moet je achter de woorden en tussen de regels luisteren. En dan kom je als vanzelf voor de vraag: Is het toeval of is het God? Is het puur toeval? Nou, in Ester 6 kán het toch bijna geen toeval meer zijn? ZO’N samenloop van omstandigheden… Je MOET toch haast wel tot de conclusie komen: hier is MEER aan de hand. Hier is een onzichtbare hand in het spel, die aan de touwtjes trekt. Tot die conclusie komen de vrouw en de vrienden van Haman. Als Haman na zijn ‘afgang’ thuis komt, zeggen ze tegen hem: ‘Als die Mordechai een Jood is, kun je niet tegen hem op’. Zij vermoeden iets van het geheim van het Joodse volk. Er is IETS of IEMAND, onzichtbaar en ongrijpbaar, die het lot van dit volk bestuurt. Maar WIE of WAT? ‘Dat weten wij ook niet, Haman. In elk geval iets, waar jij als sterveling niets tegen kan beginnen’.

Zo fluistert de vraag door het boek Ester – wie is het toch? Wat is dit toch? Wat is het geheim van het Joodse volk? En – we vragen door! - wat is het geheim van het leven? Kun je zeggen, dat de HERE God mijn levenslot bestuurt? Zoals het bekend liedje dat zingt: ‘’k Stel mijn vertrouwen op de HEER, mijn God, want in Zijn hand ligt heel mijn levenslot’. Klopt dat? En – bovenal: Kun je dat wel altijd uit je keel krijgen? Ik bedoel: als alles goed met je gaat, dan is het geen kunst. Als je gezond en gelukkig bent is het een koud kunstje om de HEER te prijzen voor Zijn wijs beleid. Je dankt de HEER, dat Hij zich jouw lot aantrekt en jouw levenslot leidt! Want zóveel geluk – dat kán toch geen toeval meer zijn?

Zo kunnen de Joden God danken, als Haman uiteindelijk de definitieve nederlaag lijdt. Dan barst het Poerimfeest los… Maar wát als het nét even anders was gegaan? Als Haman toevallig toch zijn doel had bereikt? Toen? En later? Zoals Herman van Veen dat in een liedje zingt: ‘Als Hitler toch de oorlog had gewonnen, wat weinig had gescheeld met die V-2, er zouden geen joden meer bestaan, als het net even anders was gegaan’.

Ja, als het net even anders was gegaan…

Als we net even eerder naar de dokter waren gegaan…

Als ik nu net even later van huis was weggegaan…

Als ik nu net even eerder naar haar toe was gegaan…

Dan was het misschien níet zo vreselijk mis gegaan.

Dan had ik niet net op het verkeerde moment op de verkeerde plaats gestaan… 

Was dat ‘akelig lot’ van mij nou toeval of was ook dát de hand van God?

Sorry, mensen, ik moet u het antwoord schuldig blijven. Ik weet het niet. Maar wat ik wel weet – dat lees ik in het evangelie en dat geef ik dan maar door.

In de zaligsprekingen, die we lazen uit Lucas 6, noemt Jezus een hele rij mensen met een hard, zwaar levenslot. Mensen, die arm en hongerig zijn. Mensen die huilen moeten. Mensen die gehaat, buitengesloten en beschimpt worden. Je zou zeggen: hun levenslot is niet bepaald benijdenswaardig. Jezus richt daarbij zijn blik in de eerste plaats op zijn eigen leerlingen. Want volgeling van Jezus zijn brengt armoede, honger, droefheid, haat en spot met zich mee. Overgave aan de HEER en vertrouwen op God brengt je geen gelukkig levenslot. En toch, zegt Jezus, noem ik jullie gelukkig! Want jullie hebben iets, wat alle schatten op aarde te boven gaat. Jullie hebben iets, wat belangrijker is dan eten en drinken, gezondheid en waardering van mensen om je heen. Dat is het Koninkrijk. Dát is van jullie. ‘Gelukkig zijn jullie, want van jullie is het Koninkrijk van God’. Je levenslot kan nóg zo verschrikkelijk zwaar en hard zijn, maar dát koninkrijk neemt niemand jullie af. Jullie geluk ligt dus niet in het toeval. Niet in de sterren. Niet in de kille klauwen van het noodlot. Het ligt in de warme handen van de HEER, de Koning van het Koninkrijk. En als je de HEER volgt, zelfs al gaat dat door een dal van diepe duisternis, dan kom je niet bedrogen uit. Dan is je lot bepaald – voorgoed, een eeuwig zalig lot.

Dat die woorden van Jezus niet ‘makkelijk praten’ waren, bewees Hij Zelf. Door de dood tegemoet te gaan. Door Zijn lichaam en bloed te geven aan het kruishout van Golgotha. Door de bittere smaad en schande heen ging Jezus het leven tegemoet.

Jezus volgen betekent – je leven niet overgeven aan het toeval, maar je leven leggen in de handen van de levende God.