Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

 

Op zoek...

preek voor zondag 27 februari 2022
De Regenboog, NIJVERDAL

Lezingen: Jesaja 55:1-9 en Marcus 1:35-38

‘Zoek de HEER nu Hij zich laat vinden, roep Hem terwijl Hij nabij is’
(Jesaja 55:6)


Als het even kan, probeer ik al in een vroeg stadium te beginnen met de voorbereiding van een kerkdienst. Liefst nog aan het begin van de week, op maandagochtend, ga ik daarmee aan de slag. De eerste stap van de klus is dan dat ik uitzoek, waar ik het de komende zondag over ga hebben. Om verschillende redenen kwam ik afgelopen maandag bij de woorden van Jesaja 55 terecht. In die tekst gaat het over ‘zoeken’. Dat sluit mooi aan bij het verhaal van de kindernevendienst van vanmorgen. Ook daar gaat het over zoeken. In Marcus 1 staat dat Jezus in het nachtelijk duister van een vroege morgen in de stilte Zijn hemelse Vader opzoekt. Om met het lied van zo pas te spreken: ‘Hij zoekt het aangezicht van de HEER door op een berg alleen te zijn met Hem die geest en waarheid is’. Vervolgens komen de leerlingen de stilte verstoren met de opmerking: ‘Iedereen is naar U op zoek’. Blijkbaar zijn er die morgen al veel nieuwsgierige mensen vroeg uit de veren gekomen. Ze hebben zich verzameld voor het huis waar Jezus en zijn leerlingen overnacht hebben. Zij willen straks met hun neus vooraan staan als Jezus gaat spreken en Zijn wonderen gaat doen. Maar de leerlingen merken dat Jezus niet meer in huis is. Hij is ergens buiten, op een eenzame plek. Als ze Hem daar aantreffen, zeggen ze tegen Hem met een tikkeltje overdrijving: ‘Iedereen is naar U op zoek’.

Mensen zoeken Jezus. Leerlingen zoeken Jezus. Jezus zoekt God. Iedereen is op zoek. En dat is logisch. Dat klopt. Zoeken hoort bij het mens-zijn. Mensen zijn zoekers. Gelukzoekers. Niet sommige, maar alle mensen zijn gelukzoekers.

‘Dat geluk vind je bij God’, zo lezen we in Jesaja 55. Het hoofdstuk begint met een beeldende oproep. Een oproep van de HEER zelf, die als een marktkoopman Zijn waar aanprijst. ‘Hierheen! Hier is water, voor ieder die dorst heeft. Kom, koop voedsel, kom koop, wijn en melk’. Zonder te betalen geeft God je het nodige en het overvloedige. Gratis en voor niets biedt de HEER ons levensvulling aan. Kortom: leven, echt leven, gelukkig leven is bij God te vinden. Dus bij God moet je het zoeken.

God zoeken is daarom de goddelijke aansporing van de profeet Jesaja tot zijn volk: ‘Zoek de HEER’ en daarbij aansluitend: ‘Roep Hem’, Zoek de HEER en roep de HEER. Jesaja wijst daarbij op het speciale tijdstip. Hij voegt eraan toe: Juist nu! ‘Zoek Hem, nu de HEER zich laat vinden. Roep Hem nu Hij nabij is’.

Een speciaal tijdstip – dat was het voor de toehoorders van de profeet. Dit gedeelte speelt zich af aan het einde van de Babylonische ballingschap. Bij een wisseling van de wacht op het toneel van de wereldpolitiek. Het was wat dat betreft niet veel anders dan tegenwoordig. In plaats van Russen, Chinezen en Amerikanen ging het toen tussen Babyloniërs, Perzen en Egyptenaren. Onder leiding van hun koning Cyrus zijn de Perzen aan de top gekomen. Het roemruchte Babylonische Rijk is totaal van de kaart geveegd. Hoofdstad Babel is gevallen. Slecht nieuws voor de oude kliek. Maar goed nieuws voor onderworpen volkeren. Koning Cyrus heeft een andere politiek. Hij gunt zijn onderdanen meer vrijheid. Hij geeft ze zelfbeschikking. Dat geldt ook voor de Judeeërs. Ze mogen na vele, vele jaren hun stad Jeruzalem weer gaan opbouwen. En de ballingen in Babel mogen als ze willen naar huis terug. Er komt een einde aan een verschrikkelijke tijd. Er gloort licht aan het einde van de tunnel. De crisis is voorbij.

Toen ik afgelopen maandag begon met het voorbereiden van deze kerkdienst, dacht ik bij mezelf: dat komt mooi uit. De crisis is voorbij. In de week die toen voor me lag zouden vrijwel alle Coronamaatregelen in Nederland afgelopen zijn. De besmettingsaantallen zijn nog hoog. De epidemie is nog niet ingedamd. We moeten zeker nog voorzichtig zijn met kwetsbare mensen. Maar door vaccinaties en de mildheid van de huidige variant, is het virus beheersbaar geworden. De samenleving kan van het slot. Goed nieuws voor ondernemers en voor de horeca. Goed nieuws voor jongeren die zich opgesloten en ouderen die zich kwetsbaar voelen. Goed nieuws – zeker ook voor de kerk. We mogen weer bij elkaar komen om te vergaderen en elkaar toe te rusten. De kerkdeuren mogen weer gastvrij open staan. Iedereen mag weer binnen komen op zondagmorgen of - avond. Samen bidden, samen zingen, samen luisteren naar Gods Woord. Kortom: samen God zoeken – juist nu is Hij te vinden. Samen God aanroepen – juist nu is Hij nabij.

Juist nu: ‘De HEER zoeken’, “de HEER aanroepen”. De twee uitdrukkingen die Jesaja gebruikt, stammen uit de liturgische sfeer. ‘God zoeken’ doe je heel concreet. Door je handen te vouwen en je knieën te buigen. ‘God roepen’ doe je in gebed en lied. Door te bidden of te zingen, door een offer te brengen. Zo zoek je Gods aangezicht. Zo roep je Zijn Naam aan. Als een Israëliet “de HEER zoekt” of “de HEER aanroept” is dat vaak een uitdrukking voor het bezoek aan de tempel. Naar de tempel ga je om God te zoeken en Hem te roepen. De oproep van Jesaja is dus een concrete oproep aan zijn volk: maak werk van de eredienst in de tempel van Jeruzalem. Jullie, ballingen, zullen straks naar het vrije vaderland Israël terugkeren. Jullie zullen toestemming krijgen om de stad en jullie eigen huizen weer op te bouwen. Maar als het zover is: zoek dan ook het huis van de HEER. Vergeet dan ook niet werk te maken van de tempel van de HEER. Zorg dat er weer een plek komt, waar jullie God kunnen zoeken en aanroepen. Zorg, nu het weer kan, dat de tempel weer opgebouwd wordt. Dat die tempel straks ook weer gevuld wordt met jullie aanwezigheid. Met jullie liederen en gebeden. Zoek de HEER en roep Hem aan door weer regelmatig naar de tempel te gaan’.

Toen ik de preek aan het voorbereiden was, dacht ik bij mezelf: dat kan ik dan mooi toepasselijk maken. Voor ons. Ook wij kunnen weer en  mogen weer. God laat zich vinden. God is ons nabij. Wij hebben geen ‘ballingschap’ achter de rug. De Coronacrisis kun je niet vergelijken met oorlogsgeweld, deportatie of vluchtelingschap. De kerk is natuurlijk ook de tempel niet. Je kunt God gelukkig op heel veel plaatsen ontmoeten. Het kan ook zoals Jezus in het evangelie doet: buiten op een eenzame plaats. Gelukkig was er in de Coronacrisis door de moderne middelen de mogelijkheid om tóch verbonden te blijven. Via TV of Internet. Maar de kerk, het kerkgebouw mag wel een plekje zijn, waar je God kunt zoeken. Waar je de HEER kunt aanroepen. Waar je elkaar kunt ontmoeten en bemoedigen. Waar je mag ervaren dat de HEER tot je spreekt door Zijn Woord. Daar mag je regelmatig heengaan om God te zoeken. Het is een plek, waar Hij zich laat vinden. Het is een plaats waar Hij ons nabij wil zijn.

Afgelopen maandag, dinsdag, woensdag toen ik deze Bijbelgedeeltes overdacht, heb ik nog gedacht: dan moeten we er zondag aanstaande ook maar een vrolijke dienst van maken. Een dankbare dienst – omdat het weer kan en omdat het weer mag. Dankzij de HEER die ons door de crisis heeft geleid. Met lof aan Hem die Zijn kerk bewaart door de diepte heen. Toen de week verstreek, verdween dat feestgevoel. Je begrijpt waarom.  Op donderdag ’s morgens vroeg werd ook ik opgeschrikt door wat er gebeurt in Oekraïne. Oorlog, niet meer ver weg, maar akelig dichtbij in ons eigen werelddeel Europa. Opeens staat het einde van de Coronacrisis in de schaduw. De feestvreugde is verstomd. We gaan van de ene crisis direct over naar een volgende crisis. Dus we zijn nu niet in de stemming om uitbundig te vieren dat onze crisis zo goed als voorbij lijkt te zijn. Wat in Oekraïne gebeurt zal ons waarschijnlijk niet persoonlijk raken, zoals de Coronacrisis. Hooguit in onze portemonnee. Maar we voelen ons verbonden met al die onschuldige slachtoffers die gevallen zijn en vallen zullen.

Daarom is het toch maar goed, dat we hier zijn. Juist nu, ook hier, vandaag kunnen we God ‘zoeken’ en tot Hem ‘roepen’. Juist nu. Juist omdat we weten dat Hij te vinden is. Juist nu omdat we erop mogen vertrouwen dat Hij nabij is. Niet alleen ons, maar alle mensen. Dat Hij te vinden is voor ieder mens die Hem zoekt. Dat Hij nabij is, juist ook als we in nood verkeren.

Juist vandaag mogen we weer onbeperkt naar de kerk gaan. Om Zijn aangezicht te zoeken en Hem aan te roepen. Voor onszelf. Onze eigen problemen, maar zeker ook voor de nood van de wereld. Met dankbaarheid voor wat we hebben ontvangen. Maar ook om het enige te doen dat we kunnen doen voor mensen ver weg. Bidden om vrede. Smeken om ontferming. Roepen om de komst van Gods Koninkrijk en Zijn gerechtigheid. Voor alle mensen die lijden – dichtbij of wereldwijd.