Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

 

 

OP HET KRUISPUNT

 Kerkdienst voor 7 april 2019 
Lezing: Jesaja 53 en Lucas 23:26-34a 

 geluidsopname van deze dienst (7 april, avonddienst, Vrije Evangelische Kerk Nijverdal)


“Ze dwongen een voorbijganger die net de stad binnenkwam, Simon van Cyrene, de vader van Alexander en Rufus, om het kruis te dragen” (Marcus 15:21)

 

“Toen Jezus werd weggeleid, hielden de soldaten een zekere Simon van Cyrene aan, die net de stad binnenkwam. Ze legden het kruis op zijn rug en lieten het hem achter Jezus aan dragen” (Luc. 23:26)


 

Sommige gebeurtenissen zijn zo ingrijpend, dat ze je leven op zijn kop zetten. Ze veranderen je compleet. Je staat opeens totaal anders in de wereld. Het wordt een beslissend kruispunt op je levensweg. Je telt voortaan de dagen ervoor en erna. Voor en na dat ongeluk. Voor en na die ziekte. Voor en na dat drama. Die ene gebeurtenis, die jou 180 graden de andere kant deed opgaan. 

Zoals die man, die ik in gedachten heb. Jan is zijn naam. Niets bijzonders. Jan was een vrolijk, levenslustig type. ’s Morgens vroeg ging hij fluitend naar zijn werk in de fabriek. Hij deed het graag. ’s Avonds kwam hij even opgewekt weer naar huis terug. Jan kuste zijn vrouw en liet zich het eten goed smaken. Ook naast zijn werk was Jan nog actief. Hij kon niet stil zitten. Hij zette zich in voor kerk en maatschappij. Als er iets te klussen was, als er iets rondgebracht moest worden, bood Jan zich aan. Je kon altijd een beroep op hem doen. Totdat hij kwam op het kruispunt van zijn leven. Op de dag, dat alles veranderde. Het was op een winterdag, toen hij ’s avonds uit het werk naar huis fietste. Plotseling sprongen er twee duistere figuren uit de bosjes het fietspad op. Voor hij het wist, lag hij op de grond. Ze sloegen en schopten hem overal, waar ze hem raken konden. Waarom? Hij weet het nog steeds niet. Was het om zijn geld te doen? Hij had slechts een paar centen op zak. Was het gespuis daardoor teleurgesteld? Hadden ze hem daarom uit blinde frustratie bewusteloos geslagen? Jan weet het niet: de daders hebben ze nooit gepakt. Een uur na de mishandeling werd hij langs de kant van de weg gevonden. In het ziekenhuis knapte hij snel op. ‘Je bent er goed vanaf gekomen, Jan’, zeiden de mensen tegen hem. Maar sindsdien is zijn leven nooit meer, wat het was. Jan was van de ene op de andere dag een ander mens. Je hoorde het aan zijn stem. Je zag het aan zijn lopen. Die afgezakte schouders… Die trieste oogopslag. Heel diep in hem zat machteloze woede. Dagelijks voelde hij de pijn van de vernedering. De angst voor alleen zijn kon hij er niet onder krijgen. Jan was een gebroken man geworden.

Een kruispunt, een gebeurtenis, die je breekt, die je leven radicaal verandert. Zo maar. Plotseling…

Over Simon van Cyrene staat maar heel weinig in de bijbel. Het is maar één vers, één Bijbeltekst in de drie verschillende versies van Matteüs, Marcus en Lucas. Alle drie laten ze Simon van Cyrene even op het toneel verschijnen om hem daarna weer snel en definitief achter zich te laten.

Aangenaam kennis maken: Simon is de naam. Een Joodse naam. Het komt van Simeon, één van de twaalf zonen van Jakob. Naamgenoot van de vele Simeons en Simons in de Bijbel. Simon is dus een jood. Toch is hij niet geboren en getogen in Israël. Hij is opgegroeid in Cyrene, een stad in Libië, het land ten westen van Egypte in Noord-Afrika. Het zou best kunnen, dat Simon een donkere huidskleur heeft. Geen  blanke, maar een bruine of zwarte man. In Cyrene was toen ook een grote Joodse gemeenschap. ‘Simon van Cyrene’ – zo staat hij dus bekend, als hij naar Jeruzalem komt. Of hij intussen ook in Jeruzalem woont? Dat zou kunnen. Veel Joden, die buiten het Heilige Land zijn geboren en getogen, willen als ze op leeftijd zijn, naar Jeruzalem toe. Daar willen ze een rustige oude dag doorbrengen. Met een Joods religieus ‘Zwitserlevengevoel’. Beter gezegd: met een diepe toewijding aan de God van hun voorvaderen. Wat is er mooier dan in ‘het beloofde land’ oud worden! Wat is er beter dan in de stad van David, dichtbij de tempel sterven! En dan, als het even kan, op de Olijfberg begraven worden. Dat was en is nog steeds de wens van veel gelovige Joden. In Jeruzalem woonden veel meer mensen zoals Simon. Ook afkomstig uit die stad Cyrene. Ze hadden er zelfs een eigen synagoge. Ja, misschien was Simon van Cyrene dus één van die Noord-Afrikaanse Joden, die het zich konden veroorloven om in Jeruzalem hun oude dag te slijten.

Of – er is een andere mogelijkheid! – was hij ‘gewoon’ één van de duizenden Joodse pelgrims? Als Jood in een ver buitenland neem je één of meer keren in je leven een paar weken vrijaf. Je pakt je koffers en gaat op reis. Je gaat naar Jeruzalem om daar het Paasfeest te vieren. Wie weet of Simon op een mooie dag opgewekt zijn vrouw ‘vaarwel’ heeft gekust om die lange pelgrimstocht naar Jeruzalem te maken? Ik weet het niet. Wat ik zeker weet, omdat het niet anders kán, was dat die goede vrijdag zijn leven radicaal heeft veranderd. Het werd ‘zijn’ kruispunt. Maar welke kant zijn leven sindsdien is opgegaan, is ook onbekend. Is het Simon vergaan als Jan? Heeft het drama hem gebroken. Schaamte over de vernedering heeft hem te pakken gekregen. Machteloze woede houdt hem in de greep en heeft van hem een verbitterd mens gemaakt. Dat kan gebeuren. Zeker weten dat dat kan. Misschien, laten we het niet hopen, weet jij daar alles van. Door pijn, verdriet, gemis, ziekte, aftakeling kun je helemaal teleurgesteld raken in het leven. Afgestompt. Je ziet de bloemen niet meer bloeien. Je ziet geen sterren in de nacht. Geen licht aan het einde van de tunnel. Het is alleen maar donker om je heen. Eigenlijk hoeft het voor jou niet meer, als het zo moet…

Zie je voor je, wat er met Simon gebeurt? De drukte in de straten van Jeruzalem. Het geschreeuw van hysterische mensen: ‘Kruisigt Hem! Weg met Hem!’, Het gecommandeer van Romeinse soldaten: ‘Doorlopen jij! Wegwezen jij! Aan de kant jullie! Laat ons erdoor – in naam van de keizer’. De knallende zweep, die neerdaalt op de bebloede rug van een veroordeelde. Het Lam, dat ter slachting wordt geleid. Ja, daar loopt Jezus met bebloed hoofd en kapot gereten rug. Hij dreigt voortijdig te bezwijken onder de last van het kruis. Normaal gesproken moet de veroordeelde misdadiger zijn eigen kruisbalk dragen. Maar nood breekt wet: Iemand anders moet het vuile werk opknappen. Dus kijken de soldaten om zich heen. Ze zien hém lopen… Sluipen eigenlijk. Hij probeert nog weg te duiken. Maar ze grijpen hem. Hij krijgt het kruis opgelegd. Simon van Cyrene. Toevallige voorbijganger op het kruispunt. Niets vermoedend, op de verkeerde tijd, op de verkeerde plaats. Voor hij het weet, zit hij er midden in. Ze lappen hem erbij. ‘Hé, jij daar! Bukken! Neem dat kruis op je’. ‘Maar…’ ‘Niks geen maar. Of moet je dat soms voelen?’. Daar gaat Simon… Achter Jezus aan… Jezus voorop; Simon er achteraan. Jezus gaat voor; Simon volgt. Zo is hij dus wijd en zijd bekend geworden: het prototype van de volgeling. De levende illustratie bij de woorden van Jezus: ‘Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen en dagelijks zijn kruis op zich nemen en mij volgen’. Het plaatje bij het lied: ‘Jezus, ga ons voor deze wereld door. En U volgend op uw schreden, gaan wij moedig met u mede’. Of bij de woorden uit een oud doopgebed: ‘HERE God, wilt U maken, dat wij als Uw gedoopte kinderen ‘ons kruis, Hem dagelijks navolgende, vrolijk dragen mogen’. (Vertolkt in de cantate, waarvan we straks het eerste stukje gaan horen: ‘Ich will den Kreuzstab gerne tragen’. ‘Ik wil dat kruis van Jezus graag dragen’)

‘Vrolijk dragen’? ‘Moedig met Jezus meegaan’? ‘Zonder klagen achter Hem aan’? Nou, vergeet het maar. Tenminste: ik denk niet, dat Simon zo vrolijk, moedig en zonder klagen achter Jezus aangaat. Ik denk eerder, dat deze gebeurtenis hem van het ene op het andere ogenblik tot een gebroken man heeft gemaakt. Vol machteloze woede tegen die vuile bezetters. Ze pikken je fiets in. Ze pakken je op, als je in verzet komt. Ze maken je kapot, als je het tegen hen op waagt te nemen. Simon kán deze opdracht niet weigeren. En kijk, al die joelende mensen langs de kant van de weg. Ze denken, dat HIJ de misdadiger is, dat HIJ de dood verdiend heeft… Ze joelen en spotten. Ze slaan en ze schoppen. Ook HEM! Ze spugen hem in zijn gezicht. Het is angst, die Simon drijft. Angst zet hem in beweging – achter Jezus aan. Simon van Cyrene – mens als iedereen. Eén van ons. Net zo laf. Net zo bezorgd over zichzelf. Net zo bang voor zijn eigen hachje als wij allemaal.

En Simon weet niet, wat wij weten en geloven. Dat deze Jezus daags tevoren brood en beker rond liet gaan. Dat Hij sprak: ‘Dit is mijn lichaam, dat voor jullie gegeven wordt’. ‘Deze beker wordt voor jullie uitgegoten’. Simon heeft niet gehoord, wat ONS wel ter ore is gekomen: dat Jezus Zijn leven gaf als losprijs voor velen. Dat Hij om onze zonden werd doorboord en om onze wandaden werd gebroken. Dat Hij voor ons welzijn werd getuchtigd en dat zijn striemen ons genezing brachten. Als Simon achter Jezus aanloopt, ziet hij voor zich niet het Lam, dat de zonden der wereld wegdraagt. Hij beseft niet, dat hij eigenlijk een heel klein beetje van zijn eigen last op zijn schouders draagt.

Hij weet het niet… Nóg niet? Wie weet…

Als Simon de kruisbalk van zijn schouders laat glijden, verdwijnt hij uit ons gezichtsveld. We weten niet, hoe Simon in zijn verdere leven is omgegaan met deze ingrijpende gebeurtenis. Deze ontmoeting met Jezus. Misschien hebben zijn schaamte, zijn angst, de machteloze woede hem helemaal gesloopt. Misschien is hij voorgoed een gebroken, verbitterd mens gebleven. Misschien ook is het anders gegaan. Zoals het ook met ons anders kan gaan. Na een diepingrijpende dramatische gebeurtenis. Op een kruispunt kun je twee kanten op. Het kan je kapot krijgen, maar (wonder boven wonder) het kan je ook heel maken. Het kan je ziek maken, maar ook genezen.

In het Marcusevangelie wordt ons verteld, dat Simon kinderen had. Simon heet daar ‘Simon van Cyrene, de vader van Alexander en Rufus’. Blijkbaar waren die twee kinderen van Simon, Alexander en Rufus goede bekenden voor Marcus en de lezers van zijn evangelie. Die lezers van het Marcusevangelie waren christenen. Het is dus niet vergezocht om te denken, dat ook Alexander en Rufus tot de kerk hebben behoord. Die twee zonen van Simon zijn volgelingen van Jezus geworden. Ik weet het niet zeker. En ik weet al helemaal niet zeker, of ze het geloof van hun vader hebben doorgekregen. Want dan moet het wonder gebeurd zijn! Het wonder dat nog steeds kan gebeuren. Dat een verbitterd, vernederd, angstig mens in Jezus Gods liefde ontdekt. Het wonder van vergeving van zonden en genezing van pijn. Het onvoorstelbare: dat het licht van Gods liefde al jouw duisternis verdrijft. Misschien dat Simon aan de voet van het kruis nog even heeft staan luisteren. Dan heeft hij Jezus horen bidden: ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen’. Alleen deze genade kan een gebroken mens heel maken. Alleen deze liefde van de Gekruisigde kan een geknakt schepsel weer oprichten. Zodat je moedig, zonder klagen, graag achter Jezus aan je kruis kunt dragen.

Ik weet niet zeker of het met Simon zo gegaan is. Ik hoop, ik bid dat het met jou en met mij zo zal gaan. Als jou iets diep ingrijpends is overkomen of ooit overkomen zal. Dat het je dichter brengt bij het kruis. Bij die gekruisigde. Dat het kruis dat jij dragen moet, jouw ogen opent voor het grote geheim van Gods liefde. Waaraan jij je dan met hart en ziel mag overgeven.