Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

 

 

PAASMORGENDIENST 
12 april 2020

HET CENTRUM, NIJVERDAL

 

Aangepaste kerkdienst die via Kerkomroep en YouTube wordt uitgezonden
  

o  Orgelspel
o  Stilte (de Paaskaarsen worden ontstoken door ouderling Henk Morsink)
o  Orgelspel: Heut triumphieret Gottes Sohn
o  Inleidende woorden (door ouderling Henk Morsink): Lied 622:1
o  Muziek: lied 622:1
o  Welkom (door voorganger)
o  Lied: Daar juicht een toon
o  Stilte, Onze Hulp en groet
o  Orgel en muziek: Lied 641: 1 en 3 Jezus leeft en ik met Hem
o  Gebed
o  Schriftlezing uit het Eerste Testament: Jesaja 25:6-9
o  Lied: Psalm 118: 1 en 5
o  Project met de kinderen: Bible Basics
o  Kinderlied
o  Evangelielezing (door Aimée Pastink): Matteüs 28:1-10
o  Orgel en fluit: Lied 642: 1, 2, 6 en 7 Ik zeg het allen dat Hij leeft
o  Verkondiging: Gemengde gevoelens Tekst: ‘Ontzet en opgetogen verlieten de vrouwen haastig het graf om het aan zijn leerlingen te gaan vertellen’ (Matteüs 28:8)
o  Lied: Christus onze Heer verrees
o  Afkondigingen
o  Voorbeden en dankgebed
o  Toelichting bij de collecte
o  Samenzang: Orgel en trompet: Lied 634: 1 en 2 U zij de glorie
o  Zegen
o  Orgelspel

   

“Ontzet en opgetogen verlieten zij haastig het graf om het aan zijn leerlingen te gaan vertellen” 
(Matteüs 28:8)

 

 

Gemeente van de opgestane HEER,

Gevoel is een raar ding. Op de vraag ‘hoe voel je je? ‘ is soms moeilijk een antwoord te geven. Soms weet je gewoon niet wat je voelt. Zeker niet als er onverwachte dingen gebeuren. Dingen die anders zijn dan anders. Gebeurtenissen die de wereld op zijn kop zetten. Dan betreed je onbekend terrein. Er komen gevoelens in je op die je nog nooit gehad hebt. Vreemd, onbestemd. Het maakt onzeker. In deze Coronacrisistijd maken we dat mee. Hoe vaak zeggen we het niet: ‘Dit is zó bijzonder, dit hebben we nog nooit meegemaakt; het lukt ons niet om het bijzondere gevoel onder woorden te brengen’.

Ook de evangelisten hebben moeite om het gevoel te omschrijven. Het gevoel van de vrouwen op de eerste Paasmorgen. Het gevoel van de leerlingen, als ze te horen krijgen dat Jezus is opgestaan. Dan zijn ze verschrikt, geschokt, verbaasd. Ze geloven het wel en soms ook weer niet. Het ene moment is er vertrouwen, dan slaat de twijfel weer toe. Het ‘Paasgevoel’ is dus een gevoel van ‘mixed emotions’, gemengde gevoelens.

Matteüs vertelt. De vrouwen zijn bij het lege graf geweest. Ze hebben er een engel gezien. Die engel heeft hen verteld dat Jezus is opgestaan. Hij geeft hun de opdracht om dat aan de leerlingen door te geven. Ze gaan. Ze gaan vlug. Ze rennen weg bij het graf. Met gemengde gevoelens: ‘Ontzet en opgetogen’ verlaten zij het graf. Twee tegenstrijdige gevoelens. Het ene is negatief – ontzetting. Het andere positief, een goed gevoel – opgetogen.

In de eerste plaats is er ‘ontzetting’. Beetje ‘deftig’ woord misschien. Dat zeg je niet zo snel: ‘Ik voel me ontzet’. Het woord dat Matteüs letterlijk gebruikt is makkelijk. Het is gewoon angst. De vrouwen zijn bang. Zelfs het Griekse woord klinkt ons bekend in de oren: fobos. De vrouwen rennen ‘fobisch’ weg van het graf. Een woord dat je in het evangelie veel vaker tegenkomt. Bijvoorbeeld als de engel in de kerstnacht plotseling bij de herders verschijnt. Dan ‘vrezen ze met groten vreze’. Of de leerlingen van Jezus in de boot op de stormachtige zee. Ze zijn Spaans benauwd dat ze vergaan. Doodsbang.

Bij het woordje ‘bang’ moet ik vaak denken aan een liedje van de ‘gouwe ouwe popgroep’ Toontje Lager: ‘Ben jij ook zo bang, dat alles bij het oude blijft?’. Toontje is bang voor het oude. Ik denk dat de meeste mensen eerder bang zijn voor het nieuwe. De angst dat alles anders zal verlopen. Dat het oude vertrouwde geen zekerheid meer biedt. Dat is juist ook de angst van vandaag. Dat we door deze Coronacrisis niet meer op de oude voet verder kunnen gaan. Maar hoe dan wel? Dat we oude vertrouwde dingen voor een tijd of misschien wel voor goed op moeten geven. Ben jij ook zo bang dat je elkaar nooit zo maar meer een hand, een kus, een omhelzing mag geven? Ben jij bang dat de opsluiting met je gezin in huis tot ondraaglijke spanning gaat leiden? Ben jij ook zo bang om een dierbare te verliezen en misschien wel nooit meer terug te zien? Bang dat je elkaar niet meer kunt ontmoeten? Ben jij ook bang om in eenzaamheid te moeten sterven, omdat niemand jou mag opzoeken in het ziekenhuis of zorgcentrum? ‘Ben jij ook zo bang dat alles mis gaat?’

Bange vrouwen vluchten weg van het graf. ‘Ontzette’ vrouwen? Waar zijn zij eigenlijk bang voor? Hun leven raakt aan het wankelen. De zekerheid is weg, als ze het lege graf zien. Als ze de engel horen zeggen, dat Jezus er niet meer is. Bang dat de zekerheid van een dode HEER hun ontnomen wordt. Want je weet wat je hebt, maar niet wat je krijgt. Als Jezus HIER niet is, waar is Hij dan wel? Zullen ze Hem ooit terug zien? Zo rennen ze weg. Snel. Angstig. Ontzet. De oude Grieken kenden een god die ze Fobos noemden. Een godenzoon was Fobos eigenlijk. De god van de angst was de zoon van de god Ares en de godin Afrodite. Ares is de god van de oorlog, van de strijd. Fobos is zijn zoon. Dat kun je begrijpen. Oorlog, strijd, conflict brengt angst voort. Bij 75 jaar bevrijding kunnen we dat aanvoelen. Maar die god Fobos is ook de zoon van Afrodite, de godin van de liefde. Ook dat kun je begrijpen: wie geen liefde kent, kent geen angst. Angst is er juist om het geliefde kwijt te raken. Het geliefde leven. Jouw geliefde. Dat vrezen de vrouwen: dat ze met het lichaam van Jezus definitief alles wat hun lief is kwijt zijn geraakt. Dat is hun angst, hun ontzetting. Zoals ook bij ons angst de keerzijde is van de liefde. Angst dat wat je lief is je ontvalt.

Maar angst is niet alleen een negatief gevoel. Angst is ook ergens goed voor. Het brengt je in beweging. Je slaat op de vlucht. Je zoekt een veilig heenkomen. Dat doen de vrouwen – ze rennen weg… In beweging gezet door de angst, door de ontzetting…

Maar ook door dat andere gevoel. Want er is nóg een gevoel. Dat is opgetogenheid. Ze zijn ontzet en opgetogen. Ook daar staat in het Grieks weer een makkelijker woord. Er staat dat de vrouwen het graf verlieten ‘met grote vreugde’. Vreugde is in de Bijbel iets van God. Het woord hangt samen met het woord genade en met het woord dankbaarheid. Blij wordt je pas echt als je weet dat God je genadig is. Echt blij ben je als je dankbaar kunt zijn voor wat je zo maar hebt ontvangen. Een bekende Griekse groet is ‘chaire’ – wees blij! Blijdschap is het beste wat je elkaar kunt toewensen. Blijdschap is hemelse vreugde. De vreugde van het hemelse feest, de hemelse bruiloft. We hebben erover gelezen uit de profeet Jesaja. Hij ziet in Gods toekomst een feestmaal voor alle volken. Door de HEER aangericht op de berg Sion. Van alle kanten stromen de mensen toe voor een heerlijke maaltijd met uitstekende wijnen. Feest voor iedereen. Onze ‘feestjes en partijen’ zijn er natuurlijk niets bij, maar die mogen we zien als voorproefjes. Onze bruiloften. Onze jubilea. Onze verjaardagen. Voorlopige feestvreugde. We zien er nú naar uit. Juist nu het niet zo uitbundig kan, beseffen we pas goed wat we missen. We zien uit naar de dag dat we weer samen mogen komen met onze hele familie, onze vrienden, onze club. De dag dat de sociale afstand weer veilig overbrugd kan worden. Dat we weer hier in de kerk samen mogen komen om met elkaar te zingen, te bidden en naar Gods Woord te luisteren. Samen in de Naam van Jezus heffen we dan een loflied aan. Samen het Avondmaal vieren. Dat zal voelen als genade. Wat zullen we dan dankbaar zijn. Opgetogen.

Maar die rennende vrouwen op de eerste Paasdag zijn nú al blij. Met zijn tweeën, of met zijn drieën… hoeveel het er ook zijn. Een klein groepje in elk geval. Ze begrijpen het niet – dat het graf leeg is. Ze begrijpen het niet – dat Jezus leeft. Ze begrijpen het niet – dat de dood is overwonnen en ons geen angst meer aanjaagt. Ze begrijpen niet - dat de toekomst zeker is en eindeloos goed. Maar ze voelen het. Diep van binnen. Het wordt hun gegeven. Genade borrelt op in hun hart. Zoals het ook bij ons kan gaan borrelen. Bijbelse blijdschap staat vaak los van de omstandigheden. Je kunt in de put zitten en toch blij zijn. Je kunt bang zijn en toch verheugd. Geloven is lachen door je tranen heen. Tóch lachen. Je kunt ‘ontzet’ zijn en ‘opgetogen’ tegelijk.

Daar moeten de vrouwen het mee doen. Daar moeten wij het mee doen. Met die gemengde gevoelens. Tegengestelde gevoelens die langs elkaar heen schuiven, tegen elkaar botsen en nooit helemaal in harmonie zijn. Onze angst zullen we er in dit leven nooit helemaal onder krijgen. Maar de blijdschap, de vreugde dat de HEER is opgestaan mag ons vergezellen. Die zet ons in beweging. Op de vlucht naar onze Toevlucht. Tot wij de HEER ontmoeten. Soms even. Eens voorgoed. Op het grote feest. De dag dat het waas, de sluier, de grauwsluier, de rouwsluier vernietigd is. Het virus uitgebannen. De dood teniet gedaan. De tranen van elk gezicht afgewist.

“Wees dan wie rouw draagt, eens voor al, getroost en wanhoopt niet. Een weerzien zonder einde zal verzoeten ons verdriet”.