Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

 

 Nog niet naar huis...

 Kerkdienst voor 28 juni 2020
Schriftlezingen: Jeremia 29:1-14 en 1 Petrus 2:11-15

Opname:

Kerkomroep: Het Centrum Nijverdal
27 juni 2020, 16.00 uur  


‘Bid tot de HEER voor de stad waarheen Ik jullie weggevoerd heb en zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei' (Jeremia 29:7)

‘We zijn er nog niet’. Het is misschien een beetje negatief gezegd maar zo kun je de boodschap, die de regering afgelopen week bracht samenvatten. ‘Ja, we zijn op de goede weg’. Dankzij onze inspanningen. We hebben ons aan de regels gehouden. Het heeft geholpen. We kunnen ze versoepelen. Maar: we zijn er nog niet. Nog lang niet? Wie zal het zeggen. Als we nu de teugels laten vieren, zijn we nog niet jarig. Dan komt er een tweede golf. Dan zijn we verder van huis. 
Verder van huis, ver van huis… Als je het letterlijk neemt betekent ‘ik ben ver van huis’: Ik ben een vreemdeling, ik woon in een ver en vreemd land, waar ik niet thuis hoor’. 

In de Bijbel komt dat voor. Dat je letterlijk ver van huis bent. ‘Ballingschap’ noemen we dat. De vijand overvalt je land, je huis. Met legers, die sterker zijn dan die van jouw volk. Sterker dan het kleine volkje Israël. Op een kwade dag overspoelen ze het vaderland. Veel mensen worden uit hun huis gesleurd. Gedeporteerd. Naar een ander land gebracht. Honderden kilometers van huis. Babylonië. Daar word je neergezet. Als je nog een beetje geluk hebt, breng je het er levend vanaf. Je krijgt een nieuw woongebied toegewezen. Daar leef je dan voor kortere of lagere tijd. Of misschien wel voor altijd. Als in een soort vluchtelingenkamp. Als balling. Maar je voelt je niet thuis. Je bent ver van huis.

Tot deze ballingen, ver van huis, schrijft de profeet Jeremia een brief. Jeremia is ‘thuis’ in Jeruzalem. Hij woont en werkt er. Vanuit dit ‘thuis’ stuurt hij een boodschap naar de ballingen in Babel. Kort gezegd komt zijn boodschap hierop neer: ‘Jullie gaan nog niet naar huis. Nog lang niet’. Niet naar huis toe gaan – dat is voor de ontvangers van deze brief geen vrolijk liedje. Het is ook geen verwachte boodschap. Juist in de tijd dat de brief van Jeremia aankomt bij de ballingen in Babel is er van alles in beweging. Er zijn opstandjes in Babel tegen het regime van koning Nebukadnessar. Uit het verre Egypte komt het nieuws van een nieuwe farao. Die farao zou de Babyloniërs wel eens een lesje kunnen leren. In en rond Jeruzalem speelt er ook van alles. Men wil een opstand ontketenen. Het Babylonische juk afwerpen. Als dat zou lukken – dan ligt de weg naar huis open. Dan kunnen die Joodse ballingen gewoon weer terug naar huis. 
Terug naar ‘normaal’ zouden wij tegenwoordig zeggen. Want ook bij ons zingen de berichten rond. Dat het Coronavirus op zijn retour is. Dat we onszelf weer meer vrijheid kunnen veroorloven. De verpleeghuizen weer open. De scholen weer op volle toeren. Weer naar het theater of de concertzaal. Weer voetballen. Weer juichen. Weer naar de kerk. Weer samen zingen. Vrij van al die lastige beperkingen. Hoe lang nog moeten we wachten tot het virus is verdwenen? Hoe lang nog tot het vaccin is gevonden? Wie zal zeggen: hoe lang nog?

Een profeet als Jeremia hebben we niet. IK ben het in elk geval niet. Jeremia heeft trouwens geen goede boodschap voor de mensen in ballingschap. ‘Het duurt nog 70 jaar’, zegt hij. Die Babylonische ballingschap staat nog maar aan het begin. Jullie, die nu al in Babel moeten leven, zijn nog lang niet thuis. De eerste golf is geweest, maar de tweede golf zal straks nog komen. Erger dan de eerste. Dan zal Jeruzalem verwoest worden. Er zullen nog veel meer mensen worden weggevoerd naar Babylonië. Het wordt nog veel erger. Het duurt nog veel langer. 70 jaar! Dat is een mensenleven. Jullie gaan niet naar huis. Nog lang niet. Nooit van je leven niet.

‘We zijn er nog lang niet’. Wees niet bang, ik ga u hier nu niet hetzelfde vertellen als Jeremia toen. Of de Coronacrisis nog 70 dagen, 70 maanden of 70 jaar zal duren? Ik weet het net zo min als de medische wetenschap. Of we weer terug kunnen naar het ‘normaal’? Of we – figuurlijk gesproken – weer ‘naar huis’ kunnen? Naar ons leven zoals het tot voor kort in Nederland was? Onbezorgd, welvarend, rooskleurig? Ik weet het niet. Of eigenlijk weet ik het ook wel. 
Eigenlijk weet ik wel, wat Jeremia ons zou zeggen, als hij onder ons was. Hij zou ook tegen ons zeggen: (schrik niet) ‘Ook jullie zijn ver van huis. Ook jullie kunnen niet naar huis. Nu niet. Nog niet. Nooit niet. Nooit zal het zo zijn dat de aarde helemaal jouw huis kan zijn. Nooit zal deze wereld echt jouw thuis mógen zijn. Want ook jullie zijn ballingen. Jullie kunnen overal wonen, maar je bent nergens ‘thuis’. Als je gelooft in God ben je op deze aarde nooit thuis. Als je Jezus volgt heet je vaderland niet ‘koninkrijk der Nederlanden’. Dan heet het ‘Koninkrijk van God’. Dan is je moederstad of dorp niet Nijverdal. Jouw ultieme woonplaats is het hemelse Jeruzalem. Daar hoor je thuis. Jouw echte ‘thuis’ is dan het huis van God, Gods Vaderhuis. Dus ben je hier op aarde altijd: balling, vreemdeling. Dat is wat ook Petrus schrijft in zijn brief. We hebben het gelezen: ‘Geliefde broeders en zusters, u bent als vreemdelingen die ver van huis zijn’. Het is zoals zwarte slaven zongen in hun spiritual: ‘This world is not my home, I’m just a passing through. My treasures are laid up, somewhere beyond the blue. The angels beckon me from heaven’s open door and I can’t feel at home in this world anymore’. ‘Deze wereld is niet mijn thuis. Ik ben slechts een passant. Mijn schat, mijn thuis ligt boven, ergens aan de overkant. De engelen nodigen mij vanuit de open poort. En ik kan mij nooit meer echt thuis voelen in dit aardse oord’. 

Nooit meer thuis. Een christen, een volgeling van Jezus kan zich hier op aarde nooit echt helemaal ‘thuis’ voelen. Hoezo? Dat komt omdat er hier op aarde nooit echt helemaal ‘vrede’ is. ‘Geen vrede, zeg je? Het is toch geen oorlog? We hebben al 75 jaar vrede in ons land’. Ja, maar, zeg ik, vrede, echte vrede is veel meer dan ‘geen oorlog’. Vrede heet in de Bijbel ‘sjalom’. Shalom is veel meer dan de afwezigheid van oorlog. Het is ook heel iets anders dan wij bedoelen met ‘de lieve vrede bewaren’. Shalom is allesomvattend. Harmonie tussen mensen van alle volken, talen, huidskleuren. Het totale einde aan racisme en discriminatie. Welzijn, gezondheid, einde aan alle ziekte, epidemieën, pandemieën. Einde aan Corona, maar ook einde aan Malaria. Heelheid van de Schepping. Een werkelijk duurzame aarde voor mens en dier. Shalom is ook vrede met God. Met de HEER leven, als met een Vriend. Vrede is redding door de HEER Zelf gebracht. Voor die vrede stierf Jezus aan het kruis. Die vrede stond op uit het graf. Vrede is dé goede vrucht van de Geest. Shalom is hemelse vrede, die bij God en Zijn Koninkrijk vandaan komt. Zolang die volle vrede er niet is, is de wereld nog niet ons ‘thuis’. Dan zijn wij ‘vreemdelingen in schande en in scha’. Ballingen. We gaan nog niet naar huis. Nog lang niet? Duurt het ons mensenleven? 70 jaar? Vind ik in mijn dood de hemelpoort naar de eeuwige vrede? Of komt Jezus eerder terug en daalt Zijn vrede op de hele aarde neer? Wie zal het zeggen… Ik hoef het niet te weten. 
Ik moet weten wat me hier en nu te doen staat. Dat is wat Jeremia zegt tegen die ballingen in het verre Babel. Hij zegt, wat wij tegen elkaar zeggen. ‘Houd moed, heb lief’. ‘Zet je in voor de bloei van Babel’. Daar staat voor ‘bloei’ dat woordje ‘sjaloom’. Zet je in voor die volle vrede. Wees een vredesstichter. Wees een gezant van Gods shalom. Ook al woon je in het vijandige Babel. Zoek de vrede, voor je stad, voor je dorp. Vrede zelfs met je vijanden. En: ‘Bid om vrede voor de stad, waarheen ik jullie heb weggevoerd’. Vraag de HEER om Zijn hemelse vrede. Voor jezelf en voor je omgeving. Je bent namelijk niet voor niets in Babel. Wij wonen niet voor niets op Nijverdal. De HEER heeft ons hier neergezet. Een klein stukje aarde heeft Hij ons toevertrouwd. Om aan vrede te bouwen. Om vrede te planten. De HEER heeft hier een taak voor ons. Meewerken aan de opbouw van de samenleving. Bouwen aan een betere wereld. Als je het niet voor jezelf doet, doe je het voor de toekomst. Voor onze kinderen en kleinkinderen. Want we gaan een keer naar huis. De volle vrede komt. God de Vader zal Zijn kinderen thuis opwachten. Tot het zover is werken we aan vrede. Bidden we om vrede. ‘Geef vrede, HEER, geef vrede’.