Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

NIEUWJAAR: HALLELUJA!

Kerkdienst op 1 januari 2020
Lezingen: Psalm 150

 

Halleluja!

 

Loof God in zijn ​heilige​ woning,
loof hem in zijn machtig gewelf,
Loof hem om zijn krachtige daden,
loof hem om zijn oneindige grootheid.
Loof hem met hoorngeschal,
loof hem met ​harp​ en ​lier,
loof hem met dans en ​tamboerijn,
loof hem met snaren en ​fluit.
Loof hem met klinkende bekkens,
loof hem met slaande ​cimbalen.
Alles wat adem heeft, loof de HEER.
Halleluja!

 

 

Het lijkt een ongelukkige keuze: de laatste Psalm op deze eerste dag. Uitgerekend op de dag, dat wij als gemeente het nieuwe jaar inluiden, lezen we het slothoofdstuk van het Psalmenboek. Hadden we niet beter met de eerste Psalm kunnen beginnen? Ook qua inhoud zou dat geen slechte keuze zijn geweest: ‘Gelukkig de mens die niet meegaat met wie kwaad doen, die de weg van zondaars niet betreedt’. Bij alle goede voornemens en mooie plannen voor het nieuwe jaar zou deze goede raad van Psalm 1 zeker niet misstaan. We zouden elkaar aan het begin van dit nieuwe jaar eens goed kunnen herinneren aan onze opdracht. Om met God en Zijn gebod op weg te gaan. Gods opdracht voor de toekomst. De weg van de HEER – ook voor 2020. Voor minder gaan we niet.

Ook Psalm 150 geeft ons een opdracht. Maar wel een andere opdracht. Het beveelt ons de HEER te loven. Een keer of 10 achter elkaar klinkt hetzelfde bevel: ‘Loof God’, loof Hem, loof de HEER’. En dan ook nog eens een keer om te beginnen en aan het einde het woord ‘Halleluja’. Dat komt op hetzelfde neer: ‘Looft de HEER’, betekent dat. Duidelijk genoeg dus, die Psalm, zou je denken. Maar is dit iets voor het nieuwe jaar? Het was misschien een mooie afsluiting geweest voor ons oude jaar. ALS we tenminste geen reden tot klagen hadden. Als er – bij een terugblik - voldoende reden tot danken en loven geweest is. Misschien geen ‘tienduizend redenen tot dankbaarheid’, maar in elk geval een stuk of wat. Dan kun je ACHTERAF praten en ACHTERAF zingen en dat is altijd makkelijker. Als de HEER je geholpen heeft, kun je ‘dank U wel’ zeggen. Maar bij voorbaat dankzeggen? Van tevoren God loven? Op de eerste dag van het nieuwe jaar meteen al inzetten met Halleluja? Nee, laten we eerst eens even afwachten, wat de toekomst ons brengen moge. Niet te vroeg juichen, want vogeltjes die te vroeg zingen zijn voor de poes.

Kunnen we God niet beter eerbiedig vragen om ons te helpen in het nieuwe jaar? Kunnen we niet beter vurig smeken om ontferming met de nood van de wereld? En dan later, op 31 december van dit nieuwe jaar kijken of we misschien ook nog een loflied kunnen zingen?

NEE dus. Het loflied kan niet wachten. Het Halleluja wordt ons ook vandaag in de mond gelegd. Natuurlijk: ook vandaag bidden en smeken we. Dat hebben we gedaan: ‘Meester, men zoekt U wijd en zijd’. ‘Arts aller zielen, neem ons in Uw hoede’. Wij roepen de HEER aan om ons alstublieft nabij te zijn in het komende jaar. Natuurlijk sluiten wij onze ogen op de eerste dag van het nieuwe jaar niet voor alle mensen in nood. Natuurlijk zijn wij diep bewogen met hen voor wie 2020 niet veel goeds belooft. Daar bidden we vandaag voor. Daar zullen we elke dag en elke zondag voor blijven bidden. Maar ik hoop, dat je vandaag ook van harte mee wilt zingen met het loflied. Omdat Psalm 150 ons goede redenen geeft om nu al de HEER te loven. ‘Loof God om zijn krachtige daden, loof Hem om zijn oneindige grootheid’, luidt de ouverture van deze Psalm. Een loflied zingen doe je niet met oogkleppen op, die alleen naar voren gericht zijn. Een loflied zing je door om zo te zeggen eerst eens over je schouder of in de achteruitspiegel te kijken. En als je achterom kijkt, mag je Gods krachtige daden zien. Dan kun je Zijn oneindige grootheid aanschouwen. In de tempel in Jeruzalem dacht men dan ongetwijfeld aan de uittocht uit Egypte of de verlossing uit de ballingschap. Wij als gemeente van Christus mogen denken aan wat we afgelopen dagen gevierd hebben: de geboorte van onze HEER en Redder. Juist in het kleine Kind van Bethlehem heeft God zijn oneindige grootheid bewezen. Juist het leven, de dood en de opstanding van Jezus Christus zijn ‘krachtige daden’ van de HEER. De HERE God heeft ONS bevrijd van de zonde. Hij heeft ons verlost van de eeuwige dood. Die ‘krachtige daden’ ZIJN voor ons geschied. Wie daarop vertrouwt, heeft een zekere toekomst. Die is nooit, nooit meer zonder God. Dan mag je weten, dat ook jij eens deel mag uitmaken van die ontelbare ‘halleluja-zingende’ menigte voor Gods troon. Dat pakken ze je nooit meer af. Dus mag je bij voorbaat instemmen met het loflied, dat klinkt in hemel en op aarde. Je kunt elke dag het ‘halleluja’ zingen, al is het dan soms met tranen in je ogen en met pijn in het hart.

Wat een voorrecht, als je ook al in je eigen aardse leven iets van Gods grootheid mag zien. Dat je mag meemaken, dat Zijn krachtige daden direct ingrijpen ook in jouw leven. Wat een geluk dat je mocht beleven, dat je van een ernstige ziekte genezen mocht. Dat je na zware operaties, bestralingen en kuren kon zeggen: ik mag nog verder op aarde. Ik mag nog gelukkig zijn met wie mij lief zijn. Dan heb je reden te meer om God te loven. Dan mag je al je talenten, maar zeker ook je zangtalenten inzetten om God te loven. Maar ook al zing je zo vals als een kraai: hier in de kerk kun je gewoon enthousiast je toontje meeblèren. Ieder vogeltje zingt nu eenmaal, zoals het gebekt is. Allen, die het horen willen, mag je meenemen in het loflied. ‘Geprezen zij God!’. Ook in 2020 – elke dag.