Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

 

"MY NAME SHALL BE THERE"
Afscheidsdienst

Schriftlezingen: 1 Koningen 8:27-30 en Matteüs 28:16-20

Hier binnenkort geluidsopname

 

'…de plaats waarvan u zelf hebt gezegd dat daar uw naam zal wonen…’
 (1 Koningen 8:29)

 

Bijna zeven jaar geleden. Een regenachtige dag. Plensbuien afgewisseld met enkele felle opklaringen. Twee mensen met de auto op weg naar hun nieuwe bestemming. Hun hoofd vol van het prachtig afscheid in de oude woonplaats Varsseveld. Hun hoofd leeg en onkundig van wat hen te wachten staat in die nieuwe woonplaats Kudelstaart. Wat zal het brengen? Lief, leed, goede, kwade dagen, ziekte, gezondheid. Ups, downs. Bergen en dalen. Goede tijden, slechte tijden. Alle clichés komen boven als je een nieuwe onzekere toekomst tegemoet gaat.
Maar kijk, we zijn er bijna. Het bordje met de plaatsnaam: Kudelstaart. De navigatiestem wijst de weg. ‘Rechtsaf slaan…’ Op de achtergrond klinkt muziek uit de autoradio. Stil, luister, luister goed! (klik hier voor dit muziekfragment)
Ik weet nog goed, hoe het mij raakte. Die muziek in de auto. Precies op het moment dat we Kudelstaart inreden. Stokoude muziek van de Engelse componist Thomas Tallis. Een gezongen Bijbeltekst. Die paar woorden daaruit troffen me op dat moment in het hart: ‘My Name shall be there’.

 
Deze woorden hebben we zojuist uit de Bijbel gelezen in de Nederlandse vertaling. Het zijn woorden uit het gebed van Salomo. Salomo – je weet wel – is de zoon van David. Koning Salomo, opvolger van koning David. Ze leefden meer dan 3000 jaar geleden. David veroverde de stad Jeruzalem. Zijn zoon Salomo bouwt in Jeruzalem de tempel. Hij is er vast van overtuigd dat hij daarin God gehoorzaamt. Hij is er diep van doordrongen dat die tempel in Jeruzalem een bijzondere plaats zal zijn. Een heilig huis. Een paleis voor God. Een plek op aarde waar God wonen zal tussen de mensen. Een godshuis, waarvan God zegt: ‘Ik zal er wonen – ‘My Name shall be there’.
Gods huis. Gods woning. Kun je dat wel zeggen, dat God ergens ‘woont’? Dat God ergens een plekje heeft, waar je Hem kan vinden en opzoeken? Is dat niet té kinderlijk, te primitief gedacht? Nou, Salomo mag dan meer dan 3000 jaar geleden geleefd hebben – hij is ook niet gek. Natuurlijk kun je de God die hemel en aarde gemaakt heeft niet in een huisje opsluiten. Natuurlijk kun je hem niet vastpinnen aan één plek op de kaart. God is groter. Altijd groter. God kun je niet bevatten. Hij is zelf degene die alles omvat. Zelfs de hemel, ja de hemel der hemelen is te klein voor Zijn grootheid. Hij is overal om ons heen – onder, boven, voor en achter. Hij omgeeft mij van achter en van voren. Nergens is een plek waar Hij niet kan komen. Maar voor ons mensen is dat knap onhandig. Waar moet je God ergens vinden, als je Hem overal kunt zoeken? Voor ons gemak zijn er dus van die plekjes die we Godshuizen noemen. Misschien kun je daarvan beter niet zeggen, dat God daar woont. Beter kun je zeggen, zoals Salomo het zegt, dat Gods Naam er woont. Plaatsen waarvan God zegt: ‘My name shall be there’. 


De tempel in Jeruzalem was ooit het belangrijkste Godshuis. 3000 jaar geleden gebouwd. Bijna 2000 jaar geleden verwoest. Nog steeds is het laatste restant van die tempel, het gedeelte dat wij ‘klaagmuur’ noemen, een speciale plek. Voor Joden nog steeds de plek bij uitstek, waar God woont. Of nee dus, niet God woont. Zijn aanwezigheid woont er. Zijn heerlijkheid rust er. Zijn Naam is er. Het is voor veel Joden een onvergetelijke belevenis om daar te staan. Met je gezicht naar die muur. Om daar te bidden – met of zonder briefjes. Zoals ooit Salomo dat heeft gedaan. Met zijn handen naar de hemel geheven en zijn gezicht gericht naar dat huis van God. Het huis waar God Zijn naam en eer heeft laten wonen bij de mensen. God heeft aan die plaats op aarde Zijn Naam verbonden. Hij heeft er – om het simpel te zeggen – Zijn naambordje op geplakt. ‘Hier ga ik wonen. Hier kun je mij vinden. Hier mag je tot Mij bidden. Hier zal ik naar je luisteren. Hier zal ik je vergeving schenken en je genadig zijn.


Ook wij kennen zulke plaatsen. Overal op aarde – tempels, kerken, Godshuizen. Huizen waar de HEER van hemel en aarde Zijn naam aan heeft verbonden. Waar Gods naamkaartje hangt. En een ‘brievenbus’ – om je gebeden in te deponeren. Gods Naam wordt er beleden, gedankt, geloofd. Vooral op die ene dag van de week komen we er samen in de Naam van Jezus. Er wordt van tijd tot tijd gedoopt in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Brood wordt gebroken en wijn gedronken namens Hem die Zijn lichaam en bloed voor ons gaf. Er klinken levende woorden, als de Bijbel opengaat in Zijn Naam. En als het goed is – dat is het helaas niet altijd – wordt Gods Naam er hoog gehouden. Dan gaan mensen weer naar huis gezegend met die Naam van God. Leven ze hun leven als Gods visitekaartjes. In de Naam van God, ‘in the name of love’. 


‘Mijn Naam zal er wonen’. Toen wij zeven jaar geleden naar Kudelstaart kwamen, wisten we niet wat ons te wachten stond. We waren een beetje als Abraham en Sara – geroepen om op weg te gaan. Gehoorzaam aan een stem. Precies op het juiste moment klonk de belofte uit Gods mond. Als een boodschap uit de hemel via de autoradio: ‘My name shall be there’. Ga maar vol vertrouwen op weg. Ook in Kudelstaart woont Gods naam. Die belofte van God is uitgekomen. Vooral hier in dit Godshuis, deze kerk. We hebben met elkaar gebeden, gedankt, gedoopt, Avondmaal gevierd, gerouwd en getrouwd, gevierd en getreurd. Alles in de Naam van de HEER. Gods Naam hebben we gebruikt. Helaas soms ook misbruikt. We hebben Gods Naam hoog gehouden. Soms helaas ook door het slijk gehaald met ons kleinzielig gedoe. Ik hoop dat we het elkaar kunnen vergeven – zoals God het ons vergeven wil.
‘My Name shall be there’. Dat betekent voor ons nog meer dan een etiketje. Meer dan alleen een naambordje. De echte, de ene, de heilige Naam van God is ‘HEER’ of ‘HERE’. Die Naam betekent: ‘Ik ben die Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn’. 
Ook dat hebben we in Kudelstaart mogen ervaren. Dat de HEER bij ons was – juist in de diepdonkere dagen die er in de afgelopen zeven jaren ook zijn geweest. De HEER heeft Zijn Naam waar gemaakt door er te zijn – ook voor ons. Door middel van de liefde van mensen. Door Zijn troost, Zijn diepe vrede in ons hart. Het heeft ons doordrongen van de woorden van Jezus: ‘Ik ben met je alle dagen’. 
De HEER was er – toen de grond onder onze voeten werd weggeslagen. De HEER is er en blijft ook hier in Kudelstaart. De HEER zal er zijn. Hij gaat met ons mee naar Nijverdal. Tot de einden der aarde. Tot aan de voltooiing van de wereld. Tot in de dood. Zijn Naam is: ‘Ik zal er zijn’.