Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

MEELOPER OF VOLGELING

Kerkdienst op 8 September 2019
Lezingen: Deuteronomium 30:15-20 en Lucas 14:25-35


“Wie niet zijn kruis draagt en mij op mijn weg volgt, kan niet mijn leerling zijn” (Lucas 14:27)

 

Meeloper of volgeling. Deze keuze houdt Jezus ons voor. Wil je een meeloper blijven of wil je een volgeling worden?

Meelopers zijn er genoeg, wanneer Jezus deze woorden spreekt. Over belangstelling heeft Hij niet te klagen. Het is een drukte van belang achter de Zijn rug. Waar Hij gaat of staat, brengt Hij veel volk op de been. Grote mensenmenigten trekken met Jezus mee. Nieuwsgierige, geïnteresseerde, belangstellende mensen. Hij is een populaire rabbi. Wat wil je? Als je zo goed en aansprekend kunt vertellen als Jezus. Als je geen blad voor de mond neemt. Als je hoge heren de waarheid durft te vertellen. Als er bovendien rondom Jezus zoveel te zien en beleven valt. Verlamden wandelen; blinden zien; doven horen. Spektakel genoeg. Dus belangstelling genoeg. Mensen rondom Jezus. Maar wel: meelopers.

Meeloper – dat ben je uit belangstelling of sensatiezucht. Misschien ook wel uit verlangen. Omdat je iets hoopt te ontvangen. Je verwacht, dat er wat te halen valt bij Jezus. Dus loop je mee – als een hondje met het baasje.

Onder ons, kerkgangers, zijn ook veel meelopers. Wij zijn voor het grootste gedeelte meelopers. De meeste van ons zijn geboren uit gelovige ouders. We werden als baby de kerk binnen gebracht om gedoopt te worden. Aan de hand van vader of moeder werden we meegenomen naar de kerk. Bij het opgroeien werd geprobeerd onze belangstelling te wekken. Toen we oud genoeg waren, werd het aan onszelf over gelaten: ga je nog mee of blijf je liever thuis? Maar blijkbaar was ónze belangstelling gewekt. Anders zaten we hier niet. We liepen mee met de goegemeente. Tot op de dag van vandaag. Daar zitten we dan. Van huis uit… meelopers.

Het is misschien niet zo ‘in’ in onze tijd om meeloper te zijn. Maar er is niets mis mee. Jezus is gekomen voor alle mensen. Om zoveel mogelijk mensen te bereiken met het evangelie van het Koninkrijk. Hij nodigt allen uit tot Hem te komen – ‘Komt allen tot Mij…’ En ze komen! In drommen tegelijk. De eeuwen door heeft Jezus miljoenen, miljarden meelopers gehad. Naar Zijn Naam genoemd: christenen, christelijk. Dat is dus al begonnen tijdens Jezus’ optreden op aarde. Tegen de horizon van het Heilige land zie je een lange stoet het land doortrekken. Allemaal met die Ene mee. Allemaal meelopers.

Maar dan, plotseling, staat Jezus stil. Hij draait zich om naar al die mensen. Hij kijkt hen recht in de ogen en zegt: ‘Meeloper of navolger? Wat ben je eigenlijk? Wil je meelopen? Goed, best, maar het zal niet genoeg zijn. Ik vraag meer. Vroeg of laat zul je merken, dat het leven met Mij niet vrijblijvend is. Dan sta je voor de keus: wil je volgeling worden? Ga er dus even voor zitten en bereken de prijs.

Stel: Je wilt een toren bouwen. Dan ga je niet als een dolle aan de slag. Je gaat er eerst voor zitten. Je neemt pen en papier. Je gaat rekenen – zoveel stenen; zoveel hout; zoveel cement; zoveel spijkers; zoveel dakpannen. Zoveel geld. Eerst kosten berekenen, dan pas bouwen. Als je het zó aanpakt, kan uiteindelijk de vlag in de top van de toren.

Stel: Je bent een koning. En je raakt in oorlog met het buurland. Dan storm je niet als een dolle stier op je tegenstander af. Je gaat er eerst voor zitten en berekent je kansen. Hoeveel infanterie, hoeveel cavalerie, hoeveel artillerie heb ik nodig? Nee, het is geen spelletje RISK! Je neemt geen onverantwoorde risico’s. Je trekt pas ten strijde, als je winstkansen hebt. Teken anders de vrede of geef je gewonnen.

Stel: Jij bent een meeloper. Je hebt sympathie voor de boodschap van Jezus. Die belangstelling heb je van huis uit meegekregen. Maar wil je ook volgeling worden? Ga er dan eens voor zitten en bereken de kosten. Meelopen is vrijblijvend. Volgen kost wat. Heb je het ervoor over? ‘Bezint eer ge begint!’.

Jezus waarschuwt van tevoren! Hij lokt mensen niet met mooie praatjes. Hij belooft geen gouden bergen. Bij hem geen kleine lettertjes. Open en eerlijk vertelt Hij, wat je kunt verwachten. ‘Wie volgeling wil worden moet zijn kruis dragen en Mij op mijn weg volgen’, zegt Hij.

‘Je kruis dragen’. Letterlijk weten wij natuurlijk, wat een kruis is. Twee houten balken, dwars op elkaar gespijkerd. Jezus is gekruisigd. Zo ver is het nu, als Jezus dit zegt, nog niet. De meelopers, naar wie Jezus zich heeft omgedraaid, die Hij recht in de ogen kijkt, weten niet, dat Jezus binnenkort aan het kruis zal hangen. Maar ze weten drommels goed, wat kruisigen is. De Romeinse bezetter gebruikt het kruis om opstandelingen uit de weg te ruimen. Je ziet ze regelmatig gaan. Ter dood veroordeelde misdadigers met het kruis op de rug. Zo zal het met Jezus gaan.

Telkens in het evangelie van Lucas lezen we dat Jezus doelbewust naar Jeruzalem opgaat. Hij weet, wat Hem in Jeruzalem te wacht staat: de dood aan het kruis. Dus draait Hij zich om en zegt tegen alle meelopers: als jullie meelopen naar Jeruzalem, dan loop je hetzelfde risico als Ik. Als je achter Mij aan blijft lopen, kom je tenslotte ook op Golgotha terecht. Pilatus zal ook jou overgeven aan Zijn soldaten. Ook op jouw schouder zullen ze de kruisbalk leggen. Jij zult achter Mij de stad uitlopen, de heuvel op en… mijn volgeling zijn. Wil je dat? Met Mij gekruisigd worden?

We weten: zo is het niet gegaan. Als Jezus veroordeeld wordt, zijn er geen meelopers meer te bekennen. Als Jezus Zijn kruis krijgt opgelegd, zijn alle sympathisanten en geïnteresseerden verdwenen. De grote grijze massa is afgehaakt. Om Hem heen slechts tegenstanders. Iedereen is tegen Hem. Eenparig klinkt uit aller mond: kruisigt Hem. Jezus gaat alleen Zijn lijdensweg. Niemand waagt het om op dat moment achter Hem te gaan. Geen mens, die het voor Hem opneemt. Te midden van alle rumoer is Jezus alleen. Van mens en God verlaten. Geen mens, die op dat moment volgeling wil zijn.

Zo is het gegaan. Zo is het ook bedoeld. Jezus weet, dat Hij alleen de weg moet gaan. Als Lam ter slachting – als offer in onze plaats. Hij als de Ene voor ons allen. Om ons te dienen is Hij gekomen en heeft Hij Zijn leven gegeven. Hij droeg onze straf. Zijn striemen schonken ons genezing. Voor meelopers is Hij gekruisigd. Voor falende dwalende mensen, die afhaken als het te spannend wordt. Hij heeft Zijn kruis gedragen om ons te bevrijden.

Maar hoe zit het dan met ons kruis? Als wij Hem willen navolgen moeten wij ons kruis dragen. Je kruis dragen: pijnlijk lijden, dat je te wachten staat. Maak je geen illusie: als je Jezus wilt volgen, kan er heel wat ellende over je heen komen. Als wij Zijn volgeling willen zijn, zal ons leven niet van een leien dakje of over rozen gaan. Dat is ook gebleken. In de loop van de 20 eeuwen, die er ‘na Christus’ zijn geweest. Heel vaak werden volgelingen van Christus vervolgd, opgesloten, gemarteld, zelfs gedood. Meelopers niet. Meelopers liet men ongemoeid. Meelopers zijn niet gevaarlijk. ALS er gevaar dreigt, haken ze af. Maar volgeling van Jezus zijn – dat brengt risico’s met zich mee! Tot op de dag van vandaag. In veel landen staat er een prijs op je hoofd als je Jezus als Heer belijdt. Nog altijd worden kerken in brand gestoken, christenen gediscrimineerd, opgesloten in de gevangenis en zelfs gedood.

Als je dat overkomt, weet je precies waar Jezus het over heeft. ‘Wie niet zijn kruis draagt en mij op mijn weg volgt, kan niet mijn leerling zijn’.  Christenen, die hun kruis dragen – veroordeeld, bespot, gehaat om hun overtuiging. Of ook mensen, die zich misschien geen christen noemen, maar zich wel inzetten voor vrede, recht en gerechtigheid. Die zich inzetten voor de dingen, waarvoor Jezus zich inzette. En daarvoor een hoge prijs moeten betalen.

Maar Jezus bedoelt niet alleen mensen in vervolging of levensgevaar. Zo ver van ons bed blijft Hij nooit. Ik zie, dat Jezus zich vandaag ook naar ONS omdraait, ONS aankijkt, ook ONS bedoelt. ‘Hé, jij, meeloper, geboren en opgevoed met de paplepel van het christelijk geloof. Ga jij er ook eens voor zitten en bereken de kosten. Wat heb jij er voor over? Wat kost het JOU om echt VOLGELING te zijn? Achter Jezus aan – dat wil zeggen: luisteren naar Zijn woorden en werkelijk doen wat Hij van ons vraagt. Het is de keuze, waar Mozes het volk voor plaatst. De weg volgen, die God wijst. Zijn geboden, wetten en regels in acht nemen. Je naaste liefhebben als jezelf en God boven alles.

Dat bedoelt Jezus, wanneer Hij het heeft over breken met je vader en moeder, vrouw en kinderen, broers en zusters, ja zelfs breken met je eigen leven. In de oudere vertalingen stond daar het beladen woord: HATEN. In de talen van de Bijbel heeft dat niet die emotionele lading, die er bij ons in zit. Zo’n haatgevoel, dat je de vuisten doet ballen en dat de adrenaline door het lichaam doet stromen: ik HAAT je. Nee, ‘haten’ kun je in de Bijbel beter vertalen met ‘breken’, zoals de Nieuwe Bijbelvertaling het doet. Je zou ook kunnen zeggen: ‘op de tweede plaats zetten’. Haten heeft in de Bijbel te maken met kosten berekenen. Een nuchter afwegen in de weegschaal van prioriteiten: wie is voor mij de belangrijkste? Wat is het belangrijkste? Aan wie geef ik voorrang? Wie krijgt van mij de eerste plaats in mijn leven? Staan bij mij God en Zijn Koninkrijk op nummer één.

DAT is dus het kruis dat wij op ons moeten nemen. Als we van meeloper volgeling willen worden, wordt van ons onvoorwaardelijke liefde voor God en totale inzet voor Zijn Koninkrijk gevraagd.

Het betekent, dat jouw wereld niet ophoudt bij je EIGEN kleine kringetje, je gezin, je familie; je eigen kerkje of groepje; met in het middelpunt je eigen ik.

Het houdt in: bouwen aan een wereld vol liefde om je heen. De strijd aangaan tegen de macht van het onrecht in jouw eigen omgeving. Je eigen leven aan God overgeven op jouw eigen wijze.

Dus: wil je volgeling worden? Reken maar uit - Wat kost het je?

Als je weet, wat het Jezus gekost heeft,

dat Hij met Zijn leven voor ons heeft betaald,

dat Zijn dood aan het kruis ons leven betekent,

dan is de keuze niet moeilijk.

Dan zullen wij Hem vrolijk volgen op onze levensweg.