Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

Maria's voornemen
Verkondiging op zondag 2 januari 2022

De Regenboog te Nijverdal

Schriftlezingen: Psalm 1 en Lucas 2:15-24

 “Maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken” (Lucas 2:19)

 Maria, de moeder van Jezus, heeft voor Protestanten vanouds geen goede papieren. Dat ligt niet aan Maria. Het ligt aan dat wat mensen in de loop van de eeuwen van haar gemaakt hebben. Vanuit de Bijbel is Maria de moeder van Gods Zoon. Jezus is – zoals de apostolische geloofsbelijdenis zegt – ‘geboren uit de maagd Maria’. Daarna is de kerkelijke traditie steeds verder gegaan in haar verering. Ze zou niet alleen maagd zijn geweest, toen Jezus werd ontvangen. Ze zou ook zelf op wonderlijke onbevlekte wijze verwekt zijn. Ze zou niet zoals ieder mens gewoon gestorven zijn. Men kwam op de gedachte dat zij – vergelijkbaar met haar Zoon – ten hemel was gevaren. Bovendien zou zij bij uitstek de heilige zijn, die je aan kunt roepen in je nood. Via Maria als tussenpersoon kunnen de gebeden opgezonden worden. Kortom: Maria werd op een voetstuk van verering geplaatst. Van de weeromstuit waren alle pijlen van de Reformatie in de 16e eeuw vooral op Maria gericht. Haar beelden sneuvelden als eerste tijdens de Beeldenstorm. Haar imago werd door de Protestantse traditie afgetuigd. Bidden tot Maria mag een Protestant niet. Het ‘Ave Maria’, ‘wees gegroet’ werd een verboden gebed. Maria moest haar bevoorrechte positie opgeven en viel van haar voetstuk. 

De laatste jaren zijn wij als kerken – gelukkig! – naar elkaar toe gegroeid. We zijn erachter gekomen dat wat ons bindt belangrijker is dan wat ons scheidt. Kerken zijn ook naar elkaar toegegroeid in de beoordeling van Maria. De officiële Rooms-katholieke leer wijst aanbidding van Maria af. En juist in Protestantse kringen is de moeder van de HEER aan een comeback bezig, als ik me niet vergis. Over Maria verschijnen artikelen en boeken die haar in een beter daglicht plaatsen. De degelijk orthodoxe christelijk geformeerde professor Arnold Huijgen schreef een dik boek over haar. Dat is het theologisch boek van het jaar 2021 geworden. In menig huiskamer vind je tegenwoordig een beeldje of afbeelding van Maria. Ook in de onze, zal ik bekennen. En ik schaam me er niet voor. Vanuit de tegenwoordige genderdiscussies is het belangrijk om Maria uit het stof naar voren te halen. Zij biedt als vrouw noodzakelijk tegenwicht tegen een te mannelijk christelijk geloof. Maar het belangrijkste is dat Maria vanuit de Bijbel onze aandacht verdient. In de Bijbel speelt Maria een cruciale rol. Zij is volgens engel Gabriël een begenadigd mensenkind. Zij is volgens haar tante Elisabeth de meest gezegende van alle vrouwen.

 

 Juist aan het begin van ons nieuwe jaar treedt Maria vandaag voor ons voetlicht. Als lichtend voorbeeld. Voorbeeld van geloof. Godsvertrouwen waar wij allemaal een voorbeeld aan kunnen nemen. Als wij al met goede voornemens het nieuwe jaar in willen, dan worden ze ons vandaag door Maria aangereikt.

 

We kijken vanmorgen nog één keer in de kerststal. We zien het kindeke in de kribbe met daar omheen vooral mannen staan. Jozef, de herders en inmiddels ook andere belangstellenden. De boodschap van de herders roept hun verbazing op. ‘Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden’. Verbazing is een mooie reactie op de kerstboodschap. Verbazing dat het Kind van God geboren is. Verbazing dat Hij de Redder, de Messias, de HEER is. Wat de herders vertellen is opmerkelijk en verrassend. Het wekt verbazing. Maar verbazing is als een tweesprong: je kunt twee kanten op. Verbazing kan omslaan in onverschilligheid: je haalt je schouders op. ‘Het zal allemaal wel. Verrassend wat die herders vertellen. Interessant. Leuk ook dat kerstfeest met dat kindje in het kribje. Maar wat moet ik er verder mee? De wereld draait door’. Maria’s reactie is anders. Zij gaat verder, dieper. Van haar lezen we dat zij de woorden van de herders bewaart en erover bleef nadenken. Dat zouden meer mensen moeten doen. Dat zouden ook wij moeten doen. Dat zou ons goede voornemen kunnen zijn. Daarin gaat Maria ons voor.

 

 Allereerst in het ‘bewaren’. Letterlijk betekent dat woord zo iets als ‘opbergen’. Het tegenovergestelde van ‘weggooien’. Opbergen doe je met waardevolle dingen. Dingen die voor jou speciale betekenis hebben. Voor Maria zijn de woorden van de herders kostbaar. Die woorden zijn voor haar geen gewone woorden. Geen mensenwoorden. Het zijn – zoals de herders het zelf uitdrukken – ‘woorden die de HEER ons heeft bekend gemaakt’. Goddelijke woorden. Dat herkent en erkent Maria. Ze heeft er oog en oor voor. Daarin is Maria ons ten voorbeeld. Want dat is zó belangrijk in onze tijd. Dat we Gods woorden ‘bewaren’. Juist in onze tijd wordt namelijk een stortvloed van woorden over ons uitgestort. Wij zijn wat dat betreft beland in een unieke periode van de wereldgeschiedenis. Alle mogelijke informatie is voor ons toegankelijk. We hebben de beschikking over een letterlijk onbevattelijk grote hoeveelheid ‘data’. Op mijn eigen computer staat al heel wat. In de cloud van de datacenters staan nog onnoemelijk veel terabytes meer. Letters, tekens, plaatjes, filmpjes. Verhalen, kreten, liedjes, gedichtjes. Feiten en meningen. Waarheid en fake news. Informatie en vermaak. Je kunt het allemaal krijgen. Downloaden. Opslaan op de harde schijf van jouw geheugen. Maar dan is de kunst, zoals Maria, dát eruit pikken, wat écht waardevol is. En dat ‘bewaren’. ‘Maria bewaarde al deze woorden…’: de woorden van de herders, die voor haar de woorden van de HEER zijn. Dat zijn de diamantjes in de modder. De pareltjes tussen de zandkorrels. De woorden van de HEER zijn om op te pakken en te bewaren. ‘Bewaren’ betekent dan niet dat je er niets mee doet. ‘Bewaren’ is niet: ze in een kastje zetten en er vervolgens niet meer naar omkijken. Maria  blijft er ook ‘over nadenken’. Ze overdenkt de woorden die zij hoort. Ze brengt de woorden met elkaar in verband en in gesprek. Ze wikt en ze weegt ze af. Op zoek naar verbanden, naar doel en zin en samenhang. Ze overweegt de betekenis van alle woorden van de HEER. 

Maria is dus niet iemand wat vaak van haar gemaakt wordt! Iemand die alles wat de HEER zegt maar slikt als zoete koek. Ze gaat er mee aan de slag. Ze vraagt zich af: ‘Wat wil de HEER mij zeggen? Wat betekenen Gods woorden voor mijn leven? Wat betekent het voor de manier waarop ik in het leven moet staan?’. Er staat niet voor niets dat ze de woorden ‘in haar hart’ bewaart. Je hart is meer dan je brein. Je hart is je levenscentrum. Het hart is niet alleen de motor van je bloedsomloop. Het is de drijvende kracht achter je gevoel, je wil, je doen en laten. God liefhebben doe je met je hart. Als je de woorden van de HEER bewaart en overdenkt, vraag je je dus af: ‘Wat wil de HEER van mij? Welke weg wijst God mij? Wat is Gods plan voor mijn leven?’. Het is de levenshouding die Psalm 1 ons beschrijft. Over de mens die zich verdiept in Gods wet, dag en nacht. Om vervolgens niet mee te gaan met wie kwaad doen. Niet de weg van zondaars betreden. Niet bij spotters aan tafel zitten. Gods Woorden zó tot je nemen dat het je leven stempelt. Zoals een boom aan stromend water. Gods woorden als water dat je in leven houdt, tot bloei brengt, je vrucht doet dragen.

 

 Van Maria kun je leren dat je dat niet komt aanwaaien. Daar moet je moeite voor doen. Zorgvuldig uitkiezen (uit de stortvloed die over je heen komt). Zorgvuldig bedenken wat je ‘bewaart’. Daarna de woorden van de HEER overwegen. Zoals eens iemand zei: ‘als een koe herkauwen’. Daar heb je rust voor nodig. Daar moet je dus tijd voor nemen. Bijvoorbeeld dat ene uurtje per week hier in de kerk of verbonden met een kerk. Of elke dag een stukje uit de Bijbel overdenken. Een paar minuten, pakweg een kwartiertje bezig zijn met God. Meditatie, gebed, een lied, muziek.  

 Juist in onze tijd is Maria’s geloofshouding dus bijzonder actueel. Uit de stortvloed aan informatie de juiste keuze maken voor wat écht waardevol is. Daarmee aan de slag gaan. Je hart en leven erdoor laten bepalen.

 

En wat is dat dan? Hoe weet ik dan wat écht waardevol is? Hoe weet ik wat er écht vanuit de hemel tot mij komt? Hoe pik ik het eruit? Dan moet je dus altijd weer in gedachten bij de kribbe beginnen. Bij dat ‘kindeke klein, kindeke teer, dat van hoge hemel daalde neer. Verliet Zijns Vaders heerlijk huis, werd arm en hulploos, droeg een kruis’. Geen ander teken ons gegeven. De grote God die klein is geworden. Zich dienstbaar heeft gemaakt. Zich vernederd heeft tot aan het kruis. Zo volgde Maria in haar leven haar kind. Van de wieg tot het graf. Ze zat bij de kribbe. Ze stond bij het kruis. Zij werd één van de getuigen van de Opgestane HEER. Uiteindelijk draait het leven van Maria en ons aller leven om dát Kind. Zijn voorbeeldig leven. Zijn verzoenend sterven. Die geven ons leven richting. Zijn woorden en daden zijn het waard om bewaard te worden. Om steeds weer overdacht te worden. Om ons hart de juiste richting te geven.