Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

Maria's belijdenis

KERKDIENST PG NIJVERDAL
(6 december, 2e Advent)
In deze dienst leggen Jordy en Larissa belijdenis van het geloof af 

Te bekijken via Kerkomroep of YouTube


Tekst: ‘De HEER wil ik dienen.
Laat er met mij gebeuren, wat U hebt gezegd’
(Lucas 1:38)

Je kunt deze woorden de belijdenis van Maria noemen. Maria legt belijdenis van haar geloof af. Zoals Jordy en Larissa vanmorgen hier bij ons in de kerk. Jullie leggen ‘openbare belijdenis van je geloof af’. Nou, ‘openbaar’ is die belijdenis van Maria niet. Deze gebeurtenis vindt niet plaats in een openbare ruimte. Niet in de tempel van Jeruzalem of een kerk op Nijverdal. Niet in een grote drukke stad, maar in een klein dorpje achteraf. Nazareth in Galilea. 

Maria’s belijdenis vindt ook niet plaats voor oog en oor van veel mensen. Er is geen volle kerk die meeluistert en toekijkt. Niet zoals vanmorgen hier in de kerk en thuis veel mensen meeluisteren en toekijken hoe jullie straks ‘ja’ zullen zeggen. Maria staat er helemaal alleen voor. Ze is alleen met de engel Gabriël. Nu is dat niet één van de minsten. Gabriël is niet zo maar een engel. Hij is een aartsengel – één van de zeven belangrijkste engelen van God. Maria krijgt dus bezoek dat direct uit de hemel komt. Een rechtstreekse hotline naar Boven staat voor haar neus. Het is alsof de Allerhoogste God Zelf voor haar staat. Dus het verbaast ons niet: daar moet ze hevig van schrikken. Het zal je maar gebeuren – als jong meisje aangesproken worden door een aartsengel. ‘Jong’ was Maria. Zeker in ónze ogen, als we door de bril van ónze cultuur kijken. Maria was verloofd. Meisjes werden in die tijd meestal uitgehuwelijkt als ze een jaar of 12, 13 waren. Dan sloot je vader (want zo ging dat) een huwelijkscontract af met de vader van jouw aanstaande bruidegom. Jozef – in Maria’s geval. ‘Timmerman’ Jozef of ‘Spiekerjozef’, zo je wilt. Een ambachtelijk arbeider met een goede baan. Een goede partij voor Maria. Haar wacht een gespreid bedje. Na de verloving van ongeveer een jaar zullen ze in het huwelijk treden. Jozef zal een paar jaar ouder geweest zijn dan Maria. Als het ging zoals het meestal ging in die dagen. Maria was dus een jaar of twaalf. In de Joodse traditie – ook nu nog - is dát de leeftijd, waarop je op eigen benen gaat staan. Dán word je volwassen. Dan mag je eigen keuzes maken en tel je mee. In die periode van je leven leg je ook belijdenis af van je geloof. Je wordt als jongen – zoals dat heet – zoon der wet en als meisje ‘dochter der wet’. 

Dat is een prachtig feest, maar bij Maria gaat het even anders. Een engel, DE engel, weinig minder dan God Zelf stelt haar voor de keuze. Hoewel: veel te kiezen heeft Maria niet. Er wordt haar verteld dat ze zwanger zal raken nog vóórdat ze met Jozef gaat trouwen. Voordat ze met hem samen gaat wonen. Een buitenechtelijk kind zal groeien in haar schoot. Zelfs wij tegenwoordig kunnen ons een beetje voorstellen, wat dat betekent. Ongewenst zwanger raken en dan op zó jonge leeftijd. Dan heb je als meisje wel wat uit te leggen! In de eerste plaats aan je aanstaande, aan Jozef. Hij weet namelijk zeker dat HIJ de vader niet is. Maar wie dan wel? Is Maria vreemd gegaan? Dat betekent in die dagen voor een verloofd meisje minstens grote schande. Een grote kras op je reputatie. Op zijn ergst kon je door je verloofde en door je familie verstoten worden. In het alleruiterste geval lag de doodstraf op je te wachten. Zó heet werd die soep gelukkig ook toen niet meer gegeten, maar mooi is anders! Als Maria hoort wat de engel tegen haar zegt, neemt haar leven een dramatische wending. Al haar mooie dromen vallen in duigen. Ze wordt zwanger. Ze zal een Zoon baren. ‘Niet zó maar een zoon’, zegt de engel. Jezus zal hij heten. ‘God zal ons redden’ is zijn naam. Koningskind, Messias, Zoon van David, Zoon van de Allerhoogste, zal hij genoemd worden’. Maar ja, dat klinkt zo ongeloofwaardig? Leg dat maar eens uit, Maria. Aan Jozef, aan je vader en moeder. Ze zullen jou toch vierkant uitlachen? God Zelf als Vader van je kind? Je kunt beter een ander smoesje bedenken dan dit sprookje. Bespottelijk! Dát moet je maar geloven…

Geloven is niet makkelijk. Ook niet voor jullie, Jordy en Larissa. Geloof is in onze leefwereld, niet meer vanzelfsprekend. Voor veel mensen is het geloof iets om over te lachen, is de Bijbel een sprookjesboek. Wie gelooft nog in die achterhaalde verhaaltjes? Toch wel anders dan in de tijd van jullie opa’s en oma’s. Toen zíj belijdenis deden. Ouderen hier aanwezig of thuis meekijkend herinneren zich misschien de dag van hun eigen belijdenis. In een overvolle kerk. Vaak met een grote groep samen. Dat was niet bijzonder. Veel vrienden en leeftijdgenoten sloten zich aan bij de kerk. Belijdenis was afsluiting van een catechisatieperiode. Je was ook wel blij dat dát afgelopen was. Je was er wel aan toe om belijdenis af te leggen. Je ging mee in de flow. Maar jullie, Jordy en Larissa, staan hier straks met zijn tweeën. Voor jullie is dat: tegen de stroom in roeien. Niet meegaan met de trend van deze tijd. Kiezen voor het geloof, ja-zeggen tegen God, Jezus volgen in je leven – dat is jullie bewuste keuze. Desnoods tegen de meerderheid in. Gelukkig: jullie staan er niet alleen voor. Je hebt je familie, je vriendenclub, de catechesegroep, de hele gemeente. We doen het samen – niet alleen. Zoals Maria het wél helemaal alleen moest doen. Alleen tegenover de engel Gabriël. En ze doet het. Ze zegt ‘ja’ tegen de HEER: ‘U wil ik dienen’. De HEER wil ik dienen. Dienen: dat is gehoorzaam doen wat God van je vraagt. De weg gaan die Hij je wijst. Bereid zijn om Zijn licht te verspreiden. Zoals een kaars die opbrandt om licht te geven. Jezelf… opofferen voor Hem.

Zo dramatisch als voor Maria is het voor jullie gelukkig niet. De donkere vooruitzichten waar Maria mee moet rekenen zijn er voor jullie niet. We hopen en bidden dat jullie een heel mooie en gelukkige toekomst tegemoet zullen gaan. Maar net als bij Maria weten we dat niet. Ieders toekomst is onzeker. Geen mens weet wat er morgen gebeurt. Moeilijkheden en tegenslagen blijven geen mens bespaard. God dienen is geen garantie voor geluk. Je kunt van jezelf ook niet zeggen, dat je het geloof vast zult houden. Er zijn zoveel dingen die je aan het twijfelen kunnen brengen. En we zijn geen van allen volmaakt. We maken fouten. We stellen teleur. God dienen gaat met vallen en opstaan. Als je vandaag je geloof belijdt, is dat een keuze. Jij zegt ‘ja’. ‘Zoals Maria zegt: ‘De HEER wil ik dienen’. Maar jij zegt ‘ja’ omdat de HEER Zelf ‘ja’ tegen jou heeft gezegd. Je bent gedoopt, toen je nog van niks wist. Je ouders hebben jullie het geloof doorgegeven. Je mag het licht van de doopkaars overnemen en verder laten schijnen. Oneindig belangrijker dan mijn keuze is Gods keuze voor mij. Ik krijg het voorrecht om de HEER te dienen. ‘Al wat ik ben’, mijn eigen talenten en mogelijkheden mag ik in Uw hand leggen. ‘Ik geef mijzelf volledig’. Leven in Gods dienst is een zinvol leven. ‘Jezus is de reden dat ik leef’. Dat gaat niet als een sprookje – ze leefden nog lang en gelukkig. Dat gaat, zoals het lied dat we nu gaan beluisteren, zingt:

Mijn leven rust in de palm van Uw hand, ik ben van U voor eeuwig’.