Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

Lucht of leegte

preek voor zondag 5 juni 2022
Eerste Pinksterdag
De Regenboog, NIJVERDAL

Lezingen: Prediker 1:1-11 en Handeling 2:1-13

“En allen werden vervuld met de heilige Geest” (Handelingen 2:4a)

Hij kon het niet langer droog houden. Hij snikte het uit. Tranen rolden over zijn wangen. Zomaar in het openbaar. Op de publieke tribune van zijn voetbalclub. Hij liet zijn emoties gaan. Het kon hem niets schelen. Altijd was hij de stoere bink geweest. Nu even niet. Camera’s zoomden in op het gezicht van de jonge man. In zijn wit-zwart gestreepte shirt en dito gekleurd sjaaltje om zijn nek barstte hij in huilen uit. Duizenden kijkers konden het live zien op tv. Wat deed het ertoe? Het laatste fluitsignaal had geklonken. Het scorebord gaf onverbiddelijk de uitslag aan. Er was niets meer aan te veranderen. Zijn club was na 17 jaren eredivisie gedegradeerd. Jarenlang was hij een trouwe supporter. Voor de wedstrijd was hij nog vol goede moed geweest. Nu liep hij leeg. Helemaal leeg. Zo kan het gaan met een mens. Je kunt ergens vol van zijn. Je kunt leeglopen – als een lek geprikte luchtballon

Leeg. Leegte. Een leeg leven. Als je sociologen mag geloven is dat een kenmerk van veel mensen in onze moderne tijd, in onze westerse cultuur. Mensen zijn op zoek naar de zin van het leven. Of ze zoeken niet meer. Ze gaan ervan uit dat het leven toch geen zin heeft. Iemand beschrijft haar leven als “een dunne draad die boven een complete leegte loopt”. Veel mensen lopen tegen de vragen aan: ‘Wat doe ik hier eigenlijk? Waar leef ik voor? Wat is het doel, de zin van mijn bestaan?’. Antwoord op die vragen kunnen ze niet meer vinden in het traditionele geloof. Het geloof van vader en moeder, opa en oma is een voorgoed afgesloten hoofdstuk uit een té ouderwets boek. Antwoorden kunnen ze ook niet vinden in het materialisme. Alles hebben wat je hartje begeert kan de leegte niet vullen. Lekker eten en drinken, uitgaan, vakantie, mooie spullen om je heen: het is leuk, maar geeft geen blijvende bevrediging. Ze vullen de leegte niet op. Bij hard werken voor een mooie carrière loop je tegen je grenzen aan. Je moet jezelf verkopen en daarmee je ziel en zaligheid op het spel zetten. De maatschappij verwacht veel van je. Je moet oppassen dat je niet tegen een burn-out aanloopt. Ook relaties met anderen bieden geen vervulling. Van mensen weet je nooit zeker of ze wel betrouwbaar zijn. Vroeg of laat sta je er alleen voor. Op jezelf vertrouwen biedt ook al geen oplossing. Voor je het weet overkomt je iets ernstigs. Je kunt ziek worden, een ongeluk krijgen, ja dood gaan. En wat dan? Dus: Niets te wensen en toch niet gelukkig – dat is ‘leegte’.

Pinksterfeest is het feest van de vervulling. Pinksterfeest vertelt ons over iets dat je vol maakt. De Geest van Pinksteren kan je lege leven vullen.

‘Allen werden vervuld van de Heilige Geest’. Met dit korte zinnetje wordt het Pinksterfeest in Handelingen 2 samengevat. Pinksteren komt van het Griekse woord Pentecoste. Dat betekent ’50e’. In de Joodse traditie heet Pinksteren ‘wekenfeest’. Omdat het 7 weken na Pesach, na Pasen gevierd wordt. Oorspronkelijk was het een oogstfeest. Je viert met elkaar dat er weer nieuw brood op de plank is. ‘Voor alle goede gaven, Heer, brengen wij U de dank en eer’. Hij geeft ons het leven. Maar een mens leeft niet bij brood alleen. Al heel lang wordt het Joodse Wekenfeest dus verbonden met de wetgeving op de Sinaï. In het boek Exodus wordt verteld dat het volk Israël 7 weken, 50 dagen, na de uittocht uit Egypte bij de berg van God aankwam. Daar sprak de HEER zijn woorden. Hij gaf Zijn tien geboden. Daarmee gaf Hij Zijn volk een doel in het leven. God liefhebben boven alles en de naaste als jezelf.

Uitgerekend op de vijftigste dag, zeven weken na de opstanding van Jezus, daalt de HERE God wéér af uit de hemel. Nu niet bij de berg Sinaï, maar ergens in een zaaltje achteraf. Een bovenkamer in Jeruzalem. 120 mannen en vrouwen zijn er bij elkaar. Gewone mensen als jij en ik. Deze mensen hebben van Jezus’ opstanding gehoord. Jezus is zelfs aan hen verschenen. Maar ze durven het nauwelijks te geloven. Ze hebben zeker nog niet de moed om dit wonderbaarlijke nieuws door te geven. Ze zijn er nog niet vol. Ze zijn nog leeg. Het zijn lege christenen. Ze worden pas vol, als de Geest hen vervult.

Pinksteren - het feest van de vervulling. Het vertelt over de Geest van God die de leegte in je hart kan vol maken. De Geest is als water uitgegoten in een glas. Een glas dat gaat overstromen. Levend water in een dood glas. De Geest is als lucht die een afgesloten ruimte binnen dringt. Het vlammetje flakkert op. Adem, levensgeest in een dood lichaam. Een mens leeft op als de Geest hem vervult. Je leven krijgt weer zin en samenhang. Je ziet weer doel. Je hebt een reden om te leven. Liefde tot God en je medemens. Je wordt er vol van. Dat heeft de Geest te bieden. Dat heeft God Zelf te bieden.

Begrijp me goed: dat hebben wíj niet te bieden. Wij zelf hebben de Geest niet in de hand. Wij beschikken niet over Gods Geest. De Geest is als de lucht: die krijg je niet in je vingers. Het moet gaan waaien, soms uit onverwachte hoek. Wij staan wat dat betreft op één en dezelfde lijn met alle andere mensen. We zitten in het hetzelfde schuitje met al onze tijdgenoten, gelovig of ongelovig. Ook wij, gelovigen, zijn niet altijd vol van de Geest. Ook wij, christenen, lopen geregeld leeg. Daarom hebben we vanmorgen ook Prediker 1 gelezen. Dat befaamde hoofdstuk uit het oude testament. Dat óók in de Bijbel staat. Dat heel eerlijk de woorden weergeeft van iemand die het leven ook zinloos vindt. Iemand? Niet de eerste de beste. Het zijn woorden die uit de mond van de beroemde koning Salomo komen. Misschien wel de meest vrome, God toegewijde koning, die Israël ooit gekend heeft. De man die de tempel in Jeruzalem heeft laten bouwen. Een koning die ‘vol van God’ is, zou je denken. Niet dus. Zeker niet altijd dus. Ook hij vraagt zich af: waar doe ik het voor? Wat heeft al mijn moeizaam gezwoeg voor zin? Wat bereik ik ermee? Alles blijft toch uiteindelijk bij het oude. Er verandert niets in de wereld. Mensen zijn hardleers. Ze worden niet wijzer. We vervallen telkens weer in dezelfde fouten. Bovendien is ons leven maar tijdelijk. Eenmaal is het afgelopen. Na een tijdje is men ons vergeten. ‘Lucht en leegte’, zegt Prediker, ‘alles is leegte’.

Eerlijk gezegd, kan ik dat zo goed meevoelen met Salomo. Zeker als je zoals ik, werkzaam bent in de kerk. Ik moet je eerlijk bekennen, dat de moed mij dan wel eens in de schoenen zakt. Ik lig er wel eens wakker van. Hoe moet het verder met de kerk? Wat zal er worden van de gemeente, hier in Nijverdal? Gelukkig – er zijn heel veel enthousiaste mensen. Ze zijn er nóg. Maar hoelang nog? Waar blijft de volgende generatie om het roer in handen te nemen? Of loopt onze gemeente langzaam leeg als een lekke fietsband? Wie zich inzet voor de kerk zal zich herkennen in die voetbalsupporter, wiens club is gedegradeerd. Na jaren trouwe support, loopt alles leeg. Onze ‘club’ dreigt – letterlijk en figuurlijk – ook leeg te lopen. En wat staat ons te doen? Houd er de moed maar in? Pomp er de moed maar in? Waar halen we de lucht vandaan?

Ik weet niet hoe het nu gaat met de bedroefde Heraclesfan. Een echte supporter herpakt zich. Hij blijft zijn club trouw in goede en slechte tijden. Ook in de eerste divisie kunnen ze op hem rekenen. Vroeg of laat zal hij ook weer kunnen lachen en juichen langs de lijn bij een prachtig doelpunt.

Ik weet dat er gelukkig mensen onder ons zijn, van hetzelfde hout gesneden. Die trouw op hun post blijven. Doen wat ze vinden dat ze moeten doen. Uit liefde tot God en de medemens. Uit liefde voor de gemeente. Waarom? Als ik voor mezelf spreek: omdat het ook in mijn leven telkens weer Pinksteren wordt. Bij tijd en wijle ervaar ik de vervulling door de Geest. Ik merk dat de Heilige Geest van God mijn lege leven toch telkens weer vol maakt. Bij het lezen uit de Bijbel. Bij het zingen van een lied. In een goed en open gesprek met medemensen. Hier in de kerk of zo maar ergens in een zaaltje of kamer. Onverwacht. Verrassend. De Geest daalt uit de hemel neer. Steeds opnieuw vult die Heilige Geest mijn hart. Het geeft lucht. Ik adem op. Ik kan weer verder. Het zorgt ervoor dat mijn vuurtje blijft branden. Hopelijk mag ik het licht en de warmte daarvan blijven verspreiden tot de laatste snik.