Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART

 


LICHT VOOR DE WERELD

Oecumenische doopdienst 27 januari 2019

In deze dienst wordt de Heilige Doop bediend aan Norah Arianna en Wendy Lisanne
Lezing: Johannes 8:12-18

geluidsopname van deze dienst



 

Jezus zei: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’ (Johannes 8:12)

 

 Ik weet niet hoe met jou is, maar ik houd niet van de winter. Ik ben een ‘koukleum’. Maar ik heb vooral ook grote behoefte aan licht. Geef mij maar een lekker zonnetje! Dat straalt wat mij betreft veel te weinig in de ‘lange donkere wintermaanden’. Van een kraakheldere, diepvrieskoude januaridag, zoals we er vorige week een paar van hadden, kan ook ik genieten. Maar die zijn er naar mijn gevoel veel te weinig in de Hollandse winters. Ik ben daarom blij dat 21 december al weer meer dan een maand achter ons ligt. De dagen worden weer langer. De nachten steeds korter. Gelukkig maar! 

Gelukkig hebben wij tegenwoordig middelen om de duisternis te verdrijven. Lapmiddelen, maar toch: beter dan niets. Wij hoeven de knop maar om te draaien en er is volop licht in onze kamers. Dat is nodig en nuttig. In het duister kun je zo maar struikelen en vallen. Het is ook goed voor de sfeer en de gezelligheid, dat wij een lichtje ontsteken. We zetten een kaarsje op tafel. Sommigen zetten er zelfs één voor hun raam vannacht. Licht brengt sfeer in huis, gezelligheid in een donkere ruimte, helderheid in een somber vertrek. Licht brengt blijdschap, waar droefheid heerst.

In het evangelie dat we vanmorgen gelezen hebben, zegt Jezus: "Ik ben het Licht voor de wereld". Dat is me nogal wat!

Jezus zegt niet: “Ik ben een licht”. Hij noemt zichzelf niet één van de lichtpuntjes, die het leven kent. Hij is niet een licht onder de vele lichten, die er in de wereld te koop zijn. Zodat je er misschien over zou kunnen denken om naast alle kaarsjes, lampjes en lichtjes ook het licht van Christus aan te schaffen. Ter verhoging van de sfeer. Om het nog een beetje gezelliger te maken.

Eerlijk gezegd: Zo gaan wij vaak om met ons geloof. Wij zijn bij wijze van spreken druk in de weer om alle lichtjes een goed plaatsje te geven. En zo nu en dan, er even tussendoor, zetten we het lichtje van Jezus erbij. We bidden. We lezen een verhaal uit de Bijbel. We zingen een lied. We doen het, maar het raakt ons niet echt. Het kaarsje gaat zo maar uit. We hebben het te druk. We hebben er even geen behoefte aan. Jezus zien we als een lichtje, dat je zo nu en dan even aansteekt. 
Maar Jezus neemt daar geen genoegen mee. Hij is niet zo maar een licht onder de lichten, geen lampje in de kamer, geen kaarsje voor het raam. Hij zegt, heel beslist: Ik ben het Licht. Met andere woorden: "Als je MIJ niet hebt, dan zit je in het donker. Dan zit je geheel en al zonder licht. Dan leid je een leven in duisternis. Dan stelt al die gezelligheid van al die lampjes en al kaarsjes eigenlijk niets voor.

 Ik ben HET Licht voor de wereld…
 Toen Jezus deze woorden uitsprak was het feest. Het Loofhuttenfeest of ‘Soekoth’ was aan de gang. Je weet wel: op het Loofhuttenfeest maken de Joden een hut van takken op de daken van hun huizen of in hun tuin. Dan leven ze een paar dagen onder een open hemel. Ze doen dat ter herinnering aan de tijd dat ze door de woestijn zwierven, 40 jaar lang. Vanuit Egypte naar het beloofde land. Vanuit de duisternis naar het licht. In Jezus' dagen, toen de tempel nog bestond, hebben ze van dat Loofhuttenfeest een prachtig Lichtfeest gemaakt. Er wordt gedanst met brandende fakkels. Vier metershoge kandelaren worden op het tempelplein gezet met grote bakken olie erop. Op één van de avonden van het feest worden die kolossale kandelaren aangestoken. Zo iets als de vreugdevuren van Scheveningen – maar dan wél veilig. Een prachtig gezicht moet dat geweest zijn. De hele stad werd er door verlicht. Vuurwerk in Jeruzalem.

 Met een beetje Bijbelkennis kun je wel raden, waarom ze die grote lichten aanstaken. In de 40 jaar dat het volk door de woestijn zwierf brandde er namelijk in de duistere nacht óók een licht aan de lucht. De wolk, die overdag het volk de weg wees, was 's nachts een vuurkolom. Dat licht mochten de ‘woestijngangers’ in de nacht in de gaten houden om niet te verdwalen. Dat licht in de woestijn wil zeggen, dat de HEER bij je is. Dat je dus niet bang hoeft te zijn in het donker, in die gevaarlijke wildernis. Dat God je de weg wijzen zal naar het beloofde land van louter licht.

 Op dat Loofhuttenfeest roept Jezus: "Ik ben het licht der wereld". Dat wil dus zeggen: De Israëlieten hadden in de woestijn 's nachts het licht van die vuurkolom. Zo is Jezus Christus het licht voor ons. De Israëlieten wisten door dat vuur, dat God bij hen was. Zo mag het ons bekend zijn, dat God met ons is in Jezus Christus. De Israëlieten vonden de weg in de woestijn naar het beloofde land. Zo wijst Jezus ons de weg naar Gods Koninkrijk.

 Jezus is dus niet een licht om zo nu en dan eens even aan te steken. Geen licht onder de lichten. Hij is het licht om achteraan te gaan. Om te volgen. Licht dat je de weg wijst door het leven. Licht dat je aanstoot om op weg te gaan.

 Vandaag krijgen Wendy en Norah het teken van de doop mee. Hun naam wordt verbonden met de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Ze krijgen daarbij ook het licht mee. De doopkaars als teken van het licht van Christus. Jullie mogen als ouders vertellen wat dat licht voorstelt. WIE het voorstelt. Jullie mogen aan jullie kinderen duidelijk maken: als je in je leven Jezus volgt, in Zijn spoor van geloof, hoop en liefde gaat, dan ben je nooit alleen.

 Je hoeft niet bang te zijn, al wordt het nacht in je leven.

 Je hoeft niet wanhopig te zijn, ook al grijpt het duister je aan.

 Jezus bevrijdt je van het donker. Hij verlost je van de wanhoop. Hij is de Gids die je voorgaat en nimmer verlaat.

 Hij is je toekomst.

 Het duister voorbij.