Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART


 

Leiderschap
Kerkdienst op zondag 6 augustus 2017 te Kudelstaart

link naar geluidsopname

"Wee de herders die de schapen van mijn weide in het verderf storten” (Jeremia 23:1) 

“Ik ben de deur voor de schapen, Ik ben de goede herder” (Johannes 10:7,11)

 


Zoals schapen een herder nodig hebben, hebben mensen een leider nodig. Is dat zo? Hebben mensen een leider nodig? Toen ik op de middelbare school zat – in de jaren zeventig van de vorige eeuw – zaten er bij mij in de klas een aantal jeugdige anarchisten. Zij waren er vast van overtuigd, dat mensen GEEN leiders nodig hebben. Dat elk gezag, elk leiderschap uit den boze is. Dat een mens pas echt vrij mens kan zijn, als hij kan doen, wat hij zelf wil. Zonder iemand boven zich te hoeven dulden. Geen politicus, geen leader, geen Führer. Van het laatste Duitse woord alleen al lopen de rillingen over je rug. De vorige eeuw toont ons alle verschrikkingen van die Führer, de Duce, de  partijleider van linkse en rechtse dictaturen. Ik moest mijn anarchistische klasgenoten voor een groot deel gelijk geven. Leiderschap is besmet geraakt met de geur van gaskamers, martelpraktijken en concentratiekampen. Met corruptie, manipulatie en machtsmisbruik. De vraag is: bestaat er echt, goed, rechtvaardig leiderschap? Democratie, zou je misschien zeggen? Ja, misschien komt dat wel het meest in de buurt. Hoewel een gekozen leider ook niet altijd een goede leider blijkt te zijn. Ook in een democratie kan er veel misgaan op het gebied van leiderschap. Politiek ontaardt zo vaak in vriendjespolitiek. Of partijpolitiek. Het partijbelang staat boven het landsbelang. Eigenbelang komt in plaats van dienstbaarheid. Politici kunnen met mooie woorden en beloften stemmen voor zich proberen te winnen. Of er na de verkiezingen uiteindelijk wat van terecht komt, moet je maar afwachten. Dan hoeven we niet meteen aan de - democratisch gekozen - Trump, Erdogan of Putin te denken. Laat ik het positief houden: De Amsterdamse - niet gekozen - burgemeester van der Laan wist als zomergast vele harten voor zich te winnen. Als iemand die boven de partijen wil staan en naar verbinding zoekt. Een leider die oog heeft voor alle burgers. Wil die ware leider, wil de goede herder opstaan?

In de Bijbel loopt de zoektocht naar het juiste leiderschap als een rode draad van begin tot eind. Dat er één grote machtige Schepper van alle dingen het op aarde voor het zeggen heeft, klinkt al op de eerste bladzijde. God is onze Koning. Zijn wil is wet. Zijn woord alleen is allesbepalend en beslissend. Hem gehoorzaam zijn is het eerste en grote gebod: ‘Hoor, Israël. De HEER is één’ We hebben uiteindelijk maar één Koning, één HEER, één herder. Het grote kwaad van de mens is dat hij dit goddelijk juk van zich af werpt. Adam en Eva willen op Gods troon zitten. Die HEER van hemel en aarde gaat hartstochtelijk op zoek naar mensen, die Zijn wil willen doen. God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. Een wereld vol van gerechtigheid en vrede. Juist ook voor de zwakken. Elke leider, elke rechter, elke koning zou daarop gericht moeten zijn. Alle gezag moet dienstbaar zijn aan Gods gezag. Je regeert altijd bij de gratie Gods. Anders ga je je boekje te buiten. Daarom staat bij de corrupte koning David plotseling de profeet Nathan op de stoep om hem op zijn zonde te wijzen: ‘Jij bent die man!’. Of bij de slechte koning Achab verschijnt de profeet Elia om hem onverschrokken terecht te wijzen. De profeet Jeremia roept koning Sedekia ter verantwoording met de woorden: ‘Wee de herders die de schapen in het verderf storten en laten verdwalen, spreekt de Heer’. 
Jeremia gebruikt het wijd en zijd bekende beeld van de herder voor een leider. De herder moet zijn schapen weiden. De herder moet zijn schapen voorgaan. Hij moet ervoor zorgen dat zijn schapen op tijd bij frisse waterstromen en grazige weiden komen. Een goede herder heeft oog voor het zwakke, kleine kwetsbare schaapje. Maar ook voor dat koppige eigenwijze afgedwaalde schaap. Ja, burgemeester van der Laan heeft gelijk: een goede herder probeert alle schapen bij elkaar te houden. Hij of zij zorgt voor verbinding tussen zwarte, witte, autochtone, allochtone, brave en minder makke schapen. Hij weidt zijn kudde bij voorkeur met een lieflijk lokkende stem. Maar desnoods moet hij met een ferme tik van de herdersstaf de orde handhaven. Aan het eind van de dag leidt de herder de schapen naar de schaapskooi. Daarbij telt hij nauwgezet tot 100 en neemt geen genoegen met 99. Alle schapen, stuk voor stuk gaan hem ter harte. ‘De goede koning is een koning die een wijs beleid voert en die in het land recht en gerechtigheid zal handhaven’, spreekt Jeremia tot Sedekia. Als Sedekia daar goed naar luistert, hoort hij de kritiek op zijn regime. Want de naam Sedekia betekent: De HEER is gerechtigheid. Jeremia zegt dus: maak je naam waar, Sedekia! Handhaaf recht en gerechtigheid. Luister naar de woorden van de HEER. De HEER is jouw Herder. 
Een herder en zijn schapen: het is een prachtig, aansprekend beeld voor het mensenleven. ’s Morgens verlaat je je veilige onderkomen om je in de buitenwereld nuttig te maken. In de maatschappij draag je je steentje bij. En Jezus gaat je voor – als de goede Herder. Hij geeft je rust op zijn tijd. Hij zet je weer in beweging op zijn tijd. ’s Avonds keer je moe maar voldaan terug naar je eigen schaapskooi… Jezus houdt dan de wacht, als jij je ogen sluit… De HEER is mijn Herder en geen ding ontbreekt mij naar Zijn wil…
Maar zó romantisch is het niet altijd. Want midden in de nacht komt het gespuis in beweging. De slechte herders die de schapen in het verderf storten. Mensen met kwade bedoelingen, die zich opwerpen als leiders en jou in hun gevolg willen trekken. Met een grote mond vol meeslepende woorden. Of juist met gespleten tong vol venijn… Maar hoe herken je hen in de donkere dagen van de wereldgeschiedenis de goede herders? Hoe onderscheid je goed van kwaad in de donkere momenten van je leven? Hoe weet je of het echte dokters zijn, die je willen genezen of kwakzalvers, die het op je geld gemunt hebben? Hoe weet je of het politici zijn, die echt het beste met je voor hebben? Of vinden ze het gewoon erg aantrekkelijk om in het middelpunt van de belangstelling te staan? Smaakt de macht hen ál te zoet? Hoe onderscheid je goed van kwaad leiderschap? 
“Heel eenvoudig eigenlijk”, maakt Jezus ons duidelijk. Slechte leiders, dieven en de rovers, klimmen over de muur van de schaapskooi naar binnen. Die komen niet door de deur. Want Ik ben de deur. Als ze door de deur willen, moeten ze langs MIJ heen naar binnen. Dan kunnen ze niet om MIJ heen. Zonder Mijn toestemming komen ze nooit op een legale manier de schaapskooi in. Dus: als je nu wilt weten, of het goede herders of kwade geesten zijn, kijk dan waar ze vandaan komen. Zijn ze langs Mij gekomen? Hebben ze iets van Mij meegenomen? Hebben ze iets van Mijn geur aan zich hangen – de geur van Mijn liefde? Dan kun je ze vertrouwen… 
Zo worden wij opgeroepen alle leiderschap te toetsen aan die ene Herder, die deur der schapen. Weerspiegelen hun woorden en daden de woorden en daden van deze Goede Herder? Zijn ze langs Jezus gekomen, nu ze bij jou gehoor vragen? Of zijn ze op eigen houtje over het muurtje geklommen? 
Om goed van kwaad te onderscheiden moet je dus als argeloos schaap in deze wereld weten wie Jezus is. ’s Morgens achter Hem aan de wijde wereld in. En ’s Avonds achter Hem aan naar de beschutte schaapskooi. Gaan, waar Hij gaat. Luisteren naar Zijn stem. 
Die schaapskooi is eigenlijk niet een beeld voor ons eigen huisje, waar ons gespreide bedje staat. Voor ‘schaapskooi’ gebruikt Jezus het woord ‘aula’, dat in de Bijbel vooral ‘voorhof’ betekent. Het is het plein voor de tabernakel in de woestijn. De voorhof van de tempel in Jeruzalem – daar leidt de Goede Herder zijn schapen heen. Daar vinden ze beschutting en bescherming. Daar leer je de Goede Herder het beste kennen. Daar leer je zijn stem verstaan. 
Dus ook hier – in deze voorhof, in deze kerkruimte, waar zondag aan zondag het Woord open gaat en je de Goede Herder mag ontmoeten. Hier binnen kun en mag je niet om Jezus heen. Hij is de deur. Hier in deze ruimte klinken Jezus’ woorden. ‘Ik ben de deur. Ik ben de Goede Herder’. 
Misschien klinkt dat ons erg aanmatigend in de oren. We zouden misschien wel  willen zeggen: Wie denkt Hij wel, dat Hij is? De enige echte, de ware leider? Dát zeggen er wel meer. 
Als we beseffen wat deze herder voor ons heeft gedaan, verstomt die tegenspraak. De enige, echte ware leider, de goede Herder, de deur der schapen heeft Zijn leven voor ons gegeven op Golgotha. God Zelf heeft deze ware leider voor ons doen opstaan op de Paasmorgen. Aan Hem komt de macht toe. Hij zal als een herder over ons heersen.

Jeremia ziet het al voor zich: God, de opperste Herder, zal Zelf voor Zijn kudde zorgen. Als goede Herder is Hij gekomen in Jezus Christus. Zijn stem klinkt ons in de oren. Wij mensen kunnen niet zonder díe Leider. Hij leidt ons op Zijn koninklijke dag naar het beloofde land. Op Hem staat onze hoop. Zijn komst verwachten wij. Waar blijft Hij? Waar blijft de dag dat Hij komt? De nacht is als een graf. Dus bidden wij, zingend: Kom, kom van de hemel af.