Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

 

 Kroamschudd'n in de stal

preek voor zondag 26 december 2021
Tweede Kerstdag
De Regenboog, NIJVERDAL

Kraamvisite is als je het goed bekijkt een opmerkelijk fenomeen. Waarom ga je op kraamvisite? Wat doe je ermee? En wat schiet je ermee op? Natuurlijk gaat het vanmorgen niet over een gewone kraamvisite. Geen kraamvisite bij één van die pakweg 370000 baby’s die per dag wereldwijd geboren worden. Op kerst gaat het over dat ene bijzondere Kind. Het kraamschudden is een bezoekje aan de stal. De kraamvisite wordt ondernomen door herders uit Efratha’s velden. Met een beetje fantasie kunnen we deze kerkdienst ook een soort ‘kraamvisite’ noemen. Wij zijn allen tezamen gekomen in Bethlehem om te kroamschudd’n in de stal. Letterlijk hier in de kerk. Of: figuurlijk – bij jou thuis, voor de buis of het beeldscherm.

We verplaatsen ons in gedachten naar 2000 jaar geleden, naar het Judese bergland, niet ver van Jeruzalem. Het stadje Bethlehem. Daar staat een kribbe, een voederbak met een kindje in doeken gewikkeld. Moeder Maria en – voor het gemak zeggen we maar – vader Jozef zitten erbij. Om kroamschudders te ontvangen. Kroamschudden doe je niet ongevraagd. Naar een kraamvisite ga je pas, als je een uitnodiging hebt ontvangen. Een geboortekaartje. Daar staat dan - naast de gegevens van het kind - zo iets op als: kraambezoek tussen 10 en 12 ‘s morgens, 3 en 5 ’s middags en ’s avonds voor negenen… Of: wie vingertjes en teentjes wil komen tellen, moet eerst maar even bellen. Wil je beschuit met muisjes komen eten, laat het ons dan even weten. Zo weet je je welkom.

Wel, de herders hebben een uitnodiging gehad. Maar niet van de gelukkige ouders. Ze hebben het geboortebericht van een engel gekregen. Zelf zeggen ze het nog sterker: ‘De HEER heeft het ons bekend gemaakt’. Er is voor hen geen twijfel mogelijk: die verschijning van engelen was voor hen geen droom of waanidee. Het komt rechtstreeks uit de hemel. God Zelf heeft gesproken. Dat geloven ze vast en zeker. En als de HEER spreekt, dan MOET je  luisteren. Het Woord door de HEER - daar kun je niet om heen. Goed beschouwd heeft de HEER met zijn woorden trouwens geen uitnodiging gestuurd voor kraambezoek. De engel heeft – namens God – alleen maar verteld, dát het kind geboren is, wie het geboren kind is en waar je het moet zoeken. De Redder, de HEER, de Messias is te vinden in de stad van David, in een doek gewikkeld, in een voederbak. Er klonk geen opdracht om te zoeken. Zelfs geen uitnodiging om op kraamvisite te gaan. Het is hooguit een stille hint: áls je het kind wil vinden, dan weet je waar je het zoeken moet. Zo is het altijd met geloof. Geloof is geen dwangbevel met het mes op de keel. Het is niet slikken of stikken. Christelijk geloof wordt je niet door de strot geduwd. Geloof is vrije keus. Antwoord op een warm aanbod van Boven.

Maar een goede verstaander heeft aan een half woord genoeg. En goede verstaanders? Dat zijn de herders zeker! Ze hebben maar een half woord nodig om in beweging te komen. Zo is het ook met geloof: door geloof blijf je niet zitten waar je zit. Niet bij de pakken neer of de voldongen feiten. Zelfs niet achter de geraniums. Echt geloof zet jou in beweging. Zoals de herders. Kort overleg leidt direct tot de conclusie: ‘Laten we naar Bethlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat ons door de HEER is bekend gemaakt’. Letterlijk zeggen ze zo iets als: ‘Laten we het Woord gaan bekijken, het Woord dat geschied is’. Ze willen het plaatje bij de tekst zien en zo de daad bij het Woord voegen. Geloven is geen zoete koek slikken. Geloven gaat op zoek. De herders zoeken bevestiging van hun geloof.

Dat is een strak plan. Daar is niets mis mee. Wij zeggen wel: geloven moet je zonder te zien. Je moet niet als een ongelovige Thomas eerst willen zien voordat je gelooft. Klopt: niet ‘eerst zien en dan geloven’. Maar wel andersom: eerst geloven en dan gaan zien. Dus met gelovige ogen om je heen kijken. Als je vanuit je geloof om je heen kijkt, kun je namelijk meer zien. Dan kijk je verder dan je neus lang is. Dan zie je meer. Het geloof laat je meer zien dan het gewone. Je neemt een kijkje achter de schermen. Het geheim achter de dingen. Je ziet wonderen om je heen. Of, zoals de herders het dus uitdrukken: Je kunt het Woord zien. Het Woord door de HEER gesproken is overal te zien. Als je vanuit het geloof naar de dingen om je heen kijkt, zie je God in de wereld. In de fascinerende natuur bijvoorbeeld. Verdiep je maar eens in de dieren- en de plantenwereld. Hoe prachtig ingewikkeld en subtiel evenwichtig dat in elkaar zit. Of kijk maar eens naar je eigen menselijk lichaam. Hoe dat functioneert. Juist ook als je ziek bent besef je dat het een wonder is. Dat gezondheid een wonderlijke gave is. Dan is alles om je heen het maaksel van de machtige Schepper. Door Zijn Woord heeft Hij het geschapen. Hij heeft gesproken en het leven ontstond. Het ontwikkelde zich in duizenden kleuren en vormen. Dus is het vol wonderen om je heen. Als je kijkt met de ogen van het geloof ‘zie’ je Gods wonderen.

Kijk dan vooral ook, als je de gelegenheid krijgt, kijk vooral eens naar een pasgeboren kind. Om op het kroamschudden terug te komen. Je buigt je over de wieg. Of in dit geval: de voederbak. Wat een wonder! Zo heel gewoon maar toch zo bijzonder. Wat kom je doen op kraamvisite? Dat kom je doen! Je verwonderen! Het wondertje bewonderen. Het lijkt niet bijzonders. Er worden elke dag op aarde duizenden kindertjes geboren. Toch is en blijft het een groot wonder. Elk kind is er één van Hem. Elk nieuw leven is door God gegeven. Elk geboren kind beduidt: de wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Maar de kroamschudders in de stal zien nog meer dan dit wonder. Ze zien het ‘wonder boven wonder’. Als de herders het kindje zien, klinken de woorden van de engel weer in hun oren. ‘In doeken gewikkeld, liggend in de voederbak’. Het is dus waar! Het is echt waar, wat de HEER heeft bekend gemaakt! Het Woord is werkelijkheid geworden. Wat gezegd is, is gebeurd. God sprak en het is er. Het ultieme wonder is geschied. Dat kind in de kribbe ziet er voor het blote oog niet anders uit dan elk ander kind. Maar vanuit het Woord bekeken, is het wél anders. De herders bekijken het Kind met hun andere ogen. Vanuit het geloof! Ze kijken met Gods ogen naar de kribbe. Ze weten: ‘Dit is het Kind, dat ons zal redden. Dit is onze HEER. Hij is onze Messias. Hij zal onze koning zijn’.

Zo wordt deze kraamvisite voor hen een onvergetelijke belevenis, die hun leven verandert. Het geeft hun wat de engel had voorspeld: grote vreugde. Het brengt hen van het licht in de duisternis. Het geeft hen hoop voor de toekomst. Dit Kind zal ons redden. Hij zal ons als God-met-ons nabij zijn. Zo raken de herders vol van kerstvreugde. Omdat ze vanuit het geloof naar het kind in de kribbe kijken.

Hopelijk gebeurt dat ook ons. Bij ons ‘kroamschudden in de stal’.

Vanmorgen. Hier in de kerk of thuis in de huiskamer. Allen in gedachten tezamen gekomen in de stal bij de voederbak.

Als wij alleen maar met onze eigen ogen om ons heen kijken in de wereld, dan worden we niet vrolijk. Dan kunnen we beter onze ogen sluiten voor de nood en ellende om ons heen. Dan kunnen we vandaag beter de gordijnen van onze kamers dicht laten. Laten we een paar kaarsjes aansteken en het nog een beetje gezellig maken. Ons opsluiten in een kerstsfeertje.

Maar als we naar ‘Bethlehem’ zijn geweest is het anders. In Bethlehem krijg je andere ogen. Je gaat alles bekijken vanuit het Woord. Bij het  kroamschudden in de stal horen we het Woord klinken. Het Woord van de HEER wordt ons verkondigd. Het vertelt ons, dat het geboren Kind ons redden zal. Dat dit Kind met Zijn liefde de wereld zal veroveren. Dat Zijn licht ‘des werelds duistre wolken’ zal verjagen. Als we dat Woord geloven, gaan onze ogen open. Voor alle wonderen om ons heen. Vooral voor dat allergrootste wonder van Gods allergrootste geschenk: Zijn eigen Zoon. De gordijnen kunnen open. We kijken de wereld in en zien plotseling meer, veel meer! We zien dat de hemel open is. Dat het licht van Gods liefde ons bestraalt. We zien, dat de HEER ons niet alleen laat. Dat Hij ons opzoekt. Voordat ik als kind ter wereld kwam, is Hij voor mij geboren. Zijn hemels licht bestraalt ons vanuit de kribbe. Deze kraamvisite wordt een onvergetelijke gebeurtenis, als wij Hem ons hart en ziel aanbieden. We voelen hoe de zon door het donker breekt en ’t ware licht in ons ontsteekt. We zingen het uit: ‘Hoe heerlijk zijn Uw stralen!’