Ketikoti - ketenen verbroken
Preek voor zondag 5 juli 2026
De Regenboog te Nijverdal
Schriftlezing: Romeinen 6:15-23
Maar nu, bevrijd van de zonde en in dienst van God, oogst u een leven in heiligheid en uiteindelijk het eeuwige leven
(Romeinen 6:22)
Op 1 juli 1863 werd in het Koninkrijk der Nederlanden de slavernij officieel afgeschaft. Op die dag zette koning Willem III zijn handtekening onder de zogenoemde Emancipatiewet. Daarin stond dat met onmiddellijke ingang alle tot slaaf gemaakten moesten worden vrijgelaten. Die dag kregen 35.000 slaven in Suriname en 18.000 op de Nederlandse Antillen hun vrijheid. Nederland was daar laat mee. Heel laat. Het Britse Rijk en Frankrijk waren al jaren eerder zover gegaan. Maar beter laat dan nooit: uiteindelijk kwam het ook bij ons zover.
Het zal je niet ontgaan zijn: dit wordt jaarlijks herdacht onder de naam Ketikoti. De Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap komt dan ook in Nederland bijeen, in de hoop dat velen zich daarbij aansluiten. Niet alleen omdat het goed is je verleden te gedenken, maar vooral om elke vorm van slavernij in onze moderne wereld met wortel en tak uit te roeien.
Ketikoti – dat woord betekent: “ketenen verbroken”. Uitgerekend deze woorden kunnen we vandaag boven het Bijbelgedeelte zetten dat we hebben gelezen: Romeinen 6:15-23. Sterker nog: we kunnen deze woorden boven deze hele kerkdienst zetten. Juist boven deze kerkdienst van vanmorgen.
In de Romeinenbrief geeft Paulus zijn visitekaartje af. Hij schrijft de brief aan christenen in Rome. Op het moment van schrijven is Paulus daar nog nooit geweest. Maar hij heeft wel het plan opgevat om deze wereldstad, de hoofdstad van het Romeinse Rijk, te bezoeken. Hij laat dat bezoek voorafgaan door deze brief. Daarin zet hij het christelijk geloof tegenover het geloof in de Romeinse afgoden. Het Koninkrijk van God zet hij tegenover het Romeinse imperium.
In dit Bijbelgedeelte gebruikt hij een voorbeeld dat ze in Rome maar al te goed zullen begrijpen: het voorbeeld van slavernij. Geschiedkundigen schatten dat slaven in de hoogtijdagen ongeveer 20 tot 30 procent van de totale bevolking van het Romeinse Rijk uitmaakten. In absolute aantallen liep dat op tot miljoenen mensen, verspreid over de veroverde gebieden. Alleen al in de stad Rome leefden honderdduizenden slaven. Een Romein met een modaal inkomen had minstens twee of drie slaven of slavinnen in dienst.
Als Paulus het heeft over slavernij, kunnen wij ons echt nauwelijks voorstellen wat het betekent om slaaf te zijn. De Romeinen konden dat wel. Paulus vergelijkt de boodschap van het evangelie met een slavenmarkt. Zoals de dichter Gerrit Achterberg Christus ooit vergeleek met een “koopman in oud roest” en ons mensen met “een leeg benzinevat”. Een leeg benzinevat, dat koopman Christus wel vinden “moest”, “alsof Hij met de Vader had gesmoesd”. Ook dat is een achterhaald beeld — dat benzinevat — maar misschien toch een beetje dichter bij onze belevingswereld. Want een slaaf, een tot slaaf gemaakte, is niets meer of minder dan een vat, een ding, een gebruiksvoorwerp. Iets wat je gebruikt of desnoods misbruikt. En als het vaatje leeg is, dank je het af en gooi je het bij het oud roest.
En als je je dat een beetje indenkt, dan is het evangelie van Jezus Christus spectaculair goed nieuws. Dat Jezus Christus naar deze wereld gekomen is voor alle mensen. “Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat eenieder die in Hem gelooft niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.” De deur van de kerk, van de christelijke gemeente, staat dus open voor iedereen: man of vrouw, Jood of heiden, vrije mensen én slaven.
Paulus draait het hier even om en scheert alle mensen over één kam: slaven? Van nature, zegt hij, zijn wij dat allemaal. Vanaf onze geboorte zijn wij slaven in dienst van de zonde. Zonde is dan als een wrede heerser die je meesleept waar hij maar wil. Je bent een benzinevat gevuld met eigen begeertes en verlangens. Paulus wijst de Romeinen op hun oude heidense leven. Dat leven was juist voor de zogenaamd vrije mensen die er leefden een leven vol onrecht, wetteloosheid en zedeloosheid. Dat benoemt Paulus als slavernij van de zonde. Met andere woorden: ieder mens is een slaaf. In onze tijd zouden wij moeten zeggen: wij zijn slaven van ons egoïsme, onze hebzucht, onze overdaad. We worden beheerst door de cultuur waarin wij leven. We zijn speelbal van de zelfgerichte mentaliteit van ik, ik en de rest.
Maar dan het grote nieuws: wij zijn allemaal slaaf, maar Jezus Christus is gekomen om die ketenen te verbreken. Hij heeft ons door Zijn dood vrijgemaakt. Hij heeft Zijn leven gegeven als losprijs voor velen. Hij heeft de prijs betaald voor onze vrijheid. In gedachten zien we Jezus lopen over de Romeinse slavenmarkt. En Hij koopt vrij wie maar de vrijheid wil.
Maar let wel op, zegt Paulus: vrijheid is geen losbandigheid. Want als Christus jou vrijkoopt, is het niet alleen vrijheid-blijheid. Dan stel je jezelf vrijwillig in Zijn dienst. Dan kies je ervoor om Hem te dienen. Dan kies je voor een nieuwe vorm van slavernij — en er is geen betere. Je stelt jezelf met heel je hebben en houden onvoorwaardelijk ter beschikking van je nieuwe Heer, Jezus Christus. En als slaaf van Christus wil je niets anders, niets liever, dan je leven geven voor de gerechtigheid. Met dat woord vat Paulus in dit gedeelte in één begrip samen wat Christus als Heer van ons als Zijn volgelingen verwacht. Gerechtigheid betekent simpel gezegd dat je ieder mens tot zijn of haar recht laat komen. Dat je ieder mens op deze aarde een even grote plaats gunt als jezelf. Omdat ieder mens Gods schepsel is.
Paulus is nooit de barricade opgegaan om te protesteren tegen de slavernij. We kunnen hem misschien kwalijk nemen dat hij nooit een actie is begonnen om de slavernij in het Romeinse Rijk af te schaffen. Het duurde ook in het zogenaamde christelijke Europa nog honderden jaren voordat er een einde kwam aan dit schreeuwend onrecht. Het christendom heeft er in zijn lange wereldwijde geschiedenis veel te lang de ogen voor gesloten. Uitgerekend het zo christelijke volk der Nederlanders was veel te laat met het vrijlaten van zijn slaven. Van dienaren van Christus had je anders kunnen — ja, moeten — verwachten. Ook slaven van Christus moeten vaak opnieuw bevrijd worden van vastgeroeste gewoontes, tunnelvisies en waanideeën.
Jezus Christus heeft ons vrijgemaakt van de zonde. Ketikoti – ketenen verbroken. Dat vieren we vanmorgen in deze kerkdienst met de tekenen van brood en wijn. Jezus gaf Zijn lichaam als brood en Zijn bloed als wijn voor onze vrijheid. Wij mogen van onze kant in Zijn dienst treden. We gaan zoeken naar Gods Koninkrijk en Zijn gerechtigheid voor alle mensen op aarde.
De dichter van het lied Amazing Grace, John Newton, was ooit in de achttiende eeuw, toen slavernij nog heel “gewoon” was, een slavenhandelaar. Het verhaal gaat dat hij op een van zijn reizen in een storm op zee tot bekering kwam. Hij werd een dienaar van Christus die zich inzette voor de afschaffing van de slavernij. Er wordt verteld dat hij de melodie van dit lied voor het eerst hoorde uit de mond van een jonge slavin. Het lied zingt van Gods genade, zo oneindig groot. Groot genoeg voor alle mensen — ook voor mij, die het niet verdien.
.jpg/picture-200?_=19f3229851b)
.jpg/picture-200?_=19f322989e4)
.jpg/picture-200?_=19f3229877e)
.jpg/picture-200?_=19f32298c4a)

