Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

Juist nu: geloof!

KERKDIENST PG NIJVERDAL
(6 juli 2021 Het Centrum Nijverdal)

Te bekijken via Kerkomroep of YouTube



“Zie, opgeblazen, niet recht, is zijn ziel in hem, maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven” (Habakuk 2:4)


Bij de kerkgebouwen van onze gemeente hangt een spandoek. Hoe noem je dat? Een uithangbord met een tekst erop. Een ‘billboard’. Als je er langsloopt, kun je het lezen. Als je er SNEL langskomt – op de fiets, misschien zelfs met de auto – kun je het NOG lezen. De tekst is duidelijk, kort en krachtig. ‘Juist nu: geloof, hoop en liefde’ staat erop. Een paar woorden die de aandacht trekken. Iets herkenbaars: ‘geloof, hoop en liefde’. Maar ook iets om even over na te denken: ‘Juist nu’. Om je af te vragen: ‘juist nu’? Waarom ‘juist nu’? O ja, natuurlijk – juist nu! In deze tijd van Coronacrisis. Juist nu hebben we geloof, hoop en liefde nodig.

De profeet Habakuk krijgt van God de opdracht om ook zo’n spandoek te maken. Spandoek? Hij moet woorden ‘in platen griffen’. Stenen platen misschien. Zoals bij Mozes: de twee stenen ‘tafelen’ met de Tien Geboden. Het kan ook zijn dat het hier gaat om een houten plank. Dat krabbelt wat makkelijker. Dat werd in Habakuks tijd wel vaker gedaan. Een houten uithangbord dat aan een muur of aan de poort langs de weg  werd gespijkerd. Goed zichtbaar opgehangen. In een tijd zonder papier en pen, laat staan andere technische communicatiemogelijkheden. Toentertijd een simpele doeltreffende manier van PR. De tekst moet duidelijk in het hout worden gegrift. Zodat het snel te lezen is. Letterlijk: leesbaar voor wie er langs rent. De tekst die Habakuk erop moet zetten is te vinden in Habakuk 2: ‘Wie niet oprecht is, kwijnt weg, maar de rechtvaardige zal leven door zijn trouw’. Of – letterlijker vertaald in de oudere vertaling: ‘Zie, opgeblazen, niet recht is zijn ziel in hem, maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven’. Een korte spreuk. Ook een beetje cryptisch. Woorden die dan ook bedoeld zijn om tot nadenken te zetten. Als je ze in het voorbijgaan leest, komen de vragen op: Over wie gaat het hier? Wie is die ‘hem’ wiens ziel ‘opgeblazen’ is? Wie is er niet ‘oprecht’? Wie wordt bedoeld met de ‘rechtvaardige’? 

Habakuk leeft in een roerige tijd. Een tijd van grote politieke veranderingen. Aardverschuivingen. Lokaal in Jeruzalem. Nationaal in Israël. Internationaal op het wereldtoneel. Het grote mondiale ‘schuiven der panelen’ heeft onlangs plaats gevonden. In de recente geschiedenis zijn de machtsverhoudingen ingrijpend gewijzigd. Er is zo iets gebeurd als het einde van de tweede wereldoorlog. Of de val van de Berlijnse muur. De machtsstrijd tussen Assyriërs, Babyloniërs en Egyptenaren om de wereldmacht is beslecht. De Babyloniërs zijn de grote overwinnaars. Het koninkrijk Juda met haar hoofdstad Jeruzalem moet dat bezuren. Ze hadden de laatste jaren op het verkeerde, op het Egyptische paard gewed. De Chaldeeën, ander woord voor Babyloniërs, houden Jeruzalem in een ijzeren greep. Elk jaar moet er zware schatting worden betaald. Een groot deel van de oogst, een belangrijk deel van de handelswaar moet naar Babel worden gebracht. De gewone arbeiders, de kleine boeren en de eenvoudige kooplieden hebben het zwaar te verduren. Ze moeten werken voor de vijand. Ze moeten de zwaarste lasten dragen om de Babylonische hebzucht te bevredigen. Elk jaar weer moet er meer naar Babel worden gebracht.  En als het niet gebracht wordt, komen ze het wel halen. Chaldeeuwse milities trekken door het land. Ze pakken wat ze pakken kunnen. Ze vermoorden iedereen die hen in de weg durft te staan. Habakuk beschrijft deze Chaldeeën als vissers die de vissen aan de haak slaan of meeslepen in hun net, vangen in hun fuik. Of erger nog: als een dodelijk monster dat zijn keelgat wijd open spert om alles en iedereen te verslinden. Met een angstregime worden de Judeeërs onder de duim gehouden. Elke vorm van opstand wordt de kop ingedrukt. De inlichtingendienst, de CIA of KGB van Babel, heeft overal voelsprieten. Dus kijk uit wat je zegt! In Juda is het als in Wit-Rusland of Syrië van vandaag. Of zoals bij ons eens tijdens de bezetting. Het maakt ons eens te meer dankbaar voor onze vrijheid. De tirannie is verdreven. Bij ons. Maar wereldwijd is er zoveel dat lijkt op Habakuks tijd. Veel van zoals het lied zingt: ‘De sterkste wint het pleit. Het onrecht heerst op aarde, de leugen triomfeert, ontluistert elke waarde’. Veel dat ons doet bidden: ‘O red ons, sterke Heer’.


‘Ja, red ons, sterke HEER’. Habakuk zou geen profeet zijn als hij God er niet bij zou halen. Als profeet is hij daartoe geroepen. Om God ter sprake te brengen. Om de vraag te stellen: ‘Waar is God in deze crisis?’. Een vraag? Een gebed, een noodkreet kun je wel zeggen. Habakuk schreeuwt om verlossing. Hij vraagt, roept, schreeuwt God om recht. Zoals die arme weduwe uit de gelijkenis van Jezus: ‘Verschaf mij recht!’. Want als God rechtvaardig is, hoe kan Hij dit nu toelaten? Hoe valt dit zware lot te rijmen met een liefdevolle God? Waarom laat de hemelse rechter zich niet gelden? Waarom grijpt Hij niet in? Het is een vraag die bij ons op komt, als we om ons heen kijken. Als we verder kijken dan onze welvarende neus lang is. Bij of over de grenzen van het vredige Europa. Als we erover horen, zien of lezen. In Habakuks tijd kwam het nieuws nog mondjesmaat. In onze tijd wordt dagelijks een stortvloed aan nieuwsberichten over ons uitgestort. We krijgen het letterlijk na een paar seconden op onze smartphones of tablets binnen. Goede berichten, maar ook zoveel trieste berichten. Alarmerende voorspellingen en gruwelijke beelden. Als gelovige mensen, het kan niet anders, proberen we dan de Bijbel naast de krant te leggen. We halen God erbij. We proberen de vragen van Habakuk te beantwoorden: ‘Heilige, Rechtvaardige God, kan dit allemaal zo doorgaan? Verdraagt U al dit onrecht? Mag de ‘Chaldeeër’ zo maar doorgaan zijn netten te legen en meedogenloos volken te vermoorden?’ We roepen, zoals Jezus het zegt: ‘Kan de rechtvaardige rechter niet eens eindelijk recht verschaffen? Luistert Hij wel naar die arme weduwe, die om recht schreeuwt? Hij is het dan toch die in kan grijpen? Hij is het toch die vanuit de hoge hemel de wereld bestuurt? Die volkeren leidt? Hij hoort toch de roep van de arme, de vluchteling, de verschoppeling wel?

Habakuk krijgt op al deze vragen van de HERE God geen direct antwoord. Hij krijgt niet op een briefje uit de hemel te horen hoe het in elkaar zit. De HEER is koning. Hij regeert de aarde. Hij stuurt de volkeren. Maar hoe? Dat is blijkbaar niet te bevatten. Wat Habakuk van God te horen krijgt, is die opdracht. Om dat spandoek te maken. Dat houten uithangbord met die paar woorden in koeienletters. Die duidelijk leesbare tot nadenken stemmende tekst. Over ‘de mens met zijn opgeblazen niet rechte ziel’. Als Judeeërs dat toen lazen, zullen ze precies begrepen hebben wie Habakuk daarmee bedoelt. Opgeblazen – dat is hoogmoedig, arrogant, zichzelf overschattend. De mens die zichzelf op een voetstuk zet. Voor zichzelf leeft en voor niemand anders. Die zijn dikke ikke op de voorgrond plaatst en de rest laat stikken. Die zich volvreet, zichzelf opblaast ten koste van anderen. Die als een brulkikker zijn holle klanken de wereld in bralt. 
Als de mensen in het voorbijgaan daarover lezen, zullen ze direct denken aan de Babylonische dictators. Habakuks uithangbord is dus een kleine daad van verzet tegen de tirannie. Een dappere meningsuiting. Zoals Nederlanders tijdens de bezetting op sommige dagen tóch oranje op de borst durfden dragen of het Wilhelmus waagden te zingen. Als een teken van hoopvol protest: ze zullen het niet winnen. 

Maar Habakuks spreuk gaat niet alleen over ‘zij’. Niet alleen over de vijanden. Hij steekt de hand ook in eigen boezem. Zijn spreuk roept ons allen op in ons eigen hart te kijken. Onszelf af te vragen: ben ik een ‘rechtvaardige’? Leef ik wel volgens de leefregels die de rechtvaardige God heeft gegeven? Doe ik wel wat ik kan doen? Met de mogelijkheden die mij gegeven zijn. Durf ik Gods principes hoog te houden, als mij dat wat kost? Als mij dat vraagt om opoffering van geld of goed, ja wellicht zelfs mijn leven? Zou ik bereid zijn om mijn leven te geven voor de vrijheid, voor de gerechtigheid? Wil ik Jezus volgen, die de weg naar het kruis is gegaan om mensen te verlossen? Die ons oproept om ons kruis op ons te nemen. Daar heb je dan wel iets voor nodig, zegt Habakuks spreuk. Om als rechtvaardige te leven en dat vol te houden heb je ‘geloof’ nodig. Geloof in de HEER die hemel en aarde gemaakt heeft. Geloof dat aan Hem alle macht gegeven is in hemel en op aarde. Geloof dat de hemelse rechter eenmaal komen zal om te oordelen de levenden en de doden. Vertrouwen dat niet de opgeblazen, hooghartige mens het laatste woord heeft. Dat de eindoverwinning niet is aan de Chaldeeën, de Russen, Chinezen of Amerikanen. Niet aan kapitalisme of communisme. Vertrouwen dat Gods Koninkrijk komen zal. Als Jezus komt.

Dat geloof geeft ons kracht om door te gaan met ons werk, onze inzet voor kerk en maatschappij. Het is het geloof van dé Rechtvaardige, Jezus onze HEER. Die de nederlaag op Golgota durfde te ondergaan om de overwinning van Pasen te behalen. Hem verwachten wij met verlangen. En met Hem een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont. 
Het sterkt onze handen om uit liefde het goede te doen. 
Het geeft ons de hoop dat onze inspanningen niet vergeefs zullen zijn. 
Dus, 
wat wij nodig hebben: 
Hoop, liefde 
én geloof. 
Juist nu.