Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

Jezus' visitekaartje

Kerkdienst op 15 januari 2023
Schriftlezingen: Jesaja 25:6-9 en Johannes 2:1-11

‘Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste teken; Hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in Hem’ (Johannes 2:11)


Op de bruiloft te Kana verricht Jezus zijn eerste teken. Het is een opmerkelijke binnenkomer. Jezus geeft zijn visitekaartje af. Een bijzonder visitekaartje. Je visitekaartje afgeven. Dat doe je door jezelf direct van je positieve kant te laten zien! Zodat ze meteen weten, wat ze aan je hebben.

Je dochter komt thuis met een nieuwe vriend. Na het eten vraagt hij beleefd: ‘Zal ik even helpen bij de afwas?’ Een peperdure voetballer maakt in de eerste de beste wedstrijd voor zijn nieuwe club een prachtig doelpunt. Op de eerste dag van je nieuwe baan los je meteen een moeilijk probleem voor de baas op. ‘Dat zijn nog eens visitekaartjes’. Daar kun je mij binnekomen!

En hoe ‘komt’ Jezus ‘binnen’? Wat is ZIJN visitekaartje? Wat direct opvalt: de eerste de beste keer dat we de HEER in het openbaar tegenkomen is op een feest. Op uitnodiging van een bruidspaar verschijnt Hij met Zijn leerlingen op de bruiloft te Kana. Hoe totaal anders is Jezus dan zijn voorloper, Johannes de Doper. Die roept in de woestijn. Die doopt bij de Jordaan. Als Johannes genodigd was voor de bruiloft, had hij vast en zeker bedankt voor de eer. ‘Nee, nee, geen tijd voor feestjes. Belangrijker zaken te doen. Ernstige zaken. Ik moet de mensen waarschuwen voor het komende oordeel. Ik moet hen van Godswege oproepen tot bekering’. Jezus begint uitgerekend: op een bruiloft. In de buurt van zijn woonplaats Nazareth. In het dorpje Kana in Galilea. Daar verricht Hij dat eerste wonderteken. Water verandert Hij in wijn. Ook dat kon je van zijn voorloper echt niet verwachten. Johannes de Doper dronk zelfs geen wijn. Hij leefde zo sober mogelijk van wat de woestijn hem bood. Voor hem geen overbodige luxe.

Maar Jezus – wat een verschil! Water wordt wijn. En niet zo’n klein beetje ook! De bedienden moeten zes grote stenen watervaten van twee of drie metrete vullen met water. Dat is pakweg 6 keer 80 of 120 liter. Op zijn minst, zuinig uitgerekend, een liter of 500! En het verandert niet in frisdrank of chocolademelk. Het verandert in wijn. Dat is het begin. Met dit teken komt Jezus de wereld binnen.

Als dat nog niet genoeg is, moet ik erbij vertellen, dat in het evangelie een bijzonder woord gebruikt wordt voor ‘eerste’. Er staat in het Grieks het woord voor ‘begin’. Een woord dat ons doet denken aan HET allereerste begin: de Schepping. ‘In den beginne schiep God de hemel en de aarde’. De Schepping als Gods eerste werk. En nu, hier in Kana, begint de Zoon van God. Het Woord, dat in den beginne bij God was. Het Woord, dat ‘mens’ geworden is. Hier begint zijn herscheppingswerk. Hiermee laat de HERE God Zijn grootheid zien. Hier zien we door de Zoon de Schepper Zelf aan het werk. ‘En God sprak: ‘er zij… WIJN!’ En er was ‘wijn’. In overvloed. Vijfhonderd liter wijn! En God zag, dat het goed was.

Neem me niet kwalijk: maar ik schrik daar toch wel van. Want ik weet – zoals u en jij – hoeveel schade wijn en andere drank kunnen aanrichten. Hoe groot het probleem is van alcoholverslaving. Het probleem van de drankketen voor jongeren, waar het bier rijkelijk vloeit. De trieste voorbeelden van drankmisbruik, door drank geschonden relaties of mensen, die kapot gaan aan de drank. Dan is dat ‘begin’ van Jezus op zijn zachtst gezegd een problematisch visitekaartje.

Nu moet ik er voor alle duidelijkheid bij vertellen, dat wijn in het oude oosten toch een beetje anders was dan wijn in onze tijd. Het alcoholpercentage lag vele procenten lager. Heel vaak werd wijn zelfs nog aangelengd met water. Dan werd het niet alleen op feesten, maar ook bij de normale maaltijden gedronken. Dat was een gezonde gewoonte. Als je drinkwater niet uit de kraan, maar uit de put komt, kun je het met een beetje wijn zuiverder maken.

Bovendien is een bruiloftsfeest in het oude oosten geen gezellig onderonsje met een paar van je beste vrienden. Het wordt zeker niet in besloten kring gevierd. Nee, de liefde tussen twee mensen is een publieke aangelegenheid. Een openbare plechtigheid wordt gevolgd door een openbaar feest. Het hele dorp viert mee. Ja, zelfs nog van buiten het dorp stromen mensen toe. En dus stromen de kruiken snel leeg, want vele varkens maken de spoeling dun. Als je dan ook nog eens bedenkt, dat het feest niet een receptie van twee uurtjes was, maar vaak een paar dagen duurde, dan verklaart dat veel. Veel, maar niet alles… Want wijn blijft wijn. Als je er teveel van krijgt, gaat het mis. De wijn komt in de man; de wijsheid in de kan.

Dus blijft de vraag: Is Jezus gekomen om wijn te schenken? Is Hij niet voor heel andere dingen gekomen? Had onze HEER als visitekaartje niet beter een ander teken kunnen doen? Had Hij niet beter eerst naar de ziekenzaal van Bethesda kunnen gaan, zoals Hij later doet, om daar een verlamde man te genezen? Of had Hij niet beter eerst naar de Samaritaanse vrouw kunnen gaan om haar te vertellen over het levende water, dat Hij haar kan geven? Of had Hij misschien, als Hij dan toch op de bruiloft is, het woord kunnen nemen en een prachtige preek houden over de ware wijnstok? Jezus is toch gekomen om verloren schapen te redden, om zieken te helpen, om zondaars op het goede pad te brengen?

Opmerkelijk dus: Zijn visitekaartje is de bruiloftswijn van Kana. Want de wijn raakt op in Kana. Op de bruiloft. De bedienden zien met rasse schreden de bodem van de wijnvaten in zicht komen. Dat betekent niet veel goeds. Het feest valt in het water. Het valt stil. Het valt dood. Gasten druipen af. Bruidspaar moet beschaamd naar huis. Ze hebben het niet gered. Ze zorgen niet goed genoeg voor hun gasten. Wijntekort is een slecht teken. ‘Wijn’ staat namelijk symbool voor de vreugde, die God schenkt. Het is dat beetje extra, dat het leven kleur en glans geeft. Als je dat krijgt, mag je de HERE God ervoor danken. Je dankt de Schepper niet alleen voor dagelijks brood. Je dankt Hem juist ook voor méér dan dat. Zoals Joden dat nog dagelijks doen in hun tafelgebed. Ze bidden: ‘Gezegend zijt Gij, Koning der wereld, die het brood uit de aarde doet uitspruiten’. Maar ook:  ‘Gezegend zijt Gij, Eeuwige onze God, Schepper van de vrucht van de wijnstok’. Of zoals mijn vader vroeger wel eens aan tafel bad met plechtige woorden: ‘O HEER, wij danken U van harte voor nooddruft en voor overvloed’. Wat ‘nooddruft’ was wisten we niet. Maar ‘overvloed’ snapten we heel goed. ‘Wijn’ staat voor overvloed. Wijn staat voor meer dan het broodnodige. Alles wat het leven mooi kan maken.  Zonder wijn geen vreugde. Zonder wijn is de glans eraf. Zonder wijn is het leven niet de moeite waard. Op de bruiloft te Kana schenkt Jezus dat extra, dat meer dan nodige, dat overvloedige.  

Als je het zo bekijkt is dat geweldig goed nieuws. Want je herkent vast wel momenten in je leven, dat de wijn op dreigt te raken. Dat de bodem van je kruikje in zicht komt. Dat de laatste druppels worden uitgegoten. Dat kan door tegenslagen, die je in leven te verduren krijgt. Ziekte, gemis of teleurstellingen – ze leggen een schaduw over je leven. Zoals een bekend gezang zingt: ‘Alles verdoft wat glans bezat en gloed. Alles vervalt in ’t wisselend getij’. Het plezier is er af. Door wat je mee moet maken.

Maar het kan ook zo maar gebeuren. Zonder aanwijsbare reden. Er komt een laagje stof op je leven te liggen. Je kunt het niet meer wegblazen. In je persoonlijk leven vliegt de dagelijkse sleur je aan. Je gaat naar je werk. Je komt weer thuis. Je eet en je slaapt en je staat weer op. Waar doe ik het voor? Wat geeft mij nog plezier? De ondragelijke leegheid gaapt je aan. Je hebt geen reden tot klagen, je hebt het goed. Alles wat je nodig hebt, maar toch niet gelukkig. Je wilt meer. Maar de wijn is op.

Zo kan het ook gaan met je huwelijk. Je houdt van elkaar. Je hebt elkaar trouw beloofd. Daar houd je je ook aan. Je hebt het best goed met elkaar. Er is niets of niemand tussen gekomen. Maar het wordt zo gewoon. Zo vanzelfsprekend. Het raakt je niet meer. De wijn is op.

Zo kan het ook gaan met je geloof, je relatie met God. Ooit gaf je aan God je ja - woord. Je bruiste van geestdrift. Je zong mooie liederen uit volle borst. Je vertrouwde op de HEER tot in het diepst van je hart. De preek in de kerk sprak je altijd wel aan. Maar het enthousiasme is voorbij. Je houdt vol voor de vorm. De goede gewoonte wil je niet opgeven. Maar de wijn is op.

Als je dat gevoel herkent, dan hoor je vanmorgen goed nieuws. Jezus is ook DAARVOOR gekomen! Ja, juist ook daarvoor is Hij gekomen! Hij begint ermee. Hij komt ermee binnen. Het is zijn visitekaartje. Hij zorgt voor overvloed. Hij schenkt de wijn. Hij zorgt dat het feest kan doorgaan.

Maar dan moet ik meteen een hardnekkig misverstand uit de weg ruimen. Dat is, dat we Jezus zien als de grote tovenaar, die alles voor elkaar krijgt. Die al onze problemen oplost en ons met één druk op de knop weer plezier in het leven geeft. Zo is het niet. Als Maria aan Jezus zegt: ‘Ze hebben geen wijn meer’ staat Jezus niet direct op om dit klusje te klaren. Integendeel: het lijkt wel of Hij het verzoek van zijn moeder beleefd doch beslist afwijst. ‘Wat wilt u van Mij’, zegt Jezus, ‘Mijn tijd is nog niet gekomen’. Mijn tijd: Jezus bedoelt daarmee de tijd, het uur, dat Hij Zijn werk gaat volbrengen. Het uur van Zijn dood. De dag van Zijn opstanding. Hij denkt aan de tijd, dat Hij heen zal gaan naar het huis van de Vader om voor ons plaats te bereiden.

Het eerste wonder van water wordt wijn is daar een teken van. Niet meer en niet minder dan een vinger, die ergens heen wijst. Een richtingaanwijzer op de weg, die de HERE Jezus voor ons zal gaan.

De wijn van Kana wijst naar de wijn, die Jezus schenkt aan het Laatste Avondmaal tot verzoening van al onze zonden. De wijn wijst naar Golgotha, waar Jezus Zijn bloed voor ons vergoten heeft. Het eerste wonderteken verwijst naar de laatste maaltijd waar Jesaja van profeteert. Het eerste feest in Kana is voorbereiding op dat laatste feest in Sion. Het feestmaal met uitgelezen gerechten en belegen wijnen. In Kana begint de weg naar de toekomst, waar God zal zijn alles in allen. Jezus nodigt ons uit om mee te gaan, Zijn weg te gaan, om eenmaal met Hem aan te gaan.

Dus als wij hier en nu, vandaag de dag, genieten van een goed glas wijn (of wat je ook maar lekker vindt), doen we dat met mate. We zijn er namelijk nog niet. In deze gebroken wereld maakt drank helaas meer kapot dan je lief is. Wijn drink je als een voorproefje van wat komen gaat. Een voorproefje, dat voorpret geeft. Als de volle vrede komt zullen alle tranen gedroogd, zal alle leed geleden, ja zelfs de dood overwonnen zijn. Die hoop geeft ons leven glans. Dat vertrouwen geeft diepere vreugde. Het visitekaartje dat Jezus afgeeft, smaakt naar meer. Jezus zal komen om ons de beste wijn ooit te schenken. Zijn sjaloom wordt wereldwijd werkelijkheid.