Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

Jezus biedt méér

Preek voor doopdienst
27 juni 2021 

‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen’, zei Jezus, maar wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik hem geef zal in hem een bron worden waaruit water welt dat eeuwig leven geeft’
(Johannes 4:13-14)

Geocaching. Je weet vast wel wat dat is. Het is een spel. Een spel dat je speelt met je mobiele telefoon. Als je een geocaching app downloadt en opent, krijg je een kaartje te zien. Een plattegrond van je eigen omgeving. Op die kaart staan een aantal plekken aangegeven, die je kunt gaan zoeken. Als je zo’n plek gevonden hebt, vind je er iets. Iets kleins. Geen grote schat, want daar gaat het niet om. De lol zit hem in het zoeken. Geocaching is heel populair. Heel veel mensen doen eraan mee. Heel veel verschillende mensen. Jong en oud, kinderen en volwassenen hebben het snel door. Het is niet moeilijk. Je kunt het samen spelen. Het is een gezelschapsspel. Als je het simpel wil zeggen: het is gewoon een speurtocht. Een verstoppertjesspel. Je zoekt iets – totdat je het vindt.

Het is denk ik niet gek dat veel mensen ervan houden. Zoeken is namelijk iets dat ’s mensen eigen is. Het hoort bij ons. Zoeken zit als het ware in ons bloed. Je zoekt als mens wat af. Van begin tot het einde van het leven blijf je zoeken. Dat begint al in de wieg. De eerste kreet als je geboren wordt, is een ‘zoek-kreet’. Je zoekt warmte. Je zoekt dat veilige plekje waar je vandaan bent gekomen. Je zoekt de geborgenheid bij je mama of je papa. Zo begint de zoektocht van je leven en het houdt nooit meer op. Zoeken naar eten en drinken, natje en droogje. Zoeken naar kennis: weten en steeds meer willen weten. Telkens verder vragen, de wereld onderzoeken. Zoeken naar een gezond en gelukkig leven. Zoeken naar leuke dingen. Ook zoeken naar serieuze zaken. Zoeken naar gerechtigheid als iemand jou iets aandoet. Zoeken naar vergeving als je zelf iets fout hebt gedaan. Zoeken naar liefde. Misschien op zoek naar een partner. Iemand die echt bij je past, een vriend of vriendin, een man of een vrouw, waarmee je je leven wilt delen. Levenslange zoektochten naar geluk, naar liefde, naar waardering… Noem het allemaal maar op. Altijd geldt: je krijgt nooit genoeg. Als je iets gevonden hebt, zoek je verder. Naar iets anders, naar meer, naar beter. Verreweg de meeste dingen, bijna alle dingen, raak je ook weer kwijt. Vroeg of laat verlies je alles. Alles gaat verloren, als je op het eind van je leven je ogen sluit. BIJNA alles.

Het Bijbelse plaatje bij de zoektocht van het leven is de waterput. In de geschiedenis van vandaag treffen we Jezus aan bij zo’n waterput. Mensen komen er omdat ze water zoeken. Je zoekt water en gelukkig weet je waar je het zoeken moet. Vaak eeuwenlang hebben mensen op dezelfde plekjes dat water gevonden. De put in ons Bijbelverhaal heet in de volksmond de ‘Jacobsbron’. Volgens de verhalen heeft Jacob honderden jaren geleden deze put gegraven. Of beter gezegd: Hij heeft deze put ‘gevonden’. In het oude oosten had je namelijk twee soorten waterputten. De ene soort was geheel door de mens aangelegd. Je graaft een gat in de grond, bepleistert de wanden. Je zorgt ervoor dat het regenwater in die put terechtkomt. Maar de ‘Jacobsbron’ is van de andere soort. De naam zegt het al: onder in deze put bevindt zich een bron. Het water borrelt er omhoog. Er staat dus altijd water in. Regen of geen regen. En het water is ook nog eens een keer frisser, koeler, schoner. Bronwater. Stromend water. ‘Levend’ water, noemen de mensen het wel. Water zorgt voor leven. Zonder water is er geen leven. Als mens, dier en plant geen water krijgen, gaan ze dood. Het lastige is: van water krijg je nooit genoeg. Je zult moeten blijven drinken. Zeker in de hitte heb je om de zoveel uur minstens een slokje nodig. Nu drink je water uit de kraan. Toen: water uit de put. Je vindt bij de put meer dan water. In de Bijbel is een waterput heel vaak een plek waar mensen elkaar ontmoeten. Vroeger vonden Nijverdallers vaak een partner in de Grotestraat. In de bijbel moet je voor de huwelijksmarkt bij de put zijn. Vaak kun je zeggen: ‘Ik heb je voor het eerst ontmoet, daar bij die waterput’. Beroemde voorvaders van Israël als Isaäk, Jacob en Mozes vonden er hun respectievelijke vrouwen: Rebekka, Rachel en Zippora. Waterputten zijn ontmoetingsplekken, waar je elkaar kunt spreken.

Dat brengt ons bij de tweede persoon, die we bij de waterput, de Jacobsbron aantreffen. Zij is een vrouw. Dat kun je verwachten. Water halen was vrouwenwerk. Het zware werk was voor het zogenaamde zwakke geslacht. Zo is het nog steeds in heel veel culturen. Een vrouw komt bij de bron. Beter, liever, vaker: vrouwEN komen bij de bron. Want vaak gaan ze samen. Dat is wel zo gezellig. Bij voorkeur aan het begin of het einde van de dag. Als het nog niet zo warm is. Wat opvalt in de Bijbel is dat deze vrouw alleen is. En ze komt dan ook nog eens midden op de dag. ‘Rond het middaguur’. Een vrouw alleen op het heetst van de dag bij de put? Dat geeft te denken! Is deze vrouw op zoek naar méér dan water? Is haar leven een eenzame zoektocht naar gezelschap, naar liefde, iemand die om haar geeft? In het vervolg van het verhaal blijkt dat ze vijf mannen heeft gehad. Ze heeft 5 relaties achter de rug die stuk zijn gelopen. Gebroken, gescheiden, verstoten, aan de kant geschoven afgedankt? Wie zal het zeggen… Het zal in ieder geval geen vrolijke zoektocht zijn geweest, het leven van deze vrouw.

Totdat ze bij de bron komt. De Jakobsbron, maar die bedoel ik nu niet. Totdat ze bij DE bron komt. Ik bedoel de Levensbron. Ik bedoel die Man bij de Bron. Die Joodse Man uit Nazareth in Galilea. In Gods Naam gekomen om het verlorene te zoeken. Jezus spreekt de vrouw aan. Niet als Jood tegenover een Samaritaan. Niet als man tegenover een vrouw. Maar als mens tot mens. Beter gezegd: Als God tegenover een mens. Bij de bron klinken de woorden uit de profeet Jesaja in haar hart: ‘Hierheen! Hier is water voor ieder die dorst heeft’. Ben je vrouw of man? Joodse of Samaritaanse? Maakt niet uit. Wat je afkomst, je verleden, je geschiedenis ook is – kom naar Jezus! Kom maar met je verlangen, met je verdriet, met je pijn, je eenzaamheid. Kom maar met je schuld, je fouten, je gebreken. Hier is water, ook al heb je geen geld. Levend water dat opborreelt en blijft stromen. Water dat je dorst voor altijd kan lessen. Je hoeft er zelfs niet meer de deur voor uit. Jezus geeft een bron in je, waaruit het water opwelt. Je zult nooit zonder zijn. Je zult nooit meer dorst krijgen.

Als Jezus de Samaritaanse aanspreekt, valt het kwartje niet direct. Zij snapt niet meteen wat Jezus bedoelt. Misschien begrijp jij, begrijpt u het ook niet zo maar. Gaandeweg in het gesprek wordt het steeds duidelijker. Jezus spreekt over de Heilige Geest van God. Als je in God gelooft, komt Hij in je wonen. Je leven stroomt vol van Hem. Zijn liefde vult je. Zijn vergeving wast je schoon. Zijn vreugde stroomt over. Je wordt zelf een bron voor je omgeving. Je geeft Gods liefde door aan anderen. Als je Jezus vindt, in Hem gelooft, op Hem vertrouwt, vult dat je leven. Het leven wordt zinvol, vreugdevol en betekenisvol. Is het zoeken dan voorbij? Zeker niet. Je blijft levenslang op zoek naar van alles en nog wat. Daar ben je mens voor. Maar het is dan geen wanhopige zoektocht meer. Je hebt het belangrijkste gevonden. Levensvulling. En als het leven vroeg of laat ten einde loopt, blijft er iets over. Iets dat zelfs door de dood niet stuk te krijgen is. Bron die blijft stromen. Water dat niet opraakt. Eeuwig leven.

Jezus roept ook ons: Kom! Drink! Hij nodigt ons uit Zijn bron te zoeken, te vinden, met ons mee te dragen. Wie je ook bent, wat je ook gedaan hebt, wat je ook maar meemaakt – je bent welkom. Uit genade – gratis en voor iets. Je mag anderen de weg wijzen naar die Bron. Je mag je kinderen meenemen. Dat doe je als je je kind laat dopen. Je neemt je kind mee naar Jezus. Omdat je hem of haar het allerbeste gunt. Opdat ook hij of zij het levende water vindt. Het water dat Jezus ons geeft, is het allermooiste dat je een ander kunt aanbieden. Je hebt er genoeg aan. Het stroomt je leven lang en zelfs daarna.