Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

 

 

Je ding doen

 Kerkdienst voor 8 maart 2020
Schriftlezingen: Jesaja 43:9-13 en Matteüs 5:13-16

Kerkomroep: De Regenboog Nijverdal
8 maart 2020, 9.30 uur  


‘Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel’ (Matteüs 5:16)

‘Je ding doen…’. Wie mij een beetje kent, weet dat ik niet zo dol ben op dat soort ‘trendy’ uitdrukkingen. Bovendien kwam ik erachter, dat deze uitdrukking enkele jaren geleden door een aantal taalkundige experts werd gekozen tot de vaagste uitdrukking van het jaar. ‘Je ding doen’. Dat hoor je een tennisser zeggen, als hij geïnterviewd wordt op TV. Hij heeft verloren, omdat hij zich mee liet slepen in het spel van de tegenstander. Hij kwam niet toe aan zijn eigen spel. ‘Ik had gewoon mijn ding moeten doen’, treurt hij na afloop. Of een succesvolle zakenvrouw vertelt, hoe zij in de loop van haar carrière ontdekt heeft, waar haar sterke kanten liggen. Toen ze zich daarop concentreerde en dus gewoon ‘haar ding deed’ ging het de goede kant op. Er is een boekje, dat je helpt met zoeken naar ‘je ding’. ‘De ontdekking van je ding’ heet het. ‘Van heilig moeten naar graag doen’ luidt de ondertitel. Juist! ‘Je ding’ is dus datgene, wat je graag doet. Ik citeer een stukje: ‘Je eigen ding doen is precies dat doen wat je leuk vindt en wat je makkelijk afgaat. Je ding vinden (en de zoektocht op zich is al leuk werk), is misschien wel het belangrijkste in je leven. Ik geloof heel sterk dat wijzelf en de wereld erop vooruitgaan als we ons eigen ding doen’. Begint het te dagen? Wordt het nu wat concreter? Ik hoop het maar, want - gek genoeg - bij de woorden, die Jezus ons vandaag te verwerken geeft, komt bij mij de uitdrukking naar boven: ‘Je ding doen’. Ik stel me zo voor, dat Jezus vandaag de dag deze uitdrukking gebruikt zou kunnen hebben. 
Hij spreekt in de Bergrede de verzamelde menigte toe. Speciaal Zijn leerlingen, Zijn volgelingen, spreekt Hij aan. En over hun hoofden dus ook ons. WIJ, die ook Zijn leerlingen willen zijn. Wij, die Hem willen volgen. 
De Bergrede wordt zo genoemd, omdat het een toespraak is, die Jezus houdt nadat Hij een stukje omhoog, de berg op is geklommen. Het zijn dus letterlijk en figuurlijk woorden, die vanuit de hoogte klinken. Mozes gaf ooit Gods woorden door vanaf de berg Sinaï. Jezus geeft vanaf de berg ook de woorden van Zijn hemelse Vader door. Onvergetelijke woorden, die een onuitwisbare indruk maken. Woorden, die – zonder overdrijven - de wereldgeschiedenis hebben veranderd. Maar het zijn hoog gegrepen woorden. Echt ‘bergredewoorden voor topchristenen’, zou je zeggen. 
Neem nu de woorden ‘Jullie zijn het licht der wereld’. Klinkt dat niet veel te groots, te verheven voor ons? ‘Licht der wereld’: Dan denk je aan de dag, dat God sprak: ‘Er zij licht’ En er was licht. Dan denk je aan de zon, die aan de hemel staat. Die dag in, dag uit haar licht laat schijnen. Ze verwarmt de aarde, brengt leven op aarde en schijnt soms onbarmhartig op onze bolletjes. En als we niet uitkijken zal die zon ons vanwege de CO2-uitstoot nog fataal worden. Zo groot is de invloed van de zon. Moeten wij zijn als de zon? Je denkt dan aan grote lichten als Martin Luther King, Nelson Mandela of  Moeder Theresa. Hen kun je licht der wereld noemen. Zij hebben met hun goede daden de wereld verlicht. ZIJ konden tippen aan de woorden van de HEER. Maar wie ben jij? Wie ben ik? Voor ons legt Jezus de lat te hoog.
Gelukkig haalt Jezus door twee voorbeelden deze grote opdracht wat dichterbij. Eerst spreekt Hij over een stad op een berg. Je ziet een stad op een berg al van veraf liggen. ’s Nachts schitteren de vuurtjes en de lampjes je voor ogen. Een nachtelijke reiziger kan zich oriënteren door zich te richten op een stad op de berg. De toehoorders van de Bergrede hebben ongetwijfeld gedacht aan dé stad op de berg: de stad Jeruzalem op de berg Sion. Daar ben je als Joodse pelgrim op de grote feesten heen geweest. Je herinnert je het prachtige beeld, dat je Jeruzalem voor het eerst zag liggen, blinkend in het zonlicht. Samen met alle andere bedevaartgangers heb je Psalm 122 gezongen: ‘Jeruzalem van ver aanschouwd, wel samengevoegd en wel gebouwd, o schone stede, die wij groeten’. Met elkaar ben je opgegaan naar Jeruzalem. Samen heb je er feest gevierd. Ja, ‘samen’. Want een stad is een leefgemeenschap. Je bent er met elkaar. Zo bedoelt Jezus met dit beeld ook de gemeente. Waar je samen met elkaar je geloof belijdt, samen je lofliederen zingt en samen bidt voor de wereld om je heen. Zo vorm je samen een stad op een berg. Als een heilige stad, een gemeenschap, door Jezus Christus uitgekozen, geroepen en gereinigd door Zijn bloed. Zo vormen ook wij als gemeente in onze omgeving een stad op een berg. En dat kan niet verborgen blijven. Dat MOET opvallen. Daar moet iets van te zien zijn. Als een stad op een berg zijn wij licht der wereld.
En als je dat beeld nóg te groots en verheven vindt, maakt Jezus het nóg kleiner. Hij neemt ons in Zijn woorden mee naar een boerenwoning van zijn tijd. Een eenvoudige één kamerwoning, waarin je eet, kookt, slaapt. Hij laat ons het huisje binnengaan en wijst ons op een groot omgekeerd rond houten vat – een korenmaat. Goed om bijna 9 liter graan in af te wegen. Zo kan de boer na de oogsttijd zijn graan voor een eerlijke prijs verkopen. Maar nu staat deze korenmaat omgekeerd op de vloer in de kamer. Hij dient er als tafeltje. Er bovenop staat een klein olielampje. Gemaakt van klei – simpel maar doeltreffend. Beetje olie erin. Lontje aansteken – hij brandt en geeft licht. De hele kamer, het hele huis wordt erdoor verlicht. De vrouw des huizes zet het op de korenmaat en er niet onder natuurlijk. Dan heb je er niets aan. Dan gaat het vlammetje uit. En als ze nog meer van het licht wil profiteren, zet ze het op een voetstuk. Op een kandelaar. Zo zijn wij de lichtjes in de nacht. Kleine vlammetjes met het vuur van Gods Geest. Zo stralen wij licht uit. Zo zijn we samen wereldwijd het ‘licht der wereld’. Zo zijn we in onze eigen omgeving, stad of dorp als de ‘stad op een berg’. Zo brandt ons lampje in de kleine kring van mensen om ons heen – in ons gezin, op ons werk, in onze klas. In ons klein hoekje. En als we dat doen, als we ons licht laten stralen, dan zal er iets van te merken zijn. Dan zal dat vast en zeker invloed hebben. De mensen om ons heen zullen zich opgewarmd en verlicht voelen. Het licht van liefde, blijdschap, vrede straalt hen tegemoet. Zodat ook zij God als hun Vader in de hemel gaan zien. Hem gaan verheerlijken als de Bron van licht en leven. Zo werkt dat. Zo gaat dat. Zo zijn we ‘het licht der wereld’.    
Of werkt het zo niet meer in onze tijd en maatschappij? Gaat het - als we eerlijk zijn – niet steeds minder met dat licht van Christus? Onze invloed wordt, als ik me niet vergis, steeds verder ingeperkt. Dat geldt niet alleen voor individuele christenen of christelijke politieke partijen, het geldt ook voor de christelijke kerk in ons deel van de wereld. Enkele jaren geleden verscheen een boek met de treffende titel ‘Marginaal en missionair’. De kerk in Nederland is marginaal geworden. Dat is de realistische boodschap van dit boek. Mensen, die bij een kerk horen, vormen geen meerderheid meer. Socioloog Joep de Hart berekende dat, als de trend zich doorzet, in 2050 de laatste Protestantse Kerk de deuren kan sluiten. En dat zijn nog maar cijfers en statistieken. Echt dicht bij huis dringt de ernst van de zaak pas tot je door, als je je eigen familie, kinderen of kleinkinderen ziet afhaken. Dan weet je ongetwijfeld ook hoe moeilijk het is om er iets aan te veranderen. Kunnen wij het tij keren? Kunnen wij dat licht van God nog wel om ons heen laten stralen? Daar zijn we toch voor? ‘Missionair’ - gezonden door de HEER? Als zendelingen de wereld in – om te beginnen in onze eigen omgeving. Marginaal zijn we, maar missionair moeten we zijn. Dus je gaat niet bij de pakken neer zitten. De landelijke PKN heeft er een speciale afdeling voor in het leven geroepen: ‘Missionair werk en kerkgroei’. Ze doen hun best om de kerkgemeenten bewust te maken van hun missionaire opdracht. Ze zoeken nieuwe vormen van kerk-zijn. Op vele plaatsen komen ‘pioniersplekken’. Een bonte verscheidenheid van kleinschalige projecten. Om ook in onze tijd en wereld het licht der wereld te zijn. Om ook de moderne mensen om ons heen te betrekken bij het evangelie. Je vraagt je misschien kritisch af of het echt iets uithaalt. Daar kun je over twisten. Maar we doen in elk geval iets. We laten ons kleine lampje stralen - op hoop van Gods zegen. Omdat de HEER het van ons vraagt: laat je licht schijnen voor de mensen.     
Ja, de HEER vraagt het van ONS. Jezus spreekt ook ONS aan. Gewone mensen als jij en ik. Denk niet, dat Hij anderen bedoelt. Denk niet dat Hij een soort elite-gelovigen zoekt. Een keurcorps van superchristenen ofzo. Nee, JULLIE, zegt Hij, JULLIE bedoel ik. Stuk voor stuk! JULLIE moeten je licht laten schijnen. Maar hoe dan? Dan denk ik dus aan die uitdrukking: ‘Gewoon, je ding doen’. Want het licht hoef jij niet te maken. Het licht is door God geschapen. Het licht heb je van de HEER ontvangen. Dat hoef je niet meer te zoeken. Dat kun je vinden in Jezus Christus, het licht der wereld. Hij heeft je licht ontstoken in de nacht. Hij heeft door Zijn dood en opstanding jouw leven aan het licht gebracht. Dat licht heb je. Dat licht BEN je. Dus moet je gewoon zijn wie je bent. Simpelweg ‘Je ding doen’.  Dat is dus geen ‘moeten’. Zelfs geen heilig ‘moeten’. Het is ook niet vaag. Juist concreet en praktisch. Doe gewoon, wat je graag doet! Wat er is nu fijner dan ‘licht verspreiden’ – licht voor de wereld, licht voor de omgeving, licht in jouw klein hoekje? Als je zelf mag genieten van Gods licht in je leven, dan gun je het een ander ook. Dan praat je erover. Of, als praten je niet zo makkelijk af gaat: dan laat je het merken in je daden. Gewoon: door er te zijn als de ander je nodig heeft. Door je medemens te dienen vanuit de liefde van de HEER. 
Dus ga je gang. Doe wat je graag doet. Leef met plezier en blijdschap in Zijn licht. Ga maar gewoon: ‘je ding doen’.