Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

'Houd moed, heb lief'

Kerkdienst op 14 maart 2021 

Schriftlezingen: Jesaja 66:10-13 en Johannes 14:15-31


 

Tekst: ‘Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust  en verlies de moed niet’ (Johannes 14:27)


Het is een jaar geleden. Ik weet het nog precies: het was op de biddag voor gewas en arbeid, 12 maart 2020. De regering kondigde de eerste lockdownmaatregelen aan. Iedereen werd dringend verzocht zoveel mogelijk thuis te werken en sociale contacten te vermijden. Bijeenkomsten van groepen werden dringend afgeraden. Er was een beroep op de kerken om de kerkdiensten hooguit met een klein groepje of liefst alleen online te doen. Op zondag 15 maart hielden wij als Protestantse Gemeente Nijverdal onze eerste ‘kerkdienst in Coronatijd’. Intussen zijn we een jaar verder. We leerden ermee leven, al went het nooit. Geen handen schudden, mondkapjes dragen, niet zingen in de kerkdienst… Noem alle maatregelen maar op. Samen moeten we de crisis eronder krijgen. Alleen samen kunnen we het redden.
Het kerkelijk leven ging door. Anders, lastig, met veel beperkingen. We zouden graag weer terug naar het ‘oude normaal’. We waren het zo anders gewend. We waren misschien verwend. Een crisis van deze omvang hebben we 75 jaar, sinds het einde van de tweede wereldoorlog, niet meer gehad. 
Nu een jaar verder zitten we er nog middenin. Er is licht aan het einde van de tunnel, maar volgens velen zal deze pandemie het leven voorgoed veranderen. Ook het kerkelijk leven? We zullen zien. 
En hoe zit het dan met het geloof? Wat heeft de crisis ons gebracht op geloofsgebied? Of heeft deze crisis ons alleen maar veel ontnomen. Eén jaar na dato is het wellicht een goed moment om de balans op te maken. In deze ‘veertigdagentijd’, deze ‘lijdenstijd’. De jaarlijkse ‘crisistijd’ van ons kerkelijk jaar. Tijd voor bezinning: waar zijn we mee bezig? Hoe staat het met ons geloof en leven? En: tijd om dé grootste crisis aller tijden te gedenken: de lijdenscrisis, het lijden en sterven van onze HEER en Heiland.

 

Wij vallen Johannes 14 binnen, als Jezus en zijn leerlingen volop in die crisis zitten. In rap tempo volgen de gebeurtenissen elkaar op. Het laatste Avondmaal heeft plaats gevonden. De Voetwassing is geweest. De tijd om afscheid te nemen is gekomen. In Johannes 14 zitten we middenin de afscheidstoespraak van Jezus. Hij is daarin luid en duidelijk: ‘Ik ga heen’,  zegt Hij telkens. ‘Het uur is gekomen. De heerser van deze wereld is al onderweg’. De verrader heeft de zaal verlaten en zal straks, verborgen door het nachtelijk duister, zijn Judaskus geven in Getsemane. Ruwe soldatenhanden zullen de HEER grijpen, uitleveren, geselen, kruisigen. In het Johannesevangelie ligt – meer dan in de andere drie – de nadruk op Jezus’ vastberadenheid. Bewust en rechtop gaat Hij op zijn doel af. Zeker van de overwinning. De kruisiging noemt Hij zijn ‘verheerlijking’. Achter het kruis gaat de zon op, die de nacht doorbreekt met opstandingslicht. De afscheidswoorden van Jezus klinken daarom ook vastberaden en bemoedigend. Jezus spreekt zijn verwarde leerlingen moed in: ‘Maak je niet ongerust en verlies de moed niet!’. Het klinkt als ons ‘Houd moed, heb lief’. De woorden waarmee wij elkaar op de been proberen te houden in onze crisis. ‘Houd moed’ – makkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk. Wat houdt de moed erin? Jezus geeft ook dat aan in Zijn woorden. Hij belooft iets achter te laten, als Hij heengaat. Als zijn erfenis. Een kostbaar geschenk zal Hij ons geven. Vrede is het. 

Vrede is ook voor ons een prachtig woord voor een kostbaar iets. Bij vrede denken we aan die meer dan 75 jaar vrijheid. 75 jaar geen oorlog. Direct beseffen we juist nu dat díe vrede maar betrekkelijk is. Met ‘geen oorlog’ zijn we er niet. 
‘Geen oorlog’ was het ook in die eerste eeuw van onze jaartelling. Keizer Augustus had gezorgd voor ‘vrede op aarde’. Met ijzeren vuist en harde hand beheersten de Romeinen de wereld. Opstandjes werden vakkundig de kop ingedrukt. Opstandelingen werden uit de weg geruimd. Jezus was de enige niet, die gekruisigd werd. De keizer ging prat op de zogenaamde Pax Romana – de Romeinse vrede. In Rome zijn tot op de dag van vandaag de overblijfselen te bewonderen van een altaar voor de vrede. En denk maar niet, dat daar een vredesduif op staat afgebeeld. De goddelijke keizer zelf en de hem welgevallige oorlogsgoden worden er geëerd. Vrede was gewapende vrede. Vrede was afgedwongen vrede. 

In Joodse oren klinkt het woord vrede daarom anders. Met het woord ‘vrede’, sjaloom, begroet je elkaar en neem je afscheid van elkaar. Het is zoiets als ons ‘alle goeds’. Je wenst elkaar het allerbeste toe. Vrede is het allerbeste. Vrede is als alles goed is. De profeten hebben Israël duidelijk gemaakt dat vrede veel meer is dan ‘geen oorlog’. Het is alomvattend. Het is heelheid, compleetheid. ‘Evenwicht van verhoudingen’ noemde iemand het eens. Dat de verhoudingen, de relaties goed zijn. De relatie van God, mens en wereld. Dat ze alle drie volledig tot hun recht komen. Dat aan God, als Opperheer, de eer wordt gegeven die Hem toekomt. Maar ook dat de mens, ja alle mensen, aan Gods bedoeling beantwoorden. Dat de wereld, de natuur, de dieren, de planten behoed en bewaard blijven. Vrede tussen God, mens en aarde. Vrede heeft dus alles te maken met gerechtigheid en duurzaamheid, maar ook met dankbaarheid en eerbied. Voor die vrede gaan we woensdag naar de stembus. Dat hoge ideaal moet onze keus bepalen. 

Jezus geeft ons vrede. ZIJN vrede. ‘Mijn vrede geef ik jullie’, zegt Hij. Blijkbaar is de vrede van Jezus iets dat je van niemand anders kunt verwachten. Alleen door Zijn vrede, raken we niet ongerust en verliezen we de moed niet. Door de vrede van Christus houden we moed en hebben we lief. Die vrede van Christus kan ons blijkbaar door de crisis heen helpen. Door elke crisis. Ook door de Coronacrisis.
Wat houdt die vrede dan in? Allereerst houdt de vrede van Christus een belofte in. Het is toekomstmuziek. We zijn er nog niet. Golgota wacht. De Zoon gaat naar de Vader via een zware lijdensweg. Maar het doel is duidelijk: Hij gaat om ons een plaats te bereiden. Om voor ons een woning te maken. Een hemelse woning en eenmaal Gods woning op aarde. Gods tent bij de mensen. Daarom is Zijn vrede niet aan Rome maar aan Jeruzalem verbonden. In Jeruzalem staat de tempel. Het is het symbool van Gods presentie. De HEER woont daar en daarmee Zijn vrede. Als een rivier – zegt Jesaja – stroomt de vrede naar Jeruzalem toe. Alle volken, alle mensen mogen ervan drinken. Dat zal ons troosten, zoals een kind troost vindt bij haar moeder. 

Hopelijk heeft dat geloof ons gesterkt in de afgelopen tijd. Hopelijk heeft die belofte ons bemoedigd in de maanden die achter ons liggen. We kunnen de moed erin houden, omdat we weten wat er op ons wacht. Een plaats bij de HEER. Daarmee kunnen we elkaar bemoedigen, ook als we staan bij het graf. Als we onze geliefden, die ons – al dan niet door Corona – zijn ontvallen, moeten loslaten. We mogen hen veilig weten, geborgen in de hemelse vrede. Ze mogen rusten in de vrede van Christus.

Maar ook op aarde kunnen we de vrede van Christus nu al ervaren. Vrede is niet alleen belofte voor later. Vrede is ook nabijheid nu. Zoals een bekend lied het zingt: ‘Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen. Wat wij in Hem bezaten is altijd om ons heen als zonlicht om de bloemen, een moeder om haar kind. Teveel om op te noemen zijn wij door hem bemind’. Jezus spreekt over de Trooster, de Heilige Geest. De Pleitbezorger. Letterlijk: Hem die je ‘erbij kunt roepen’. Deze geestelijke bijstand zorgt voor de vrede in ons hart. Dat kan ons sterken, juist ook als we in deze tijd in quarantaine of isolatie moeten leven. In deze Coronatijd hebben velen ervaren: Het is lastig om opgesloten te moeten zitten. Het is moeilijk de nabijheid van je geliefden te moeten missen. Het is verschrikkelijk om in eenzaamheid ziek te zijn of misschien zelfs de dood tegemoet te gaan. Maar hopelijk heb je dan ook ervaren, zoals koningin Wilhelmina het zei: ‘Ik mag dan wel eenzaam zijn, ik ben nooit alleen’.
Het geloof heeft er in het afgelopen jaar niet voor gezorgd dat ons leed en moeite bespaard is gebleven. Zo zit dat niet. Dat mochten we ook niet verwachten. We gedenken niet voor niets ieder jaar het lijden van Christus. Met Hem worden we gekruisigd. Achter Hem aan moeten we ons kruis dragen, dwars door de crisis heen. Maar niet zonder Zijn bijstand en niet zonder Zijn belofte. Zonder Zijn vrede hoeven we niet te zijn. 

De vrede van Christus is niet zo maar voor iedereen weggelegd. Het is ‘voor wie Mij liefheeft’, zegt Jezus. De liefde is de band die ons met Hem verbindt. Die liefde is heel concreet: ‘Houd je aan mijn geboden’. Heb dus ook elkaar lief. Kijk naar elkaar om. Ik hoop, ik bid, dat je dat ook ervaren hebt in de afgelopen tijd. Dat je je geliefd hebt gevoeld. Door God én door mensen. Laten we dat vooral blijven doen. Zolang de crisis duurt. En daarna. ‘Houd vol, heb lief’.