Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART

Hoop doet handelen

Zondag 3 september 2017
Schriftlezingen: Jeremia 32:6-15 en 42-44 en 2 Petrus 3:8-14

‘Jullie zeggen dat dit land een woestenij is, zonder mens of dier, en dat het in handen van de Chaldeeën gegeven is, maar er zullen weer akkers worden gekocht’ (Jeremia 32)

Zonder hoop vaart niemand wel. Zonder hoop kun je niet leven. Want hoop doet leven. Een sprankje hoop. Een laatste strohalm… Als er helemaal geen hoop meer is, houdt alles op.
Als je de situatie van Jeremia bekijkt zou je zeggen: die is hopeloos. Jeremia zit gevangen. Hij wordt vastgehouden in opdracht van koning Sedekia in ‘het kwartier van de wacht’. In een cel van het politiebureau, zouden wij zeggen. Hij zit er omdat hij zijn mond niet kan houden. Met zijn woorden verstoort hij dermate de openbare orde dat hem de mond gesnoerd moet worden.

En dan zit hij ook nog eens vast in een belegerde stad. Jeruzalem is op dat mo-ment omsingeld door de Babyloniërs. Dat beleg van Jeruzalem zou in totaal zo’n anderhalf jaar gaan duren. Uiteindelijk wordt de stad ingenomen en ver-woest – de Babylonische ballingschap begint. De bewoners van Jeruzalem zitten nu dus als ratten in de val. Jeruzalem zit klem. Jeremia zit eigenlijk dubbel klem. Gevangen in een gevangen stad. Een uitzichtloze situatie, zou je zeggen. 
Zoals er in de loop der tijden meer van die hopeloze situaties zijn geweest. En als je je kop niet in het zand steekt, zijn ze er ook in onze wereld nog. En in ons leven. Zoveel bedreigingen en gevaren dat de moed je soms in de schoenen dreigt te zinken. De toekomst is onzeker vanwege oplopende spanningen rond Noord-Korea. Klimaatveranderingen hebben blijkbaar nú al grote invloed op het weer. Niet alleen straatarme landen als Nepal en Ban-gladesh, maar zelfs het rijke westerse Amerika heeft er flink onder te lijden. En wat te denken van de voortdurende terroristische dreiging. Zelfs deskun-digen zeggen: het is niet de vraag of, maar waar en wanneer een volgende aanslag plaatsvindt. 
Dat soort gedachten werkt verlammend. Zonder perspectief, zonder vertrouwen, zonder hoop kun je niet leven. Dat is zo in de wereld. Dat is zo in ons leven. Als de dokter je geen hoop geeft op genezing, moet je er in berusten. Als je op een bepaalde leeftijd ontslagen wordt, moet je er rekening mee houden nooit meer aan de slag te komen. Als je een geliefde verliest is de situatie al helemaal hopeloos. Niets is toch zo hopeloos als de dood? Maar zonder hoop, kun je niet leven, kun je niet handelen.
Handelen – handel drijven. Dat doet Jeremia. Vanuit zijn politiecel gaat hij zaken doen. Het moet het praatje van de dag zijn geweest in Jeruzalem. Stel je voor: een gedetineerde gaat in onroerend goed.


‘Zeg, hoor eens even! Weet jij het laatste nieuwtje al over Jeremia?’
‘Jeremia? Je bedoelt die profeet? Die zwartkijker? Die godsdienstfanaat? Die man die zegt dat hij namens God spreekt?’
‘Ja, die bedoel ik’.
‘Maar die zit toch in de gevangenis?’
‘Zeker zit hij daar. Je weet: ik werk bij de Jeruzalemse politie. Hij zit bij ons op het bureau in de cel. Maar – niet verder vertellen - hij krijgt van ons genoeg bewegingsvrijheid. Koning Sedekia durft hem niet alles af te pakken. Jeremia kan bijvoorbeeld gewoon bezoek ontvangen’.
‘Nou, vooruit maar. Gevangen zitten is sowieso geen pretje. Het zal hem echt wel leren een toontje lager te zingen’.
‘Dat weet ik zo net nog niet. Jeremia begint aardig dol te draaien tussen die vier muren van zijn cel. Hij is nu wel erg dom bezig. Hij heeft namelijk een stuk land gekocht’
‘Een stuk land? Wat is daar zo gek aan?’
‘Het is een stuk land niet ver buiten Jeruzalem. Bij het dorpje Anatot op de weg richting Jericho’.
‘Maar dat is toch bezet gebied? Daar zitten toch de Babyloniërs?’
‘Ja zeker is dat bezet gebied. De Babyloniërs hebben de hele streek strak onder controle’.
‘En daar heeft Jeremia een stuk land gekocht?’
‘Jazeker!’
‘In bezet gebied? Haha, laat me niet lachen. Dat meen je niet!’.


‘En of ik het meen! Ik ben er zelf bij geweest toen de deal werd gesloten en het contract werd ondertekend. Ik was één van de getuigen. Vorige week kwam zijn neef bij hem op bezoek. Chanamel heet die man. Dat is zo’n vluchteling, weet je wel. Waarvan het hier wemelt in Jeruzalem. Eén van die gelukszoekers die voor de Bayloniërs uit van het platteland naar onze stad zijn gekomen. Hier achter onze hoge dikke muren voelen ze zich veilig. Maar Chanamel zat blijkbaar in geldnood’.
‘Ja, wie niet? De voedselprijzen rijzen de pan uit. Veel te veel monden, veel te weinig aanvoer. De eerste hongerdoden zijn al gevallen. Maar wat wilde die Chanamel van Jeremia?’.
‘Jeremia is dus familie van die Chanamel. Ze zijn elkaars neven. Ze komen allebei uit dat dorpje Anatot. Dus Chanamel zegt tegen Jeremia: ‘Wil jij mijn stuk land, mijn akker kopen? Je helpt mij aan geld en dan blijft het land in on-ze familie. Jij bent immers de zoon van mijn vaders broer. En van je familie moet je het hebben, niet waar?’
‘Wauw, dat is een goeie mop, zeg! Die Chanamel durft! Daar trap je toch niet in? Een waardeloos stuk grond in bezet gebied! Wil je zeggen dat Jeremia daarvoor betaald heeft? En hoeveel dan wel?’
‘Zeventien sjekels aan zilver. Ongeveer 200 gram zilver’ 
‘Hmmm, dat zou een redelijke prijs zijn – als je er iets aan had. Maar nu is het een kat in een zak! Nu kon Jeremia het geld beter meteen over de balk smij-ten’.
‘Maar Jeremia heeft ons nog wel verteld waarom hij heeft toegehapt’.
‘Vertel! Laat me raden: Dat heeft natuurlijk weer met zijn geloof te maken. Hij heeft weer eens een boodschap van God ontvangen’
‘Ja zeker, God heeft hem verteld, dat eens stad en land weer vrij zullen zijn. Vroeg of laat - eens zal er weer vrij gehandeld kunnen worden. Er zullen weer akkers verkocht en gekocht worden. Dat heeft God hem beloofd’.
‘Ja, ja, daar kun je op wachten, zeker?’
‘Het kan nog wel eens lang duren, gelooft Jeremia. Daarom heeft hij het officiële koopcontract in tweevoud op laten stellen. De documenten heeft hij in een pot gestopt, zodat ze bewaard blijven voor het nageslacht. Maar eens komt de dag, aldus Jeremia, dan zul je het zien gebeuren. Dan wordt hoop werkelijkheid’. ‘Ja ja, die Jeremia. Voor mij is hij gekke Henkie!’

Broeders en zusters, wij leven van de hoop. Zonder hoop kunnen wij niet leven. Zonder vertrouwen in de toekomst komt het leven tot stil stand. Dat heb-ben we gezien in de economische crisis van de afgelopen jaren. Vanwege de onzekerheid over de toekomst hield de consument de hand op de knip. Maar nu het consumentenvertrouwen terug is worden er weer meubels, auto’s en huizen verkocht. De motor draait weer op volle toeren. Dat is de kracht van de hoop. Hoop doet handelen.
Eén van de dingen die het geloof in God ons geeft is juist hoop en vertrouwen. Geen hoop op economisch gewin. Geen verwachting van een gespreid bedje. Geen garantie voor een leven zonder zorgen. Wel het uitzicht op een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont. Hoop die gebaseerd is op de belofte van God. Het nieuwe Jeruzalem, de gouden Stad waarin vrede woont en liefde heerst. Dat heeft de HEER ONS beloofd. Van-uit DIE hoop doet ons leven, werken, handelen. We weten niet hoe lang het nog duurt voordat die toekomst aanbreekt. Eén dag of 1000 jaar – niemand kan het zeggen. Maar we blijven hopen. De HEER zal komen om Zijn belofte waar te maken. Die hoop zet ons in beweging. Zet ons aan tot actie. Als je HOOPT op een nieuwe aarde vol gerechtigheid, dan ga je er net als Jeremia ook naar handelen. Je houd je vast aan de gedachte dat het onrecht en de leugen op aarde niet zullen triomferen. Je weet zeker dat ziekte en zelfs de dood niet het laatste woord zullen hebben. De woorden van Jezus geven je moed: ‘Ik ben met je alle dagen tot aan de voleinding der wereld’. Je houdt je vast aan de hoop. Je handelt vanuit de hoop. Jouw bijdrage aan een betere wereld is daarom geen weggegooid geld. Het kleine beetje dat jij kunt geven is geen druppel op een gloeiende plaat. Jouw inzet voor kerk en maatschap-pij is niet tevergeefs. De opvoeding van je kinderen is niet voor niets. Eens zal blijken hoe waardevol het is geweest. Ook al lacht iedereen je er nu om uit. Je gaat in het voetspoor van Hem die de dood is doorgegaan in de hoop op de opstanding. Jezus Christus, onze levende Hoop. Op Hem kun je ver-trouwen. 

Ik moet dan denken aan Dietrich Bonhoeffer. De Duitse predikant Bonhoeffer zat tijdens de tweede wereldoorlog in dezelfde situatie als Jeremia. Hij zat in de gevangenis vanwege zijn verzet tegen de nazi’s. Hij had meegeholpen met een aanslag tegen Hitler. Het enige dat Bonhoeffer kon doen vanuit zijn cel was: brieven schrijven. Die brieven zijn later uitgegeven in het boek ‘Ver-zet en overgave’. Eén van die brieven is gericht aan zijn pasgeboren neefje. Het jongetje zal gedoopt worden. Oom Dietrich kan er helaas niet bij zijn. Dus schrijft hij een brief gericht aan het kind. Een brief van hoop. Gericht op de toekomst. Wat wil je? De doop van een kind is teken van de toekomst. De jeugd heeft de toekomst. Bij de doop leg je die toekomst van je kind in Gods handen. In de brief schrijft Bonhoeffer wat een mens te doen staat in het le-ven. Heel eenvoudig, drie dingen: ‘Bidden, het goede doen voor anderen en wachten op Gods tijd’. Dat is wat de HEER van ons verwacht. Handelen in vertrouwen. In afhankelijkheid van God doen wat je kunt. Wat je hand vindt om te doen. Niet meer en niet minder. Enkele dagen voor de bevrijding werd Bonhoeffer terecht gesteld. Hij beleefde  de vrijheid niet meer. Ook oog in oog met de dood getuigde hij opnieuw van zijn hoop: ‘Dat is niet het einde, maar een nieuw begin’. Dat waren zijn laatste woorden. Want hoop doet leven. Leven tegen beter weten in. Leven sterker dan de dood.   
Je kunt dus ‘gekke henkie’ lijken, maar dat is altijd beter dan ‘de sjaak’.