Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART

Hoe kan dat nou?
Kerkdienst op 9 december 2018 te Kudelstaart

Tweede Zondag van Advent

Schriftlezing: Genesis 1:1-5 en Lucas 1:26-38

klik hier voor: geluidsopname

De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God

(Lucas 1:35).

‘Hoe kan dat nou?’ Als we Bijbelverhalen lezen komt die vraag regelmatig bij ons boven. Het volk Israël trekt door de Schelfzee. De profeet Bileam wordt tegengehouden door een sprekende ezel. Jezus loopt over het water. ‘Hoe kan dat nou?’. Die vraag zal ook bij ons opkomen, als wij het evangelie van vanmorgen lezen. Maria krijgt het bericht dat haar zoon geboren zal worden zonder inbreng van een man. Jezus wordt geboren uit de maagd Maria. Dat is niet zo maar een onbelangrijk onderdeel van het christelijk geloof. Het wordt ons in de Bijbel verteld door twee van de evangelisten: Lucas en Matteüs. Het is naderhand in de apostolische geloofsbelijdenis terecht gekomen. ‘Ik geloof in Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de maagd Maria’. Maria is wél de moeder, maar Jozef niet de vader van het Kind. Dus klinkt de vraag: Hoe kan dat nou? Hoe kan er nu een kind geboren worden uit een maagd? Dat een kind een moeder plus een vader MOET hebben is zo logisch als één en één twee is. Juist in onze tijd van nieuwe geboortetechnieken, draagmoederschap en reageerbuisbevruchting is dat zo klaar als een klontje. Een kind moet op één of ander manier – desnoods kunstmatig - verwekt zijn? Dat kan toch niet anders? Als het wel anders gebeurt, dan is dat een groot wonder. Het is maar de vraag of moderne weldenkende mensen DAT nog willen geloven. Bovendien: Er kan zoveel beweerd worden!

Ja, er is zoveel beweerd. Niet alleen over Jezus, maar over allerlei beroemde personen uit de wereldgodsdiensten. Van Boeddha bijvoorbeeld geschiedde de geboorte aldus: Zijn moeder Maya, die de belofte van eeuwige kuisheid had afgelegd, kreeg in de nacht een droom. Er kwam een witte olifant, die in haar schoot kroop. Tien maanden later werd de kleine prins Boeddha geboren. Echt wat je noemt: een olifantsdracht. Het moet een zware bevalling geweest zijn…

De stiergod Apis, van de oude Grieken, wordt bevrucht door een bliksemschicht. Egyptische Farao’s worden verwekt door de stralen van de zonnegod. Ze zijn ‘zonen van de goddelijke zon’. In India gelooft men, dat goden op aarde verschijnen in mensengedaante. Daar komt zelfs geen lieve moeder aan te pas. Hare Krishna is één van die op aarde gekomen goden. Zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Is de geboorte van Jezus er dan één uit dat wonderlijke rijtje?  Nou, nee. De geboorte van Jezus hoort thuis in een ander rijtje. Het Joodse, oudtestamentische rijtje. In die Bijbelse traditie komt het zo vaak voor, dat kinderen wonder boven wonder, tegen alle verwachting in geboren worden.

Izaäk is wonder boven wonder de zoon van de negentigjarige moeder Sara en de honderdjarige vader Abraham. De Richter Simson is het kind van mensen op hoge leeftijd. De profeet Samuël wordt geboren na het gebed van de onvruchtbaar geachte Hanna. Het Lucas-evangelie begint met Zacharias en Elisabeth. Beiden op hoge leeftijd gekomen, worden zij vader en moeder van de kleine Johannes de Doper.

Wonderlijke geboorte is een rode draad, die door de hele Bijbel heen loopt. Het maakt ons meteen één ding klip en klaar: kinderen krijgen is geen vanzelfsprekendheid. Gelukkig beseffen veel vaders en moeders ook nu nog het wonder van de geboorte van nieuw leven: ‘Een nieuw leven. Een klein wonder. Het lijkt zo gewoon, maar het is zo bijzonder’, staat dan op het geboortekaartje. Misschien wel juist diegenen, die niet op een zogenaamd ‘normale’ manier kinderen kunnen krijgen, beseffen dat onvanzelfsprekende als de beste. Je moet wel echt afgestompt zijn geraakt en platvloers door het leven gaan, als je het hebt over: “Wij maken een kind” of “Wij nemen een kind”. Geboorte is altijd een geheim, een geschenk, een Godswonder.

Het verschil met Maria is dus maar betrekkelijk. Haar zwangerschap is het hoogtepunt van een lange reeks, die in het Oude Testament inzet en eigenlijk nog steeds doorgaat.

De woorden, waarmee dit in het Lucasevangelie beschreven wordt, zijn ook rechtstreeks afkomstig uit het Oude Testament. “De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken”, spreekt de engel Gabriël tot Maria. Dat herinnert aan de eerste bladzijde van de Bijbel. “In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water’. God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht’. God spreekt het eerste woord. De HEER begint iets nieuws op aarde. Als Jezus wordt geboren, zweeft Gods Geest ook over het water. Om neer te strijken in Maria’s woning. De HEER schept daar opnieuw. De geboorte van Jezus Christus komt niet voort uit de keuze van mensen, maar is Gods eigen keuze. De HEER reikt ons Zijn hand. Hij grijpt Zelf opnieuw in op aarde. De nieuwe schepping begint. Er komt leven! Nieuw leven. Er straalt weer licht, waar het zo donker was geworden. De HEER verdrijft de duisternis van menselijke schuld door Zijn genadig licht. Geen mens kon redding brengen. De aarde was verloren als God haar niet gered had.

Ook nu doet God dat, zoals Hij dat altijd doet. Op die typisch God-van-de-Bijbelachtige manier. De manier van kracht in zwakheid. De macht van het kleine. Als de HERE, de God van Israël ingrijpt, doet Hij dat niet door het machtige, het grote en sterke uit te kiezen. De HERE God loopt dus het paleis van keizer Augustus te Rome voorbij. Hij gaat geen huwelijk aan met de vrouw van koning Herodes. Hij laat zelfs de heilige stad Jeruzalem links liggen. Als een vogel van Boven, duif van de Geest strijkt Hij neer in het dorpje van niks: Nazareth. Daar heeft Hij zelfs het mannelijke niet nodig. Jozef, de man, staat buitenspel. De HEER heeft genoeg aan het in mensenogen zwakke geslacht. Een maagd, een jong meisje. Een kind toch eigenlijk nog. Zij wordt uitgekozen voor Gods nieuwe schepping. Kind van God is Maria’s kind. Zo is God met ons, tussen ons, onder ons gekomen.

Zo werkt de God van de Bijbel. God maakt gebruik van kleine mensen en kleine dingen. Juist de mensen, die het zwakst lijken, kan Hij het beste gebruiken. De kinderen, de armen en de zwakken. Kleine David verslaat reus Goliath. Laatste wordt eerste. Wie nakomt gaat voorop.

Zo werkt God ook in ons leven. Juist door de kleine dingen van het leven word je als mens opgebeurd. Een zonnestraal. Een bloem. Een arm om je heen. Een schouder om op uit te huilen. Een gesprekje op straat. Een bemoedigend telefoontje. Een kaartje, als je ziek bent. De glimlach van een kind. Eén mens, die door dik en dun bij je blijft. God werkt bij voorkeur met kleine dingen en door kleine mensen. Het grote, machtige, zelfgenoegzame loopt Hij voorbij. Gelukkig de mens, die daaruit leeft. Die zichzelf niet te groot voelt, te verheven, te machtig. Die de gezindheid van Jezus Christus heeft. Jezus heeft Zichzelf vernederd, klein gemaakt. Het bezoek aan Maria in Nazareth is het begin van die vernedering! Hij daalt steeds dieper, steeds lager. God kiest geen paleis maar een stal, geen wieg maar een kribbe. Geen upperclass, maar veracht herdersvolk. Geen brave, vrome burgers, maar zondaren, hoeren en tollenaars. God kiest voor het kruis van Golgota - de schandpaal van de Romeinse tijd. De vloek neemt Hij op zich. De zonde der wereld draagt Hij als het Lam, als de minste. Zo is de geboorte uit een maagd het begin van al Gods wonderen. Een voorspel van wat komen gaat.

En als we dan tóch nog willen vragen: Hoe kan dat nou? ‘Geboren uit de maagd Maria?’ Dan moeten we verder vragen: Hoe kan dat nou - God met ons als kind in de kribbe. God met ons - als Man van smarten. God met ons - gestorven aan het kruis? Hoe kan dat nou? God met ons - door de dood heen naar het leven van Pasen. Hoe kan dat nou: Ik zwak, eenvoudig, klein mensje. Hoe kan het nou, dat God MIJ niet voorbij loopt, maar ook MIJ in het oog heeft? Hoe is het mogelijk, dat HIJ mij wil gebruiken in zijn dienst? Dat Hij met Zijn Geest ook op mij wil neerdalen? Dat de kracht van de Allerhoogste ook mij wil overschaduwen?

Laat er geen misverstand over bestaan: In het voetspoor van de HEER gaan, gedreven door Zijn Geest, is geen makkelijke weg. Het is wel een weg, die onder Gods bescherming staat. ‘De kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken’, zegt de engel. Woorden, die ons herinneren aan Psalm 91: ‘Wie in de schaduw Gods mag wonen, hoeft niet te vrezen voor de dood. Zoek je bij Hem een onderkomen, dan wordt zijn vrede jou tot brood. God legt Zijn vleugels van genade, beschermend om je heen als vriend en Hij bevrijdt je van het kwade, opdat je eens geluk zult zien”

Het is en blijft een onbegrijpelijk wonder: God is onder ons neergedaald. Hij is één van ons geworden. Hij heeft onze schuld gedragen. Zo is Hij met ons. Hij is bij mensen, die bij Hem hun toevlucht zoeken. Die als kleine vogeltjes willen schuilen onder de schaduw van Zijn beschermende vleugels.

Hoe dat kan? Ik zou het niet weten. Maar je mag het wél geloven.