Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

HET GEDULD VAN GOD

Kerkdienst op 24 maart 2019 
Lezingen: Psalm 1 en Lucas 13:1-9


“Heer, laat hem ook dit jaar nog met rust…” (Lucas 13:8)

Afgelopen vrijdag was de herdenking van het bombardement op Nijverdal. Op 22 maart 1945 vielen bommen uit geallieerde vliegtuigen op ons dorp. Een zonnige voorjaarsdag veranderde in de zwartste dag uit de Nijverdalse geschiedenis. 73 inwoners verloren het leven. Ik hoef u er niets over te vertellen. Voor mij was het een nieuw verhaal. Ook deze kerk, waar we nu zitten, heeft toen grote schade opgelopen. Dat is me door één van u verteld. Het bombardement is één van de vele gruwelijke incidenten uit de laatste wereldoorlog. Ik kan me voorstellen dat het bericht toentertijd als een lopend vuurtje door de omgeving ging. In Rijssen, Ommen, tot in Almelo en Raalte toe werd er al snel op straat en in de huiskamers over gesproken. ‘Heb je al gehoord wat er op Nijverdal is gebeurd?’.

Afgelopen maandag bereikte ons het nieuws over de aanslag in Utrecht. Ik kreeg het te horen van een jonge man van het verhuisbedrijf dat ons pas geleden heeft verhuisd. Hij was met zijn bestelauto naar ons toe gekomen om een stapel lege dozen op te halen. Onderweg, via de autoradio, had hij het nieuws gehoord: ‘Er is een schietpartij geweest in een tram te Utrecht. Waarschijnlijk een aanslag. Misschien wel een terroristische aanslag’. Naderhand werd duidelijk dat er drie doden te betreuren zijn. Ook dit bericht verspreidde zich razendsnel. ‘Heb je al gehoord, wat er in Utrecht is gebeurd?’.

‘Heeft U al gehoord, wat er in Jeruzalem is gebeurd?’ Deze vraag wordt op zekere dag aan Jezus gesteld. Jezus is op weg naar Jeruzalem. Zijn opgang naar Jeruzalem is begonnen. Onderweg geneest Hij zieken. Hij spreekt grote mensenmenigten toe. Hij heeft gesprekken met Zijn volgelingen en met Zijn tegenstanders. Een paar van de omstanders geven Hem het laatste nieuws door. ‘Hebt U het al gehoord? Een groep pelgrims uit Galilea wilde in de tempel van Jeruzalem gaan offeren. Ze hadden hun offerdieren bij zich. Plotseling verscheen er een groep Romeinse soldaten. Stadhouder Pilatus had opdracht gegeven om hen allemaal te vermoorden. Het bloed van de offerdieren vermengde zich met hun eigen bloed. Het werd één groot bloedbad…’.

Allemaal voorvallen uit de lange, lange lijst van verschrikkelijke gebeurtenissen uit de geschiedenis. Jezus voegt er zelf nog één aan toe. Ook een bericht uit de omgeving van Jeruzalem: bij bouwwerkzaamheden aan de muren van de stad is een toren ingestort. Achttien bouwarbeiders zijn om het leven gekomen.

Als we zulke berichten horen, raakt het ons telkens weer. Gek genoeg WILLEN we zulke berichten ook horen. We willen er van weten. Als we het weten, willen we meer weten. We kunnen er dan over meepraten. Bij de Utrechtse aanslag kwam een meisje van 19 jaar om het leven. Ze was op weg naar haar werk in een broodjeszaak. Ook een 49-jarige medewerker van Prorail hoorde bij de slachtoffers. Hij was in zijn vrije tijd jeugdtrainer bij een Utrechtse voetbalclub. Van een derde slachtoffer wil de familie niet dat er iets over hem in de media komt. We moeten het doen met de mededeling dat het gaat om een 28-jarige man. Waarom willen we dat eigenlijk: ‘meer weten’? Wat schieten we ermee op? Is het misschien omdat we geschokt op zoek gaan naar een antwoord? Willen we de bizarre werkelijkheid een beetje in onze vingers krijgen? Alles na de chaos van het moment weer op een rijtje zetten? We kunnen het niet verkroppen dat mensen ‘zo maar’ zonder reden uit het volle leven worden weggerukt. Het is zo zinloos, al dat onschuldig bloed dat over de aarde vloeit.

Nou, ‘onschuldig bloed’? In de tijd dat Jezus op aarde was, was dat maar de vraag. Een antwoord op het ‘waarom’ was snel gegeven. Kort gezegd luidt dat antwoord: ‘Waren er geen zonden dan waren er geen wonden’. Als mij of jou iets overkomt, dan heb je dat ergens aan verdiend. Je hebt dan bewust of onbewust iets fout gedaan. Wat jou overkomt, is de straf op de zonde. Dus die Galileeërs, die in Jeruzalem vermoord zijn door Pilatus – die zullen het wel aan zichzelf te wijten hebben. En die 18 bouwvakkers aan wier leven zo tragisch een einde kwam toen de toren instortte: Ook zij hebben vast en zeker gekregen waar ze recht op hadden. Loon naar werken. God is de rechtvaardige Rechter. God straft onverbiddelijk en er valt niets op Zijn oordeel af te dingen.

Opvallend dat Jezus niet mee gaat in die rechtlijnige redenering. Hij ontkent dat er een direct verband is tussen schuld en lot. De vermoorde Galileeërs zijn niet beter of slechter dan andere Galileeërs. De omgekomen bouwvakkers zijn geen groter zondaars dan de andere inwoners van Jeruzalem. ZO simpel is het namelijk niet. ZO rechtlijnig zit de wereld niet in elkaar. En het belangrijkste: Zo zit de HEER onze God niet in elkaar. Dat is niet alleen maar goed nieuws voor de mensen die  TOEN zo dachten. Het is hopelijk ook goed nieuws voor ons, als ONS iets ergs overkomt. Dan kan misschien die onheilspellende vragen in je opkomen: ‘Waarom moet mij dit overkomen? Waar heb ik het aan verdiend? Heeft de HEER zich van mij afgekeerd? Is Hij op één of andere manier boos op mij? Wil Hij me dat laten voelen?’. Het antwoord mag duidelijk zijn: De HEER is niet TEGEN ons. Hij is VOOR ons. In de nood staat Hij niet tegenover mij, maar naast mij. Niets kan mij scheiden van Zijn liefde. Het is zoals Psalm 103 het zegt: ‘Hij doet ons niet naar onze zonden en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden’. We krijgen dus geen antwoord op ons ‘waarom’. Met die vraag moeten we leven, hoe moeilijk het ook is. Maar het is zoals het bekende lied zingt: ‘Heer, ik wil uw liefde loven, al begrijpt mijn ziel U niet’. Niet begrijpen en toch loven. Gods liefde loven.

Van die liefde maakt Jezus ons iets duidelijk met de gelijkenis van de vijgenboom. De eigenaar van een wijngaard komt zijn landgoed inspecteren. Tussen de wijnstokken staat ook een vijgenboom. Al drie jaar heeft deze boom geen vruchten opgeleverd. Als je een vijgenboompje plant duurt het normaal gesproken drie jaar voordat die vijgenboom zijn eerste vruchten geeft. Als er na drie jaar nog geen vijgen aan groeien, wordt het niet meer wat. Dan kun je de boom het beste omhakken en uit je boomgaard verwijderen. Dan neemt hij geen ruimte meer in beslag. Dan raakt de grond om de boom heen niet uitgeput. ‘Hak maar om’, klinkt de opdracht. Maar in de gelijkenis gebeurt dat niet. De tuinman ziet het anders. Hij doet een pleidooi voor uitstel van executie. Een goed woordje voor de onvruchtbare vijgenboom: ‘HEER, laat hem ook dit jaar nog met rust…’. Hij belooft er het zijne aan te doen met al zijn plantenkennis om de boom tot vrucht te brengen. Dorre takken snoeien, grond om de boom losmaken, mest geven. Alles in het werk stellen om de vijgenboom toch tot vrucht te brengen. Geef die boom nog een kans. Geen hem tijd van leven. Een nieuwe kans op beterschap.

In deze gelijkenis tekent Jezus ons Gods geduld. Hij geeft ons het leven. Hij laat ons leven. Elke dag is een dag onder Zijn geduld. Elke dag een onverdiend geschenk. De vraag aan ons is: wat doen we ermee? Jezus laat ons in de spiegel kijken. Je ziet jezelf staan, als je leest over die vijgenboom. Je bent een boom door Hem geplant. Een boom zoals Psalm 1 die beschrijft. Of beter: één van die twee soorten bomen die er zijn. Je hebt bomen die alleen maar plaats innemen. Er zijn ook bomen die vruchten dragen. Jezus stelt ons voor de vraag: wat voor boom ben jij? Neem jij alleen maar ruimte in beslag in deze aardse tuin? Of heb jij iets te bieden aan de mensen om je heen? Groeit er aan jou iets van de vruchten van de Geest: blijdschap, vrede, vreugde, goedheid, trouw. Liefde bovenal! Met Psalm 92  hebben we gezongen dat Gods bomen vruchten dragen tot in de ouderdom tot in de grijze dagen. Je bent dus nooit te oud om vruchtbaar te zijn. Zolang je leeft, tot je laatste snik mag je groeien, bloeien en vrucht dragen.

Laat je dus niet verlammen door de vraag waarom er zulke verschrikkelijke dingen gebeuren in de wereld. Bombardementen. Terreuraanslagen. Ongelukken. Veel belovend leven in de kiem gesmoord. We weten nooit waarom. Maar laat ook daardoor het besef groeien hoe kostbaar het geschenk is dat je hebt gekregen. Het geschenk van het leven. Er is een reden, dat jij er bent. Dat jij er NOG bent. Het heeft zin. Doe dan iets met elke dag aan jou gegeven. Je mag vruchten dragen waarvan God en mensen kunnen genieten. Daarbij kun je altijd rekenen op de deskundige bijstand van de grote wijze geduldige Tuinman. In droge tijden begiet Hij jou met levend water. Bij overbodige wildgroei hanteert Hij het snoeimes. Als de fut er uit is, krijg je van Hem meststof toegediend. Hij heeft er werkelijk alles voor over om jou weer in bloei te krijgen. Hij heeft er namelijk alles aan gedaan om jou het leven te geven. Hij heeft Zijn eigen leven voor ons gegeven tot in de dood. Hij schenkt ons Zijn Heilige Geest die ons vrucht doet dragen. We mogen bestaan in Zijn geduld, waarvan de aarde is vervuld. Dat gaat niet alleen in geluk, maar ook in alle nood door heel het leven heen.

Amen