Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

Het Proces

Kerkdienst op 1 maart 2020 te Nijverdal

Schriftlezingen: Psalm 75 en Romeinen 3:9-24

"Gods ​gerechtigheid, waarvan de Wet en de Profeten al getuigen, wordt nu ook buiten de wet zichtbaar: God schenkt vrijspraak aan allen die in ​Jezus​ ​Christus​ geloven. En er is geen onderscheid. Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God; en iedereen wordt uit ​genade, die niets kost, door God als een rechtvaardige aangenomen omdat hij ons door ​Christus​ ​Jezus​ heeft verlost" (Romeinen 3:21-24)

In de roman Het Proces van Franz Kafka krijgt de hoofdpersoon onaangenaam bezoek. De hoofdpersoon is een zekere ‘Jozef K.’. Zijn achternaam wordt afgekort, als ware hij een crimineel. Wat is namelijk het geval? Vroeg op een kwade morgen, als Jozef K. nog op zijn bed ligt, gaat de deur van zijn kamer open. Twee mannen lopen binnen. Ze vertellen Jozef K. dat hij gearresteerd is. Iemand heeft hem in staat van beschuldiging gesteld. Josef K. moet voor de rechtbank verschijnen. Hij moet zich verantwoorden voor een misdrijf. Welk misdrijf dat is, vertellen de bezoekers er niet bij. ‘Wie bent u dan?’, vraagt Jozef K. Maar de mannen negeren de vraag. In de loop van het verhaal wordt de beschuldiging nooit opgehelderd. Het blijft het hele boek door in de lucht hangen wat Jozef K. misdaan heeft. Hij raakt verstrikt in een duistere wereld van onzichtbare rechters en mistige bureaucratie. ‘Waar is de rechter, die hij nooit gezien heeft? Waar is het gerechtshof, dat hij nooit bereikt? Wat is de aanklacht tegen hem?’ Tot wanhoop gedreven geeft hij tenslotte alles maar toe. Hij wordt ter dood veroordeeld.

Een onzichtbare rechter, een mistig hooggerechtshof, een onduidelijke beschuldiging. Misschien komt dat bij ons naar boven als we lezen in de Romeinenbrief: ‘Iedereen heeft gezondigd’. Het oordeel over alle mensen wordt uitgesproken. Zonder uitzondering allen schuldig. Maar: Wat hebben we dan verkeerd gedaan? Wij zijn ons van geen kwaad bewust. En wie is dan die Rechter, die ons komt aanklagen? Wat is de straf, die ons wacht? Nou: dat is bij Paulus duidelijk. God is rechter. En de straf is het missen van Gods nabijheid. Dus nooit komen, waar God is. Altijd ver van de HEER blijven. Nooit Gods koninkrijk, nooit de hemel bereiken. Alle mensen onder Gods zon hebben God als rechter. Hij is de rechtvaardige rechter en zijn oordeel is duidelijk.

De Kerkhervormer Maarten Luther zat daar, toen hij een jonge man was, erg mee in zijn maag. God is rechtvaardig en hij voelt zich schuldig, zondig. Hij voelt, dat hij tekort schiet. Hij kan voor zijn gevoel niet tippen aan de hoge eisen, die God aan hem stelt. Hoe kan hij ooit vrolijk leven, als God als rechtvaardige rechter zijn doen en laten in de gaten houdt? Luther gaat op zoek. Op zoek naar Gods genade. ‘Hoe vind ik een genadig God’, is zijn angstige vraag.

Dat was aan het begin van de zestiende eeuw, zoals je weet. Vlak na de middeleeuwen. Lang geleden. Meer dan 500 jaar. Je kunt je afvragen: is het niet té lang geleden? ‘Hoe krijgen wij een genadig God? Hoe kunnen wij verlost worden van dat vonnis, dat boven ons hoofd hangt? Kan God ons genadig zijn?’

Ik heb zo’n vermoeden, dat wij ons met zulke vragen de afgelopen tijd niet bezig hebben gehouden. Dat we dat waarschijnlijk ook niet van plan zijn ook al is het ‘veertigdagentijd’: tijd van bezinning, van inkeer, van verootmoediging. Tijd om ons af te vragen: ‘Hoe staat het met mijn leven? Kan het er wel mee door? Kan ík er wel mee door?’ Wij, moderne gelovige mensen van de eenentwintigste eeuw hebben heel andere vragen aan ons hoofd. Geloofsvragen. Om te beginnen bij het begin: bestaat God eigenlijk wel? Dát zouden we wel eens zeker willen weten. En, als we ervan uitgaan, dát God bestaat: hoe kunnen wij de hulp van God in ons leven ervaren? Hoe kunnen wij God zover krijgen, dat Hij ons helpt? Want – eerlijk gezegd – als God bestaat, dan moet dat toch eigenlijk vanzelfsprekend zijn? DAT Hij ons helpen wil? Hij is toch onze Vader, onze Schepper, onze Hulp? Maar Rechter? Hemelse rechter van de grote onzichtbare rechtbank? We hebben erover gezongen: ‘Rechter in het licht verheven’ – Mooi lied, prachtige melodie. Maar ook al weer honderd jaar oud. We hebben de nog veel oudere Psalm 75 erbij gehaald: ‘God is rechter die gebiedt. Hij verhoogt en Hij slaat neer naar zijn recht, Hij is de Heer’. Kunnen we daar nu nog iets mee? Met dat woord ‘rechter’ en dus met dat begrip ‘gerechtigheid van God’?

Ja, gerechtigheid: natuurlijk kunnen we daar iets mee! Onze onrechtvaardige wereld hunkert naar gerechtigheid. Wij zijn vaak op zoek naar recht. In ons eigen persoonlijk leven. Niemand wil graag onrechtvaardig behandeld worden. Gelijke monniken, gelijke kappen. Ik ben niet minder dan mijn buurman. Dus dat moet blijken! Anders stap ik naar de consumentenbond, de ombudsman of desnoods naar de rechter.

Niet alleen voor onszelf willen we gerechtigheid. We hopen toch ook dat er ooit een rechtvaardig oordeel uitgesproken zal worden in de rechtszaak tegen degenen die de aanslag op MH-17 op hun geweten hebben. Wij vinden het allemaal heel gaaf dat de politie Ridouan T. eindelijk te pakken heeft gekregen. Wij vinden het volkomen terecht dat de moordenaar van Anne Faber levenslang heeft gekregen. Gerechtigheid!

In onze hele wereld is er de roep om gerechtigheid. Een rechtvaardige verdeling van armoede en rijkdom, vrede en geluk, eten en drinken. Dus als er daar boven een Rechter is, dan zal het hopelijk toch een rechtvaardige Rechter zijn!?

Nou, gelukkig maar! Dat mogen we in elk geval op grond van de Bijbel zeggen. Gerechtigheid is één van de centrale begrippen van de hele Bijbel. Het is één van de wezenlijke kenmerken van de HERE, de God van Israël. Hij is barmhartig én rechtvaardig. En wat wil dat dan zeggen? Wat betekent dat? Hij wacht als een hemelse rechter in het licht verheven op ons. Wij zullen uiteindelijk voor Zijn rechterstoel verschijnen. Wij zullen eenmaal verantwoording moeten afleggen. De Rechter zal ons vragen: wat heb je met jouw leven gedaan? Dat betekent het. Dat betekent het in elk geval OOK! Maar… gelukkig… nog meer dan dat. ‘Gerechtigheid’ is namelijk in de eerste plaats een aanduiding voor Gods actie. Voor Zijn handelen. ‘Gerechtigheid’ wil zeggen, dat God de dingen recht zet, die scheef zijn gegroeid of verkeerd zijn gegaan. Niet eenmaal, ooit, aan het einde. Ook hier, nu, middenin onze wereld. Gerechtigheid wil zeggen, dat de HEER mensen tot hun recht laat komen. Juist mensen, die rechteloos zijn. Dat God rechtvaardig is wil niet alleen zeggen, dat Hij afwacht tot wij eenmaal voor Hem verschijnen. Het wil ook zeggen, dat Hij Zelf verschijnt. Hij komt reddend in actie voor degenen, die onrecht lijden. Voor het verdrukte volk der Hebreeën in Egypte. Voor de rechtelozen – de weduwen, wezen, vreemdelingen… Dé kwetsbaarste groepen van die oude dagen.

Nou, er valt ook heel wat ‘recht te zetten’ in ónze wereld. Zo’n rechtvaardige God kunnen we goed gebruiken! We weten allemaal nog wel een paar mensen, van wie eens stevig de oren gewassen moeten worden. Ver weg, maar misschien ook wel dichtbij: die man, die mij zo onrechtvaardig heeft behandeld. De persoon die mij een poot heeft uitgedraaid of ooit een hak heeft gezet!

Maar stil, daar komt onverwacht bezoek mijn kamer binnen. ‘Je bent gearresteerd!’, klinkt het. Meekomen! ‘Ik?’ Ja, jij. Want: ‘iedereen heeft gezondigd’. Allemaal. Dus ook jij, ook ik… ‘Zonde’, ‘zondigen’. Ouderwetse woorden. Begrippen uit de oude doos. Beladen ook. Omdat er vroeger zoveel ellende uit voort is gekomen. ‘Zonde’: dat is toch het snoepje uit de kast van je moeder pikken? Een dubbeltje uit papa’s portemonnee? Je moest ervoor boeten en als je katholiek was voor biechten. ‘Zonde’ – dat is toch als de melk overkookt? Zonde van die melk! Inderdaad: dat is het. Zonde is: als iets zijn doel mist. Als iets niet aan zijn bedoeling beantwoordt. Het doel, dat God eraan gesteld heeft, wordt niet bereikt, niet gehaald. Het blijft beneden de maat. We slaan de plank mis. ‘Zonde’ dat is dus niet zozeer wat wij verkeerd doen, maar vooral: dat wij verkeerd zijn. Wat er mis gaat in ons gedrag, maar ook wat er mis is met ons karakter. Wat we doen, wat we laten, wie we zijn. De lat ligt ons te hoog. Ons pijltje vliegt het bord voorbij, ver verwijderd van ‘bull’s eye’. De kans voor open doel gaat huizenhoog over. Wat een misser! Zonde!

En zet daar nu eens Gods gerechtigheid tegenover. Gods lat. Zijn roos. Zijn doel. God, die mijn gedrag beoordeelt. Maar niet alleen beoordeelt ook ‘recht zet’, rechtvaardigt. De hemelse Rechter wil mij hebben zoals Hij het heeft bedoeld. Zoals Hij mij geschapen heeft – volkomen goed, tof, gaaf.

Nu begrijp ik ineens die beschuldiging aan het adres van Jozef K. Hij hoort niet wat de aanklacht is, omdat hij die alleen zelf kan beoordelen. Met ‘zonde’ is het ieder voor zich. Alleen ik zelf kan inzien, wat er mis gaat in mijn leven. Ik moet de hand in eigen boezem steken. Dat is iets tussen mij en de hoge onzichtbare rechter. Dan begrijp ik opeens ook die angstige vraag van Maarten Luther: hoe krijg ik een genadig God? Ik begrijp die vraag, maar… de angst? Nee, die begrijp ik niet! Die hoef ik niet te snappen. Want dan moet je gewoon verder lezen, Maarten. Dat deed Luther gelukkig ook.  ‘Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God, en (gaat het verder!) wordt uit genade, die niets kost, door God als een rechtvaardige aangenomen!’ ‘Gerechtvaardigd!’ ‘Recht gezet’. ‘Overeind geholpen’. Op onze voeten geholpen! De deur van onze gevangenis gaat open. De vrijheid lacht ons toe. Je hoeft het alleen maar te aanvaarden. Aannemen, geloven.

‘Gewoon aanpakken’. Het is gratis. Voor niets. Kost je niks! Genade, noemen we dat. Omdat Christus Jezus ons verlost heeft. Omdat Hij de prijs heeft betaald, ons oordeel heeft gedragen. Zo hebben wij een genadig God. Daarom krijgen we geen doodvonnis, maar leven. Eeuwig leven.

Toen Maarten Luther dat goed en wel inzag, was het alsof de poort van de hemel voor hem openging. Hij was in één klap een ander mens. God is rechter. Hij ziet onze zonden, toch spreekt Hij mij vrij. Dat is zijn ‘rechtvaardig oordeel’. Daarmee zet Hij mij recht op mijn voeten.

Het leven is niet een toevallig ongelukje. Ook geen gelukje van de natuur. Er is Iemand, van wie ik er mág wezen. Van Wie ik telkens weer verder mag. Elke nieuwe morgen komt Jezus mijn slaapkamer binnen. Hij roept: ‘Ontwaak! Sta op! Wakker worden! Ik heb weer een dag voor jou. Begin er maar aan. Ga in vrede met een schone lei. Probeer het maar weer opnieuw. Met vallen en opstaan. Mens te zijn met Mij. Doe je best, maar wees niet bang om fouten te maken. Als je valt, kom dan bij Mij. Roep Mij te hulp. Bid om ontferming: Erbarm U, HEER. Dan zal Ik je helpen. Gratis en voor niets. Uit genade.