Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

"Good goan"

Kerkdienst 26 juli 2020
Het Centrum te Nijverdal

Ook uitgezonden via Kerkomroep en YouTube-kanaal  

 

- Orgelspel
- Woord van welkom door ouderling
- Orgelspel en zang: Psalm 62: 1 (staande)
- Stilte, Onze Hulp en groet (staande):
- Orgelspel en zang: Psalm 62:4
- Gebed van toenadering
- Luisterlied: Neem mij aan zoals ik ben….
- De vruchten van de Geest
- Gebed om verlichting met de Heilige Geest
- Voor de kinderen…
- Lied, speciaal voor de kinderen: Samen… 
- Schriftlezing (door lector): Jeremia 18:1-6
- Orgelspel en zang: Psalm 86:4 Leer mij naar Uw wil te handelen
- Schriftlezing (door lector): Romeinen 8:26-30
- Orgelspel en zang: Lied 909 Wat God doet, dat is welgedaan
- Verkondiging
- Luisterlied: Ik bouw op U…  
- Afkondigingen van geboorte en rouw
- Voorbeden en dankgebed
- Collectebericht
- Orgelspel en zang: Lied 864: 1 en 2 Laat ons de HEER lofzingen
- Zegen gevolgd door gesproken Amen door gemeente.
- Orgelspel

---------------------------


- VERKONDIGING -

 

“En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede” (Romeinen 8:28)

 

“Gaat het goed met je?”. Het was zeker goed bedoeld, die vraag. Het is een vraag die vaak gesteld wordt. Meestal goed bedoeld. Toch kwam hij dit keer niet zo goed over. Mirjam stelde de vraag aan haar vriendin Susan. Susan had twee weken terug haar man verloren. Mirjam was bij de afscheidsdienst geweest. Na het koffiedrinken bij het weggaan hadden ze elkaar gedag gezegd. ‘Ik bel je snel, hoor’, had Mirjam gezegd. Ze hield woord. Een paar dagen later belde ze op. ‘Hoi Susan, met Mirjam. Gaat het goed met je?’. Die vraag kwam op dat moment even niet gelegen. “Goed gaan? Het gaat goed? Ja, hoor…”. Soms moet je gewoon op je klompen aanvoelen dat het NIET goed gaat. Dan moet je dus niet vragen naar de bekende weg. Dat kan pijnlijk zijn. ‘Is alles goed met je?’. Nou ja, niet ‘alles’…

Paulus gebruikt het woordje ‘goed’ in de tekst die we vanmorgen horen. ‘Alles draagt bij aan het goede’, schrijft hij in zijn brief aan de Romeinen. Het lijkt op een spreekwoord, een gezegde. Een spreuk aan de muur in het huis van een rasoptimist. Zo iets als ‘Na regen komt zonneschijn’ of ‘Elk nadeel heb zijn voordeel’, ‘Aan elke schaduwzijde zit een zonzijde’. Je hebt ze ook in godsdienstige varianten. In de tijd van Paulus vertelde men in Joodse kringen over rabbi Aqiba. Die had als lijfspreuk: ‘Alles wat de Almachtige doet, doet Hij ten goede’. Aqiba vertelde daar dan het verhaaltje bij, dat hij eens op reis was. Aan het einde van een lange vermoeiende dag kwam hij in een dorpje terecht. Hij vroeg om een slaapplaats, maar de éne na de andere dorpeling weigerde. Overal werd ‘nee’ verkocht. Ten einde raad verliet Aqiba het dorpje. Hij zocht een plekje in het veld onder de blote hemel en viel in slaap. Maar middenin in de nacht schrok hij wakker en hoorde in de verte geschreeuw. Het ongastvrije dorpje werd overvallen door een bende rovers. Ze plunderden het dorp en voerden vele dorpelingen als gevangenen mee. ‘Zie je wel?, sprak rabbi Aqiba, ‘alles wat de Almachtige doet, doet hij ten goede’. 

Leuk zo’n uitspraak, zo’n verhaaltje. Zo ken jij er misschien ook wel één. Dat een plotseling ongelukje (een verstuikte enkel, een ontstoken kies, een lekke band) op verrassende wijze toch iets goeds voortbrengt. Je wordt bijvoorbeeld even gedwongen om een dagje rust te nemen met je pootje omhoog. Je kunt dat spannende boek uitlezen. Of door die kies kun je met goed fatsoen afzeggen voor een vervelende vergadering. Dan is het toch nog ergens goed voor. Dan komt er toch nog wat goeds van terecht. Zo is er in de afgelopen tijd ook wel tegen de Coronacrisis aangekeken. Mooie initiatieven van medemenselijkheid bloeiden op. ‘Zie je wel, er komen toch ook mooie dingen uit voort’.

Maar als het menens wordt kun je hier niks mee. Soms gebeuren er dingen, waar niks goeds aan te ontdekken valt. Dingen die alleen maar puur slecht zijn. Ernstiger dingen dan een ongelukje of een ongemakje. Een groot verlies. Een levensbedreigende ziekte. Een verwoestende ramp. Bedrogen worden door je geliefde. Overvallen worden door hevige pijnen. Bericht ontvangen van een fataal ongeluk. Je wereld stort in. Je leven staat op zijn kop. Je bestaan wankelt.

Dan moet je dus even niet aankomen met ‘het goede’. ‘Het komt vast wel weer goed’. ‘Er komt eenmaal wel weer een goede dag in je leven’. Zelfs de goedbedoelde vraag klinkt dan als een vloek in je oren: ‘Gaat het goed met je?’. En als je zó God er bijhaalt, wordt het niet veel beter. ‘God heeft er vast wel een bedoeling mee’. ‘Wat de Almachtige doet, doet Hij ten goede’. Wat de Almachtige doet, is toch altijd goed? ‘Wat God doet, dat is welgedaan’?  We hebben het gezongen en beluisterd. Ja, ‘wat God doet’. Maar wát doet God? Doet God ‘alles’? Bestuurt Hij alles? Stuurt Hij alles op ons af? Alle dingen… Dus niet alleen mooie dingen, maar ook slechte dingen. Overstromingen, aardbevingen, bosbranden, tsunami’s, ongelukken, vervolgingen, martelingen… noem het allemaal maar op. Is God de ‘almachtige’ in de zin van ‘de man die alles kan’? Is Hij als de poppenspeler in het marionettentheater, die aan alle touwtjes trekt? En als hij één touwtje loslaat, valt er weer een pop? Laten we even goed duidelijk zijn: dat zegt Paulus dus niet. Paulus zegt niet dat alle dingen bij God vandaan komen. Waarom er altijd weer verschrikkelijke dingen gebeuren, weten we niet. Maar heel veel dingen in het leven komen blijkbaar niet bij God vandaan. Die kun, die hoef je dus ook niet goed te vinden, laat staan goed te praten. 

“Alles draagt bij aan het goede” is geen algemene waarheid, die je op alles en iedereen kan toepassen. Het geldt, zo zegt de tekst, ‘voor wie God liefhebben en die volgens zijn voornemen geroepen zijn’. ‘Voor wie God liefhebben’. God liefhebben – dat is het eerste gebod. Het allerbelangrijkste gebod. ‘Gij zult de HERE, uw God liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht’. God liefhebben betekent dat je je leven aan Hem toevertrouwt. Je legt heel je leven, met alles erop en eraan, in Zijn hand. Je vreugde. ook je pijn. Je gezondheid, ook je ziekte. Je rijkdom en je armoede. Je liefde en je gemis. Alle dingen aan Hem toevertrouwen. Dat is niet alleen een opdracht. Het is een voorrecht. Je mág de HEER liefhebben. Als je God liefhebt, ga je anders tegen ‘alle dingen’ aankijken. Dan ben je dankbaar voor alle goede dingen. In Gods goede gaven ontdek je Gods liefde. Wandelend in de natuur, bewonder je Zijn Schepping. Een kind of kleinkind in je armen, begroet je als Zijn geschenk. In de liefde van je leven, ontdek je Zijn liefde. ‘Je ziet in alle dingen niets dan Zijn genegenheid’, zingt een lied. Maar klopt dat wel? Ja, goede dingen getuigen van Gods goedheid. 

Maar wat te zeggen van de slechte, de verschrikkelijke dingen? Als díe je overkomen kun je Hem dan nóg liefhebben? Kun je jezelf dan nog toevertrouwen aan Zijn vaderlijke hand? Doe het maar, zegt de tekst. Alles draagt bij aan het goede. ‘Voor wie God liefheeft én voor wie volgens Zijn voornemen geroepen zijn’. Het woord ‘voornemen’ betekent zoveel als ‘plan’. De HERE God heeft een plan met jouw leven. Een bestemmingsplan. Hij wil je ergens naar toe brengen. Naar ‘het goede’. Hij wil iets van je maken. Iets goeds, iets moois. Voor dat plan kan Hij alle dingen gebruiken. Om Zijn doel te bereiken draagt alles bij tot het goede. Dat doel, dat goede doel is: dat we Zijn kind zijn. Net als Jezus, Zijn eerstgeborene. Ik ben ertoe bestemd om zoon of dochter van de hemelse Vader te zijn. Als zoon of dochter van God, lijkt mijn levensweg op de weg die Gods Zoon, die Jezus is gegaan. Dus niet de weg om de problemen heen. Niet de weg van de minste weerstand. Niet de weg over rozen. Maar de weg van lijden, van pijn, van eenzaamheid. Door het diepe dal heen. Uiteindelijk door het diepste dal van de dood. Wie God liefheeft gaat op weg naar zijn bestemming. Door lijden en sterven naar de opstanding.

Voor die weg word je ‘geroepen’. Een stem klonk in je oren: ‘Volg Mij op mijn weg’. Misschien is het al lang geleden, dat je die stem gehoord hebt. Je hebt ‘ja’ gezegd, toen hij je riep. Bijvoorbeeld door openbare belijdenis van je geloof af te leggen. Je bent achter Jezus aangegaan. Je mag Hem volgen. Je hebt je leven in alles aan Hem toevertrouwt. Alles wat jou overkomt, kan jou niet van Hem scheiden. Je blijft bij Hem en Hij bij jou. Je leven ligt in Zijn hand als de leem in de hand van de pottenbakker. De pottenbakker vormt jou volgens Zijn plan. Hij maakt iets moois, iets goeds van je. Er kan dus veel misgaan in je leven, maar je blijft in Zijn hand. Hij blijft aan je werken. De HEER is geen poppenspeler die aan de touwtjes trekt. Hij maakt als pottenbakker Zijn handen vuil aan ons verdriet, aan onze schuld en onze pijn. Het ráákt Hem. Hij houdt niet op tot het doel is bereikt. Het goede doel, het allerbeste - dat wacht ons aan het eind. Onze bestemming. We zijn er nog niet, maar we komen er wel.

Je kunt dus niet altijd ‘ja’ zeggen op de vraag ‘Gaat het goed met je?’. We kunnen het elkaar wel toewensen: ‘Het ga je goed. Ik wens je het allerbeste’. Ga met God op al je wegen. We kunnen elkaar groeten met de woorden: ‘Good goan!