Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

Goed bezig!
Kerkdienst op dankdag 6 november 2019 te Nijverdal
Schriftlezing: Psalm 92

Geluidsopname via Kerkomroep (Het Centrum Nijverdal)

“Een psalm, een lied voor de sabbat. Het is goed de HEER te loven, uw naam te bezingen, Allerhoogste, in de morgen te getuigen van uw liefde en in de nacht van uw trouw” (Psalm 92:1-3) 

 

Het is niet zo gebruikelijk om in de kerk complimentjes uit te delen. Integendeel. In de kerk gaat het vaak over wat NIET goed gaat. Wat BETER kan. Het gaat over zonde en vergeving. Over onze fouten en Gods genade… Maar een complimentje? Het kan er misschien niet altijd, maar vanavond toch zeker af. Ik wil er mee beginnen. Ik wil je complimenteren met het simpele feit: dat je hier bent. Dat je gekomen bent. Door weer en wind, regen en drup, misschien in een drukke week. Je hebt even de boel de boel gelaten. Je hebt je behaaglijke huiskamer en een knus avondje thuis laten schieten om vanavond HIER te zijn. In de kerk.

Compliment! Goed, dat je er bent! Goed, dat je gekomen bent! Dat zeg ík niet alleen, dat zeg ik de dichter van Psalm 92 na. Hij begint zijn Psalm (na het opschrift) met het woordje: goed. Of in goed Hebreeuws en net zo duidelijk: TOF! En wat noemt hij TOF: Tof is het om de HEER te loven, de Naam van de Allerhoogste te bezingen. Laten we nu juist daarvoor vanavond hier zijn gekomen. We zijn hier gekomen om God te loven, de HEER te prijzen, om Hem te danken. Dat is dus GOED! Dat is tof.

Begrijp me goed: dat woordje ‘tof’ betekent niet zo zeer ‘goed’ in de zin van goed en braaf gedrag. Niet in die zin goed, dat we onszelf op de borst kunnen slaan. Zo van ‘kijk mij eens even ‘goed’ wezen’. Kijk eens even hoeveel beter ik ben dan alle mensen die vanavond lekker thuis zijn gebleven of iets anders te doen hadden. Dat is het gevaar van de berijmde versie van Psalm 92, die we gezongen hebben: ‘Waarlijk, dit is rechtvaardig, dat men den HERE prijst’. Als je dat zingt, loop je het gevaar buiten je schoenen te gaan lopen. Jezelf rechtvaardig te gaan vinden. Dat is niet de bedoeling. Ik heb daarom even overwogen om de oude berijming uit de kast te pakken en op de beamer te zetten. ‘Laat ons de rustdag wijden met Psalmen tot Gods eer. ’t Is goed, o Opperheer, dat w’ ons in U verblijden’. Dan hebben we dat woordje ‘goed’ terug. In dat woordje ‘tof’ zit geen waardeoordeel of vermanend wijzend vingertje naar een ander. Tof is gewoon: GOED voor MIJ. Zoals melk goed is voor elk. Zoals meer bewegen en minder eten goed is voor lijf en leden. Zoals – ik denk aan Pietje Pietamientje…. Ik weet nog dat Pietje op de televisie vertelde, dat hij van zijn moeder elke dag een boterham met pindakaas moet eten. ‘Mijn moeder zegt, dat pindakaas GOED voor me is’, zei Pietje, ‘Omdat het boordevol pietamientjes zit’. Inderdaad: dat is lang geleden! Ik weet niet of de voedingsdeskundigen van tegenwoordig dat beamen: dat pindakaas goed voor je is… Maar goed, zo iets beweert de dichter van Psalm 92 dus wel over God loven. ‘Het is goed om de HEER te loven’. Het is goed om God te danken. Niet ‘goed VAN jou’, maar ‘goed VOOR jou en mij’.

Met dat danken, loven en prijzen bedoelt de dichter dan meteen een danken, loven en prijzen op een bepaalde tijd en op een bepaalde plaats. Want natuurlijk kun je God altijd en overal loven. Bij wijze van spreken onder de afwas, onderweg in de auto of vrolijk fluitend op de fiets. Maar – goed bezig ben je, als je daar een beetje discipline in aanbrengt. Zoals je de bezoekjes aan de sportschool, het voetbalveld of het zwembad ook keurig vastlegt in je agenda. Anders verslonst dat zo snel. Zo heeft die dichter van Psalm 92 een kruis in zijn agenda gezet op de sabbat, elke zevende dag van de week. Dat is voor hem de dag bij uitstek om God te loven. Dan gaat hij bij voorkeur naar het huis van de HEER en naar de voorhoven van onze God. Voor hem was dat: de tempel in Jeruzalem. Voor de Joden wereldwijd is dat nu de gang naar de synagoge. Voor ons is dat dit kerkgebouw. Op een bepaalde plaats en een bepaalde tijd gaan we God loven. Zo ook vanavond op deze eerste woensdag van november. Een oude Protestantse goede gewoonte: dankdag. We zijn ‘goed bezig’. Want het is ‘GOED’ voor je om de HEER te danken.

Dat behoeft natuurlijk wel enige uitleg. Waarom is het zo ‘goed’? Wat voor redenen heb je eigenlijk om de HEER te danken? Dat is hopelijk geen vraag, waar je lang over na moet denken. Als je het aan Psalm 92 vraagt begint hij meteen met de morgen en de avond. Elke morgen ben je getuige van Gods liefde. Voor elke morgen kun je God danken, vanwege het simpele feit, dat er een nieuwe dag is aangebroken. Dat je het levenslicht mag aanschouwen. Dat je uit je bedje mag stappen om er weer wat van te maken – van het dagelijks leven. Dat is iets, waar we allemaal voor kunnen danken. Elke dag, je ogen weer open mogen doen, is een geschenk van de Schepper. Van de vroegste jeugd tot in je grijze dagen, zoals dat in de Psalm wordt genoemd, geeft Hij ons het leven. De HEER is de bron van ons bestaan. Dat alleen al is reden genoeg om Hem te danken.

Maar er is meer. Ook in de nacht kun je God loven om Zijn trouw. Aan het einde van de dag, als de avond valt, kun je weer ‘dank U wel’ zeggen. Omdat je er doorheen bent geholpen. Nou ja, dat klinkt wel erg moeizaam. Het kan zo moeizaam wezen, maar voor mij en hopelijk ook voor jou mag aan het einde van de dag ook gelden: het was weer een fijne dag. Een dag van plezier, van vreugde – en vreugde: dat is één van de mooie geschenken van de HERE God. ‘U verheugt mij, HEER, met uw daden. Ik juich om wat uw hand verricht’. Dat je genieten mag van alles wat de HERE God je geeft en voor je doet. Noem het allemaal maar op: De simpele boterham op je bordje. Aardappeltje, groente, vlees. Eten en drinken. Dan heb ik het nog niet eens over het meer dan overvloedige. Het KOEKJE bij de koffie, de slagroom op de taart of het glaasje wijn. Aan het einde van de dag is er altijd wel één reden te bedenken om te zeggen: Dank U, HEER. Het is goed de HEER te loven, want het LEVEN is goed.

Maar wacht even… GOED is het leven niet altijd. Ook daar weet Psalm 92 van mee te praten. Een groot deel van de Psalm spreekt de dichter over vijanden. ‘Wettelozen’, ‘onrechtvaardigen’, ‘aanvallers’. Hij heeft er blijkbaar danig mee te kampen. Hij ziet hen groeien en bloeien. Hij ziet hoe de brutalen de halve wereld in bezit krijgen. Hoe ellebogenwerk of graaimentaliteit groot succes lijkt te hebben. Hoe de kleine man, de zwakke vrouw en het kwetsbare kind de dupe worden. De sterkste wint het pleit en het onrecht heerst op aarde.

Als wij horen over zulke schurken en bandieten, hebben we hopelijk geen concrete personen dichtbij voor ogen. Een medemens, die je het leven zuur maakt. Iemand die JOU wat ergs heeft aangedaan en ongestraft rondloopt. Als ik het woord ‘wetteloze’ of onrechtvaardige’ hoor, is dat voor mij een ver van mijn bed show. Ik denk dan aan een dictator, die onschuldige burgers met bommen en granaten bestookt. Dan dank ik meteen de HEER op mijn blote knieën, dat ik in een vredig land mag leven. Of ik denk aan onze vervolgde geloofsgenoten, die het zwaar te verduren hebben. Die soms zelfs moeten vrezen voor hun leven. Dan dank ik de HEER voor de vrijheid die we hier hebben. Of ik denk bij wettelozen aan corrupte ambtenaren of drugscriminelen.

Dat zijn de personen, waar ik aan denken moet, als het gaat over wettelozen en onrechtvaardigen… Dat is gelukkig aardig ver van mijn gespreide bedje.

Misschien moet je wel denken aan onpersoonlijke vijanden, die jou belagen. Een ernstige ziekte, een chronische kwaal, zwaarmoedige gedachten, financiële zorgen, angst voor de toekomst, eenzaamheid, gemis… Misschien zijn dat de ‘vijanden’ die jou op de hielen zitten. Misschien denk je dan wel bij jezelf: God loven? God danken? Dat kan ik nu even niet. Ik zit hier wel, maar ik heb er grote moeite mee om het loflied uit de keel te krijgen… De dichter van Psalm 92 kan met je meepraten. Het is namelijk niet zo, dat bij hem ‘bevrijdingsdag’ al aangebroken is. Hij ziet zijn – letterlijke of figuurlijke – vijanden nog springlevend en akelig actief bezig. Ze groeien en bloeien…. Maar daarom juist is het zo goed om de HEER te loven. Daarom juist gaat hij op sabbat naar de tempel. Want daar verdwijnen die vijanden voor even op de achtergrond. Ze raken voor even uit zijn gezichtsveld. Eén ding staat dan voorop: dat is de verheven HEER. De HEER, die sterker is dan alle machten. Hij dankt hij er bij voorbaat voor, dat de HERE God vroeg of laat, maar eens voor goed zal ingrijpen. Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid zal zegevieren. Zijn wil zal geschieden. Eens zal al die macht en kracht van wettelozen en onrechtvaardigen niets blijken te zijn. Niets dan schone schijn… Onkruid, dat vandaag nog bloeit, maar morgen verdort. Terwijl Gods kinderen in Gods huis fier overeind staan als dadelpalmen. Als bomen, die altijd groen blijven en jarenlang, tot in de ouderdom rijke vrucht voortbrengen. Als cederbomen op de bergen van Libanon: altijd groen, onverzettelijk, stevig geworteld in de HEER.

Wij zijn vanavond bij elkaar gekomen in dit Godshuis om God te loven. Er zijn meer dan genoeg redenen om de HEER te prijzen. We tellen onze zegeningen, één voor één. Dankbaar voor wat Hij ons dagelijks geeft. Dankbaar voor wat Hij ons gegeven heeft in onze HEER Jezus Christus. Verzoening, vergeving, eeuwig leven – door de dood heen. Dankbaar voor wat Hij ons gegeven heeft in Zijn Geest. Die leidt ons leven zó, dat zelfs moeilijkheden en tegenslagen ons ten goede zullen komen. Zelfs Gods vijanden werken mee ten goede. We zijn dankbaar voor wat gegeven is en wat God geven zal: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Elke sabbat, elke zevende dag van de week, vieren Joden die toekomst van God. Elke zevende dag is voorproefje van de grote dag. Elke sabbat is het dus goed om de HEER te loven. Zelfs als vijanden je omsingelen en naar het leven staan. Dan loof je God om wat komen gaat. Hier in de kerk, wekelijks op zondag en vandaag in het bijzonder, krijgen we dat steeds te horen. Het graf is opengegaan. Gods liefde zal overwinnen. Goed om te horen! Het geeft kracht, hoop, vertrouwen. Het geeft vooral ook heel veel blijdschap. Pietje Pietamientje zegt over pindakaas: ‘Mijn moeder zegt, dat het goed voor me is, maar ik vind het gewoon lekker’. Ik zeg over God danken: ‘Het is goed om de HEER te loven, maar ik vind het heerlijk om te doen. Gewoon helemaal tof!’.