Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART

GODS REVOLUTIE IS BEGONNEN
9 december 2018 - Derde Adventszondag 
Lezingen: Jesaja 43:16-21 en Lucas 1:39-56
geluidsopname


‘Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm en drijft uiteen wie zich verheven wanen, heersers stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien. Wie honger heeft overlaadt hij met gaven, maar rijken stuurt hij weg met lege handen’ (Lucas 1:51-53)

 Ben jij ook zo bang, dat alles bij het oude blijft? Dat je net als gisteren een koekje bij de koffie krijgt? En dat je in slaap valt als je aan morgen denken moet? En dat je dan maar zegt: ‘we hebben het toch goed?’”

Aan dit liedje uit de oude doos moet ik denken als ik de lofzang van Maria lees en zing. Het liedje ‘Ben jij ook zo bang’ van de popgroep Toontje Lager. Het stamt uit 1982. De tijd dat de Berlijnse muur en het IJzeren gordijn nog bestonden. De tijd van felle discussies en massale demonstraties over kernwapens. De tijd ook dat we het in Nederland economisch gezien steeds beter kregen. De lonen stegen, de werkeloosheid daalde, de welvaart groeide. Na de oliecrisis. 1982 wordt ook als het geboortejaar van het ‘poldermodel’ beschouwd. De neiging komt op om de deurtjes achter je dicht te doen en de gordijnen knus te sluiten. Om je terug te trekken in je eigen huiskamertje. Achter je eigen eerste kleurentelevisie. Onder het genot van een kopje koffie én een koekje. En verder de boel de boel, de wereld de wereld te laten. Niet te veel verandering, want we hebben het toch goed? ‘Alles bij het oude laten’. Toontje Lager is er bang voor.

Maria is er niet bang voor. Integendeel. Zij verwacht namelijk niet dat alles bij het oude blijft en zij is daar heel blij mee. ‘Haar ziel maakt groot de HEER, haar geest verheugt zich zeer’. Zij prijst en looft de HEER, omdat alles niet bij het oude blijft.

Je zou het lied van Maria een revolutionair lied kunnen noemen. Als je niet wist dat Maria de dichteres van dit lied was, zou je het waarschijnlijk nooit raden. Maria is een jong ongehuwd meisje. Voorbestemd om de vrouw van timmerman Jozef te worden. Uitgehuwelijkt, maar nog niet getrouwd. Door de engel Gabriël is haar aangezegd dat ze zwanger zal worden. Dat zal niet geschieden door toedoen van een man. ‘Gods heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken’, heeft de engel gezegd. Je moet het maar geloven. En Maria gelooft. ‘Mij geschiede naar Uw Woord. Laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd’, spreekt ze tot de engel. Daarna is het stil geworden. Maria staat alleen op de wereld. Met haar raadselachtig geheim, waarvan ze nog niets voelt of ziet.

Kort daarna gaat Maria in grote haast op reis. Van Nazareth in Galilea naar een stadje in het Judese bergland. Hoe ver dat precies is? Toch zeker 100 kilometer. Hals over kop zoekt ze haar tante Elisabeth op. De engel heeft haar verteld dat ook die oude tante zwanger is. En – soort zoekt soort, moeders voor moeders – dan zoek je elkaar op. Groot nieuws wil je delen. Maria kán het met niemand delen. Ze zouden haar voor gek verklaren. Of erger nog: voor hoer, voor slet uitmaken. Ook tante Elisabeth kan haar verhaal niet kwijt. Haar man Zacharias is met stomheid geslagen. Zelf verbergt ze zich de eerste vijf maanden van haar zwangerschap. De mensen zullen ook haar niet geloven vóórdat ze het met eigen ogen kunnen zien.

Maria en Elisabeth – de ontmoeting is hartelijk. Ik zie ze daar staan: Een oude dame en een jong meisje. Maar er is geen generatiekloof. Het is twee handen op één buik. Twee lotgenoten die elkaar helemaal begrijpen. Die bij elkaar hun verhaal kwijt kunnen. Dan het gekke maar warme gevoel van binnen: ook die twee vruchten in hun beider schoot begroeten elkaar. Elisabeth voelt haar kind bewegen. ‘Het kind springt op in haar schoot’. Leven begroet hét Leven.

Elisabeth en Maria gaan niet bij elkaar klagen over hun toestand. Ze hebben het niet over de pijntjes en ongemakken waarmee zwangerschap gepaard gaat. Ze sommen niet alle moeilijkheden op die hun staan te wachten. Ze staan niet te tobben over ‘hoe moet dat nou verder?’. Ze zijn alleen maar blij. Ze jubelen en juichen en prijzen de HEER. Eerst Elisabeth, daarna gaat Maria helemaal los. Een uitbundig lied komt bij haar op. Vol met bekende klanken waarmee ze is opgevoed als Joods meisje. Woorden uit de Heilige Schrift. De Psalmen. Het lied van haar naamgenoot Mirjam bij de Schelfzee na de doortocht. Vooral ook het lied van de verachte Hanna, de moeder van Samuel. Ook zo’n lotgenoot. Voor wie de geboorte van een kind een wonder boven wonder is.

Maria zingt een toontje hoger dan Toontje Lager. Zij is niet bang dat alles bij het oude zal blijven. Zij is er vast van overtuigd dat alles NIET bij het oude blijft. Ze bezingt de grote verandering, die God teweeg brengt. Ze bezingt Gods revolutie. Eerst bezingt Maria het wonder in haar eigen leven: ‘God, mijn redder, heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares’. Ze voelt zich begenadigd door het kind in haar schoot. Maar daar blijft het niet bij. Daarna zingt zij in haar lied blij en dankbaar dat NIETS bij het oude blijft. Niets op de hele aarde. Ze bezingt een wereldwijde verandering, een mondiale revolutie: ‘Mensen die zich verheven wanen worden uiteen gedreven. Heersers worden van hun troon gestoten. Geringen krijgen aanzien. Hongerigen worden overladen met goede gaven. Rijken worden met lege handen weggestuurd’. Niet alles blijft bij het oude, maar alles wordt anders, alles wordt nieuw.

Nu heeft het woord ‘revolutie’ bij ons niet zo’n aanlokkelijke geur. Het riekt naar opstand, rellen en opstootjes. We zien in deze weken de protesten van ‘gele hesjes’ steeds weer uit de hand lopen. En het kan nog veel erger. Als we bijvoorbeeld denken aan de Russische Revolutie. Die ging met veel bloedvergieten gepaard. Het resultaat was alleen maar nieuwe dictatuur. De Russische tsaar werd ingewisseld voor Stalin. De Franse revolutie begon met de gewelddadige bestorming van de Bastille. Het werd bijltjesdag. De guillotine maakte overuren. In ons land was er een politieke partij die zich ‘antirevolutionair’ noemde: de ARP. Zij was beducht voor té plotselinge, gewelddadige verandering. In onze tijd zitten we met de bittere nasmaak van de revoluties in het Midden-Oosten. De zogenaamde ‘Arabische lente’ eindigde in veel landen niet in een grote zomer, maar in een barre winter. Revolutie brengt meestal niet veel goeds teweeg.

Toch – toch begrijpen we hopelijk die angst van Toontje Lager. ‘Zó bang dat alles bij het oude blijft’. Dat armen arm en rijken rijk blijven. Dat honger nooit uit de wereld verdwijnt. Dat dictators op hun tronen blijven zitten. Dat multinationals alleen maar winstbejag blijven nastreven. Dat niemand zich meer bekommert om de armoede of de vluchtelingen. Bang dat afdoende maatregelen tegen de klimaatverandering uitblijven. Zo bang dat we onze grenzen sluiten, de muren weer optrekken en de gordijnen dicht doen. Dat we genoeg hebben aan ons eigen natje en droogje. Het koekje bij de koffie en straks het kerstdiner bij kaarslicht. Tevreden met onszelf. Onverschillig voor de nood van anderen

Hopelijk leeft ook in ons het verlangen: dat deze wereld niet bij het oude mag blijven. Daar is het toch Advent voor? In Advent bidden we om verandering. ‘O kom, o kom, Immanuel. Kom tot ons, de wereld wacht’. We zien reikhalzend uit naar Gods komst – zoals een hert dat verlangt naar water. We verlangen niet naar een menselijke revolutie. We verlangen hopelijk wel naar Gods revolutie. De wederkomst van de HEER. De vervulling van Gods beloften. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont.

Die revolutie kunnen we alleen van God verwachten. Alleen de HEER van hemel en aarde kan ervoor zorgen. Daar is ook Maria van overtuigd. Ze bezingt in haar lied niet de grote daden van mensen. Ze prijst en looft alleen de HEER. Hij zal ervoor zorgen dat niet alles bij het oude blijft. Zijn revolutie zal alles anders maken.

We verwachten, we verlangen… Maria zingt in haar lied zelfs nog een toontje hoger dan dat. Zij verwacht en verlangt niet alleen. Ze ziet het al gebeuren. Ze voorziet niet alleen dat keizer Augustus eenmaal het veld moet ruimen. Zij ziet niet alleen uit naar de dood van de wrede koning Herodes. Zij hoopt niet slechts dat hongerigen gevoed zullen worden en dat verachte mensen hun recht zullen krijgen. Haar lied is geen toekomstmuziek. Zij zingt in de tegenwoordige tijd: God drijft uiteen, God stoot van de troon. God geeft aanzien… Sterker nog, als je het in het Grieks leest, gebruikt Maria zelfs de verleden tijd. God HEEFT hongerigen overladen met gaven. God HEEFT rijken met lege handen weggestuurd. God HEEFT zijn macht getoond.

Want Maria voelt in zich, in haar buik, het Kind, de Zoon van God bewegen. De woorden van de HEER in Jesaja 43 zijn letterlijk werkelijkheid in haar geworden. ‘Zie, ik ga iets nieuws verrichten, nu ontkiemt het – heb je het nog niet gemerkt?’. De Redder ontkiemt. De Verlosser is onderweg. Gods revolutie is al begonnen.

Heb je het nog niet gemerkt, Maria? Ja, Maria merkt het. Maar nu wij, nu jij en ik nog. Merken wij er iets van? Wij die al veel verder zijn. In Jezus Christus is Gods revolutie begonnen. Het Kind van Maria is voor ons geboren. Hij is voor ons gestorven. Hij is opgestaan. Het nieuwe Leven ís er al. Dood en graf zijn overwonnen. Het oude is voorbij. Wij kunnen ons overgeven aan het leven. Ons leven aan Hem toevertrouwen. Hij vervult ons verlangen. Hij schakelt ons in voor Zijn revolutie. Hij kan ons goed gebruiken. Wij rijken mogen onze rijkdom delen. Wij kunnen de hongerigen voeden. Wij kunnen ervoor zorgen dat geringe verachte mensen tot hun recht komen. Net als Maria kan God ook ons gebruiken. Denk niet: ik ben daar te onbelangrijk voor. Mijn leven legt geen gewicht in de schaal. Mijn bijdrage is een druppel op een gloeiende plaat.

Merk je het niet? Gods revolutie is begonnen. Niets blijft bij het oude. God maakt alle dingen nieuw. Hij kan ook in mij en jou beginnen.