Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

"Gods pakkie-an"

Morgendienst 5 september 2021
Het Centrum te Nijverdal

 

  ‘Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld” (Kolossenzen 3:12)

Vandaag komt er een einde aan de spelen. De Olympische en Paralympische spelen van Tokio zijn morgen verleden tijd. Vandaag is de gebruikelijke slotceremonie. Persoonlijk ben ik daar niet echt een liefhebber van. Ik houd van sport, maar openingsceremonies en slotceremonies zijn aan mij niet besteed. Ik kan er het geduld niet voor opbrengen. Behalve dan de binnenkomst van de atleten. Vooral bij de opening vind ik dat mooi om te zien. Alle ploegen, alle landen, één voor één. Indrukwekkend hoe de sporters binnen marcheren. Achter de vlag, gedragen door een speciaal daarvoor uitverkoren vlaggendrager. Alle atleten keurig gekleed in een kostuum of trainingspak in de kleuren van hun land. Allen, zo veel mogelijk, gekleed in een speciaal ontworpen Olympische outfit. Uniform. Je herkent meteen het groen-geel van Brazilië, de ‘stars and stripes van de USA en natuurlijk: de Oranje accenten van de Nederlandse kleren. Herkenbaar. Je ziet direct: daar komt ‘Team NL’. Ze hebben allemaal hetzelfde pakkie-an.

 

De vraag die we elkaar vanmorgen stellen is: Waaraan ben jij herkenbaar als christen? Wat voor “pakkie” heeft een volgeling van Jezus “an”? Ja, wat is JOUW pakkie-an?

Nou ja: ‘pakkie an’? De eerlijkheid gebiedt me te zeggen, dat  dit eigenlijk niet de juiste uitdrukking is. Pakkie-an? Wat heen en weer ‘ge-google’ leverde me op, dat het gezegde ‘dat is mijn pakkie-an’ oorspronkelijk niets met kleding te maken heeft. De zegswijze is een verbastering uit het Maleis. Het stamt uit onze koloniale tijd. In het Maleis betekent ‘mijn bagian’ zo iets als mijn ‘afdeling’, mijn ‘onderdeel’’, mijn ‘ploeg’. Iets waar je bij hoort. Waar je deel van uit maakt. Als je het hebt over ‘mijn pakkie-an’ dan heb je het bijvoorbeeld over jouw legerafdeling. Of over jouw buurt of jouw familie. De groep, waar je bij hoort. Dus ook: jouw kerk, jouw geloofsgemeenschap. ‘Pakkie-an’ heeft dus oorspronkelijk niets met kleren te maken…

Alles goed en wel, maar ik wil het vanmorgen toch over kleding hebben. Omdat Paulus het in de tekst van vandaag over kleding heeft. Hij gebruikt het beeld van kleding om het met zijn lezers en met ons te hebben over de christelijke levenspraktijk. Kleren als symbool voor het christelijk leven. Wat voor pakkie hebben christenen an? Waaraan kun je iemand die gelooft in Jezus Christus herkennen? Of, om het met de woorden van Leviticus te zeggen: Hoe is te zien, dat jij ‘heilig’ bent. Dat wil zeggen: hoe is te merken, dat jij bij de Heilige hoort? Waaruit blijkt, dat jij een volgeling bent van de heilige HEER?

Is er eigenlijk wel iets ‘herkenbaars’ aan ons te zien? Of draagt iedere gelovige zijn of haar eigen unieke pakkie? Allemaal anders. Geen uniformiteit. Zo veelkleurig als de bonte verscheidenheid van landen, die het stadion in Tokio binnen defileerden. Of zelfs ieder naar eigen keus en eigen smaak, je eigen unieke ‘pakkie’ aan.

Ja, daar zit wat in: geloven is inderdaad een persoonlijke, individuele zaak. Het is JOUW geloof, waar JIJ verantwoordelijk voor bent. Het is JOUW leven, dat je zelf moet verantwoorden. Het zijn jouw talenten, die jou leven die unieke uitstraling geven. Dus: Ieder mag op eigen wijze, met zijn eigen tenue de HEER dienen. Veelkleurigheid is een groot goed – ook in de kerk. Uniforme kledingvoorschriften kennen we alleen in de zwartekousenkerk. Bij ons mag je het zo bont maken, als je wilt…

Maar… moet er dan toch in elk geval IETS zichtbaar en herkenbaar zijn? Je moet toch wel aan IETS kunnen merken of iemand christen is of niet? Als wij binnenmarcheren in de arena van onze maatschappij, voor het oog van de wereld om ons heen, zal er toch iets in elk geval een heel klein beetje moeten opvallen? Iets dat de kleur aangeeft van ons christen-zijn, zoals de kleur oranje in de kleding van ‘onze’ Olympiërs…? 

Waaraan kan een buitenstaander zien, dat Jezus mijn HEER is? Wat moet iemand, die de naam van Jezus Christus wil dragen, kenmerken? Wat voor pakkie moet ik aantrekken, als ik mezelf gelovige wil noemen?

Toen christenen in de eerste eeuwen gedoopt werden, gebeurde dat vaak in een waterbad, zoals je weet. Er zijn doopbassins teruggevonden, waar je aan de ene kant met een paar treden naar beneden in ging. Nadat de voorganger je had gedoopt, klom je aan de andere kant weer evenveel treden omhoog. Maar voor je trapje af en koppie onder in het doopbad ging, trok je eerst je oude vieze kleren uit. Naakt ging je het doopvont in. Als je daarna als herboren weer boven kwam, kreeg je een wit doopkleed aangereikt. De witte doopjurk, die wij onze dopelingen kunnen aantrekken, is daarvan afgeleid. Teken van een nieuw begin, een nieuw leven. Bij het nieuwe leven horen nieuwe kleren.

Nieuwe kleren voor een nieuw leven. Een heilig leven. Omdat de HEER heilig is, moet je Zijn kleed aantrekken. Witte kleren, die door Jezus dood en opstanding voor ons gewassen zijn. Je mag ze aantrekken, als je uit het doopvont komt. Je mag ze elke dag opnieuw weer aantrekken. Gods vergeving in Christus wast ze elke keer weer voor jou uit. Telkens mag je weer met een schoon ‘pakkie’ beginnen.

Leviticus noemt bij die heilige kleren bijvoorbeeld onze zorg voor de minsten. De wezen, de weduwen, de armen en de vreemdelingen. Een ‘heilig’ mens moet herkenbaar zijn als een barmhartig en rechtvaardig mens. Paulus noemt ook kleding, die je aan moet trekken. Als je Jezus wilt volgen. Elke dag opnieuw, elke morgen bij het opstaan. Geen zondagse kleren. Kleren voor 7 dagen per week. In je alledaagse bestaan mag die kleding met ere gedragen en door anderen gezien worden. Paulus noemt vijf kledingstukken, die je aan kunt trekken: ‘Innig medeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld’. Volgens mij is daar geen woord Frans bij. Dat hoeft toch eigenlijk geen nadere uitleg.

Of moet ik je vertellen, dat ‘geduld’ letterlijk zo iets betekent als ‘een lange adem hebben’. Nooit weg – in je persoonlijk leven, in de maatschappij en in de kerk. Geduld is een schone zaak. Mensen met lange adem, die geduldig kunnen wachten. Die kan de HEER gebruiken. Moeilijk genoeg, als je wacht op de komst van het Koninkrijk. Maar goed, het is dan ook niet alleen ‘stil maar wacht maar’, je mag, je moet ook aan de slag met je nieuwe doopkleren aan.

‘Goedheid’ moet je aantrekken. Dat wil zeggen: dat je de ander het beste gunt en daaraan meewerkt. Zonder haat en nijd, maar ook zonder bijbedoelingen of verborgen agenda voor iedereen het beste over hebben.

En dat in alle ‘bescheidenheid’. Dat is ook een prachtig jasje, dat ons past. Bescheidenheid – dat is niet, dat je jezelf de grond in boort. Dat is dat je de ander net zo hoog en laag acht als jezelf: mens van vlees en bloed, met fouten en gebreken, naaste als jezelf.

En dan nog ‘zachtmoedigheid’. Dat woord schijnt in het Grieks vooral te maken te hebben met de manier, waarop jij je gelijk wilt halen. Natuurlijk: als je gelijk hebt, mag je gelijk krijgen. Maar het is de manier waarop. Doe je het met een wijzend vingertje, als een betweter? Of haal jij je gelijk met de botte bijl of de vuist op tafel? Of doe je het op een manier, waarop de ander zich gerespecteerd voelt. Dat is het jasje van zachtmoedigheid.

En dan is er nog het eerste, misschien wel het allermooiste kledingstuk, dat Paulus ons aan wil trekken: ‘innig medeleven’. Zo noemt de Nieuwe Bijbelvertaling het. Prachtig vertaald. ‘Innig’ medeleven – medeleven, dat van binnen uit komt. Letterlijk staat er zo iets als ‘vanuit je ingewanden’. Wij zouden zeggen: vanuit onze tenen of vanuit de diepte van ons hart. Een kloppend hart voor de nood van je medemens. Oprechte bewogenheid met anderen. Dat je tranen huilt met die ene mens in nood. Dichtbij – die eenzame vrouw in jouw straat. Of op de televisie - dat ene kind, dat door een aardbeving wees is geworden. Of dat gezin in Afghanistan, dat wanhopig op de vlucht moest slaan. Verdriet, dat je niet onbewogen laat. Ellende, die je raakt – tot in je botten, tot in het diepst van je ziel. En vanuit de diepte van het hart, ga je dan ook vindingrijk aan de slag. Het blijft niet bij sentimenten en tedere gevoelens. Vanuit het hart komen worden onze handen gevouwen, komen onze benen in beweging, gaan de handen uit de mouwen en wordt zo mogelijk de portemonnee getrokken. Dat is het ‘innig medeleven’, dat Paulus bedoelt. Mensen, die Jezus willen volgen, moeten dat vooral als kenmerk hebben: ‘innig medeleven’. De moed niet opgeven. Niet bij de pakken neerzitten. Niet klagen over de druppel en de gloeiende plaat, de strijkstok, waaraan zoveel blijft hangen of het zal mijn tijd wel duren. Aan de slag met jouw talenten! Je steentje bijdragen! Groot of klein. Voor kerk en maatschappij.

Zo zouden wij herkenbaar moeten zijn. Dat moet kleur geven aan ons n leven. Niet alleen vrome woorden, maar vooral goede daden. Op veelkleurige, veelvormige wijze allemaal bezig met dat ene. Geduldig, zachtmoedig, bescheiden, vanuit een innig medeleven het goede doen. Diep bewogen met de nood in de wereld.

Daaraan zou je mensen, die zich naar Christus noemen, moeten herkennen. Die kleren trekken we aan. Dát is ons pakkie-an. Dat is Gods pakkie-an. 

En, tja, eigenlijk klopt dan het precies, die uitdrukking… Wat was het ook weer in het Maleis? ‘Bagian’ – de groep waar je deel van uit maakt. Je legeronderdeel, je familie, de ploeg, waar je bij hoort. Dus ook: de gemeente, de kerk. Dan zijn wij dus inderdaad GODS ‘bagian’. We mogen door Zijn genade en liefde deel uitmaken van Gods groep. Daaraan ons steentje bijdragen met onze eigen talenten en gaven. We zijn onderdeel van Gods ‘leger des heils’. Hij heeft ons lief. Hij heeft Zijn Zoon voor ons gegeven. Hij heeft ons uitgekozen. Hij heeft ons ‘geheiligd’ – apart gezet voor Hem. We mogen leden zijn van Gods Koninklijke familie.

Of om het te zeggen in de termen van de afgelopen weken: we zijn geselecteerd voor de Olympische ploeg van Gods Koninkrijk. We mogen deel uitmaken van Gods Olympische selectie. Of nóg beter: van Gods paralympische selectie. Want beperkingen hebben we allemaal. Perfect zijn we geen van allen. We doen ons best met de mogelijkheden die we hebben. God heeft ons uitverkoren. We mogen ons vuile kloffie uittrekken en achterlaten in het doopwater. We mogen de witte kleren, gereinigd door Zijn vergeving, aanpakken, aantrekken en elke dag met ere dragen. We spelen onder de vlag van Gods koninkrijk. Gekleed in de schone kleren met altijd frisse moed. Ook wij gaan goud.