Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART


Feest in de kerk

Kerkdienst 24 juni 2018 (Heilig Avondmaal)
Lezingen: Jesaja 25:6-9 en Openbaring 3:20

geluidsopname binnenkort beschikbaar

 

“Op deze berg richt de HEER van de hemelse machten voor alle volken een feestmaal aan” (Jesaja 25:6)

Het is altijd fijn om een feestje te kunnen vieren. Ik ken maar heel weinig mensen, die daar niets om geven. De één natuurlijk wat meer dan de ander. Je hebt echte ‘feestbeesten’, die regelmatig ‘uit hun dak’ gaan. Je hebt ook fijnproevers, die zichzelf zo nu en dan eens een extra glaasje inschenken. Maar of je nu een uitbundig vierder of een stille genieter bent, je leven kleurt in elk geval een beetje mooier met een feestje op zijn tijd.

Natuurlijk moet je dan wel een reden hebben om een feestje te vieren! Sommige mensen zijn daar zeer vindingrijk in: als ze geen reden hebben, dan bedenken zij er wel één. Als je bijvoorbeeld voorlopig nog geen officieel 12 ½-jarig huwelijksfeest vieren kunt, begin je gewoon met zes en een kwart of desnoods na drie één achtste jaar…

Over huwelijksjubilea gesproken: dat is in onze tijd en onze wereld natuurlijk één van de belangrijkste redenen voor een feest. Je bent blij en dankbaar, dat je 25, 40, 50 of misschien wel 60 jaar samen bent. Je ziet om je heen, dat het zeker niet vanzelfsprekend is om dat te mogen beleven. Er zijn altijd mensen, die om wat voor reden dan ook, zo’n jubileum nooit zullen meemaken. Dus geef je een feest. Een huwelijksfeest! Je nodigt familie, vrienden en bekenden uit om het met jullie te vieren – met een hapje en een drankje. Dat hoort er natuurlijk bij!

Bij mijn weten werd een huwelijksjubileum in de tijd en wereld van de Bijbel niet gevierd. De bruiloft zelf – dat was één grote happening. Denk aan de bruiloft te Kana, waar de wijn rijkelijk vloeide! Bruiloft, het feest van de liefde, is het waard om gevierd te worden.

Maar er zijn meer goede redenen om feest te vieren. Eén van die redenen is: de troonsbestijging van een vorst. Als de koning wordt ingehuldigd – dan is dat reden voor het hele volk om een feest te vieren. Zo lees je dat in de Bijbel bij de inhuldiging van koning Saul, David en Salomo. Een nieuwe koning? Dat moet gevierd worden! En daar moet natuurlijk op gegeten en gedronken worden. Het hele volk mag delen in de vreugde van het koninklijk huis. Dat kennen wij ook. Toen Willem Alexander koning werd. Of de jaarlijkse koningsdag. Dan viert heel Nederland feest. Een nationale feestdag.

Maar het kan natuurlijk allemaal nóg grootser! Geen nationale, maar een INTER-nationale feestdag. Dat kennen wij niet. NOG niet. Want daar gaat het wél over in de profetie van Jesaja. In Gods Naam belooft Jesaja: er komt eenmaal een feest der feesten. Een feest, dat alle feesten overstijgt.

Locatie: de berg Sion. Reden: de troonbestijging van de HEER. Gasten: alle volken op aarde.

En die drie dingen geven meteen al aan, hoe ongelofelijk bijzonder en onvoorstelbaar grandioos dít feest zal zijn!

Om te beginnen – de locatie, waar het feest plaatsvindt: op de berg Sion. De berg, waar de stad Jeruzalem om heen ligt en waar de tempel op staat. Als Jesaja dit voorzegt klinkt het echt als een lachertje in de oren van zijn toehoorders. In zijn tijd was Jeruzalem een onbeduidend stadje en de Sion een onooglijk bergje. Jeruzalem werd in Jesaja’s tijd bedreigd door het machtige Assyrische wereldrijk. Jeruzalem was niets vergeleken bij Nineve, de hoofdstad van Assyrië. Later werd het niet veel anders. Jeruzalem kon zich nooit meten met wereldsteden als Babylon, Athene en Rome. En als je dan een internationaal feest wil geven, dan zoek je toch een toplocatie? Dan ga je toch zeker niet naar Jeruzalem! Maar Jesaja zweert bij dit gat. Hij ziet in zijn dromen, dat de grote wereldsteden - Nineve en Babel - verwoest worden, terwijl Jeruzalem de eeuwen trotseert. Als een sprekend teken van de HEER, van Zijn macht, Zijn koningschap.

Want ja, de REDEN van het INTERnationale feest aan het einde der tijden: dat is de troonbestijging van díe HEER. Dat is de kroning van de God van Israël tot koning der aarde. Zijn koningschap wordt gevierd op de berg Sion. Maar ook dan klinkt weer het: ‘Laat me niet lachen’! Want wie is nu helemaal de HEER? De God met die onuitsprekelijke naam van vier letters, JHWH? Wat is zo’n provinciaal godje met hooguit een paar duizend aanhangers vergeleken bij de goden der wereld? Wat kan zo’n God beginnen tegen de machten der natuur, ja tegen de verschrikkelijke macht van de dood? Nou, dat zegt Jesaja: de HEER zal de dood verslinden. Hij doet de dood teniet. Daarmee verwijdert Hij de rouwsluier, die de aarde bedekt. In de oudheid had men de gewoonte om bij rouw en verdriet het gezicht met een doek te omhullen. Als teken van: ‘Ik zie het niet meer zitten. Ik kan het niet meer aanzien. Ik zie geen toekomst meer’. ‘Weg met die rouwsluiers’, spreekt de HEER, ‘want de dood gaat dood! De grote vernieler wordt vernietigd. Daar zal Ik voor zorgen!’.

Een lachertje? Dan is het maar, of je gelooft, wat er in die stad Jeruzalem eens gebeurd is… Op – je weet wel – die ‘derde dag’. Op die Paasmorgen, dat het graf leeg was en de boodschap klonk: ‘De HEER is waarlijk opgestaan’. Sindsdien jaagt de dood geen angst meer aan. Sindsdien hoef je niet meer bang te zijn voor de dood. Tenminste: als je het wilt geloven natuurlijk. Want wie het grote nieuws gelooft, mag komen. Iedereen wordt uitgenodigd voor dat internationale feest en deelnemen aan die maaltijd voor alle volken! Op het feest van de HEER is het geen ‘eigen volk eerst’. Op de berg Sion zijn geen grenzen en nationaliteiten meer. De nodiging gaat uit naar alle volken. De uitnodiging geldt voor alle mensen. Ook u en jij en ik mogen komen. Jezus nodigt ons uit. Hij klopt bij ons aan de deur. Hij roept ons tot de maaltijd. Vandaag. Om vast vóór te proeven. Met het voorproefje van een stukje brood en een slokje wijn. Het is vandaag feest in de kerk. Nee, nog geen internationale koningsdag. En die akelige dood is nog niet definitief vernietigd. Het Heilig Avondmaal is bij ons dus geen ‘knalfeest’ met toeters, taartjes en ballonnen. Dat hoeft ook niet. Als het maar feest is in ons hart. Voorpret. Diepe vreugde over wat komen gaat. Blijdschap over wat ons te wachten staat. Aan het einde der tijden. Aan het einde van ons aardse leven. Brood en wijn worden ons aangereikt. Jezus geeft zichzelf aan ons te eten. Zijn leven wordt óns leven. Kom, want alles is gereed.