Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

Eucharistie - Duizendmaal dank
Overdenking in Cantatedienst 
op zondagavond 2 augustus 2020
De Regenboog te Nijverdal

Ook uitgezonden via Kerkomroep en Youtube


=========================================================

 Cantate: Jesu, meines Lebes Leben (BuxWv 62)

Organist: Rien Hoekjen

Schriftlezing: Lucas 22:14-20 
.... Hij sprak het dankgebed uit...
========================================

 


Een bekende naam voor het Heilig Avondmaal is ‘eucharistie’. Dat woord wordt meestal gebruikt door onze Rooms-katholieke broeders en zusters. Het is een aanduiding die al BIJNA zo oud is als de Bijbel. Bijna, want in de Bijbel zelf heet het Avondmaal niet zo. Het wordt trouwens ook geen ‘Heilig Avondmaal’ genoemd, maar eenvoudigweg ‘Tafel van de HEER’. Het woord ‘eucharistie’ komt trouwens wel voor in de geschiedenis van het laatste Avondmaal. Het klinkt – in het Grieks - door als verteld wordt, dat Jezus een beker neemt en dan ‘het dankgebed uitspreekt’. Griek: eucharistèsas. Zo ook als Hij een brood neemt en dan ook eerst het dankgebed uitspreekt. Jezus dankt voor de beker. Hij dankt voor het brood. Dat zeggen Lucas en de andere evangelisten er met zoveel woorden bij. Dat is opvallend, omdat het eigenlijk niets bijzonders is, zo’n dankgebed. Elke Joodse man of Joodse vrouw begint niet aan zijn of haar maaltijd alvorens eerst een dankgebed te hebben uitgesproken. Elk Joods gezin begint – tot op de dag van vandaag - niet te eten, voordat gesproken is: ‘Baroech atta adonai elohenoe, melech ha-olam Hammotzie lechem min-haaretz’. ‘Gezegend zijt Gij, HEER, onze God, koning der wereld, die brood uit de aarde laat ontspruiten’. Geen Jood begint te drinken uit een beker wijn, zonder eerst de lofprijzing uit te spreken: ‘Gezegend zijt Gij, HEER onze God, die de vrucht van de wijnstok hebt geschapen’. Zoals het bij ons een goede gewoonte is om de maaltijd te beginnen met het ‘HERE zegen deze spijze’. Of: ‘Voor al uw goede gaven, Heer, zij U de dank en eer’. Bidden en danken aan tafel – voor onszelf. En om het onze kinderen en kleinkinderen bij te brengen: Dankbaarheid! Dankbaarheid voor al die zogenaamd ‘gewone’ dingen, die zo ‘gewoon’ niet zijn. Dat wonderbaarlijke, onvanzelfsprekende, voedzame stukje brood. Dat heerlijke, smaakvolle, vreugdevolle slokje wijn. Tekens van het nodige en het overvloedige. De nooddruft en de overvloed die God ons schenkt. Elke maaltijd is er één uit Gods hand. Dus danken wij Hem vele malen. Dus zeggen we tegen Hem, zoals het nu nog klinkt in het Grieks: efcharistoo! Euchariste! Dank U wel.




Maar de maaltijd waarin Jezus het Avondmaal instelt krijgt een diepere betekenis. Jezus verbindt het brood aan Zijn lichaam. Hij verbindt de wijn aan Zijn bloed. Met het delen van brood en wijn, wijst Hij vooruit naar de dag van morgen. Witte Donderdag wordt Goede Vrijdag. Hij vergiet zijn bloed. Hij breekt Zijn lichaam en deelt Hij het uit. Het geheim van Zijn verzoenend lijden, Zijn verlossende dood. Door het brood van Zijn lichaam ontvangen wij het eeuwige leven. Zijn dood wordt onze dood. Zijn leven wordt ons leven. Door het drinken van de wijn vullen onze aderen zich met Zijn levensbloed. Ons hart raakt vol van Zijn diepe vreugde. Hij neemt, breekt, deelt en geeft Zichzelf – voor ons. Wat kunnen we daarom beter doen dan als dankbare mensen Zijn gave aannemen. Het is ons gegeven. Onverdiend. Onvanzelfsprekend. Onvoorstelbaar. Wat kunnen we beter doen dan stamelend spreken: ‘Efcharisto’ – Dank U wel!
De dichter van het lied ‘Jezus leven van ons leven’ is de 17e eeuwse dichter Ernst Christoph Homburg. Het verhaal gaat dat hij er in het eerste deel van zijn leven nogal op los leefde. Hij was een schuinsmarcheerder en zuipschuit. Tegenslagen en ernstige ziekte van hemzelf en zijn vrouw brachten hem tot inkeer. De vergeving van de zonden, waarover zijn lied zingt, zijn hem dus ‘uit het leven gegrepen’. In de pijn en het verdriet van de lijdende Christus bezingt hij misschien ook zijn eigen pijn en verdriet. Mijn leven is Zijn leven. Mijn dood is Zijn dood. Met het terugkerend refrein bezingt hij zijn dankbaarheid. Daar kan hij geen genoeg van krijgen: duizend, duizendmaal – efcharisto – dank U wel, o HEER’.

De woorden van ‘Jezus leven van mijn leven’ zijn op verschillende manieren op muziek gezet. De voor ons bekendste melodie horen we straks via de orgelbespeling van Rien. Nadat wij samen het Heilig Avondmaal gevierd hebben, luisteren naar de korte Cantate die Dittrich Buxtehude componeerde bij dit lied op een andere melodie. Buxtehude gebruikt daarbij de vorm van een zogenaamde chaccone. Daarin klinken acht noten op de achtergrond in de baslijn voortdurend op de achtergrond. Die 8 noten worden herhaald en herhaald. Goed geteld – 40 keer na elkaar. Bij elkaar is dat dus 320 maal. Buxtehude telt dus al een heel eind op weg… Op weg naar de duizend. Tausend, tausend mal Dank und Ehr. Duizendmaal - efcharistoo. Duizendmaal dank, o HEER!’.