Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART

ENGELENLIED

Kerkdienst op 25 december 2017 te Kudelstaart 
Schriftlezing: Jesaja 11:1-10 en Lucas 2:1-20

Geluidsopname van deze dienst 

En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft' (Lucas 2: 13-14)

Eerst maar eens even een vraag: wie van u zingt er bij een koor? Gelukkig – dat zijn er heel wat. En ik mag je er van harte mee feliciteren. Gelukgewenst als zingen je hobby is. Zingen is namelijk gezond. Dat wist ik al, maar afgelopen vrijdag las ik een klein artikel in de krant waarin het nog eens duidelijk werd. Een experiment in een psychiatrische kliniek in Engeland heeft verbluffende resultaten opgeleverd. Er is daar een therapeut gekomen die regelmatig met de mensen zingt. Iedere cliënt mag meedoen – of je nu goed zingt of vals als een kraai. Maar wel: met discipline. Niet zo maar wat lallen of neuriën. Zo goed mogelijk je best doen om er iets moois van te maken. Wat blijkt: Veel van de cliënten hebben er baat bij. Sommige hoeven zelfs minder medicijnen te slikken omdat ze nu regelmatig zingen. SAMEN zingen, wel te verstaan. Want – aldus het artikel – het sociale aspect is ook erg belangrijk. Het artikel besluit met de opmerking dat dit een goedkope vorm van zorg is. Nou, wat wil een mens nog meer in deze tijd? Laat de minister van volksgezondheid het horen. Laat de zorgverzekeringen het opnemen in hun pakket. Je krijgt korting op je premie als je gaat zingen bij een koor. Zingen is gezond voor de geest. En als je er dan ook nog een beetje bij beweegt – gezond voor geest én lichaam.

Zingen hoort ook bij kerst. Wat is een kerstfeest zonder liederen? Komt allen tezamen, Stille Nacht, Nu zijt wellekome… Stuk voor stuk bekende kerstliederen. Binnen én buiten de kerk. Want ook in de superdrukke winkelcentra weet men de mensen te trekken en vermaken met kerstliedjes. Niet alleen ‘Jingle Bells’ of ‘White Christmas’. Ook het geestelijk lied wordt met kerst daar gedraaid. Wat zeg ik? Zelfs in de voetbalarena kennen ze ‘De herdertjes lagen bij nachte’. Al is het dan ook alleen het vijfde couplet. ‘Daar hoorden zij engelen zingen…’ Enzovoort…

Ja, dat zingen bij kerst hebben wij te danken aan zingende engelen. De herders horen van een engel het blijde bericht dat de Redder, Christus, de HEER geboren is. De engel vertelt dat het Kind te vinden is in een voederbak en in een doek gewikkeld. Dan gaat plotseling de hemelse concertzaal open. Het eerste kerstlied klinkt uit duizenden kelen. Ze zingen het lied dat wij ook kennen en straks tot slot ook gaan zingen: het ‘Ere zij God’.

Nu weet ik niet of het voor je gezondheid belangrijk is WAT je zingt. Of het ook van belang is om te weten waarom je iets zingt. Ik denk wel dat het belangrijk is voor je geloof: om te weten wat je zingt. Dingen gedachteloos doen – dat is niet aan te bevelen op geloofsgebied. Juist als je gelooft moet je vooral blijven nadenken. Je moet weten waar je mee bezig bent. Vandaar dat we vanmorgen dat Engelenlied eens goed onder de loep nemen. Dat doen we dan maar aan de hand van drie ‘wie – wat – waarom’ vragen, zodat we – lekker ouderwets – drie punten voor de preek krijgen.

Vraag 1: Wie zingen het engelenlied?

Vraag 2: Wat betekent het engelenlied?

Vraag 3: Voor wie wordt het engelenlied gezongen?

Als eerste dus: wie zingen het engelenlied? Nou, dat lijkt simpel te beantwoorden. Het éngelenkoor zingt het engelenlied. Nogal wiedes… Maar laat het nu in de Bijbel toch een beetje anders staan. Er staat namelijk niet ‘engelenkoor’. Er staat ‘een groot hemels leger prees God…’. Het zijn dus soldaten. Het is dus op zijn minst een soldatenkoor.

In de Bijbel komt het leger dat de troon van God omringt vaker voor. De HEER heeft in de hemel de beschikking over een peloton aan keurtroepen. Net als de keizer beschikt de hemelse koning over zijn legioenen. De HEER dankt er zelfs één van Zijn namen aan: De HEER ZEBAOTH wordt Hij genoemd. De HERE der heerscharen. De HEER van de hemelse machten, in de Nieuwe Bijbelvertaling. En wat doen die engelen rondom Gods troon? Nou ja, ze doen in de eerste plaats wat soldaten doen. Vechten. Oorlog voeren. Maar dan niet op eigen houtje. Niet zo ongedisciplineerd als onze Luchtmobiele Brigade blijkt te zijn. Ze doen precies wat de Generaal hen opdraagt. Zoals het engelen betaamt. Ze dienen in volstrekte gehoorzaamheid de HERE der heerscharen.

Als de hemel opengaat in de kerstnacht zien de herders dát leger. Ze horen díe hemelse soldaten. En – ik wil niet vervelend doen, maar ik moet het wel zeggen: Het is de vraag hoe de engelenzang geklonken heeft. 2000 jaar geleden is 2000 jaar vóór Frans Bauer. 1750 jaar vóór Johan Sebastian Bach. Zelfs 1000 jaar vóór het Gregoriaans. Dus: reken maar dat het heel anders heeft geklonken dan wij denken. Bovendien staat er in de Bijbeltekst: ‘ze prezen God met de woorden’. Of – letterlijk – ‘ze loven God zeggende…’. We moeten misschien dus eerder aan spreekkoren denken. Dat past ook beter bij soldaten. Ze schreeuwen hun kelen schor voordat de strijd begint. Zoals de IJslandse voetballers aan het begin van de wedstrijd. Of de Nieuw-Zeelandse rugbyers. Klaar voor de strijd! Toegewijd aan hun HEER. Wachten op het fluitsignaal van hun hemelse Koning. Om daarna de strijd aan te binden. Tegen alles wat indruist tegen Gods wil. Dus tegen onrecht, machtsmisbruik, onderdrukking. Tegen zonde, ziekte en geweld. Ja, uiteindelijk tegen de duivel en de dood.

Maar zó ver is het in de kerstnacht nog niet. Eerst roepen ze hun yell, hun strijdkreet boven het veld van Efratha.

Wat roepen ze nu eigenlijk? Dat is vandaag vraag 2. ‘Eer aan God in de hoogste hemel’, roept de eerste groep. ‘Vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft’, roept groep twee. Zo roepen ze elkaar toe – hemel, aarde… tot de aarde ervan dreunt… Het engelenlied bestaat uit twee coupletten zullen we maar zeggen. Het eerste couplet gaat over God in de hoogste hemel. Het tweede over de mensen op aarde. ‘De hoogste hemel’. Zo’n woord is natuurlijk geen aardrijkskunde. Alsof we naar boven moeten reizen om de hemel te bereiken. Misschien dacht men dat vroeger zo letterlijk. Het antieke wereldbeeld kende een aarde beneden en een hemel daarboven. Om kinderen duidelijk te maken waar de hemel is, wijzen we voor het gemak nog naar boven. In het moderne wereldbeeld kunnen we misschien beter spreken van ‘achter’. De hemel ligt áchter onze zichtbare werkelijkheid. Verborgen, verscholen, maar dichterbij dan je denkt.

‘Boven’ betekent: voor mensen ‘beneden’ onbereikbaar. Door de zwaartekracht van het bestaan kunnen wij op eigen kracht nooit ‘boven’ komen. Door het gewicht van onze schuld kunnen we niet naar ‘boven’ gaan. We kunnen niet boven onszelf uitstijgen. Dat kan alleen God. Hij woont ‘in de hoogste hemel’. Onbereikbaar voor ons mensen, als Hij niet naar beneden afdaalt om ons naar boven te halen.

Het engelenlied zet daarmee aardse machten met beide benen op de grond. Hoe groot en machtig keizer Augustus, koning Herodes en stadhouder Quirinius ook zijn, ze blijven op de aarde. Boven in de hemel woont de Allerhoogste. Niets of niemand kan Hem klein krijgen of naar beneden halen. Dat roepen die hemelse engelen in hun engelenlied. Ze roepen bij voorbaat de overwinning uit. ‘We are the champions’. Ze prijzen de HEER van hemel en aarde. Ze maken Hem groot met hun woorden: ‘Ere zij God in de hoogste hemel’.

En ‘vrede op aarde’ voegen ze eraan toe in hun tweede couplet. Want God zij dank: de HEER is inderdaad uit de hoogste hemel neergedaald naar de aarde. In Jezus Christus komt de hemel de aarde veroveren. Niet met oorlog, maar met vrede. ‘Er is een Kindeke geboren op aard. ’t Kwam op de aarde voor ons allemaal’. ‘Er is een twijgje ontsproten aan de stronk van Isaï ‘. Zo omschrijft de profeet Jesaja het. Een afstammeling van Isaï, de vader van David, is geboren. Een nieuwe David dus. Davids Zoon lang verwacht. Hij komt op aarde vrede brengen. Hij bindt de strijd aan met onrecht, uitbuiting, onderdrukking van de zwakken. Er komt door Hem een einde aan de aardse strijd. Hij komt er voor zorgen dat zelfs wilde dieren tot makke schapen zullen worden. Hij komt er voor zorgen dat niemand meer kwaad doet, niemand meer onheil sticht. Hij komt zijn vrederijk op aarde stichten.

En die engelen? Dat zijn dus Zijn soldaten. Maar dan wel: vredessoldaten. Gods legermacht bestaat uit ‘blauwhelmen’. Het is een vredesmacht, een vredesleger van duizenden engelen. En hun wapens? Dat zijn hun monden. Dat is hun stem. Door het Woord, het evangelie, Gods machtigste wapen, worden mensenharten veroverd. Zo verslaan de hemelse legermachten Gods vijanden. Zo komt er uiteindelijk eenmaal vrede op aarde.

Voor wie? Ja, voor wie eigenlijk? Voor wie zingen de engelen het engelenlied? De derde vraag. Het antwoord luidt: ‘Voor de mensen van het welbehagen’. ‘De mensen die God liefheeft’.

Het lijkt vreemd dat de engelen in de kerstnacht hun lied voor de herders zingen. ZIJ, de herders, horen de engelen zingen. Armzalig publiek, zou je zeggen. Het is niet bepaald een galavoorstelling. Ook geen uitverkocht huis of een overvolle kerk. Het is maar een handjevol publiek. En dan zijn het ook nog: herders! Die golden in die tijd als achterlijke cultuurbarbaren. Herders – dat zijn boeren. Uitgerekend voor hen klinkt het engelenlied. ZIJ zijn de mensen van het welbehagen. ZIJ zijn de mensen die God liefheeft. Voor hen is de vrede op aarde bestemd. ‘Vrede, die alle verstand te boven gaat’. Vrede van Boven. Vrede met God. Vrede met elkaar.

De herders gaan op weg naar Bethlehem. Ze vinden het Kind, de kribbe, de doeken. Precies zoals de engel het hun heeft verteld. Ze raken er helemaal vol van. En wat doe je als je ergens VOL van bent? Dan ga je toch zingen? De herders worden engelen. De herders worden christenstrijders. Gods Leger des Heils. Hun lied gaat als een lopend vuurtje. De wereld door. De eeuwen door. Zodat het vandaag ook bij ons klinkt. Ieder die het horen wil mag zich aangesproken weten. Jij, mens op aarde, bent door God geliefd. Ook voor jou kwam het Kind uit de hoogste hemel naar de aarde. Ook jij kunt vrede krijgen. Vrede op aarde is ook voor jou. Vrede met God. Rust in je leven. Vergeving en genade. Als je daar vol van bent, mag ook jij gaan zingen. Zoals je gebekt bent. Maakt niet uit hoe het klinkt. Doe maar zo goed mogelijk je best. Tot eer van God. De HEER groot maken. Onze Vader de hemel in prijzen. Zing op een koor als je de talenten hebt. Kom anders elke zondag in de kerk meezingen. Maar vergeet vooral ook niet God te loven in je dagelijks leven. Door te zingen. Dat is gezond voor lijf en leden. Maar vooral ook: door elke dag uit het Evangelie te leven. Dat geeft een stukje vrede op aarde. Vrede in je leven. In je leven hier op aarde en eenmaal in het leven met God in de hoogste hemel.

Amen.