Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

Eeuwige liefde

Preek voor zondag 13 november 2022

Lezingen: Exodus 3:1-15 en Lucas 20:27-40


Tekst: “Hij is geen God van doden maar van levenden, want voor Hem zijn allen in leven” (Lucas 20:38)

‘Rozen verwelken, bloemen vergaan, maar onze liefde blijft eeuwig bestaan’. Deze romantische woorden lijken vanmorgen keihard onderuit gehaald te worden. Door niemand minder dan Jezus Zelf. Jezus lijkt in zijn woorden een vraagteken achter de eeuwigheid van de liefde te zetten. Hij lijkt te zeggen: Hoe mooi het ook is, er komt een einde aan. De liefde is, zoals de trouwbelofte het zegt: ‘tot de dood ons scheidt’, maar geen dag langer. Er is geen ‘everlasting love’, geen liefde tot in eeuwigheid. Want – zo zegt Hij – in de komende wereld, bij de opstanding der doden, huwt men niet en wordt er niet uitgehuwelijkt. Ná de opstanding der doden, in het hiernamaals, zullen we maar zeggen,  is er geen huwelijkse staat meer.

Nu moeten we vóór alles bedenken, dat het zeker niet Jezus’ bedoeling is om onze vreugde over de liefde te vergallen. Hij brengt deze uitspraken niet in een toespraak tot het volk, waarvan Hij zelf het onderwerp bepaald heeft. Nee, Hij spreekt erover, omdat men ernaar vraagt. Zijn woorden zijn een reactie op de uitspraken van zijn ‘tegenstanders’ – in dit geval: de Sadduceeën. Dat is trouwens bijzonder. Het is één van de weinige keren in de Bijbel, dat we iets horen over Sadduceeën. Het is de enige keer, dat ze zélf met hun opvattingen bij Jezus aankomen. Jezus gaat regelmatig in discussie met die andere partij van het Joodse volk, de Farizeeën. Van tijd tot tijd komt er weer één bij Hem om een kwestie aan de orde te stellen. Een strikvraag of een belangstellende vraag. Maar van de Sadduceeën horen we dat niet. Die hebben blijkbaar nooit de moeite genomen om naar Jezus toe te gaan. Geen wonder: Sadduceeën vormen namelijk een elitair gezelschap. Ze zijn de ‘upperclass’ van het toenmalig Jodendom. Geen partij voor de gewone man, maar meer voor de gegoede burgers en hogere geestelijkheid. Een partij voor de salon, geen partij voor de barricades. Ze prediken ook geen revolutie tegen de Romeinen, maar werken liever met hen samen. Ze voelen zich dus vast te goed voor zo’n gewone timmermanszoon uit Nazareth. Zo’n simpele rabbi uit het verachte Galilea. Daar hebben ze geen boodschap aan. Je vindt de Sadduceeën vooral in en rond Jeruzalem. Nauw verbonden met de tempel. Dat breekt ze later trouwens lelijk op. Want als in het jaar 70 van onze jaartelling de tempel wordt verwoest, wordt ook de partij van de Sadduceeën weggevaagd. De Farizeeën kunnen zich handhaven. Zij zetten het Joodse geloof voort tot op de dag van vandaag. Maar van de Sadduceeën sindsdien geen enkel spoor. Het is dus ook niet makkelijk om er achter te komen, wat hun opvattingen precies zijn. Dat moeten we te weten komen uit wat er over hen staat in het Nieuwe Testament of uit de geschriften van Joodse geschiedschrijvers. Flavius Josephus bijvoorbeeld. Eén ding komt daar heel opvallend naar voren: Sadduceeën geloven niet in een leven na de dood. Zij geloven niet in de wederopstanding der doden. Ze geloven niet in een hiernamaals. Opvallend, vind je niet? Bij mensen, die niet geloven in een leven na dit leven, denken wij toch in de eerste plaats aan mensen van ONZE tijd. Moderne mensen, die er met hun verstand niet bij kunnen, dat er meer is tussen hemel en aarde. Die dat dan in hun hart als eigen overtuiging voor zichzelf houden. Of luidkeels van de daken zingen of schreeuwen. Hoe belachelijk dat geloof wel niet is. Zoals jaren geleden de popgroep ‘Toontje Lager’: ‘Er is niets na de dood, niets na de dood – dus weg met levend water en weg met Heilig Brood’. 

Zo’n liedje kún je verwachten in ónze tijd – maar vroeger, heel lang geleden? Ja, dus toch! De Sadduceeën waren de vaste overtuiging toegedaan dat er ‘niets na de dood’ is. Ze maken dat op precies zo’n luidkeelse, cynisch, spottende wijze duidelijk. Door het geloof van hun tegenstanders belachelijk te maken. Door met een absurd voorbeeld naar Jezus toe te komen. Kijken of Jezus met de mond vol tanden komt te staan. Het voorbeeld dus over één van die prachtigste dingen op aarde: het huwelijk. Hoewel: het is maar de vraag of dat toen ook zo beleefd werd. De pracht van het huwelijk? Trouwen in die tijd was lang niet altijd rozengeur en maneschijn. Er was zeker niet altijd liefde in het spel. Je trouwde niet met elkaar, omdat je van elkaar hield. Eerder uit praktische overwegingen. Omdat ‘alleen maar alleen’ is. Omdat een man nu eenmaal een vrouw nodig heeft om water te halen, eten te koken, kinderen te baren en te voeden. Omdat een vrouw nu eenmaal een man nodig heeft om brood op de plank te kopen en kinderen te verwekken. DAAR had je een huwelijk voor. Toen, in de tijd van Jezus en nog heel, heel lang, tot in de vorige eeuw ook in onze maatschappij. Nu nog in andere landen en ons vreemde culturen. Onlangs op onze reis door Jordanië vertelde de gids hoe een huwelijk geregeld werd in zijn land. Dat lijkt nog in veel opzichten op de Bijbelse tijden. Het huwelijk was geen vrije keuze – zeker niet voor een meisje. Je werd door je vader uitgehuwelijkt aan de meest biedende partij - letterlijk of figuurlijk. Een meisje zou je natuurlijk wel uitermate dom en kortzichtig zijn, als ze zich daartegen verzet. Als je een huwelijkspartner afwijst, loop je het risico alleen te blijven. En een vrouw alleen – dat is het slechtste wat een mens kan overkomen. Dan heb je niemand, die voor je zorgt. Wat een ongeluk dus ook, als je alleen kwam te staan door het overlijden van je echtgenoot. Dat was niet alleen diep verdriet, maar vooral ook diepe armoede. Als je weduwe werd, was je overgeleverd aan de liefdadigheid van je medemens. En die is niet altijd even groot. Weduwen behoren tot de zwakste groepen van de toenmalige samenleving. Samen met de wezen en de vreemdelingen zijn ze spreekwoordelijk kwetsbaar. Maar Israël zou Gods volk niet zijn als er geen wetten zijn om die weduwen te beschermen. De God van Israël zou geen God zijn, als Hij het niet opnam voor wees en weduw en ontheemde. Vandaar de in onze ogen zo merkwaardige regel: als een kinderloze vrouw haar man verliest, moet haar zwager, de broer van de overleden echtgenoot haar trouwen. Om voor haar te zorgen en om haar toch kinderen te schenken.

En daar komen de Sadduceeën - stel je nu eens voor: Er waren eens zeven broers, die achter elkaar overlijden. En er was één vrouw…. Er was eens… Nee, dit is geen sprookje. Dit kan bittere realiteit zijn. Met deze harde werkelijkheid brengen de Sadduceeën het geloof in de hemel in diskrediet. Want dat kán toch niet! Dat mannen en vrouwen uit de dood opstaan en hun huwelijk voortzetten tot in eeuwigheid. Dan zou deze ongelukkige vrouw plotseling oog in oog met zeven mannen staan! Conclusie: er is niets na de dood, niets na de dood.

Zo wordt Jezus uitgedaagd om uit de doeken te doen, wat er achter de grens van dood en leven is. Hij moet een tipje van de sluier oplichten. Hoe het zal zijn op die dag, dat alles anders, alles nieuw en alles goed zal worden? Want één ding is zeker en dat hebben de Sadduceeën goed begrepen: Jezus is er rotsvast van overtuigd, dat die grote dag eens komen zal! Het is één van de pijlers van zijn boodschap. Hij is naar onze wereld gekomen om ons te vertellen, dat het Koninkrijk van God nabij is gekomen. En dat Koninkrijk van God zal de wereld op zijn kop zetten. Nederigen zullen het koninkrijk beërven. Treurenden zullen getroost worden. Zachtmoedigen zullen de aarde bezitten. Mensen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid zullen verzadigd worden. Barmhartigen zullen barmhartigheid ondervinden. Wie zuiver van hart zijn, zullen God zien. Vredestichters zullen kinderen van God genoemd worden. Wie vervolgd wordt krijgt deel aan dat hemels Koninkrijk. De dood heeft dus niet het laatste woord. Leven na dit leven? Stel je voor, dat het er niet zou zijn! Dan zou alles bij het oude blijven. Dan zou er geen hoop zijn voor de slachtoffers, geen laatste rechtvaardigheid voor machtelozen. Dan zou ook de arme weduwe, de vrouw die haar man verliest, voor wie het leven één groot drama is, nooit meer gelukkig worden.

Daarom, als je het nu precies wil weten, zegt Jezus, zal er in die toekomende wereldtijd, in dat Koninkrijk in volle glorie, geen huwelijk meer bestaan. Daar wordt niet meer gehuwd. Daar wordt niet meer uitgehuwelijkt. Want dan lijken mensen op engelen. Zij hoeven zich niet meer te bekommeren om hun dagelijks brood. God zorgt voor hen. Zij hoeven zich geen zorgen meer te maken over hun toekomst. Daar zorgt hun HEER wel voor. Zij hoeven zich niet meer druk te maken over hun voortbestaan. Zij hoeven zich dus niet meer voort te planten. Want de Eeuwige God zal zich over hen ontfermen. Voor altijd. Als kinderen van God mogen wij daar leven. Mannen en vrouwen als broeders en zusters. Allemaal kinderen van één Vader.

Dus: liefde? Bestaat er zo iets als eeuwige liefde? Zal de liefde eeuwig blijven bestaan? Het is maar de vraag, wélke liefde je bedoelt!

Om Zijn woorden te ondersteunen neemt Jezus de Sadduceeën mee naar één van de beslissende momenten uit Israëls geschiedenis. Toen het volk gedompeld was in de bittere ellende van Egypte. Egypte: het donker land van de dood. In die tijd maakt God zich bekend aan Mozes bij de brandende doornstruik. Hij spreekt vanuit het vuur - teken van ondergang, van dood, van de hel. Hij noemt zich daar ‘God van Abraham, Isaak en Jacob’. De lang geleden overleden aartsvaders zijn voor God namelijk niet dood. Ze zijn voor Hem springlevend. Hij noemt hun namen. Hij vergeet hen niet. Ze zijn bij Hem geborgen. Even later noemt God zichzelf: “Ik ben, die er zijn zal”. God is er bij. God zal erbij zijn. Nu en later en voor altijd. In leven en in sterven, in tijd en eeuwigheid. Abraham, Isaak en Jakob, ja allen, die zich om Christus wil ‘kinderen van God’ mogen noemen, zal Hij nabij zijn. In Egypte, uit Egypte. In het vuur, uit het vuur. In de dood, uit de dood zal Hij hen bevrijden. Om hen te brengen naar Zijn nieuwe wereld.

Jezus ging door de dood naar het leven. Allen, die Hem volgen, mogen eenmaal geborgen zijn bij de hemelse Vader. Gods liefde zal alle aardse liefde overtreffen. Dus: “Rozen verwelken, bloemen vergaan, maar Gods liefde blijft eeuwig bestaan’. Hij was. Hij is. Hij zal er zijn.