Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

De zegen van het zingen

Kerkdienst op 20 juni 2021
(met viering van het Heilig Avondmaal)

Schriftlezingen: Psalm 103

Tekst: ‘Prijs de HEER, mijn ziel, en vergeet niet één van zijn weldaden' (Psalm 104:2)

We mogen weer. Als ik dat zeg, weet je vast wat ik bedoel. We mogen weer zingen. In de stadions galmt het volk weer voluit de volksliederen mee. In onze oranjegekleurde huizen en huiskamers klinkt weer het ‘hup, Holland, hup’. Koren gaan weer plannen maken voor repetities en uitvoeringen. Als kerken zijn we natuurlijk voorzichtig. We trekken niet direct alle registers open. We blijven op de hoede voor besmettelijke aerosolen. Maar toch: we mogen weer. Mondjesmaat zingen. Op spreeksterkte. Straks weer wat meer. En dat doet goed. We hebben ons in de afgelopen tijd prima gered met zanggroep, YOUTube en een al dan niet goede preek. We konden thuis meezingen met de uitzendingen van onze ‘kerkomroep’. Maar we hebben het gemist. Zeker zij die het jarenlang zondag aan zondag gewend waren. Misschien zelfs zó gewend dat het een sleur begon te worden. Dus, elk nadeel heeft zijn voordeel: we beseffen nu weer hoe fijn het is om samen te zingen. Een lied uit aller mond maakt een kerkdienst compleet. Het mág weer.

Maar waarom is dat zo fijn? Hoe komt het dat we dat zo graag doen? Dat we erdoor ontroerd raken, nu het weer mag?

Samen zingen gebeurt al heel lang. Eeuwenlang. Pakweg drieduizend jaar geleden in de tempel van Jeruzalem werd er al gezongen. De liederen uit de Bijbel getuigen ervan. De psalmen in het bijzonder. Vanavond klinkt Psalm 103 in allerlei toonaarden. Heel anders natuurlijk dan toen. We weten niet precies hoe dat toen in de tempel klonk. Maakt ook niet uit. Psalm 103 is in elk geval een meeslepende Psalm. En dan hebben we misschien ook wel het geheim van zingen te pakken. Zingen is meeslepend. We zouden eens even goed de tekst moeten bekijken om het meeslepend karakter van Psalm 103 te ontdekken. Het lied begint heel klein. Solo, zou je kunnen zeggen. Eenstemmig. Met de eerste woorden: ‘Prijs de HEER, mijn ziel’. Dan zit je nog thuis. Opgesloten in je zelf. Eenzaam misschien. Om met jezelf te praten. Met je ‘ziel’. Dat hoeft niet ‘zielig’ te zijn. Dat kan heilzaam zijn. Om jezelf eens even goed toe te spreken. Mee te slepen. Jezelf met je haren uit de put te halen. Door te loven, te zingen. De HEER te prijzen. Het eerste gedeelte (vers 1-5, kijk maar na) gebruikt Psalm 103 het enkelvoud. Eerst in de eerste persoon. Daarna ook in de tweede persoon. Ik, mijn ziel, jij, u – meedoen! Loven, prijzen zingen!

Vanaf vers 6 verandert de toon van de Psalm. Dan schakelt de dichter over op het meervoud. Hij port mensen op om mee te zingen. Doe mee! Er wordt een koortje gevormd. Een zanggroep. Het lied wordt polyfoon. Meerstemmig! Iedereen mag meedoen. Alle mensen. Want alle mensen zijn één pot nat. We zijn allemaal zwakke, kwetsbare, vergankelijke mensen. Als gras dat verdwijnt wanneer de hete wind erover waait. Zoals we dat in de afgelopen week gevoeld hebben: een hete luchtstroom bakt de omgeving op. Zoals we dat het afgelopen anderhalf jaar gevoeld hebben: de kwetsbare mensheid bedreigd door een pandemie. Groen gras wordt geel. Het gras verdort en de bloem verwelkt. We gaan voorbij. We vergaan. We zijn mensen van de dag. We zijn uit stof geboren en tot stof zullen we wederkeren. Maar we kunnen ons lot te boven komen. Door, zoals de Psalm dat noemt, de HEER te vrezen. Bij Hem ons heil te zoeken. Bij de HEER is ons kwetsbare leven veilig. Bij Hem alleen. Hij is gekomen om ons te bevrijden. Hij vergeeft ons alle schuld. Hij is gekomen om ons te genezen van alle kwalen. Hij geeft je zelfs deel aan Zijn eeuwigheid. Hij redt je leven van het graf. ‘Hem moet je vrezen’ – dat wil niet zeggen ‘bang voor Hem zijn’. Maar: Zijn uitgestoken hand aanpakken. Niet te trots of te eigenwijs zijn, maar je menselijkheid inzien. Je afhankelijkheid van Hem.

Zo mogen wij vanavond onze handen uitstrekken naar het brood des levens en de wijn van het koninkrijk. Tekens en zegels van het leven dat alleen God ons geven kan. Zijn eniggeboren Zoon is gestorven voor onze schuld. Jezus is Gods uitgestoken hand, die ons uit de put haalt. Ons meesleept. Ons mee laat zingen in Zijn koor. Gods grote koor van mensen én engelen, in hemel en op aarde. Psalm 103 trekt de cirkel nog wijder dan de mensenwereld. Vanaf vers 19 worden ook de hemelse machten en alle aardse schepselen opgeroepen om mee te zingen. De engelen in de hemel. De vogels en de vissen en de dieren op aarde. De bergen en rivieren. Iedereen en alles zingt mee. Een loflied op de Schepper. Een loflied op de HEER, die als een Vader ons zo liefheeft, dat Hij zijn Zoon gegeven heeft. De HEER prijzen voor al zijn weldaden.

Daarom is het zo mooi om samen te zingen. Je sleept elkaar mee. De woorden van een ander worden jou in de mond gelegd. De melodie raakt je hart. Je komt in vervoering. Je doet het met elkaar. Je zingt samen met de vogels, de bomen, de engelen en het grote koor voor Gods troon. De hele kosmos wordt meegesleept in het loflied. Door te zingen ben je verbonden met alles en allen, in hemel en op aarde.

Maar begin bij jezelf. Bij je eigen ziel. Laat jij je meeslepen? Laat ík me meeslepen? Kom op! Zing mee. Nu nog van binnen. Met alles wat in je is. Straks weer met je mond en met je stem.

Zoals Psalm 103 begint, zo eindigt hij ook weer:

‘Prijs de HEER, zijn ziel’.

Amen