Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

De Witte Ruiter

Lezingen: Psalm 66 en Openbaring 6:1-8

“Ik zag dit: een wit paard met een ruiter, die een boog droeg. Hij kreeg een zegekrans en trok op als een overwinnaar, op weg naar nieuwe overwinningen” (Openbaring 6:2)

De gebeurtenissen in Oekraïne hebben ons allemaal diep getroffen. Wat we niet voor mogelijk hielden is toch gebeurd. Er is oorlog uitgebroken in ons eigen werelddeel. Een oorlog die heftiger en feller bij ons binnenkomt. Syrië, Ethiopië, Afghanistan of zelfs Bosnië zijn ver weg vergeleken bij dit land, dat we zien als buur- ja, broederland. Velen van ons hebben relaties met Oekraïeners. Dus raakt het ons des te meer. Het hemd is nu eenmaal nader dan de rok. Bovendien zien we nu bommen en raketten vallen op steden die vergelijkbaar zijn met Amsterdam en Enschede. Mensen zoals wij slaan op de vlucht en melden zich tot in ons eigen dorp. De televisie laat ons gruwelijke beelden zien van in elkaar geschoten huizen, flatgebouwen, ja zelfs zieken- en weeshuizen. Hartverscheurende beelden van vluchtelingen. We kijken ernaar. We gruwelen ervan. Het maakt ons boos en bezorgd: is dit het einde van onze vrede en veiligheid? Is dit de aanloop naar een derde wereldoorlog?

Als Johannes zijn visioenen krijgt, moet hij ook iets dergelijks ervaren hebben. Die visioenen die Johannes krijgt zou je kunnen vergelijken met de beelden die ons bereiken via televisie en Internet. Johannes bevindt zich op het eiland Patmos als de beelden bij hem binnenkomen. Hij zit door de Romeinen gedwongen op dit eiland. Als vervolgde om wille van zijn geloof. Hij zit gevangen, maar, me dunkt, hij had het minder kunnen treffen. Patmos is een prachtig Grieks eilandje. Heerlijk rustig gelegen in de Aegeïsche zee. Met overal om je heen het diepblauwe water en prachtige baaitjes om rustig te zitten. Echt een eiland om eens even op een heuvel omhoog te klimmen en in de verte te turen naar de horizon. Langzaam maar zeker de zon in de zee zien zakken…

Maar dan plotseling ziet Johannes de hemel wijken. Een poort gaat open voor zijn ogen. Hij mag een blik slaan in de hemelse keuken. Hij ziet er een Lam op Gods troon, dat een boekrol ontvangt. Het is het Lam dat de zonde der wereld wegdraagt. Gods Zoon zit op Gods troon. Gestorven, maar weer opgestaan en ten hemel gevaren. Hij kan Gods plan ontsluiten. Eén voor een zal Hij de zegels van de boekrol gaan verbreken. Jezus zal de wereldgeschiedenis verder helpen, tot voleinding brengen. Alleen Jezus kan ervoor zorgen dat de nieuwe hemel en de nieuwe aarde werkelijkheid worden.

Maar dat gaat niet zo maar. Dat Jezus is opgestaan en dat alles is voldaan, betekent niet dat alle leed nu geleden is. De oorlog tegen het kwaad, de strijd tegen Gods grote vijand moet nog gevoerd worden. De overwinning is zeker, maar komt niet zonder slag of stoot. Stukje bij beetje ontrolt zich de weg naar Gods Koninkrijk. Als de geboorte van een kind, wee voor wee, wordt de toekomst ontsloten. Stap voor stap. Maar elke stap brengt ons een beetje dichter bij de grote, heerlijke dag. Jezus zal bereiken, wat God bedoelt met de aarde. Wat de HEER van plan is zal gebeuren. Het Lam verbreekt één voor één de zeven zegels, waarmee het boek van Gods werkplan verzegeld is.

Met de eerste vier zegels van de boekrol belanden we met beide benen op de harde grond. In de realiteit van vandaag, die tegelijk de realiteit van onze complete wereldgeschiedenis is. Vier zegels worden verbroken. Vier keer klinkt de opdracht: ‘Kom!’. Vier ruiters galopperen de wereld in. Een wit, een rood, een zwart en een vaalgeel paard. De ruiters erop hebben achtereenvolgens een boog, een zwaard, een weegschaal en een zeis in de hand. Ze trekken de wereld over. Naar alle vier windstreken. Vier is het getal van de aarde. Oost, west, noord, zuid. De aarde komt in beroering.

Dit brengt zo te zien niet veel goeds. Als de vier ruiters uit het zicht verdwenen zijn, zijn de verschrikkelijke gevolgen zichtbaar. Een slagveld. Een bloedbad is aangericht. We belanden door dit Bijbelgedeelte middenin het tegenwoordige Charkov, Marioepol of Kyev. Of in het Berlijn van 1945, het Rotterdam van 1940 (ons eigen Nijverdal in maart 1945) na het bombardement. Johannes op Patmos denkt vast en zeker terug aan de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70. Zoveel mensen gestorven door het zwaard van de tweede ruiter op het rode paard. Met zijn grote zwaard van bloedvergieten heeft hij de vrede van de aarde weggenomen. De rode ruiter heeft de lieve vrede wreed verstoord. Soldaten sneuvelen. Mensen slaan op de vlucht. Onschuldige burgerslachtoffers vallen – vrouwen en kinderen eerst.

Na de tweede ruiter, op het rode paard, komt de derde ruiter op het zwarte paard. Deze zwarte ruiter heeft een weegschaal in zijn hand. Met de weegschaal galoppeert hij naar de markt. Om tarwe af te wegen. Normaal gesproken is een maatbeker nauwkeurig genoeg, als je op de markt je graan koopt. Als er een weegschaal aan te pas moet komen, is het graan kostbaar als goud geworden. Het moet op rantsoen. Luister maar naar de prijzen! Een stem roept. Een stem als van een marktkoopman op de zwarte markt. ‘Een dagloon voor een portie tarwe en een dagloon voor drie porties gerst’. Schreeuwend duur dus. Eén dag werken voor een schamel stukje tarwebrood. Niet te betalen! Misschien moet ik maar overschakelen op gerst. Gerst is eigenlijk voer voor slaven en paarden. Maar goed: het is drie keer zo goedkoop. Maar van brood alleen kun je toch niet leven? Kan er nog wat meer op de plank komen? En wat moeten mijn vrouw en kinderen? Allemaal een klein stukje – totdat we bezwijken van de honger. Als ik op een dag geen werk meer heb, als ik mijn baan kwijt raak - wie geeft mij dan dat het dagelijks brood? Wie vult onze rammelende magen?

En wat hoor je nog meer roepen op deze zwarte markt? ‘Laat wijn en olijfolie ongemoeid’. Ja, dat is typische oorlogstaal. In een zogenaamd ‘nette’ oorlog laat een ‘nette’ generaal wijngaarden en olijfgaarden met rust. Het duurt namelijk tien tot vijftien jaar om een wijngaard en olijfhof weer tot vrucht te brengen. ‘Ja, netjes, hoor, zo’n vuile oorlog, maar ik heb er niets aan. Olijfolie en wijn kan ik voorlopig toch niet betalen. Dat is alleen voor de rijken weggelegd’. Ja zo gaat dat in tijden van inflatie, recessie en hongersnood: Rijken kunnen zich wel redden. Geld doet wonderen. Wie kan betalen, heeft een streepje voor. Zo staan we ook bij het zwarte paard in onze eigen harde realiteit. Stijgende prijzen. Toenemende armoede. Zelfs dreigende graantekorten. We houden ons hart vast, als er geen graan meer komt uit de Oekraïense ‘graanschuur van Europa’.

Met het vierde paard gaat het van kwaad tot erger. Het vierde paard is vaalgeel van kleur. Wij zouden zeggen: lijkbleek, de kleur van de dood. Het is de ruiter van epidemieën, die over de wereld gaan. De pest van de Middeleeuwen. De ebola in Afrika. En wie moet er nu niet denken aan de Coronapandemie? Deze ruiter is de dood zelf. Achter hem aan loopt zijn knechtje. ‘Hades’, ‘Dodenrijk’ is zijn naam. Die ruimt alles op. Onder de groene zoden. Zand erover. Kansloos ben je, als deze ruiter je pad kruist. Je gaat eraan – net als een groot deel van de wereldbevolking…

Johannes ziet op Patmos angstaanjagende beelden. Een niet te verbloemen werkelijkheid. Je kunt er je ogen niet voor sluiten. Je kunt helaas vandaag niet doen, alsof het ons niet raakt. Het is allemaal akelig actueel. Het is ook ONZE werkelijkheid. Het boek Openbaring laat ons geen verre toekomst zien, die ónze tijd wel zal duren. Johannes is geen toekomstvoorspeller. Hij is een profeet. En een profeet is van en voor alle tijden. De boodschap gaat over de tijd ‘na Christus’. De tijd nadat het Lam op Golgotha de overwinning heeft behaald. De tijd nadat de HEER ten derden dage de dood heeft verslagen. De tijd dat Gods Zoon op hemelvaart aan Gods rechterhand heeft plaats genomen. Sindsdien zijn twee millennia verstreken. 2000 jaar wereldgeschiedenis na Christus. En wat Johannes zag gebeuren door die ruiters is gebeurd in die tweeduizend jaar. Telkens weer gebeurd. De rode ruiter neemt de vrede weg. De zwarte ruiter zorgt voor voedselschaarste. Telkens weer draaft ook het vaalgele paard over de aarde met in zijn spoor dodelijke ziekten.

En dat gebeurt dus allemaal ‘ná Christus’. Het gebeurt nadat onze HEER, Jezus, Gods Zoon, de zonde versloeg, de dood overwon en de heerschappij aanvaardde. Hoe kan het? Waar is dát dan goed voor geweest? Wat heeft het voor betekenis, dat Jezus ooit uitriep ‘Het is volbracht’? Wat heeft Zijn komst voor goeds gebracht? Waar zie je aan dat het graf op Pasen open is gegaan? Hoe kun je merken, dat Jezus Zelf aan Gods rechterhand over ons heerst? Hoe kan Psalm 66 de macht bezingen van Israëls God? Hoe kan het dat er staat dat “Hij machtig heerst en dat zijn ogen waken over de volken”? Wat zie je ervan? Wat merk je ervan dat ons Hij getrouw is en nabij?

Als je leest in de Openbaring, als je rondkijkt in de wereld, als je oog valt op zoveel leed, zou je bijna iets over het hoofd zien. Je zou dat eerste paard, die eerste ruiter vergeten. Het paard, waar het visioen van Johannes mee begint. Als het eerste het beste zegel wordt geopend, komt het allermooiste paard te voorschijn. Het witte paard. Wit – de kleur van licht, van hemelse heerlijkheid. De kleur van de witte wolken waarin de HEER zich hult. Johannes ziet als eerste de beste: dat witte paard. Die witte ruiter. De witte ruiter, die de blijde boodschap brengt. Over God, die de wereld heeft geschapen en trouw blijft. Over Gods Zoon, die door de dood heen, het leven aan het licht brengt. Over de Heilige Geest, die door de wereld waait met stille overmacht. De witte ruiter brengt Gods licht in de duisternis. Hij heeft een boog in zijn hand. Ook al zo oorlogszuchtig zou je denken. Nou, vrijblijvend is de boodschap van die witte ruiter zeker niet. Het stelt ons voor de keus. Het is voor of tegen, zwart of wit, ja of nee. Aan jou de keus. De pijlen van Gods boog zijn heel persoonlijk. Een boog is geen massavernietigingswapen, geen domme clusterbom. Als God zijn pijl afschiet, tref die je in het hart. En jij moet kleur bekennen. Dan mag je meetrekken met die witte ruiter. Je mag dienst nemen in Zijn ‘leger des heils’. Jij mag meegaan in het spoor van Zijn liefde. Deze witte ruiter staat aan het begin. Hij komt aan het einde. Hem wordt de zegekrans gegeven. Het gaat van overwinning tot overwinning. Hij geeft niet op tot de vijand verpletterend is verslagen.

Zo ging, zo gaat Gods witte ruiter de eeuwen door. Steeds meer mensen geven zich gewonnen. Steeds meer mensen scharen zich achter de HEER. Ze vormen een witte tegenmacht tegen alle zwarte, rode en vaalgele legers. Gods zachte krachten gaan ook nu over de wereld. Sluit je erbij aan. Strijd mee met de goede strijd van het geloof. Doe uit liefde wat je hand vindt om te doen. Jouw kleine bijdrage ook voor mensen uit Oekraïne doet ertoe. Over onze zwarte kleren en onze rode wonden trekken we het witte doopkleed aan. Niet eenzaam gaan we op de vijand af. Sterk in Gods kracht, gerust in Zijn bescherming. In ons rijst een lied van overwinning. In ons laatste uur mogen we zegevierend ingaan. In rust met Hem die ons heeft voortgeleid.